Predikambt en prediking (2)
Inhoud
Het spreekt geheel vanzelf dat de inhoud der prediking oneindig gevarieerd is. Wij hebben er allen wel een vage voorstelling van over welke zaken zo in het algemeen gehandeld wordt. Troost, leiding, bestraffing, onderwijzing, ontdekking – ziedaar een staalkaart van trekken van de prediking. Wordt het Woord Gods recht bediend, dan schijnt het Licht der wereld in de harten en in het bewustzijn der gelovigen. Dan schijnt het met zijn lieflijke glanzen in de strijd en bij het lijden. Dan heeft het een antwoord bij het vragen om troost en het zoeken van vergiffenis, dan is er licht in het donker van schuld en zonde, dan is er kracht om op te wassen in de Heere.
Toerusting
Het ligt voor de hand, dat de prediking, gezien haar wijde invloed en groot gewicht, nooit mag overgedragen worden aan mannen, die daartoe de nodige vorming missen. Het is om deze reden, dat onze vaderen de beste uitrusting daarvoor hebben gekozen. Universitaire opleiding is de vorm voor het verwachten van de goede prediking. Wij willen hierover nog nader van gedachten wisselen hieronder. Reeds in Israël bestonden profetenscholen. Natuurlijk sluit dit niet uit, dat door de leiding van de Heilige Geest God zelf rechtstreeks mannen tot de bediening van het Woord roept. De zulken zijn er in de loop der eeuwen steeds geweest en hebben menige vrucht achter gelaten voor de gemeente van Christus. Maar het neemt niet weg, dat God in de gewone weg de middelen gebruikt. Genade begint daar, waar de kracht der middelen ophoudt. Buitengewone roeping gaat vergezeld van gewone roeping door alle eeuwen van de kerk geschiedenis heen. De gewone roeping maakt dan ook in de weg der middelen gebruik van de homiletiek.
De wetenschap van de predikkunde onderzoekt op welke wijze de uitvoering van de dienst des Woords tot stand moet komen om aan zijn doel te beantwoorden. Het is juist deze wetenschap, die van het grootste nut is voor de aanstaande predikant, maar die wel eens wat stiefmoederlijk wordt bedeeld in het universitair onderwijs. Wie niet hautain op deze wetenschap neerziet, maar eens onderzoekt welke ervaringen en wijsheden van grote predikers in de loop der eeuwen zijn verzameld in dit vak wordt verblijd door de handreiking die hij hier ontvangt. Goed – de predikkunde kan niet alles wat deze of die van haar vraagt, maar zij kan toch betrekkelijk veel. Over het algemeen wordt er eerder te weinig dan te veel in deze wetenschap gedolven. De voorschriften der predikkunde verdienen op zijn minst behartiging. Wat zeggen zij? De dienaar des Woords moet zichzelf zoveel mogelijk wegcijferen, opdat, hij worde vergeten en alle gedachten zich op de Waarheid Gods richten. Hij moet een man vol van kracht en geest zijn om in de Naam des Heeren te kunnen optreden. Hij moet zo diep in de Schrift indringen, dat hij niet allerlei bloemen over de Schrift strooit, maar werkelijk uit de Schrift de daarin schuilende schatten tevoorschijn brengt. De predikkunde voert ons telkens naar de Schrift. Die is het door God aan zijn kerk gegeven instrument, waardoor hij aan zijn gelovigen door alle eeuwen, onder alle volken en in alle omstandigheden in hun bewustzijn regeren wil.
