De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Grafschriften

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Grafschriften

De Heere is waarlijk opgestaan

6 minuten leestijd

Dr. J.H. Gunning Jhzn. schreef in de vooroorlogse jaren een boek getiteld 'De morgenstond nadert', 'een troostboek voor christenen in den avond des levens'. Het laatste hoofdstuk draagt de titel 'enkele grafschriften'. Ter inleiding op dat hoofdstuk zegt hij, dat hij, wanneer hij op reis was, nooit verzuimde kerkhoven te bezoeken. De Duitsers noemen het kerkhof, zo zegt hij, de Godsakker en de Joden 'het huis der levenden’.


’Ik wandel gaarne tusschen de rijen der graven door, mijmer dan eens een wijle over al die onbekenden, die voor mij de grote reis hebben aanvaard en lees de opschriften, die vooral in het buitenland, soms heel wat te denken geven.' Menigmaal zijn de opschriften van de graven nietszeggend, onbetekenend, zoetelijk lievig of sentimenteel lofprijzend. Gunning merkt op, dat een kind, dat met haar moeder een kerkhof bezocht en al de fraaie opschriften las, vroeg: 'moeder, waar is toch dat andere kerkhof?' 'Welk bedoel je dan mijn kind?' 'Wel dat andere, waar de slechte mensen begraven worden.' Inderdaad: 'hier liggen de doden en liegen de levenden' En een Frans schrijver zei: 'De laatste ijdelheid van een mens is zijn grafschrift.’
Maar Gunning schreef grafschriften die hóger grepen, die het eeuwigheidsperspectief doorgaven, óp. Wat zijn er inderdaad over de gehele wereld op deze wijze vele opgerichte tekenen van het nieuwe leven, dat met Pasen aan het licht trad en waardoor mensen getroost stierven en de achterblijvenden niet zonder troost verder behoefden. Ooit trof het mij toen we in Indonesië, waar ik destijds met de hervormde delegatie vertoefde, zo maar tussen de kerkhoven doorreden, die ter weerszijden van de weg lagen, zonder afscherming. In eigen taal de opschriften te lezen, die getuigen van de kracht van de opstanding spreekt dan aan. 'Mij toch is het leven Christus en het sterven gewin', stond op het graf van een gouverneursdochter.


Uit de vele grafschriften, die Gunning verzamelde, laten we er hier enige volgen, met soms een vertaling of toelichting, die hij gaf. Wellicht – zo zegt hij zelf – is het 'voor dezen of genen nog een kleine bron van bemoediging’.
Hij begint met enkele grafschriften uit de tijd der eerste martelaren, uit de catacomben in Rome.

Aan den dierbaren Cyriacus, een zeer geliefden zoon.
Moogt gij leven in den Heiligen Geest.

Regina, moogt gij leven in den Heere Jezus.

Lieve Faustina, moogt gij leven in God.

Bolosa, moge God u verkwikken.

Agape, gij zult in eeuwigheid leven.

Victorina, in vrede en in Christus.

Prima, gij leeft in de heerlijkheid Gods en in den vrede onzes Heeren.

Gedenk, o God, Uwer dienstmaagd Chrysis en schenk haar de plaats des lichts, een oord van verfrissching in den schoot van Abraham, Izak en Jakob.

Van de vele grafschriften uit latere tijd noemen we er een aantal.

Op een der Amsterdamsche kerkhoven:
Na veel zwerven, lijden, draven
Aangeland in veilge haven.

Op het graf van een klein kind:
Au port avant l' orage.
(Vóór den storm in de haven.)

Op een grafsteen in Hampton-Hill bij Londen:
Born to die,
Died to live.
(Geboren om te sterven, gestorven om te leven.)

Op een graf in Ameide:
Freddie.
Yes, Lord.'
(Freddie! – Ja Heere!)

Een Bataksch Christen schreef op het graf van zijn kind, thans voor de grijp-armen van den dood veilig:
De dood heeft nu geen armen meer.

Bij een afgrond in Zwitserland, waar een eenige zoon den dood vond, een houten kruis met dit opschrift: 
Crux unica spes.
(Het kruis is onze éénige hope.)

Op ’Rustoord’ te Nijmegen:
De dood eener Moeder is de eerste smart, die men zonder haar beweent.

