De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Opdat de wereld gelove

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Opdat de wereld gelove

9 minuten leestijd

Belijdenis doen is eenpersoonlijke zaak, het is een zaak voor het Aangezicht van de hoge God, het is óók een zaak voor het aangezicht van de gemeente. Maar het is ook – om zo te zeggen – een belijdenis voor de wereld. Zoals de kerk getuigend in de wereld is gesteld en daar de Naam van haar God belijdt, zo staat elk lid van de gemeente als deel van het geheel in de wereld.
Hoor Israël, de Heere onze God is een enig Heere', klinkt het als een klaroenstoot in het Oude Testament (Deut. 6 : 4), als een getuigenis naar de omringende volken, dat de God van Israël alléén God is. En de Nieuwtestamentische gemeente voegt er eveneens als een getuigenis naar de wereld aan toe, dat Jezus Kurios, dat Jezus Heere is.
Zó staan ook de afzonderlijke leden als getuigen in de wereld en het afleggen van de openbare belijdenis voor God en de gemeente heeft daarom ook een aspect naar de wereld toe: 'gij in uw kleine hoekje en ik in 't mijne.'

Gezonden in de wereld
In het machtige hoofdstuk Johannes 17, waarin Jezus aan de ingang van Zijn lijden en de daarop volgende verheerlijking Zijn hogepriesterlijk gebed uitspreekt, zegt Hij: 'Ik bid niet dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van de boze.' Christus bidt dit in eerste instantie voor de discipelen, die er straks als apostelen op uit moeten de wereld in. 'Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb Ik hen ook in de wereld gezonden', zegt Hij. Calvijn zegt hierbij, dat het behoud 'der vromen' niet hierin bestaat, dat zij 'bevrijd van alle moeite rust en weelde genieten maar dat zij temidden van de gevaren door de hulp Gods bewaard worden.' Zoals Christus ten laatste werd uitgestoten uit deze wereld zo kwamen de apostelen, ook in de gevaren, in de vervolging vanwege de enige Naam, maar ze zijn in alle beproeving bewaard.


Christus bidt intussen niet alléén voor de discipelen, die er met het Woord op uit moeten, de wereld in. Achter hen ziet Hij de gemeente, die er komen zal dóór de tijden en óver de wereld. 'Ik bid niet alleen voor dezen maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven zullen.' Het gaat hier om alle discipelen, die er zijn zullen tot het eind van de wereld, zegt Calvijn. Daar horen al diegenen, die vandaag hun jawoord uitspreken, óók bij. Ook voor hen, die vandaag met een waarachtig hart de Naam mogen belijden, geldt wat Calvijn verder zegt, namelijk dat deze bede van Christus 'een veilige haven (is), waarin elk die erheen vlucht, veilig is voor alle gevaar van schipbreuk.'

Intussen trekt Christus direct de lijn door van elk van de gelovigen persoonlijk in de wereld naar allen: opdat zij allen één zijn! Het gehele Lichaam van Christus, de gemeente van alle plaatsen, wordt present gesteld als een heilige eenheid in Hem, die het Hoofd is van het Lichaam. En dan komt opnieuw de wereld in het blikveld: 'opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.' De wereld is hier niet de wereld der uitverkorenen, zoals wel is gesteld. Het is – zegt Calvijn – de wereld, waarover in het hele hoofdstuk gesproken is; de wereld, waarin de discipelen en degenen, die hun woord horen en geloven, gezonden worden en waarin ze bewáárd worden. De wereld van al die, mensen, die niet in de Enige Naam hun behoud gevonden hebben. Aan de gemeente als geheel en de gelovigen afzonderlijk zál de wereld zien, dat Christus in de wereld gezonden is. Opdat de wereld gelove! Dat is geen geloven in de zin, waarin de gemeente gelooft. Het is bekennen, overtuigd zijn, er niet omheen kunnen te erkennen de 'hemelse en goddelijke heerlijkheid van Christus', zegt Calvijn; eraan toevoegend, dat zij 'gelovende toch niet geloven omdat dit besef niet doordringt tot de diepte der ziel.'


Het is als met wat de Schrift zegt van de aard van de prediking van Paulus. 'Want wij zijn Gode een goede reuk van Christus in hen die zalig worden én in hen die verloren gaan.' Dus óók in degenen die verloren gaan! Het present zijn van de kerk, van de gemeente in de wereld heeft de kracht van een tweesnijdend zwaard. En zó staat ten diepste ook hij of zij, die de Naam beleden heeft of vandaag belijdt, in die traditie van de kerk der eeuwen: tot een getuigenis in de wereld, tweesnijdend!

