De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijdenis doen voor jezelf

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijdenis doen voor jezelf

10 minuten leestijd

Het was die avond laat geworden op de belijdeniscatechisatie. De gesprekken waren uitgedijd. De stof was wel behandeld, maar tegen het uur van het einde kwam opeens de vraag: hoe weetje nu, dat je gelooft? Of we het nu wilden of niet, op die vraag moesten wij ingaan, want ze raakte de kern van heel de belijdeniscatechisatie. Het bleek ineens, dat een mens – of hij nu oud is of jong – nooit voorbijlopen kan aan de vraag hoe het leven met God zich weerspiegelt in zijn ziel. Ondanks alle nieuwe theologieën, ondanks alle oppervlakkige humbug van onze tijd kwam hier opeens de vraag van alle eeuwen naar voren: hoe krijg ik een genadige God? Hoe beleef ik nu doqr het geloof God als mijn God?

Kern
Geen wonder dat op die avond de klok al maar verder draaide, zonder dat iemand het opmerkte. Blijkbaar hadden wij een punt bereikt dat ons diepste zielsbestaan aanraakte. Aandachtig waren die gezichten van die jonge jongens en meisjes naar het midden gericht. Onvergetelijk. En toen sloegen wij het oude Woord op en de Nederlandse geloofsbelijdenis naar het negende artikel. Ongemerkt waren wij verzeild in een onderwerp met een ronduit piëtistisch karakter. Dat is nu helemaal geen bezwaar, want het piëtisme is nu zo direct geen vervaltijd, maar juist een bloeitijd in de kerkgeschiedenis geweest. Er is natuurlijk wel een gevaar voor een overmaat van aandacht voor het eigen geestelijk leven. Uiterst consequent doorgevoerd kan dat leiden tot rationalisme, maar daar was in deze kring niet bepaald aanleiding voor. Ineens schoot omhoog als een waterstraal uit een fontein: hoe beleef je je geloof? In discussie kwam de vraag: uit welke kenmerken kan je nu opmaken, dat je echt gelooft? Natuurlijk is de vraag naar kenmerken wel legitiem, als we die maar nooit overschatten. Het gaat om het voorwerp en middelpunt van het geloof: Jezus Christus, Hij is het belangrijkste. Het subject van het geloof verliest zich in, steunt op het object van het geloof.

Drieëenheid
Het genoemde artikel uit de Nederlandse geloofsbelijdenis stelt dat wij van de drieheid der personen in God weten uit de getuigenissen van de Heilige Schrift, als ook uit hun werkingen en voornamelijk uit degenen, die wij in ons gevoelen. De belijdenis leert dus geen deïsme, een God die zich onzijdig houdt van zijn schepping, maar een theïsme, een God die schept en met zijn schepselen rusteloos bezig is. God houdt gemeenschap met zijn kinderen. Er is zelfs sprake van een genieting Gods. Een liefdedienst en liefdesbetrekking. Je weet dat je gelooft, wanneer drie stukken je deel zijn. Die stukken ontlenen wij aan de Heidelbergse Catechismus. Om getroost te leven en zalig te sterven moet je wetenschap in je omdragen omtrent de grootheid van je zonde en ellende, vervolgens moet je ondervinding hebben van de verlossing daarvan en tenslotte van de dankbaarheid daarvoor.

