Christus Triumfator
Laat ons de banden van de Heere en Zijn gezalfde verscheuren.
(Psalm 2 : 2, 3).
En zij bonden Hem.
(Johannes 18 : 12)
En ik zag in het midden van de troon en van de vier dieren en te midden der oudsten een Lam staande als geslacht.
(Openb. 5 : 6)
Midden in de beklemmende discussie over de kernbewapening tijdens de voorjaarsvergadering 1979 van de hervormde synode vroeg ir. J. v. d. Graaf mij een paasartikel te schrijven over Christus Triumfator. Ik aarzelde even, maar zei toen resoluut ja. Twee motieven schoten mij toen te binnen.
Een grafsteen
In de eerste plaats omdat deze titel, dit getuigenis staat op de grafsteen van mijn ouders. Toen mijn vader was gestorven kwam de vraag op wat er op de grafsteen moest staan. Mijn moeder zei: 'Christus is overwinnaar' en wij, de kinderen, stemden er mee in. Toen zij stierf werd zij onder dezelfde steen begraven. En als iemand vraagt: wil je daarover schrijven? dan kun je toch niet weigeren als je deze woorden publiek in steen hebt laten beitelen? Tot een getuigenis!
Mijn ouders waren eenvoudige mensen zonder theologische vorming maar van huis uit met de zaken van het Koninkrijk Gods bezig in gesprekken, door lectuur en vooral door de prediking, die zij met aandacht volgden. De laatste 30-35 jaar levend in de niet-gereformeerde bondsgemeente van de Sionskerk (Haarlem) met de preken van ds. P. Zandt en ds. H. A. Leenmans uit de dertiger jaren in hun achterhoofd, in hun hart. Een gemeente waarmee ze trouw meeleefden en van wie ze, vooral tijdens ziekte en overlijden, veel liefde hebben ontvangen. Ze waren en bleven zoekers. Tussen secte en kerk, tussen de afscheiding en de Vaderlandse Kerk, tussen de N.C.R.V. en de E.O., tussen de S.G.P., het G.P.V. en de A.R. Geen buitengewone geloofsuitspraken heb ik ooit van hen vernomen maar veel intense belangstelling opgemerkt voor de doorwerking van het Evangelie in de kerk, de politiek en het maatschappelijk leven. In 1945 kwam het verbijsterende bericht, dat hun zoon, mijn broer, Dick, in een Duits concentratiekamp was omgekomen. Wat een misère. Toch werd het geloof niet geschokt. Aan Gods kant geen onrecht. Wel liep mijn vader jarenlang rond met een diepe haat tegen de Duitsers. Maar ook dat werd getemperd en hij kon het loslaten. Vreemd, er bleef een geheim. Het geheim van kruis en opstandingsgraf. Een verzoenende hand over ons zondig leven. De rekening is vereffend.
Zo ver het westen verwijderd is van het oosten
zo ver heeft Hij om onze ziel te troosten
van ons de schuld en zonde weggedaan.
Er bleef een houvast in het heden. 'Ik ben met u en Ik zal u niet verlaten.’
Er bleef een eeuwigheidsperspectief over de dood heen naar de toekomst, een licht dat in de duisternis schittert, een leven dat opbloeit uit het graf van de dood. Onze stellingen, opvattingen, redeneringen vallen als loden soldaatjes om. Alleen Christus blijft, want Hij is Overwinnaar.
Op zijn sterfbed moet de grote dogmaticus H. Bavinck gezegd hebben: ik heb vele dogmatische werken geschreven maar wat overblijft is Christus en Zijn gerechtigheid, op Hem kan ik mijn hoofd neerleggen.
Dat is Pasen voor het persoonlijk leven!
Een synodevergadering
Er is meer. Christus is ook triumfator over de wereld. Hij heeft toch gezegd: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde?
Er was die dinsdagmiddag in de synode een beklemmende discussie over de kernbewapening van de grootmachten in onze wereld. In 1945, toen Nagasaki en Hirosjima werden vernietigd, had men drie atoombommen. Nu bezitten Amerika en Rusland samen veertigduizend atoombommen, die ieder afzonderlijk nog grotere uitwerking hebben dan toen in 1945. En de industriële 'aanmaak' gaat nog door met 'laser'-stralen en ander verschrikkelijk wapentuig. Zo zelfs dat de politici en regeringsleiders het niet meer kunnen beheersen. Waar moet dat heen voor onze kinderen en kleinkinderen?
De Bijbel vertelt ons hoe de Heere God met Zijn rijk op onbegrijpelijke wijze werkt door de baaierd van de wereldgeschiedenis, een geschiedenis van bloed en tranen, van macht en geweld, van oorlogen en vernietiging. In Zijn onbegrijpelijk plan zijn opgenomen een Farao, een Cyrus, een Nebucadnezar, een Augustus. Zijn plan gaat nooit buiten de mensheid en de machthebbers om.
Maar hoe, als slechts tien vliegtuigen met atoombommen in staat zijn de vijf continenten te bestoken, zodat alle leven weg is?
Hoe, als er dan geen mensheid en geen geschiedenis meer is?
Waar blijft dán het Rijk?
Móet de kerk niet spreken?
Is langzamerhand de mens niet geworden een anti-god tegen de levende God en Zijn gezalfde?