De prediking kan niet voor elke eeuwen land en toestand dezelfde zijn. Wat vroeger de aandacht trok, laat ons nu koud, en wat de kerk nu leert, zou twee eeuwen vroeger nauwelijks verstaan zijn. Als het nu aankomt op de speciale toepassing van het Woord, op de problemen en moeilijkheden, op de verwikkelingen en geestelijke toestanden van onze tijd, dan moet de kunst der prediking zelf scheppen en als de koopman in de gelijkenis nieuwe dingen voortbrengen. Niet in die zin dat hij door pikante anecdoten of woordspelingen de holheid van de prediking verbloemt, maar zo dat hij echt aan dit Woord de macht ontworstelt ons het bewuste leven der gelovigen in deze eeuw te steunen en te leiden, te sterken en te vertroosten. Dit eist uiteraard een diep en helder inzicht in wat in het bewuste leven der gemeente omgaat en evenzo een diep en helder inzicht in het Woord, om uit dat Woord het richtsnoer voor het bewuste leven der gemeente voort te brengen. Aan deze eis mag de prediking zich niet onttrekken, anders weigert zij de dienst, waartoe ze is geroepen. Hoe eenvoudiger de prediking Christus voorstelt, hoe beter het is. Daarbij moeten wij nog het volgende opmerken. De inhoud van de prediking mag niet boven het gemiddelde bevattingsvermogen van de gemeente blijven zweven. De taal van de Schrift kan hier als norm dienen. Die taal is nooit ordinair, maar evenmin elitair. Het ruwe gebruik van de taal kan op de preekstoel zeker niet worden geduld, ook al geven de massamedia een onstellende verlaging van het taalgebruik te horen. Maar evenmin kan er zulk een hantering van taal zijn, waardoor voor vele gemeenteleden een preek onbegrijpelijk wordt. Hoe dichter de predikant bij het gewone leven van de gemeente staat, hoe klaarder zijn taal wordt. Denk hierbij ook aan grote romanschrijvers. Wat weten die met een doorzichtige taal de diepste roerselen van het menselijk hart te vertolken! Bij hen moeten wij ter school gaan. Dat leert ons edele en gespierde taal.
Bevattelijk
Het grootste deel van onze gemeenten immers bestaat uit middenstanders, boerenmensen, tuinders, kantoorpersoneel en gewone mannen en vrouwen. Wanneer de predikant nu de bijbelse waarheden in gewone taal vertolkt, mag hij op aandacht rekenen. Dat brengt ons tot een ander punt. De preekstof kan in drie stukken worden verdeeld. De gehele leer van het Evangelie is wel zeer nuttig, maar die prediking is toch bij de grote menigte eerst recht vruchtbaar, waardoor het geloof gevoed, de liefde gewekt en de hoop gesterkt wordt. Natuurlijk zijn er wel vele onderwerpen geschikt voor de studeerkamer, maar ze hebben geen nut voor de gemeente.
Daarnaast zijn er gemakkelijke stoffen. De mensen komen niet met culturele of theologische interesse in de kerk. Ze zoeken opbouw in het geloof. Daarom geen behandeling van moeilijke leerstukken of twistpunten. Wanneer hét onverhoopt nodig is, dan drent de behandeling te geschieden zo doorschijnend en verhelderend mogelijk met een voorbeeld. Het is daarbij gemakkelijker voor de prediker om moeilijk te preken dan bevattelijk.
Tenslotte moet de stof van de preek beslist in relatie staan tot tijd, plaats en omstandigheden en wel zo, dat de gemeente haar bezwaarlijk kan ontberen. Er zijn omstandigheden of gebeurtenissen in de gemeente, in het volksleven, in stad, kerk of wereld, die zozeer de gemoederen bewegen, dat men er niet aan voorbij mag gaan. De preek was zeer mooi, zei eens een denkend christen toen hij uit de kerk kwam tot iemand, die vroeg of hij gesticht was. De preek was mooi en rechtzinnig ook. De dominee was vol bezieling. Eerst voer hij uit tegen Barth, toen tegen Marx, daarna kreeg de regering er van langs, ook kwam er een profetische tirade tegen de tijdgeest – ja, de veren vlogen in het rond! Maar ik en de huismoeders, die zich gehaast hadden om op tijd in de kerk te komen, wij wachtten op brood voor het hart, op een hartelijk warm woord, maar het kwam niet. Deze zielen hadden een hele week lang zich met wereldse dingen bemoeid en begeerden nu een opening van het Woord – maar alles ebde over hen heen, los van de praktijk van het gewone leven. Uiteraard is dit verhaal overdreven, maar wij menen wel dat het niet geheel onwerkelijk is. Hoe geheel anders heeft Christus gepreekt. Christus had bij zijn prediking een open oog niet alleen voor de mooie schepping, voor de werken Gods in de natuur, maar evenzeer voor alle toestanden van het rijke mensenleven. Niets ontgaat zijn aandacht. Zonder triviaal te zijn, drong hij zelfs door tot in de keuken van het huis en sprak van zout en zuurdeeg om daaraan een hogere lering vast te knopen; ja, zelfs de spelletjes van de kinderen kende hij goed. Wij kunnen ons best voorstellen, dat de hoorders bij Jezus' prediking aan zijn lippen hingen en bij duizenden zich verdrongen; zulk een prediking zal de mens niet doden, maar boeit en trekt en leert en sticht en draagt vrucht voor het leven.
