Gedachten over levensstijl
Inleiding
Niet zo heel lang geleden ontvingen wij van lezers van dit blad enige brieven met allerlei vragen over de christelijke levensstijl. Het waren brieven met een sympathieke inhoud en wij proefden daaruit de worsteling van een geweten met allerlei vragen, die zich in de tegenwoordige tijd voordoen. Vooral wanneer wij ernst willen maken met het christelijk geloof staan wij onophoudelijk voor problemen, die wij maar niet met één handomdraai kunnen oplossen, maar die zorgvuldige toetsing van het geschreven Woord vragen. De schrijvers van deze brieven bedoelden niet gelijk te krijgen; maar enige wenken aan de hand waarvan ze hun levenshouding konden bepalen zouden hun toch wel zeer welkom zijn. Wij willen nu trachten hun antwoord te geven aan de hand van het Woord. Wij maken geen aanspraak op een volkomen gelijk. Het is zelfs mogelijk dat sommigen menen expres te zijn bedoeld. Laten ze dan weten dat ze het mis hebben. Wij willen alleen het Woord laten spreken. De apostel Paulus schrijft immers aan één van zijn gemeenten zeer duidelijk, dat ze er op moeten toezien voorzichtig te wandelen, niet als onwijzen, maar als wijzen; dewijl de dagen boos zijn, moeten ze de tijd uitkopen.
Fundament
Als wij in deze gedachten nu wat orde willen brengen, zullen ze van een gedegen grondslag moeten zijn voorzien. Het is immers gemakkelijk met een opgeheven wijsvinger allerlei geboden en verboden uit te delen, zonder te memoreren dat ze uit een bepaalde gezichtshoek dienen te worden vervuld. Welnu, wanneer ons gevraagd wordt hoe moeten wij als christenen leven, dan zeggen wij terstond dat dit bepaald moet worden van Christus uit. Anders verzanden wij onmiddellijk in de kille hoek van het wetticisme. Dat nu is ten enenmale niet de bedoeling. Wij menen, dat Paulus in de brief aan de Romeinen daartoe een uitstekend uitgangspunt biedt. Het twaalfde hoofdstuk van dat bijbelboek begint met deze woorden: Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehaaglijke offerrande, welke is uw redelijke godsdienst. Dat woord nu kan een handleiding zijn voor een werkelijke christelijke levenspraktijk. Maar, zo luidt de vraag, wat bedoelt de apostel daar dan wel? Met het twaalfde hoofdstuk begint een nieuw deel van de brief, dat echter geheel op het voorgaande rust en dat de apostel ook met zoveel woorden opent onder verwijzing naar de barmhartigheden des Heeren, waarvan de vorige hoofdstukken zo overvloedig spraken. Men zou eenvoudig kunnen zeggen dat Paulus hier begint met het stuk der dankbaarheid. Hoe zal ik mijn leven aan Christus in de weg van het geloof ten offer brengen? Dat is het kernpunt. De vermaningen, waardoor dat deel gekenmerkt wordt, beginnen met de eis van het offer. Er is geen gemeenschap met God mogelijk of bestaanbaar zonder dat. Dat het offer van het lichaam wordt gevraagd heeft bijzondere betekenis, vooral In het ücht van hoofdstuk zes. Niets mag in de totale dienst des Heeren worden verwaarloosd. Het brengen van het offer zij een godsdienst, duidelijker nog een eredienst, die in geest en waarheid geschiedt en de toewijding van het hart vraagt. Om het met een enkele trek te schilderen: de christen ligt met geheel zijn bestaan op het dankaltaar. Hij is dankoffer voor de ontvangen verlossing in Christus. Door de genade van Gods geest gaat hij de geboden van God doen uit dankbaarheid. Niet en nooit om er de zaligheid mee te verdienen.
