De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Cornelis Carel Callenbach (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Cornelis Carel Callenbach (1)

Zij die bleven (15)

8 minuten leestijd

Onder de orthodoxe predikanten, die in de tijd van de Afscheiding, de Nederlandse Hervormde kerk trouw bleven, neemt ds. C. C. Callenbach niet de voornaamste plaats in. Wel is hij ongetwijfeld één van de meest invloedrijke predikanten geweest, die althans een deel van de kerk weerhouden hebben van de breuk met de oude vaderlandse kerk. Callenbach's kracht lag niet in de kerkstrijd, of in strijdgeschriften, maar in zijn rustige, warme en bijbelse prediking. Hij was een geliefd prediker en vrijwel al zijn uitgaven zijn aan de zondagse eredienst verbonden. Zijn 'Kerkredenen' en losse preken werden meerdere malen herdrukt.
J. C. Rullman noemt hem in zijn boek 'De Afscheiding' te 'Vreesachtig' om zich bij de voormannen van de Afscheiding aan te sluiten. Vooral zijn wat oudere leeftijd zou daarbij een rol hebben gespeeld. Dat is een onbillijke bewering. Ds. C. C. Callenbach heeft, misschien nog wel meer dan anderen, heel bewust gekozen voor het blijven in de Nederlandse Hervormde kerk. Het is de vrees niet, die hem weerhoudt van het uittreden uit de kerk, integendeel. Het geloof dat God niet varen laat wat Zijn hand begon, geeft hem de moed te blijven in een kerk, waarvan hij belijden moet dat de 'scepter van het ongeloof erin zwaait'.
Overigens was voor blijven in Callenbach's geval zeker zoveel moed nodig, als voor een eventuele afscheiding. Wat familie-banden betreft is Callenbach met voormannen van de Afscheiding verbonden. Zijn vrouw heette Catharina Hendrika Meerburg en was een zuster van ds. G. F. Gezelle Meerburg, die te Almkerk, na in 1835 vanwege de gezangenkwestie geschorst te zijn, met een groot deel van zijn gemeente van de Hervormde kerk zich afscheidde. (De zoon van ds. Callenbach, die de bekende uitgeverij te Nijkerk begon met het uitgeven van preken en stichtelijke werkjes van zijn vader, heet naar dezelfde grootvader: Georg Frans). Voor zover mij bekend, heeft Callenbach's blijven in de kerk de goede familiebanden in de familie Meerburg nooit verstoord. In ieder geval zitten in 1835 ds. Callenbach en ds. Gezelle Meerburg broederlijk naast elkaar onder het gehoor van ds. Scholte, die in een schuur in Sprang voorgaat.

Ontmoeting met ds. De Cock
Trouwens ook met de andere voormannen van de Afscheiding is de persoonlijke verhouding goed en broederlijk geweest. Als Callenbach de eerste brochure van Hendrik de Cock leest, zendt hij hem spontaan een sympathiebetuiging. De verdediging van de gereformeerde leer tegenover de theologie van de Groninger richting is Callenbach kennelijk uit het hart gegrepen. Later ontmoeten zij elkaar persoonlijk. In het voorjaar van 1834 maakt De Cock, met het verzoekschrift van de kerkeraad van Ulrum, zijn reis naar de koning in den Haag. De Cock belt 's morgens om 8 uur aan bij de Nijkerkse pastorie. Hoewel zij elkaar niet eerder hadden ontmoet, opent toch Callenbach als voor een goede vriend de deur. Enkele dagen blijven ds. De Cock en zijn medereiziger daar logeren. Vriendelijk hebben zij met elkander gesproken en als zij verder moeten begeleidt ds. Callenbach zijn gasten naar Utrecht waar ds. Kohlbrugge bezocht wordt.
Van deze logeerpartij vertelt men in de familie Callenbach het volgende verhaal. Het werd mij meegedeeld door een achter-kleinzoon van ds. C. C. Callenbach, ds. G. F. Callenbach, die nu eveneens te Nijkerk als emeritus-predikant woont. Op een bepaald moment moet ds. De Cock gezegd hebben: 'Callenbach, wij zijn toch ééns Geestes, sluit je toch bij ons aan.' Waarop de gastheer het antwoord geeft: 'Ja, De Cock, wij zijn ééns Geestes. Maar, als je moeder hoereert, blijft zij toch je moeder! Daarom kan ik niet meedoen en haar verlaten.' Een m.i. ds. Callenbach typerend antwoord; niet de vrees, maar de liefde tot een weliswaar diep gevallen kerk doet hem blijven. Zijn keuze te blijven is zeer bewust genomen. Hij voelde zich geroepen te blijven op de plaats die de Koning der kerk hem had toevertrouwd.
Een ander voorval maakt evenzeer duidelijk dat Callenbach wel over kerkmuren kon heen zien, maar bewust in eigen gemeente en kerk bleef. In februari 1840 ontvangt hij van de kerkeraad van de Leidse afgescheiden gemeente, waar hij wel eens gepreekt had(!), een brief waarin de broeders hem opwekken de verdorven Hervormde kerk te verlaten en de zijde van de Afscheiding te kiezen. In 1841 ontvangt hij van die gemeente zelfs een beroep. Zijn antwoord is dat hij voor dit beroep bedankt én als voornaamste reden daartoe geeft hij op: dat hij nog niet van de Ned. Herv. kerk gescheiden is en dat hij ook meent dat niet te mogen doen, voordat hij alles beproefd heeft om een hervorming in de Hervormde kerk te verkrijgen. Alles wat in zijn vermogen ligt, zal hij aanwenden tot het herstel van die kerk.

