De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘Nedergedaald ter helle…’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘Nedergedaald ter helle…’

5 minuten leestijd

'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?'(Mattheus 27 : 45b)

Het is stil geworden – rond het Kruis van Golgotha. De spot heeft weerklonken. 'Indien Gij de Zoon Gods zijt, zo kom af van het kruis!' Maar daarna heeft een dikke duisternis alles stil gelegd. En in die duisternis hangen de drie kruiselingen in hun stervensnood. Hoor: plotseling wordt de zware stilte doorbroken door een schreeuw vanaf het middelste kruis: 'Eli, Eli, Lama Sabachtani!' – 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?' Het is de Heere Jezus, Die dit uitroept. Uit de woorden, die Hij bezigt, kunnen we opmaken, welk een bittere zielestrijd Hij moest doorworstelen.
Welke strijd? Welke last moest de Heere dragen? De Heere Jezus droeg de zware last van de eeuwige toorn van God over de zonde. In Zijn gerechtigheid kan de Vader niet anders dan toornen over de zware schuld van de mens. Zijn eer is geschonden – door het gebeuren in het Paradijs, Zijn eer wordt dagelijks geschonden door de ongerechtigheid, die op aarde gevonden wordt. Wie kan dan bestaan? Eén ogenblik te verkeren onder de volle last van de toorn van God zou de mens doen verteren. Wij worden erbij bepaald, hoe ernstig de zonde is. Daardoor kan niemand God ontmoeten – én leven!
Dat zou betekenen, dat er voor niemand behoud was! Allen zouden we voor eeuwig verloren gaan. Niemand kan voor God bestaan. Niemand kan die schuld afbetalen. Want we maken deze dagelijks groter. Zo blijft niets anders over dan het vonnis des doods. Het zou wanhopig zijn.
Maar nu keren we terug naar het kruis van Golgotha. De Heere Jezus schreit daar Zijn verlatenheid uit. En: Hij doet dat als de Middelaar. Plaatsvervangend voor Zijn ganse Kerk neernt Hij de last van Gods eeuwige toorn op zich! Onze belijdenis noemt dat: de helse smart doorleden. Hier worden wij gebracht bij het wonder van de verzoening. Zo groot was de liefde van Christus voor Zijn Bruidskerk, dat Hij door de ontzettende diepte van de godverlatenheid wilde heengaan, om zo verzoening te doen voor het aangezicht des Vaders. Waarom? De hemel zwijgt! Maar toch is er een antwoord te geven! Waarom? Omdat het eeuwig welbehagen Gods verheerlijkt moest worden, omdat de Kerk des Heeren verlost moest worden. Daarom werd Christus verlaten. Horen wij deze bange roep van Christus in ons hart weerklinken? Weten wij de zegen eruit te ontvangen? Bidt dan maar veel om de ontdekkende werking van Gods Geest. Want dan gaan we zien, dat wij God verlaten hebben, en zo rechtvaardig de eeuwige straf verdiend hebben. Maar die nood zal ook tot God doen roepen! Om genade, om vergeving, om barmhartigheid en vertroosting, om genade voor recht! De zondaar, die de Heere in Zijn vonnis leert te rechtvaardigen, zal niettemin Hem aanroepen om Zijn ontferming. En zo wordt door het geloof die roep van de lijdende Borg verstaan. 'Hij voor mij, daar ik anders de eeuwige dood had moeten sterven!' Wanneer we dat leren, kunnen we niet laag genoeg terechtkomen, maar kan deze Middelaar anderzijds niet hoog genoeg verheven worden. Hebben wij zo deze roep vanuit de bittere zielesmart van de Heere Jezus leren verstaan? Wat wordt Hij dan dierbaar! Wat gaat ge dan veel, ja alles in Hem zien! Want dan wordt Zijn werk door het geloof gekend als de enige, grond der zaligheid, als het énige fundament van het behoud der Kerk.

Daarom wordt die schreiende roep vanaf Golgotha's kruis in de Schrift doorgegeven. Opdat we weten zouden! Opdat we leren zouden, ons neer te buigen voor Hem, onze zonden te belijden, en dat wonder te ervaren, dat Hij genadig, barmhartig en groot van goedertierenheid is!

Maar wat heeft de Heere er voor over gehad! En het ergste was, dat het Zijn Vader was… die zweeg. De Heere Jezus roept uit: 'Mijn God…' Van eeuwigheid af was Hij zelf God… en wordt nu verlaten. Dat maakt de smart zoveel te groter. Hij, zonder zonde, wordt verstoten. Het is een vernedering tot in de allerdiepste versmaadheid en angst der hel. Nochtans roept Hij: 'Mijn God…' Want het is geen wanhoopsschreeuw, als van een mens, die bittere angst lijdt en God niet kent en erkent. Thans horen we om ons heen, dat God dood is… maar het werkt een wanhopige verlatenheid.

Zo niet in dit Woord. Daar komt bij, dat de Heere Jezus een woord uit de Psalmen spreekt, en wel uit de ons zo bekende 22ste Psalm. Daar was David aan het woord, geleid door de Heilige Geest. Ook hij mocht spreken: 'Mijn God…' Dat is nu de vrucht van het Kruis. Gods kind mag spreken – of stamelen – of schreien: 'Mijn God…' Vrijmoedig of beschroomd. Zonder vrees of in bestrijding en aanvechting. Want Hij schaamt zich niet, hun God genaamd te worden. Zo kent ook Gods Kerk bange tijden, tijden, waarin de Heere zich verbergt, en de duivel komt in Zijn bestrijding, waarin door doodsheid en ongeloof de benauwdheid vergroot wordt, maar…: Hij laat niet varen, wat Zijn hand begon. Begeert ge dan niet, te delen in de vruchten van het lijden van de Heere Jezus?

Want vreselijk is het lot van de mens zonder God. In de helse smart zal de verlatenheid doorworsteld moeten worden. In een eeuwig 'waarom'! Waarom dan? Omdat het ongeloof niet wilde weten van het bloed van Christus. Zouden we deze smart verkiezen boven de Hefdelijke vertroosting, die bij de Heere Jezus gevonden wordt?

Wat is het goed, te vertoeven bij het Kruis, om in stille overdenking stil te staan bij wat het de Heere gekost heeft. Dan zal die bittere schreeuw ons door de ziel snijden, maar zal deze nochtans grote en liefelijke vertroosting bewerken. Want het doodvonnis wordt veranderd in de roep van het Evangelie: 'Leef!' Zo zal Gods Kerk ook van de lijdende Middelaar, in Zijn versmaadheid, mogen getuigen: 'Deze is mijn Liefste' en: 'Alles, wat aan Hem is, is gans begeerlijk.'

W. Arkeraats, Katwijk aan Zee

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

‘Nedergedaald ter helle…’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's