Boekbespreking
Door het oog der profeten, A. Luijben, Soest, 363 blz.
De schrijver, geen theoloog of historicus, maar een man, die door jarenlange schriftstudie zich gedrongen voelde tot schrijven, laat ons in dit omvangrijke boekwerk zien, dat het allemaal in de Bijbel staat: de oliecrisis, het regiment van Adolf Hitler, de rol van China, Japan, Amerika en het Midden-Oosten temidden van al die grootmachten, Israël en de Kerk in het laatst der dagen. Wat de profeten hebben geschouwd en wat ons in het bijzonder het laatste Bijbelboek voorzegt, is geschiedenis geworden en het is bezig geschiedenis te worden. Want de Bijbel is als een spoorboekje, waarin precies is aangegeven, hoe laat de trein vertrekt. Het is de heer Luijben gegeven om in eenvoudige en klare taal over dat alles te schrijven. En het opvallende door heel het boek heen is daarbij vooral zijn grote liefde voor het volk Israël, beter gezegd voor Isrêls God, Wiens verbondsbeloften, aan Israël gedaan, niet falen zullen. Er ligt in alles, wat ons in dit boek geboden wordt, een sterke uitnodiging om het nog eens nauwkeurig na te kijken: Hoe spreekt de Heere in Zijn Woord? Betekent dat wat voor onze tijd? Heer', ai maak mij Uwe wegen…! Dat biddend lezen van de Schrift maken wij graag met de schrijver van dit boek mee. En tegelijk voelen we ons bij het lezen steeds weer teruggeworpen op de vraag, die aan alle antwoord-geven voorafgaat, nl.: Hoe hebben wij de apocalyptische taal van o.a. de boeken Daniël en Openbaring te verstaan? Dat het alles met historie, met onze historie te maken heeft, dat het onthulling van een beslissend gebeuren in het raam van de eindtijd is, mag niet ontkend worden. Toch is het vóór alles een ingrijpende vraag, hoe de lijnen van de apocalyptische beschrijvingen naar de geschiedenis moeten worden doorgetrokken. De historische uiteenlegging van die beschrijvingen is een zaak, die met de grootste voorzichtigheid dient te geschieden. Wat God ervan in de geschiedenis vervult, is achteraf beter te zien dan vooraf profetisch in te vullen. Apocalyptische taal is stellig in alle opzichten symbolische taal. Woorden, namen, getallen, die daarin naar voren komen, roepen gedachtenwerelden op, meer dan historische en geografische realiteiten. Ik denk b.v. aan Openb. 11, waar gesproken wordt over de twee getuigen, wier lichamen liggen op de straten van Sodom en Egypte, waar onze Heere gekruisigd is. Sodom roept een wereld van zedeloosheid op, Egypte een wereld van vijandschap. En dat is die wereld, waar Jezus aan te gronde ging. Daarom (vanwege deze associaties) kunnen Sodom, Egypte en Jeruzalem zomaar naast elkaar voorkomen. Niemand kan zoiets geografisch invullen. Een ander voorbeeld is het getal 1000. In het chiliasme altijd letterlijk opgevat. Maar zo goed als b.v. het getal 144.000 en het getal 666, heeft ook het getal 1000 symbolische waarde. Het duidt de beslissende laatste episode van de wereldgeschiedenis aan, de eindtijd, die met Christus eerste komst naar de aarde is ingeluid. Maar dat is dan ook de tijd, waarin wij leven. En juist in die tijd mag het zwaargeladen Bijbelwoord van het boek der Openbaring ons aangrijpen, ons waarschuwen, ons bemoedigen om te zien op Hem, Die in de geschiedenis der volken zijn verlossend Woord spreekt. En daartoe roept het boek van de heer Luijben ons op iedere bladzijde op.
C. den Boer, Woudenberg
J. Thomas, Het luistert nauw, 121 blz. ƒ 14,90. Kok, Kampen 1978.
Het gaat in dit boekje over het gesprek tussen gemeente en predikant over de prediking. Juist omdat de preek in de eredienst en het leven der gemeente zo'n belangrijk gegeven is, bepleit de schrijver een zorgvuldig bezig-zijn samen met de gemeente in dit werk. De schrijver waarschuwt voor het isolement van de predikant, voor de monoloog, voor de afstand die er tussen predikant en gemeente is en die vaak al of niet stilzwijgend in stand gehouden wordt. De eigentijdse nadruk op mondigheid en mee-willen-denken verdraagt een dergelijke monologische monopoliepositie niet meer. Kerkgangers willen er bij betrokken worden, willen meedenken en meepraten. En geen predikant bewijst zichzelf en de gemeente een dienst als hij zich dat alles van het lijf houdt. Daarom pleit de auteur voor preekwerkgroepen die een representatie van de gemeente behoren te zijn. De prediking is taak van de gemeente. Daarom dient die gemeente erbij betrokken te zijn.
Wie een preek voorbereidt dient naar twee kanten te luisteren: Naar de bijbeltekst én naar de hoorder. Het sympathieke van dit boekje is dat de schrijver hoge betekenis aan de preek toekent, en haar niet wil vervangen door andere gespreksvormen. Terecht wijst hij op het dialogisch karakter van de preek, waarin de hoorder met zijn vragen aanwezig moet zijn.
Toch heb ik me al lezend afgevraagd: Doet de schrijver niet wat te kort aan het tegen-over van de prediker als ambtsdrager ten opzichte van zijn gemeente? Liggen er in de kwestie van de communicatie toch niet een aantal knelpunten die hier m.i. te gemakkelijk weggewerkt worden? De dialoog heeft toch grenzen? God heeft het eerste en het laatste woord. Daaraan zijn prediker en gemeente gebonden. De vraag: Wat wil de tekst? ligt toch op een ander nivo dan de vraag: Wat gaat er om bij de luisteraar? Ook heb ik moeite met de wijze waarop de schrijver de preek onderdeel laat zijn van de liturgie. Dat is m.i. een andere visie dan de reformatorische, met name Calvijnse, visie op de plaats van de prediking in de eredienst.
En wat de werkgroepen betreft, ik moet toegeven dat een gezamenlijke preekvoorbereiding bijzonder vreugdevol en vruchtbaar kan zijn, zoals ook een gesprek op huisbezoek van de pastor-prediker met een gemeentelid over de komende preek winst kan opleveren. En voor zo'n gezamenlijke voorbereiding geeft de auteur waardevolle adviezen. Maar ik meen dat de nuchterheid toch gebiedt ons te zeggen dat het uiteindelijk toch de predikant is die de preek maakt en dat ook moet blijven doen, principieel en praktisch! En we zullen in een voorbereidingsgroep duidelijk moeten zeggen dat de gezamenlijkheid zijn grenzen heeft. Anders kan het onnodige ergernissen opleveren van mensen die zich 'genomen' voelen als hun opmerkingen in de uiteindelijke preek niet terugkeren.
Tenslotte, wat betreft de kwestie van de polarisatie meen ik dat de zaak ingewikkelder ligt dan de schrijver doet vermoeden. Het is maar niet een accentverschil in geloofsbeleving. Daarvoor zijn helaas de tegenstellingen vaak te groot.
Een in verschillende opzichten instruktief boek, dat tegelijk toch nogal wat vragen oproept.
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's