Een voorlopige schets was aan de Synode aangeboden. Uit de vergadering kwamen stemmen en vragen! Waar is de hoop, waar is de pastorale begeleiding, waar is de overwinning van Christus? De mensheid is toch Gods mensheid, Zijn schepping? En de aarde wordt toch door Hem onwankelbaar in stand gehouden?
De Heer regeert: de hoogste Majesteit,
bekleed met sterkt', omgord met heerlijkheid,
bevestigt d' aard, en houdt door Zijne hand
dat schoon gebouw onwankelbaar in stand.
Dat zingen wij toch in Psalm 93?
Toen kwam in de pauze Van der Graaf met zijn verzoek.
Banden
Drie teksten staan boven onze overdenking. De eerste twee teksten spreken over banden en touwen. De derde niet meer. Samen vormen zij de samenvatting van de wereldgeschiedenis.
De banden uit de eerste twee teksten onderscheiden zich als de dag van de nacht, als het licht van de duisternis, als het leven van de dood, als de hemel van de hel.
De banden uit Psalm 2 zijn de banden van het leven. Daarmee heeft de Schepper zich verbonden met Zijn mensheid. Het zijn de banden van liefde en trouw, waarmede Hij zich zelf gebonden heeft aan Zijn schepping. Het zijn de banden van Zijn voorzienigheid en rijksregering. Maar liefde vraagt wederliefde. Zijn band met ons vraagt onze band met Hem, de band van de Godserkenning en de Godsaanbidding.
Maar wat doet de verwaten mens? Laat ons de banden van de Heere en Zijn Gezalfde verscheuren! Dat is de nood van de wereld. Wij manipuleren met de mensheid als ware er geen God in de hemel, als ware er geen rijk der gerechtigheid van de Gezalfde. Met onze industriële macht en technische middelen beschikken wij wel over de mensheid en wij hebben de macht haar te leiden naar onze ideologieën en te brengen naar ons paradijs. Maar de werkelijkheid is de vernietiging. Dat is nu eenmaal nodig om óns recht te grondvesten – zeggen wij schaamteloos en meedogenloos – zonder rekening te houden met de miljoenen slachtoffers.
Slechts één troost: Die in de hemel woont zal lachen, de Heere zal hen bespotten. (Psalm 2 vers 4). Wie het laatst lacht…
De banden uit Johannes 18 zijn andere banden, de banden van de dood. In Gethsemané wordt Jezus gebonden met de touwen van de bende soldaten. En daarmee wordt Jezus in onze dood getrokken. In de dood van de Godsverlating, in de dood van onze zelfhandhaving en hoon van de Allerhoogste.
En Hij liet zich binden en Hij liet zich trekken in onze grenzeloze macht van verwatenheid tegenover God en Zijn Gezalfde. Dat is lijden, kruislijden.
In Gethsemané en aan het kruis werd de Godsverlating doorleefd in haar nucleaire verschrikking.
Een Lam
Maar dat is niet het einde.
Dat mogen wij elkaar met Pasen nu zeggen.
En ik zag een Lam!
In het midden van de troon, d.w.z. te midden van Gods rijksregering.
Te midden van de vier dieren, d.w.z. te midden van de dieren van de dierenriem, de kosmos, het heelal, de wereld.
En te midden van de oudsten, d.w.z. te midden van de gemeente, die gekocht is door Zijn bloed.
In het midden van Gods ondoorgrondelijke regering in de wereld en Zijn gemeente staat een Lam. Een geslacht Lam, een gekééld lam. Ik heb ze zien liggen bij een slager in Caïro: gekéélde lammeren in een hoek van de winkel. Ieder ging er achteloos aan voorbij.
Niet een leeuw of een adelaar. Christus is wel 'de leeuw uit Juda's stam' een beeld om Zijn macht over de dood uit te beelden. Maar in de rijksregering is Hij een veracht, gekeeld Lam, zónder glorie en zonder majesteit. En daarmee moeten wij Christenen nu tevreden zijn!
In onze machteloosheid, bespotting en verachting!
Maar het gekéélde Lam stáát. Een wonderlijk, onwerkelijk beeld, want gekeelde dieren liggen als oud vuil op de grond.
Maar dit Lam stáát. Het verachte en niet-geachte in de wereld hééft overwonnen. Het staat ongebonden, zonder banden.
‘En ik zag.’ Dat is geloofszien, dat is de wereldgeschiedenis doorzien tot op haar einde. Het onbeduidende, wat niet geacht wordt in de wereldgeschiedenis met al haar terreur en atoommachten, met onderdrukking en vernietiging, dit geslachte Lam hééft overwonnen. Op de Paasmorgen spreken wij elkaar er op aan. Let op dat staande Lam, ziet! Of, zoals Maarten Luther het heeft vertolkt (en Ad den Besten het heeft vertaald):
Ziet nu die ’t ware Paaslam is,
waarvan wij moeten leven,
die aan het kruis in duisternis
Zichzelf heeft prijsgegeven.
Zijn bloed is aan onze deur;
niet langer oefent zijn terreur
de dood, die mensenmoorder.
Hallelujah!
H. Jonker, Hilversum
[Tekst foto: Een schaap ter slachting.]
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's