Gevolgtrekking
Zulk een offerhouding, zulk een totale overgave aan Christus brengt verandering met zich mee. Het offer brengt altijd verandering mee. Het aanpassen aan deze wereld – zij is in tegenstelling met de toekomende wereld de verdorven wereld, die met God niet rekent – moet ophouden. In de vorm, dat is in de levenshouding mag de gelovige niet met die wereld overeenkomen. Hij ondergaat een gedaanteverwisseling, omdat zijn innerlijke omzetting niet kan verborgen blijven. Deze verandering maakt, dat hij gaat beproeven, dat is uitzoeken, wat Gods wil is, om die daarna als levensregel te volgen. Vandaar dan ook dat wij lezen: wordt dezer wereld niet gelijkvormig, maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven welke de goede en welbehaaglijke en volmaakte wil Gods zij. De echte dienst van God met ons leven bestaat dus hierin, dat wij leren kiezen en beslissen. Wij mogen niet geleefd worden, maar moeten leven. ledere beslissing brengt een neen en een ja met zich, een neen en een ja door de kracht van Gods geest, die in ons werkt. Dat betekent dat wij een zelfstandig kiezend mens worden, bewust en mondig door Gods genade. Wij drijven niet meer als wrakhout op de rivier, willoos en onbewust. Wij zijn geen product meer van de mening van de dag. Dát behoort thuis in een oude, voorbijgegane orde. De oude wereld heeft een dodende lotsbestemming. Ze terroriseert ons met haar fataliteit, met haar dwang. Wij bedoelen daarmee dat de oude wereld ons kan omknellen met haar wet en haar gebod. Sommige levensgemeenschappen worden in de diepte alleen maar gedreven door bloed en bodem, door geld en sexualiteit. In het Oosten spreekt daar van daarvan adat, de openbare mening omtrent wat wel of niet behoort.
Afwijzing
Wie nu door Gods genade deel heeft gekregen aan de nieuwe wereld, kan tot zulk een neen komen. Dat is een diep geestelijk neen. Het snijdt door eigen vlees en bloed heen. Hij kent een breuk in het bestaande. Hij kan niet meer blijven als vroeger, hij is niet meer zo onbevangen bij de aanvaarding en genieting van het gegeven wereldpatroon. Hij leert onderscheiden en proeven. Hij moet de zonde in en om hem heen leren zien in diverse gebieden. Waar het nieuwe leven der genade gaat ruisen, is ook, altijd het néén aanwezig. Enkele levensgebieden zullen wij noemen.
Wij denken aan het terrein van de mode. Dit woord wordt gebezigd om aan te geven de bepaalde vormen, kleuren en snit van de kleding, die in een bepaalde tijd in zwang zijn. De mode is een uitdrukking van het levensgevoel van een bepaalde tijd. In de mode is doorgaans datgene wat in een zeker tijdsbestek aan het begeren van de mensen beantwoordt of bevrediging schenkt. Het spreekt vanzelf, dat de christen zijn houding tegenover de mode moet bepalen. Haar invloed is te groot dan dat hij zich daaraan zou kunnen onttrekken. Dat de christen met de mode rekening houdt en haar volgt, is op zichzelf niet te veroordelen. Ook hier kan en behoeft hij niet uit de wereld te gaan. Verkeerd wordt het volgen van de mode pas, indien het zich gedragen naar een bepaalde mode in strijd brengt met de wet des Heeren. Opzichtigheid hebben wij zeker te mijden, smakeloosheid evenzeer. Ook wanneer de mode meer uitgaven vraagt, dan wij ons kunnen veroorloven, dienen wij op onze hoede te zijn. Wie geheel ouderwets gekleed gaat, trekt evenzeer de aandacht als wie een levend modeblad is. De oude raad: wees in uw kleding één mode ten achter is dikwijls zo verwerpelijk niet. Overigens: er zit in de mode ook een ontzettende dwang. Het spijt ons te bemerken, dat op begrafenissen zo weinig zwart of donker meer gedragen wordt. Men heeft, zo is de opmerking, geen zwarte kleding meer. Eerlijker zou zijn toe te geven, dat men het er niet voor over heeft. Want als er een bruiloft is, fonkelt het nieuwe u vaak tegen. Trouwens, er zijn europese volken, die bij een teraardebestelling onberispelijk gekleed gaan, zie maar eens naar het duitse volk. Is het niet veel klaarder te zeggen, dat het ons volk aan een goede stijl ontbreekt?