Op 't graf van Marnix van St. Aldegonde te West-Souburg:
Repos ailleurs.
(De rust is elders.)

Een van mijn ooms, een vroom Engelsch geneesheer, liet slechts dit ééne woord op zijn grafsteen zetten:
Satisfied.
('Bevredigd.' Verzadigd met Uw lieflijk Beeld.)

Voorgesteld grafschrift van den Schotschen Hervormer John Knox:
Hier ligt een mensch
die nooit voor een mensch heeft gesidderd.

Op een kerkhof te Apeldoorn. Van een, die na veel strijds zijn Heiland vond:
Alleenlijk den zoom Zijns kleeds.

Op het kerkhof der Groote Kerk van Emden:
Die met geloof op Jesus sieht,
Die freest voor dood en helle niet.

Kerkhof te Breslau.
Wat treurt gij? Is God gestorven? Hem leven zij allen.

Op het kerkhof te Carlisle:
Hier rust het stoffelijk overschot van vijf zusjes, veelgeliefde kinderen van A. C. Tait, Deken van Carlisle, en van zijne vrouw Catherine, die allen binnen vijf weken door den dood werden weggerukt.
Gekocht uit de menschen tot eerstelingen Gode en het Lam.
(Openb. 14 : 4)
Hij zal de lammeren in Zijne armen vergaderen en in Zijn schoot dragen.
(Jes. 40 : 11)

Op het graf van Albert Knapp, den vromen dichter:
Ein Glied von Christi Leib schläft hier auf Christi Blut.
(Een lid van Christus' lichaam
slaapt hier op Christus' bloed.)

Op het graf van Wilhelm Löhe te Neunendettelsau:
Ich glaube an eine Gemeinschaft der Heiligen, Vergebung der Sünden, Auferstehung des Fleisches und eind ewiges Leben.
(Ik geloof de gemeenschap der heiligen, vergeving der zonden, opstanding des vleesches en een eeuwig leven.)

Op ’t kerkhof te Brandenburg:
Von Gott – zu Gott.
(Van God – tot God.)

Grafschrift van den Mecklenbürgschen volksdichter Fritz Reuter, door hemzelf vervaardigd:
Der Anfang, das Ende, o Herr, sie sind dein, Die Spanne dazwischen, das Leben, war mein.
Oft irrt' ich im Dunklen und fand mich nicht aus –
Bei Dir, Herr, ist Klarheit und Licht ist dein Haus.
(Het begin en het einde zijn Uwe, o Heer, de korte spanne daartusschen, het aardsche leven, dat was van mij. Vaak dwaalde ik in het donker zonder een uitweg te zien, bij U, Heer, is klaarheid en licht is Uw woning.)

Op het graf van een predikantsvrouw. Haar laatste woorden:
Juichen midden in de pijn.
Meer dan overwinnaar zijn.

Op een kerkhof te Arnhem:
De schelp is hier.
De parel is daarboven.

Op een kerkhof bij Stuttgart:
Ueberwunden! Ueberwunden! Durch Jesu Wunden!
(Overwonnen! Overwonnen! Door Jezus' wonden!)

Op het graf van een twintigjarig jongeling, éénigen zoon, kerkhof van Berlijn:
Der Kampf ist schwer, doch Jesus ist Sieger!
(De strijd is zwaar, maar Jezus is Overwinnaar.)
Dit was zijn laatste woord op aarde en werd nu op zijn graf geschreven.

Op het kerkhof te Katwijk-aan-Zee:
Hij kocht mij met Zijn bloed.


We behoeven ons niet te verdiepen in de vraag of de meest verheven grafschriften in de zin als de genoemde soms niet klopten met de levenswerkelijkheid in geestelijk opzicht. We constateren slechts, dat grafschriften verkondigen het leven dat sterker is dan de dood. Vanwege Pasen! De Joodse uitdrukking 'huis der levenden' heeft in het licht van de Opstanding diepe betekenis.
De Heere is waarlijk opgestaan. Dat is het opschrift op Christus' graf!

v. d. G.

[Tekst foto: 'En op de eerste dag der week zer vroeg in de morgenstond']

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Grafschriften

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's