Een schritftuurlijke prediking zal de gedachten van de tekst ontvouwen. Ze geeft voldoende stof tot lering en vermaan. Men wachte er zich evenwel voor het gevecht met de tegenstanders tot hoofdschotel te maken en het leeuwenaandeel van de preek er voor te gebruiken. Ik weet wel, dat de gemeente moet gewaarschuwd worden voor leugen en dwaling, maar ze moet ook opgebouwd worden in de kennis der waarheid, gesticht en bemoedigd. Bij het bestrijden van dwaalleer, verkeerde gewoonten en heersende zonden is het zeker goed zich te wachten voor steken onder water geven of iets prikkelends te zeggen aan het adres van deze of gene, waartoe zo licht de neiging bestaat. Men neme dan in gedachten algemene trekken te schilderen, meer dan duidelijke portretten. Het gevaar namelijk, dat het Woord wel eens al te persoonlijk wordt, wordt zo ontgaan. Staan blijft dat ontdekkende prediking soms voert tot ergernis tegenover de predikant, ook al heeft deze eenvoudig gehandeld naar eer en geweten en bovenal naar de eis van het Woord.
Manier
Het spreekt geheel vanzelf dat zulk een prediking alles vermijden moet, wat zich niét verenigen laat met haar hoge karakter, ijdele geleerdheid, polemiek, platheid, onnatuurlijkheid, cabaretachtige toon – het komt alles voor op de stoel. Maar de prediker streve naar een vormgeving in woord en gebaar, in opbouw en voordracht van zijn prediking, die overeenkomstig de heiligheid van de plaats is waar de gemeente samenkomt. Is de gave van letterkundig vermogen ons gegeven, het mag worden gebruikt, maar toch worde dit talent gesnoeid, zodat de woordenpraal niet de aandacht wegtrekt. Hier is evenzeer de Schrift de beste leermeesteres van de ongedwongen natuurlijkheid. Het heilige wil altijd met gewijde hand zijn aangevat. Zelfs wat zweemt naar familiariteit dient geweerd te worden. Taal en stijl moeten altijd gekuist en van edel gehalte zijn. Alleen maar, ze moeten afdalen tot de gemeente, om de gemeente te kunnen opheffen. In dit verband zijn er in verleden en heden wel eens dingen gebeurd, die op het randje af op 't onkiese gelijken. Ze prikkelen meer de zinnelijkheid dan de stichting, ook al wordt zulks nog wel eens bemanteld met een air van geestelijkheid. De weg om het taalgebruik te schaven ligt voor de prediker in het lezen van klassieke litteratuur als Bunyan bijvoorbeeld. Al wat groot is heeft een geheiligde eenvoud, die nooit in simpelheid ontaardt. Ook is het lezen van goed gestelde krantenartikelen vaak een middel. Kundige journalisten hebben een scholing ondergaan in het gebruik van hun taal. Wist u dat een erkende uitgeversmaatschappij in ons land alle binnenkomende manuscripten beoordeelt op drie criteria: is de compositie goed van dit geschrift, is de stijl verantwoord en heeft dit werk een boodschap over te brengen. Daarmee is ongetwijfeld een aanwijzing gegeven eigen werk eens grondig te onderzoeken.
Achtergrond
Het laat zich denken dat een prediking, insnijdend in het gebinte van onze tijd, een gevormde persoonlijkheid vraagt op de hoogte van de modernste verworvenheden van onze tijd. Niet alleen een beslist geloof maar ook de omgeving in de dagen van zijn vorming en die waarin hij zich in zijn prediking beweegt; de wijze waarop God hem heeft geleid en ook zijn individualiteit zullen invloed hebben op zijn prediking. Dan kan de individualiteit op de kansel wel naar voren komen, maar nooit zo dat die individualiteit de prediking meezuigt. Neen, wij denken aan de evenmaat der tegendelen. De individualiteit make op evenwichtige manier gebruik van de eigen aard van de prediker. Hij brenge over, maar bedekke niet. Hij geve door, zuiver en waar. Hij vertroebele, noch smukke de boodschap op door zijn aard. Dan zal, als in een spiegel, de zon haar stralen kunnen laten weerkaatsen. Het is het verhaal van de klok en de klepel. Het gaat over de klepel, maar hoe kan een zuivere klok de boodschap verhelderen en een gebarsten klok de boodschap vervalsen. Ziedaar de achtergrond waarmee iedere prediking heeft te rekenen.
A. v. Brummelen, Huizen (N.H.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's