Levensloop
Nu eerst echter volgen wij de levensloop van ds. Callenbach. Cornelis Carel Callenbach werd 28 januari 1803 in Amsterdam geboren. Zijn vader, Cornelis Callenbach, was daar kleermaker. Hij studeerde eerst aan het Atheneum in zijn vaderstad en later aan de Theologische faculteit van de universiteit van Leiden. 22 jaar is hij oud, als hij op 3 augustus 1825 door het provinciaal kerkbestuur van Noord-Holland geëxamineerd wordt en tot de Evangeliebediening wordt toegelaten. Diezelfde maand nog ontvangt hij een beroep naar de gemeente Kortenhoef. 13 november bevestigt de consulent van die gemeente de jonge candidaat tot dienaar des Woords. In de intrededienst kiest hij als tekstwoorden voor de prediking: 2 Kor. 12 : 9a 'En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.' In de drie jaar die hij in Kortenhoef blijft, ontvangt ds. Callenbach zeer veel beroepen, waaruit blijken mag dat hij vanaf zijn begin als predikant een geliefd prediker is geweest. Dat hij het in die gemeente goed gehad heeft blijkt uit de tekst die hij voor zijn afscheid, 29 juni 1828, kiest: Jesaja 49 : 14 en 15. 'Doch Sion zegt: De Heere heeft mij verlaten, en de Heere heeft mij vergeten. Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontferme over de zoon van haar schoot? Ofschoon deze vergate, zo zal Ik toch u niet vergeten.'

Nijkerk
De gemeente Nijkerk heeft voor haar tweede predikantsplaats ds. Callenbach beroepen. Deze neemt de roeping aan en wordt 13 juli 1828 door zijn collega te Nijkerk, ds. B. Moorrees, bevestigd. Ds. Moorrees heeft niet lang naast hem gestaan. Hij kreeg betrekkelijk kort daarop ziekte-verlof en is daarna naar Wijk verhuisd. Als collega begroet hij zijn mededienaar zeer hartelijk en spreekt sympathieke woorden over de gemeente Nijkerk. Hij neemt nl. als tekst voor de dienst van bevestiging Hand. 18 : 9 en 10: 'En de Heere zeide tot Paulus door een gezicht in de nacht: Wees niet bevreesd, maar spreek, en zwijg niet; want Ik ben met U, en niemand zal de hand aan u leggen om u kwaad te doen; want Ik heb veel volk in deze stad.' 33 jaar lang dient ds. Callenbach de gemeente Nijkerk. Ruim 30 jaar eendrachtig met zijn nieuwe collega daar ds. S. J. de Hoest. Bij zijn afscheid zal hij hem noemen: mijn gewenschte ambtgenoot, met wien ik eene reeks van 30 jaren in de bediening des Evangelies lief en leed gedeeld heb.' Veel lief en leed is daar in Nijkerk over het gezin Callenbach heengegaan. Zo zelfs dat de naam Callenbach en de plaats Nijkerk tot op deze dag met elkaar verbonden zijn gebleven. Er werden kinderen geboren, twee daarvan stierven als baby, één op wat oudere leeftijd met (zoals de vader bewogen zegt) 'de genade als een oceaan in 't gezicht.'
Het begin van het jaar 1856 is voor ds. Callenbach een zeer moeilijke tijd. 19 januari wordt hij ernstig ziek en ligt met zware pijnen te bed Terwijl hijzelf wat opknappen mag, wordt zijn vrouw door dezelfde ziekte aangegrepen. Twee dagen later, zaterdag 2 februari sterft zij zeer onverwacht. Juist aan de vooravond van hun 30 jarige huwelijksdag is zijn trouwe levensgezellin hem ontvallen. Een geweldige slag voor predikant en gemeente. Callenbach zegt ervan: 'Van toen af had mijne herstelling geen voortgang. Later stortte ik in, en – ik heb meer dan eens onder zware zielestrijd en krachtuitputting gemeend, dat mijne laatste uren geslagen waren. Ik nam, zo goed ik kon, afscheid van mijne kinderen en beval hen der liefde en der ontfermingen Gods. Maar – wat ik gedacht had, had de Heere niet gedacht. Hij wilde mij voor u en voor mijn gezin gespaard hebben, en – na een langzaam terugkeren mijner gezondheid en krachten, mag ik thans voor u staan en u het woord der verzoening verkondigen.' Dan volgt de preek die ds. Callenbach 11 mei 1856, na zestien weken van ziek zijn, in Nijkerk gehouden heeft. Indrukwekkend zijn de dankwoorden waarmee de prediking begint, aan het adres van de dokter en aan ds. de Hoest voor hun betoonde medeleven en vertroosting uit het Woord, 'Maar', zo gaat hij verder, 'boven alles dank ik in diepe ootmoedigheid Hem, die mij spaarde en ons, geliefde gemeente, u en mij aan elkander weder schonk; moge het tot Zijne eer, tot onze zaligheid zijn. Ik heb in eene belangrijke school getoefd, de kruisschool onzes Heeren, moge het uit mijne prediking en geheelen omgang met u openbaar worden, dat ik er niet tevergeefs gewigtige lessen heb ontvangen.' De tekst die hij voor deze prediking heeft gekozen vertolkt zijn diepste gevoelen en zijn geschokt, maar niet gewankeld hebbende geloof: 'De Heere is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken.'

H. Harkema, Brakel

P.S. Helaas kan ik nergens het m.i. belangrijke boekje van ds. Callenbach 'De roeping en uitzichten van den getrouwe evangeliedienaar'. Amst. 1835 bemachtigen. Kan één der lezers mij daarbij helpen en het mij lenen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Cornelis Carel Callenbach (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's