In 1979
Al wat Christus in het Hogepriesterlijk gebed gebeden heeft, heeft tot vandaag geldingskracht. Ook vandaag zijn wij gezonden in de wereld, en worden wij bewaard in de wereld en zullen wij er zijn tot een getuigenis in de wereld: opdat de wereld gelove, bekenne, erkenne de onvergelijkelijke kracht van het evangelie; óók wanneer die wereld er zelf niet aan ráákt of toe komen kan.
De wereld van nu: een wereld van raketten en kernwapens, van computers en telecommunicatie, van techniek en economie, van wetenschappelijke kennis en ongekende mogelijkheden; een wereld óók vol geweld, onrecht, discriminatie, ideologie, liefdeloosheid. Kortom een wereld, waarin Jezus zo vér schijnt te zijn van de verschijnselen van elke dag. Een wereld waarin we intussen toch ook als belijdende christenen onze weg gaan, door de gemechaniseerde en geautomatiseerde bedrijven, door de papierwinkels van het gestroomlijnde leven, door de wetenschappelijke ontwikkelingsprocessen, in het moderne onderwijs, in het leger met de gigantische vernietigingsmogelijkheden van heden, in handel en economie, waarin eigen wetmatigheden schijnen te gelden! Wat is er dan concreet waar te maken van ons belijdend christen zijn in deze wereld?
En toch, Jezus bidt niet, dat God ons uit de wereld, ook niet de wereld van vandaag wégneemt, maar dat Hij ons erin bewaart. En Hij bidt dat zij, de apostelen, en achter hen wij, die door hun woord in Hem geloven geheiligd mogen zijn in de waarheid. Want ván de wereld zijn zij (wij) niet.
Het christen zijn zal ook vandaag zichtbaar zijn, kenbaar zijn aan woord, daad, houding. In een woord, gesproken op zijn tijd. In een beker koud water, gegeven dichtbij en ver weg. In een houding, die gestempeld is door dat gevoelen, dat ook in Christus Jezus was (Fil. 2:5), die nl. de gestalte van een dienstknecht aannam.

Consequenties
Belijdenis doen heeft consequenties naar de wereld toe, óók al kan niemand in zijn of haar eentje de wereld veranderen. Maar aan de wereld zál en mág geleden worden, vanwége het evangelie, en er zál en mág zó in geleefd worden alsof door ons zijn daarin veranderen zal. En dat niet als opgave maar als gave in de eerste plaats. We wórden en zijn gezonden in de wereld. We zenden niet onszelf. Daarom is er ook geen enkele reden om triumfantelijk door de wereld in al de levensverbanden rond te stappen. Het zal soms hinkend gebeuren, lijdend aan de godevijandige, de a-christelijke tot anti-christelijke verschijnselen, maar desalniettemin met verwachting, omdat de eigenlijke Lastdrager alles in handen heeft.


Belijdenis doen heeft zo consequenties naar de stembus toe; naar de conferentietafels toe in bestuur en bedrijf; in de school en de wereld van de omroep; naar de werkplaats toe, óók al is daar de Tros troef en radio-pop-drie aan de orde van de dag; naar de verpleging toe, waar die ene beker water, in woord en gebaar, de hand van Christus zichtbaar maakt; naar het leger toe waar bespreekbaar gemaakt moet worden wat nauwelijks nog bespreekbaar lijkt; naar die omgeving toe waar het 'gij geheel anders', dat onze levensstijl bepalen mag, nauwelijks nog geaccepteerd, laat staan gepraktiseerd wordt; naar de kring toe waar niemand meer bidt en toch nog even om stilte wordt gevraagd; naar de handel toe, waar de concurrentie bijna roept om dubbele bodems in het handelen; naar het verkeer toe waar een mensenleven aan zijden draden kan hangen; kortom naar het contact met mensen toe, die aan ons zien en horen zullen, dat wij voor God en de gemeente 'ja' hebben gezegd. Opdat de wereld gelove!

Gevolgen
Het geloven, het bekennen van de wereld, die wereld blijft, kan dunkt me op twee manieren aan de dag treden. Geweldig is het natuurlijk als de wereld wereld-af wordt. Dat is ten diepste de bedoeling van het getuigenis van kerk en christen in de wereld. Zo is door de tijden heen het evangelie wervend door de wereld gegaan. Zó heeft Willibrord, 'de man op het peerd', ons land aangedaan en heeft het getuigenis des Geestes een stuk wereld omgezet in gemeente. Zo gaat het ook vandaag door, ook via het persoonlijk getuigenis van hen, die door het apostolisch getuigenis in de ene Naam hebben leren geloven. Maar de wereld, die wereld blijft, kan globaal genomen op twee wijzen reageren op het christelijk getuigenis. Het kan zijn, dat stilzwijgend beaamd wordt wat kerk en christen belijden, terwijl men het toch innerlijk niet aanvaardt. Het raakt wel het geweten maar niet de ziel. Er kan – zeker in toegespitste situaties – even een indruk zijn maar het is niet doorslaggevend, niet blijvend.
De tweede mogelijkheid is, dat in alle felheid, in notoire vijandschap gereageerd wordt. De openlijke blasfemie, de laster van de Naam vindt tendiepste alleen dáár plaats waar van die Naam ook getuigd is en wordt. Het lasteren van de Naam in woord en geschrift is eigen aan een vanouds christelijke samenleving, als bijvoorbeeld de onze. Deze blasfemie kan óók een kant zijn van het bekennen van de wereld, dat God Christus in de wereld gezonden heeft eri dat de apostelen en allen, die door hun woord in Hem geloven, méégezonden zijn.

Blijvend
De roeping tot getuige zijn is daarom blijvend, of de wereld er nu gelaten of in fel verzet op reageert. Opdat de wereld gelove! Ik denk aan die christelijk-sociaal werker, die ik in Surabaya ontmoette. Met weinig middelen werkte hij in die miljoenenstad met haar grote nood. Het dienstbetoon in woord en daad leek een druppel water op een gloeiende plaat. Op de vraag of dat niet om radeloos van te worden was zei hij: men moet zich niet afvragen wat er allemaal zou moeten gebeuren maar wat men dagelijks doen mág.
Gezonden in de wereld als belijders van de Naam! Opdat zij allen één zijn! Opdat de wereld gelove!

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Opdat de wereld gelove

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's