De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schrik en troost op de Paasmorgen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schrik en troost op de Paasmorgen

6 minuten leestijd

‘En uit vrees van hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden…’‘Vreest gijlieden niet…’ (Mattheus 28 : 4 en 5)

Het is stil op die morgen – enkele dagen na de begrafenis van de Heere Jezus. In de tuin, waar het graf zich bevindt, wordt niets gehoord; de eerste tekenen van de komende dag worden zichtbaar. Niets wijst op iets bijzonders. Alles ademt rust in deze stille natuur.
Totdat! Ja, totdat de aarde beeft en hevig beroerd wordt. Ja, totdat de engel des Heeren in een majestueuze, heerlijke en tegelijk verschrikkelijke gedaante neerdaalt op de aarde. Hij komt, om het graf open te breken, om de overwinning op dood, hel en graf uit te roepen. Machtig is dat gebeuren, op de Paasmorgen. De almachtige God betoont Zijn heerlijkheid. Alles moet wijken voor Zijn heerlijkheid. Het leven heeft de dood overwonnen. Zijn verschijning brengt schrik en verwarring teweeg. De wachters, daar geplaatst, om het graf van Christus te bewaken, worden als doden. Alle leven trekt uit hen weg. Zij worden zeer verschrikt. En daar is reden toe! Want die soldaten staan daar als vertegenwoordigers van een Gode-vijandige macht. Zij zijn daar gekomen, om Jezus in het graf te houden.
Zo is er allereerst schrik – op die Paasmorgen. O, wat blijkt de macht van die soldaten armzalig te zijn, vergeleken bij de majesteit Gods. Dacht de duivel in het graf te kunnen houden? Dacht hij op te kunnen tegen de heerlijkheid van de eeuwige en de almachtige God?
Neen toch! Als de Heere werkt, wie zal het keren? Maar het is verschrikkelijk, om Hem tegen te staan. Want dan predikt Pasen ons Gods overwinning op Zijn tegenstanders. En het is vreselijk. God te ontmoeten in Zijn gericht. Buiten Christus is de Heere een verterend vuur. Daarom is er reden voor schrik en verwarring. Want deze soldaten leven niet uit het verzoenend werk van de Heere Jezus. Integendeel.
Daarom is er schrik – op die Paasmorgen. Want óók Pasen getuigt ons: het is vóór Christus, of het is tégen Hem. En zo zal het óók zijn in de dag van de wederkomst van de Heere Jezus. Dan zal Hij, de Koning en de Rechter, al Zijn vijanden verschrikken. Pasen predikt ons, dat niets en niemand bestand is tegen Gods macht, het getuigt ons ook, dat de eindoverwinning uiteindelijk aan Hém wezen zal.
Stel u daarom niet tegen Hem! Dat moet u onherroepelijk verliezen. En wat dan? Pasen predikt ons de noodzaak, geborgen te zijn in het bloed van Christus. Want vijandig zijn we allen – van nature. Daarvoor behoeven we niet uitsluitend naar die soldaten te kijken. Wat zal 't vreselijk zijn, God in Zijn gericht te ontmoeten. Zo zeker, als Christus uit de doden is opgewekt, zo zeker zal de Heere al Zijn vijanden oordelen. Daar spreekt Paulus ook over, als hij staat op de Areopagus, om de roep tot bekering te doen horen.
Maar zie eens: daar staan nog meer mensen bij dat graf. Niet alleen soldaten. Het zijn enkele vrouwen. De liefde tot Christus dreef hen naar de plaats van het graf. Zij krijgen echter geheel andere woorden te horen: 'Vreest gijlieden niet!' Op dat 'gij' wordt in de grondtekst de volle nadruk gelegd. Dat maakt de tegenstelling tot de soldaten nog scherper. Vreest gijlieden niet!
Dat betekent: er is ook troost op die Paasmorgen. Voor hen, die Jezus zoeken. Vreesden zij dan ook? Jazeker. Wie zal niet beven voor 's Heeren majesteit? Ook Gods kinderen zullen sidderen, als de Heere in glans verschijnt. Want juist de Kerk des Heeren, geborgen in Christus, zal besef hebben van eigen nietigheid tegenover de almacht Gods. Johannes valt als dood neer, als hij Christus in Zijn majesteit aanschouwt.
Zij zouden sidderend wegvluchten, als het niet weerklonk: 'Vreest gijlieden niet!' Want zij zoeken Jezus. Nee, niet uit zichzelf. Maar gedreven en geleid door de liefde, die de Heilige Geest in het hart werkte. Gods werk keert hierin 'tot God terug'. God wordt verheerlijkt in Zijn eigen werk.

Zo wordt de vrees door de liefde uitgedreven. 'Vreest gijlieden niet!' En er is reden voor, om dat te zeggen. Het Paasfeest getuigt van de bekroning op het woord 'Het is volbracht!'. De Heere Jezus heeft Zijn Bruidskerk verlost van de vloek en van het gericht. Hij heeft in Zijn vreselijk lijden de straf op de zonde gedragen. Hij heeft het oordeel weggenomen.
Wat een wonder is het dan voor allen, die zich onder Gods gericht hebben leren schuldig kennen, te horen: 'Vreest gijlieden niet!' Op deze wijze wordt het verbroken hart vertroost door Gods eigen getuigenis. Dat is dan ook het enige, wat in zulk een zielenood houvast biedt. Dan kan op de Paasdag zoveel troost ontvangen worden. Want Pasen vloeit voort uit het lijden van de Middelaar.
Geen vrees. Neen, want vanuit Pasen geeft de Heere door de wondere en krachtige werking van Zijn Geest in het hart van Zijn kinderen die onomstotelijke zekerheid aangaande Zijn werk. Hij bouwt Zijn volk niet op de zandgrond van hun gevoelens, maar op het vaste fundament van Zijn Woord. Zo wordt de bevinding der heiligen gestaald door de wetenschap, dat God zélf getuigt: ‘Vreest niet!’
Hoe vieren wij straks het Paasfeest? Zonder kennis aan God en aan Zijn Christus? Dan is er alle reden voor vrees! Of ziende op Hem? Misschien niet verder komend dan een zuchten en schreien, achter Hem aan? In verbrokenheid des harten? Gebukt onder de last van uw schuld?
Hoe vertroostend is dan dit Paas-evangelie. God zoekt geen Sterken-in-zichzelf, God zoekt het verlorene. Daarom klinkt het juist tot hen, die in hun smart zich tot Hem wenden: 'Vreest gijlieden niet!' Vanuit de prediking van Pasen worden de tranen gedroogd. De vrees wordt uitgebannen, en daarvoor komt de liefde in de plaats. Wat is de Heere goed en genadig en barmhartig. Vanuit de heerlijke opstanding van Christus richt Hij gebogenen op, troost Hij armen – uit genade, neemt Hij de vrees weg. Zo werd het door die heerlijke opstanding voluit mogelijk, te belijden: 'Ik roem in God, ik prijs 't onfeilbaar woord. Ik heb het zélf uit Zijnen mond gehoord.' Geen vrees, geen schrik, geen angst, maar een onuitsprekelijke vertroosting. Want het leven overwon de dood!

W. Arkeraats, Katwijk aan Zee

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Schrik en troost op de Paasmorgen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's