Zondekennis
De Schrift heet wel Evangelie, maar ze brengt de Blijde Boodschap niet direct. De Schrift dient om ons zondaar te maken! Dat is een wonder. Zelfs onze natuurlijke kennis en opmerkingsgave om van het onvolledige en ontoereikende van ons mensenbestaan kennis te dragen is nog geen zondekennis. De natuurlijke kennis stamt uit onszelf, onze middelen van kennisbereik. Ze zetelt dus in ons oordeelsvermogen. Maar nu wil de Heilige Schrift ons brengen voor de troon van God. Ze wil ons als vijand van God openbaren. Het menselijke eigenzinnige ik vernietigen door hem als opstandeling aan te merken. Wij moeten leren ere te geven aan God in zijn vreselijke heiligheid. Dat is de wegbereiding tot Christus.
De formulering in de Heidelbergse Catechismus luidt terecht: hoe groot mijn zonden en ellende zijn – zie, dat moet ik nodig weten. Het gaat niet alleen over de kwaliteit, maar ook over de kwantiteit van het schuldbesef. Het doel van de Heilige Schrift en het werk van de Heilige Geest is ons als mensen te overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel. En dat op zo strenge en geweldige manier, dat wij God als Verlosser behoeven. Wij moeten leren groot te denken van de zonde om groot te denken van God. Juist naarmate wij God in Zijn grootheid leren zien, zullen wij onszelf zien in de diepte van onze ellende. Het derde stuk heeft dus tot thema: de eer aan God toe te brengen uit schepselmond. Het eerste stuk is de verhoring van de bede; Uw Naam worde geheiligd. Het spreekt vanzelf dat wij hier dus geplaatst worden voor God als Schepper, voor wie wij de eer van zijn Naam hebben verzuimd. De kennis van ellende dient ook opdat wij God voor onze verlossing zouden dankbaar zijn. Wij zouden toch hoogst ondankbaar zijn, wanneer wij de grootte van het kwaad, waaruit wij worden verlost, niet kenden.
Om dat schuldbesef moet het ons te doen zijn. De mate daarvan wordt ons niet voorgehouden, maar als iemand zegt: ik mis het schuldbesef, zie, dan komen wij met de vraag: strijd je wel tegen je zonde en persoonlijke fouten? Meen toch nooit, dat God je dit leert hoe verdorven je bent, zonder persoonlijke betrokkenheid. God vernedert ons langs een weg van strijd tegen de inwonende zonde. Dan worden we spoedig gewaar hoe diep de weerstand tegen God in ons is. Iemand maakte ons eens bekend met de gouden regel: het diepste schuldbesef heeft hij, die de ervaring kent van de volkomen liefdeloosheid in zijn ziel voor God en de mensen. Dat is volkomen waar. Want wanneer ons leerboek vraagt: Wat eist de wet Gods van ons, dan is het antwoord: liefde tot God en de naaste. Wie dus in de spiegel der wet zichzelf ontdekt, ziet zijn leven als liefdeloos. Om daardoor gedrongen te vluchten tot Christus, die alleen geneest!

Verlossing
Ook bij het tweede stuk is de formulering gewichtig. Het is ons niet voldoende om te weten óf wij en dát wij verlost zijn. God geeft ons de Schrift, opdat wij tot in de diepste vezelen en bijzonderheden de weg der verlossing zouden kennen. Het is de kwestie hoé ik van al mijn zonden en ellenden word verlost. Voor een verlossing uit tijdelijke en lichamelijke nood is deze begrijpende kennis niet nodig. Een patiënt kan genezen, al verstaat hij ook niets van de medische of chirurgische behandeling. Ja, zelfs al kent hij de chirurg of de geneesheer helemaal niet.
Bij God is het anders. God wil dat de zondaar én het medicijn én de medicijnmeester kent. Verlossing is in wezen kennis van God. Geheel de Schrift door ontplooit God de geheimen van Zijn verlossende deugden en werken. Dit is het eeuwige leven, dat wij als zondaar God leren kennen, de Vader die zijn raad ter verlossing uitvoert. Maar ook de Zoon, die komt om te zoeken en zalig te maken wat verloren is en de Heilige Geest, die wederbaart en in alle waarheid leidt. De verlossing gaat niet als een dode machine buiten ons om. Maar ze woont en werkt in ons door genade. Wij worden, om zo te zeggen, redelijk en zedelijk verlost, met inschakeling van geheel onze menselijke persoonlijkheid. Wij gaan vragen om vergeving van zonden. Dat ligt niet altijd even vast bij ons. Hét geloof is dan ook een onrustig ding. Het gaat heen en weer. Wij staan in onszelf niet vast. Maar, Gode zij dank, de grond waarop wij staan is vast. Die is onbeweeglijk en solide. Zo nemen wij God in zijn barmhartigheid voor wat Hij zegt te zijn. Zo openbaart Christus zich in ons. Dat is een ontmoeting van vergeving en verwondering dooréén. Wij dachten te zullen sterven en zie, wij leven.uit ontferming.
Wij houden voor waarachtig al wat God in zijn Woord geopenbaard heeft, maar leggen daarna speciaal de nadruk op wat ons beloofd wordt in het Evangelie. Dit Evangelie bestaat niet alleen in de schuldvergiffenis door Christus, maar houdt evenzeer al Gods beloften voor het tegenwoordige en toekomende leven in, zoals deze alle in Christus Jezus ja en amen zijn.
De vrucht van dit geloof is niet enkel de vrede der schuldvergiffenis, maar daarin het kennen van God, die Zichzelf met ons verzoend heeft in de Zoon. Een leven met Hem, Die ons in genade tot zijn kinderen aannam. Een weten: mij zal niets ontbreken, want Hij verlaat mij nimmermeer. Zo breidt zich de vrede Gods in Christus uit over geheel ons leven, al onze gedachten, onze verdrukkingen, levensverhoudingen en onze zorgen. Wij weten: niets vermag ons ooit van zijn liefde te scheiden. Wij zijn niet bezorgd, de Heere is met ons. Zo zien wij de Onzienlijke en worden verzekerd: Gods Woord houdt stand in eeuwigheid.

