De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De enige troost?!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De enige troost?!

Onder de hoogtezon

8 minuten leestijd

De leer van de algemene verzoening is niet nieuw. Altijd weer zijn er theologen geweest, en in hun spoor gemeenteleden, die onmogelijk konden geloven, dat God mensen kon laten verloren gaan, die de hel als de plaats van het eeuwig oordeel een met het evangelie strijdende zaak achtten.

In de moderne theologie van vandaag is vaak ook de algemene verzoening als vóóronderstelling aanwezig. In de politieke theologie van heden gaat het om de mensheid als geheel, waarvoor de kerk een sociale functie heeft en over het geloof als beslissend voor het deel hebben aan het heil wordt vaak niet meer gesproken. Ik herinner mij, dat toen in Nairobi, tijdens de laatste assemblee van de Wereldraad van Kerken een theoloog zo over het heil gesproken had, als het bezit zijnde van de hele mensheid, iemand in de wandelgangen opmerkte: waarom zouden we als kerk dan nog.met de verkondiging de wereld intrekken als er geen twee wegen zijn! Waarom zou je de mensen dan 'lastig' vallen met het evangelie?


Hoewel de leer van de algemene verzoening vrij breed wordt aangehangen blijkt het toch nog heel wat tongen en pennen los te maken als het zo heel uitdrukkelijk wordt verkondigd en uitgesproken. Dat is de afgelopen weken gebleken toen de Amsterdamse ds. H. A. Visser, die wekelijks de radiorubriek 'Onder de hoogtezon' van de NCRV verzorgt, in niet mis te verstane bewoordingen uiting gaf aan zijn visie in deze.

Het begon met een vraag van kinderen over de hel. Ds. Visser had geantwoord, dat Christus ons tot kinderen van God heeft gemaakt en dat hij toch van ons houdt 'zelfs al vloek je je hele leven lang'.

In latere uitzendingen is hij op dit thema doorgegaan, kennelijk omdat er zoveel reacties op, waren binnengekomen. Trouw meldde terzake, dat Vissers uitspraken een aantal bedankjes voor de NCRV had opgeleverd zelfs van collega-predikanten. In dat bericht stond verder te lezen: 'Toch blijft ds. Visser het ongelooflijk vinden, dat er nog mensen zijn voor wie het de enige troost is dat er mensen naar de hel gaan. Hij noemt dat een sinterklaasgeloof waarvan de inhoud is dat goede mensen naar de hemel gaan en kwade naar de hel.'

In de volgende uitzendingen persisteerde ds. Visser heel nadrukkelijk bij zijn visie. In een uitzending, die ik beluisterde, stelde hij, in antwoord op een briefschrijver, dat een socialist, afkomstig uit een gereformeerd gezin, maar die als een hater van de godsdienst had geleefd en was gestorven, toch ook behouden was. Het gereformeerde milieu, waaruit hij stamde, zou weleens de oorzaak kunnen zijn van zijn godsdienst-haat.

Geen polemiek
Het is mijn bedoeling niet hier met ds. Visser te gaan polemiseren. Op velerlei wijzen – zo blijkt – is aan ds. Visser kenbaar gemaakt de verontrusting over de wijze, waarop hij meent pastoraal bezig te moeten zijn voor de radio. In zijn antwoorden selecteert hij enkele Schriftgegevens, waarin over het heil voor 'allen' gesproken wordt, daarbij niet onderscheidend, dat de apostelen hun brieven aan de gemeenten hebben geschreven (men leze de aanhef van de apostolische brieven); niet onderscheidend het bijbels gegeven dat God wil dat alle mensen zalig worden van de interpretatie dat God inderdaad alle mensen zalig maakt; en ook voorbijgaand aan die vele bijbelse gegevens waar van de twee wegen gesproken wordt.

Het heeft geen zin ds. Visser met allerlei schriftplaatsen te confronteren. Ze zijn hem ongetwijfeld alle bekend. Maar we stuiten hier op een radicaal verschil in het verstaan van en het omgaan met de Schrift.

Ik ga bovendien niet polemiseren omdat het om zo'n teer onderwerp gaat. 'Gelooft u in de hel?' is een oneigenlijke, een niet juist gestelde vraag. Het geloof richt zich op God, die in Christus genadig is; en buiten Christus is geen leven, buiten Hem is de hel. En zoals de catechismus belijdt dat de hemelse zaligheid al hier begint (de eeuwige vreugde in het hart), zo is het ook met de eeuwige verlorenheid. Ook die begint in dit leven buiten Christus. Ik gelóóf daarom niet in de hel, maar ik wéét uit het Woord van de rijke man, die buiten Abrahams schoot bleef, van de honden en afgodendienaars, die buiten het koninkrijk blijven, van de plaats waar de worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust, van de verdoemenis, die er niet is voor hen die in Christus Jezus zijn, van de huiveringwekkende mogelijkheid van de dwaze maagden, die buiten bleven.