Een ander punt is de huwelijkskeuze. Hoe droevig is het vaak dat rnen elkaar ontmoet op een plaats, waar het bepaald niet welkom zou zijn psalmen te gaan zingen. Ja, hoor ik al roepen: Wat is er nu op zichzelf tégen dansen, bioscoop en vele andere pleziertjes. Daar zie je tenminste nog eens een aardige jongen of een aardig meisje. Hoe komen wij ooit anders met elkaar in contact? Wel – de dingen bestaan in deze wereld nooit op zichzelf. Alles wat er is en gebeurt, staat altijd in verband met heel veel anders. 't Hangt altijd ergens mee samen. 't Komt uit een bepaalde bron op en leidt naar een bepaald doel. Niets mag in ons leven los van Hem staan. Waar gaat het u in dit alles om? Alleen om eens te genieten? Of om er God werkelijk in te dienen? Het kon wel eens zijn dat hier op dit terrein gemeenten omhoogrijzen en vervallen. Huwelijken te stichten is wel een bijzondere liefhebberij van vele lieden, maar wij menen dat de overste dezer wereld er wel zeker de hand in tracht te hebben. Wij verzuimen maar al te vaak de voorbede voor jonge mensen in deze kwestie. Daarom, wie in de nieuwe wereld uit genade leeft, zal deze weg mijden en vlieden. Het is zeker, dat onnoemelijk veel verdriet geleden wordt, omdat men de liefde opofferde aan de gehoorzaamheid en zich biddeloos stort in een huwelijk dat voor het leven is bestemd.
Een volgend onderwerp is amusement en ontspanning. De veer kan niet altijd gespannen zijn. De ontspanning is van bijzondere waarde geworden, doordat het moderne leven met zijn overmatige bezigheden en verplichtingen zo dikwijls tot overspanning leidde. Gevolg daarvan is dat men een ware race bemerkt in vacantie, knutselarbeid, tuinieren en die ook beoefent op de dag van God. Er is veel meer vrije tijd dan ooit. Waarom dat dan op Gods dag? Trouwens, kan men ook niet reeds waarnemen de tekenen van onderspanning in vele levens? Er is geen neen, geen halt en eigenlijk nauwelijks een vreugdevolle voldoening meer, een heilige ontevredenheid, een stimulerend heimwee. De kuddeverzadiging; de ligstoel mentaliteit, het zijn nieuwe vormen van burgerlijkheid. Gaat er niet veel tijd verloren aan zinloze ontspanning en oeverloze verstrooiing? Juist op de zondag zouden wij trouw dienen te zijn in de beoefening van het onderzoek van het Woord. Dat wij, ook als gemeente van Christus, vaak op zo'n verstandelijk laag peil blijven staan, is te wijten aan het verzuim van vele goede mogelijkheden onze geest met nieuwe denkstoffen te vullen. Nog herinneren wij ons die boerin, die haar zondagen vulde met het klassieke werk van Augustinus: Belijdenissen. Zij verbaasde ieder in opmerkingsgave en denkkracht. Ons leven dient zich te hoeden voor een verstening en verdorring.
Wij zouden ook nog willen noemen de hardheid in de oordeelsvorming. Het valt op, dat zovelen liefdeloos elkander veroordelen omdat men niet hetzelfde levenspatroon volgt als gebruikelijk in een bepaalde sector. Men kan dat noemen progressief of conservatief. Maar het is in ieder geval zo, dat ongewogen en onbewimpeld iemand in de hoek gezet wordt. Een zekere ruwheid in de levenstoon wordt dan als stoer aangemerkt, om van het vloeken nog maar te zwijgen. Ook hier schuilt een onheiligheid in het christenleven, die nog veel te weinig gezien wordt als verkapte bunker van de boze.