Dankbaarheid
Ook hier weer die merkwaardige stijl: niet dát, maar hóe ik Gode voor zulk een verlossing zal dankbaar zijn. Dankbaarheid is een bestanddeel van de verlossing, herstel van het beeld van God; dus ook herstel van het leven naar de wet van God. Verhoogd en verinnigd door de liefde, die vraagt: wat zal ik de Heere vergelden?
De Heere geeft ons in deze vraag een helder antwoord. De Bijbel is het programma voor een dankbaar leven. Ja, de Bijbel wordt ons een gids in het land der dankbaarheid. De wegen van de liefdedienst voor Gods aangezicht worden daarin getrokken. Het gaat hier niet mechanisch toe, maar organisch. Wij leren de weg in de praktikale punten van liefde., De kennis van het derde stuk is nodig, opdat wij het goed weten: de plichten, die wij God; en de naaste bewijzen zijn geen verdiensten, maar alleen maar uitingen van dankbaarheid. Dankbaarheid verdringt het verdriet, wekt het besef van liefhebben en geliefd worden. Dankbaarheid geeft het leven waarde, omdat de kansen voor de levenstaak worden geopend. In de dankbare mens, die vraagt: wat zal ik doen, komt óp de begeerte Gods wil te kennen, concreet en precies, al de geboden, bevelen, en ordinanties, waarmee God ons leven Zich toeëigent en beheerst.
Hoe diep en breed dit veld van dankbaarheid is, wordt zonnenklaar in de 119e psalm waar de dichter de liefde tot Gods wet uitzingt. Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten.
Dikwijls is er in ons een klacht over gebrek aan dankbaarheid. Er is in ons zo weinig kracht om de zonde te overwinnen, heimelijk zit daarachter de begeerte om eerst te overwinnen en op grond van die overwinning het offer van dankbaarheid op Gods altaar te leggen. Wij zetten dan de heiligmaking voor de rechtvaardigmaking. Evenwel, de weg is niet met eigen overwinning te komen, maar zo schuldvol als wij zijn van genade te leren leven.
Dat alleen houdt ons behoeftig en nederig voor God. Wij wandelen met God. Wij weten dat de weg goed gekozen is. Wij hebben het ware levensdoel gevonden. Wij gaan rustig voort achter de Heere. Zo ontvangt het Woord kracht over ons en worden wij gebonden aan Gods wil. Wij vorderen in verootmoedigende zelfkennis, maar daarom ook meer in gebruik maken van Christus door het geloof.

Samenvatting
Hoe beleef je je geloof? Door je er van overtuigd te houden, dat het leven des geloofs niet buiten het verstand en het bewustzijn omgaat, maar door te beseffen: ook het weten is een funktie van het geloof, of liever het kennis dragen van goddelijke werkingen in ons hart.

Wij weten en gevoelen, dat wij met ons hart geloven en onze Zaligmaker liefhebben. Weten is leven. Niet weten is vegeteren. Een papieren geloof. Een plantenleven. Ik doe met heel mijn hart en verstand belijdenis des geloofs, wanneer ik weet, dat ik door schuldbesef verslagen ben voor God. 'Als ik oprecht toevlucht zoek bij Christus. Als ik door Gods Geest lust heb in Zijn Woord en Zijn geboden. De Geest van God overtuigt mij van mijzelf. Ik kan het niet laten!

A. v. Brummelen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Belijdenis doen voor jezelf

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's