De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jezus’ dood een sterven aan het kruis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jezus’ dood een sterven aan het kruis

6 minuten leestijd

'De Joden dan zeiden tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand te doden. Opdat het woord van Jezus vervuld werd, dat Hij gezegd had, betekenende hoedanige dood Hij sterven zou.'Johannes 18 : 31b en 32

Van de hogepriester Kajafas is Jezus geleid naar de landvoogd Pontius Pilatus. De Joden staan op een snel doodvonnis. Maar daar voelt de stadhouder niet voor. Liever nog wil hij van de zaak af. Met de vinger wijst hij naar hen en zegt: 'Neemt gij Hem en oordeelt Hem naar uw wet.' Hebben ze de zaak voor elkaar, dan moeten ze die nu verder maar in orde maken. Laten ze de Joodse doodstraf toepassen, de steniging!
Hoe gaarna zouden ze dat willen, stenen opnemen om hun Vijand te doden. Hoe gaarne zouden ze hun bloeddorst aan de Nazarener lessen. Maar zij kunnen niet. Het halsrecht behouden de Romeinen voor zichzelf. 'Het is ons niet geoorloofd iemand te doden', voegen ze de landvoogd toe. Niemand. Wie dan ook. Ook Hem niet. De verachting staat in hun ogen te lezen. Bovendien zijn ze nog altijd bang voor het volk. Konden ze maar!
Wat moet de Heiland lijden onder dit doen van de leden van het Sanhedrin, Zijn eigen volk! Vervoerd door haat leggen ze Hem hun lagen. Is Hij niet aller liefde waardig? Als ze Hem toch eens kendep, bereidwillig als Hij is het verlorene te zoeken en zalig te maken! Maar ze zijn verblind door hun diepe afkeer van Hem. Ze willen Zijn bloed zien. En wat moet Hij lijden onder het steekspel tussen hen en Pilatus! Hij wordt van de één naar de ander geworpen. Hij is als een vod, waarmee de honden kunnen spelen. Hij heeft geen waarde en geen waardigheid. En Hij is de Heere der heerlijkheid!
De landvoogd laat de leden van het Sanhedrin intussen wel hun machteloosheid gevoelen als hij hun volmacht geeft naar eigen wet te handelen. Ze moeten hun vernederende afhankelijkheid erkennen. Maar Johannes, de schrijver van het Evangelie, ziet er een Goddelijke beschikking in. 'Opdat het woord van Jezus vervuld werd, dat Hij gezegd had, betekenende hoedanige dood Hij sterven zou.' Het Sanhedrin zou Hem willen stenigen, dat wil zeggen de Joodse doodstraf op Hem toepassen. Maar Hij moet gekruisigd worden, dat betekent de Romeinse doodstraf ondergaan. En Pilatus komt er niet onder uit. De Joden houden vol. Ze hebben zich aan hem vast gebeten als kwade honden. Hij zal Hem vonnissen. En dan kruisigen. Hierin is echt Gods Raad te bespeuren. De Vader verkiest zondaren. De Zoon verlost ze. De Geest heiligt ze. Maar de verlossing zal een verlossing van de vloek moeten zijn. Zo diep zijn wij gevallen, dat Jezus de vloekdood moet sterven. Wie God vloekt, wordt vervloekt. 'Vervloekt is een ieder, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen.' De vloek ligt op ons. Eeuwig zullen we zonder Gods gunst en onder Zijn oordeel moeten verkeren. We zullen ver van Zijn gemeenschap zijn en verteerd worden door Zijn toorn. Zullen we van dit lijden verlost worden, dan moet Jezus het kruis lijden. Het vraagt, dat Hij verlaten en verworpen wordt. Hij moet afdalen tot op de bodem van de eeuwige duisternis.
Dat heeft Hem altijd voor ogen gestaan. En wat Hij enkele malen gezegd heeft, zal nu vervuld worden. Tot Nicodemus sprak Hij: 'En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe' (Joh. 3 : 14/15). En de scharen kregen van Hem te horen: 'Nu is het oordeel dezer wereld; nu zal de overste dezer wereld buitengeworpen worden. En Ik, zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal ze allen tot Mij trekken' (Joh. 12 : 31/32). Neen, de landvoogd komt er niet onder uit. 'Opdat het woord van Jezus vervuld werd, dat Hij gezegd had.' Jezus geeft stuur aan het proces voor de stadhouder. Zelf leidt Hij de rechtszaak. Hij wil de dood sterven, maar dan de kruisdood. Hoe begeert Hij de vloek van Zijn vloekwaardige volk te dragen! En gehoorzaam aan de wil van Zijn Vader gaat Hij Zijn gang. Sion zal door recht verlost worden. Niets van Gods heerlijkheid blijft geschonden. Wat een rijke troost voor mensen, die weten God tekort te hebben gedaan in Diens eer. De losprijs zal zonder mankeren worden voldaan. Is dat ook uw troost? Dat zal zo zijn, wanneer u de Heere meer liefhebt dan uw eigen leven.
Jezus zal sterven op de door Zijn Vader gewe­zen wijze. De leden van het Sanhedrin en de landvoogd werpen Hem tussen zich heen en weer. Maar hierin is de wijsheid Gods werkzaam. De Joden is het niet geoorloofd ook maar iemand te doden, dus blijft het de heidenen over. Het kruis doemt op. Een kruis is wel smartelijk, maar het is ook hoog. Een steniging blijft teveel in het gezichtsveld der Joden. Ze is te laag bij de grond. En Jezus moet verhoogd worden. Hij moet in het gezichtsveld der heidenen komen. Jood en heiden zal Hem zien. Het is Gods wil, dat heel de wereld Hem aanschouwt, het Joodse verbondskind en de Romeinse heiden. Onder het Oude Verbond bewoog het heil zich voort in de bedding van Israël. Maar het was Gods bedoeling, dat de stroom zou uitmonden in de oceaan der wereld. Thans is het zo ver. Het Nieuwe Verbond is aangebroken. Bij de monding van de stroom staan de leden van het Sanhedrin en de landvoogd met elkaar te kijven. De Joden zeggen daar: Jezus gaat de Romeinen aan. De Romein zegt daar: Jezus gaat de Joden aan. Maar God spreekt daar: Mijn Zoon, mens geworden onder de mensen, gaat de één en de ander aan. En verklaarde de Heiland Zelf niet eens: 'Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen, en het zal worden één kudde en één Herder"?
We denken nog eens aan Jezus' woord tot Nicodemus. Toen Israël in de woestijn door giftige slangen was gebeten, mocht Mozes een koperen slang op een stang plaatsen. Die koperen slang stak boven de tenten uit, want iedereen moest ze kunnen zien. En wie er gelovig naar keek, bleef leven. Zo plaatst God in deze wereld het kruis van Zijn Zoon boven de woningen van de kinderen des doods, die door de oude slang zijn gebeten. We denken ook nog eens aan wat Hij sprak tot de scharen. Zijn verhoging eindigt via het kruis in de hemel. En vandaar ontrukt Hij Zijn volk aan de duivel en verbindt Hij het aan Zich. Hij vergadert Zijn Kerk uit Joden en heidenen. Nu kunnen ook wij tot haar behoren. Vertrouwen we ons middenin de dood aan Hem toe? Ze wordt een grote schare, die niemand tellen kan, uit alle natie en geslachten en volken en talen!

Joh. Bos, Otterlo

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Jezus’ dood een sterven aan het kruis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's