Troost
Eén ding zou ik echter aan ds. Visser willen vragen: is het nu reëel te zeggen, dat er 'nog' mensen zijn voor wie het 'de enige troost' is dat mensen naar de hel gaan?; om over dat 'sinterklaasgeloof' maar te zwijgen. O ja, er zullen best mensen zijn, die onbewogen over de eeuwige verlorenheid (s)preken. Er zullen best vergroeiingen zijn, als bijvoorbeeld God zodanig wordt voorgesteld, dat men bang voor Hem wordt zonder dat dat met ontdekking aan schuld te maken heeft, zonder dat de liefde, die Hij aan schuldigen kwijt wil, uit de verf komt.

Maar 'de enige troost' als mensen verloren gaan? Nee, honderdmaal nee! Zelfs niet enige troost. Mijn enige troost – zegt de pastorale Heidelberger – is dat ik met lichaam en ziel niet mijns maar mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus eigen ben. Maar die troost maakt dan ook mededeelzaam aan anderen, maakt bewogen om mensen die ten dode wankelen. Dat is 'geen' 'sinterklaasgeloof' met beloning van goeden en straf voor kwaden maar geloof in Hem, die goddelozen rechtvaardigt en die er dan ook op uitstuurt om goddelozen te roepen. Dat is geloof niet in goedkope genade maar in genade van Christus, 'die met Zijn dierbaar bloed voor al mijn zonden volkomen heeft betaald en mij uit de heerschappij des duivels verlost heeft.' Als het wáár is wat ds. Visser zegt, dat er mensen zijn voor wie het de enige troost is, dat mensen naar de hel gaan – en dat moeten dan diegenen zijn die mét de Schrift de twee wegen belijden – dan kunnen te onzent de Gereformeerde Zendings Bond en de Bond voor Inwendige Zending hun deuren wel sluiten.
Maar juist omdat het de enige troost is als mensen tot het geloof in Christus en zó tot het heil komen hebben de GZB en de IZB hun deuren open.

Mijn vraag aan ds. Visser zou zijn welke functie de zending nog heeft als er géén twee wegen zijn? Is al die moeite, die er door de eeuwen heen geweest is om aan de mensheid het evangelie te verkondigen, niet tevergeefse moeite geweest? Is het bloed der martelaren niet tevergeefs gevloeid, als afzweren van het geloof dan toch ook niet van beslissende betekenis zou zijn geweest?


Ik kan intussen niet meemaken dat er enige troost is in de visie, die ds. Visser zo publiek verkondigde. Menige vraagsteller heeft kennelijk aan ds. Visser de vraag voorgelegd of het er dan helemaal niet toe doet hoe we geleefd hebben. Dat is dan óók weer niet het geval stelt hij. Maar als toch het geloof niet wezenlijk is voor het deelhebben aan het heil, wordt het christendom dan niet louter een moraalgodsdienst?. En als 't dan nog gaat om de eeuwige zaligheid wordt dan in de visie van ds. Visser niet louter een wissel op de eeuwigheid getrokken? Want de tijd, als voorbereiding op de eeuwigheid valt er helemaal tussenuit. Me dunkt dat de troost van het eeuwige leven, waarover Zondag 22 van de Catechismus zo indringend spreekt dan ook geweldig wordt gerelativeerd: 'nademaal ik nu het beginsel der eeuwige vreugde in mijn hart gevoel, ik na dit leven volkomen zaligheid zal bezitten.'

Huiver
We kunnen slechts met de grootste huiver en ingehoudenheid over de ernst van de verlorenheid spreken. Wie over de hel met onbewogenheid spreekt bezorgt pastoraal gezien grote schade. Maar juist omdat hierover met zo grote huiver gesproken dient te worden huiver ik temeer als zo onomwonden de algemene verzoening wordt verkondigd, waarmee ten diepste mensen worden misleid.

Christus is in de diepte van de hel afgedaald om de Zijnen daaruit te verlossen. Onder die hoogtezon mogen de Zijnen leven. Maar Hebreeën 12 spreekt ook over de verwerping van Ezau. En dat hoofdstuk eindigt met de vermaning de genade vast te houden' want onze God is een verterend vuur'. Daarvan zegt Calvijn: 'Daarom zo de Heere over degenen die Hem vrezen goed en barmhartig is tot in duizend geslachten zo is Hij ook jaloers en neemt rechtvaardig wraak tot in het derde of vierde geslacht waar Hij versmaad wordt.' Dit te beseffen geeft de grootste ernst en ook de grootste bewogenheid aan de verkondiging.

'Wij dan wetende de Schrik des Heeren bewegen de mensen tot het geloof.'

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De enige troost?!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's