Aanvaarding
Wij moeten een keuze doen uit een onnoemelijk aantal mogelijkheden. Het zal de lezer duidelijk zijn, dat maar een gering facet is aan de orde gekomen. Als in ieder geval ook maar bewustheid is ontstaan van het feit dat een bewuste koers om Christus wil nodig is. Een duidelijk neen, nu gevolgd door een bewust ja. In het ja ontplooit zich een persoonlijkheid. Er komt een vernieuwing, een hervorming, waarin het begin zichtbaar wordt van een andere wereld. Wie in deze wereld ja zegt, haar beaamt, geeft zich over aan de leiding van God. Het is een belijden, een bereidwillig-zijn, een klaar staan. De mens stelt zich beschikbaar. Hij zegt: ik ben tot Uw dienst. Maar wie klaar is om te, dienen, weet hij ook wat hij moet doen? Daarom gebruikt Paulus hier het woord beproeven; wij moeten leren onderkennen, beproeven, toetsen wat de wil des Heeren is.
Hoezeer geldt dat ook in de omgang met de Heilige Schrift. In het fraaie boek van dr. M. E. Kluit, Het protestantse reveil in Nederland en daarbuiten 1815-1865 blijkt onweersprekelijk, dat het geestelijk leven in bloei en toename altijd samenhangt met Schriftstudie. Grote persoonlijkheden als Groen van Prinsterer en Da Costa hadden een verborgen bron. Daaruit putten zij voor de levensstrijd. En wanneer u nauwkeurig het leven bestudeert van mensen, die veel hebben tot stand gebracht op het gebied van de kerk, dan ziet u slag op slag dat dáár hun levens geheim is. Laat niemand toch menen, dat de zwarigheden, die wij daarbij ontmoeten, niet te overwinnen zijn. Zij zijn 't wel, maar er is inspanning voor nodig. Want ook in deze zaak, evenals bij het gebed en bij alles, wat zich in het christelijk leven voordoet, wil de Heere, dat wij zijn medearbeiders zijn. Nederig, ernstig en volhardend onderzoek van Gods Woord zal beloond worden door rijker kennis en de vrucht er van zal zijn, dat wij er hoe langer hoe meer smaak in krijgen.
Wanneer iemand wellicht opmerkt, dat hij voor deze dingen geen tijd heeft, dan dient hij eens nauwkeurig na te gaan aan welke zaken hij wel tijd besteedt. Het resultaat zal zijn, dat hij ondekt hoeveel lege uren hij overhoudt die enkel gevuld worden door pure ijdelheid. Wij moeten ordelijk en met overleg te werk gaan en het gebruiken van de tijd, die God ons geeft, niet van toevalligheden laten afhangen. Wij weten wel dat ons levensplan in Gods handen is, maar daarmee is geenszins in strijd, dat wij methodisch te werk behoren te gaan, mits deze methode in 's Heeren gemeenschap is ontworpen. Daardoor wordt ons leven zoveel eenvoudiger, zoveel rustiger, zoveel gemakkelijker te vullen, er is zo een kader gereed, dat de Heere met zijn werk kan gebruiken.
En tenslotte – in de gemeente zijn sterken en zwakken in het geloof. De zwakken zien niet de volle betekenis van de verlossing door Gods genade in Christus. De sterken hebben veel vrijere en verdergaande ideeën. Nu kunnen de sterken door liefdeloos optreden zoveel bederven. De liefde moet waken voor het heil van de naaste. Daarom dienen wij nooit uitdagend op te treden of conflicten uit te lokken. Naar de regel van de apostel Paulus: indien de spijze mijn broeder ergert, zo zal ik in eeuwigheid geen vlees eten, opdat ik mijn broeder niet ergere. De liefe gaat hoger dan de vrijheid. Ook wanneer wij bij onszelf geen bezwaar zien in de een of andere zaak, dan zal het van grote kiesheid getuigen het om de wille van een beschroomde ziel na te laten.
Ziedaar, enkele gedachten over de levensstijl. Het neen is vaak gemakkelijker dan het ja. Waar het geloof ontdekt, dat de aanvaarding van de taak waarvoor God ons stelt altijd meer geeft dan de afwijzing, die wij om des gewetens wil moeten laten horen.
A. v. Brummelen, Huizen (N.H.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's