Globaal bekeken
De Gereformeerde Zendings Bond heeft door de jaren heen heel wat vrouwen in zendingsdienst gehad, hetzij in de verpleging, of in het onderwijs óf als (meewerkende) echtgenotes van zendingspredikanten. Daarom lag het voorde hand, dat de GZB ertoe is overgegaan ook een vrouw als bestuurslid aan te trekken. Opvallend was intussen het verschil in berichtgeving hierover in Trouw en het Reformatorisch Dagblad. Trouw zei: 'Overigens gaat de beslissing van het hoofdbestuur van de zendingsbond niet in tegen het principiële 'nee' van de gereformeerde bond tegen de vrouw in het ambt, want tenslotte is een bestuursfunctie geen kerkelijk ambt'. Het R.D. schreef: 'Dit besluit Is van principiële betekenis omdat tot nu toe nooit vrouwen In Hervormd Gereformeerde bestuurscolleges zijn toegelaten. Dat hangt samen met het feit, dat in deze kring de kerkelijke ambten voor de vrouw gesloten zijn.
‘Vanwáár toch dit verschil? De eerste berichtgeving is juist, de tweede onjuist. De GZB heeft zich terzake niet onduidelijk uitgesproken. Trouw had intussen als kopje boven het bericht: 'Voor 't eerst vrouw in het bestuur van een herv. geref. bond'. En het RD schreef; 'Tot nu toe nooit vrouwen in Hervormd Gereformeerde bestuurscolleges'. Welnu, daar stáát dan onze al jarenlang actieve vrouwenbond met de vele toegewijde dames, die het bestuur uitmaken.
Stel dat de vrouwenbond er eens toe over zou gaan een man in het bestuur aan te trekken dan kan de berichtgeving zijn: 'Voor 't eerst een man in het bestuur van een herv. geref. bond'.
De waarde van enquêtes is betrekkelijk, maar ongetwijfeld geven ze de symptomen en verschijnselen die onderzocht worden, toch wel in grote lijnen weer. Het (r.k.) weekblad De Tijd liet een onderzoek instellen onder buitenkerkelijken, rooms-katholieken, gereformeerden en hervormden over het geloof in een leven na dit leven. Van de buitenkerkelijken geloofde 13 procent in een voortbestaan na de dood, van de rooms-katholieken 35 procent, van de hervormden 50 procent en van de gereformeerden 68 procent. Het komt er derhalve op neer, dat één derde deel van de Nederlanders (nog) gelooft in een leven na de dood.
De enquete bracht ook andere gegevens aan het licht, bijvoorbeeld over het geloof in de opstanding van Christus: 99 procent van de gereformeerden zei daar 'ja' op, 79 procent van de hervormden, 72 procent van de roomskatholieken en 13 procent van de onkerkelijken.
Al met al zijn dit onthullende cijfers, met name waar het gaat om de leden der diverse kerken. Wie 1 Corinthe 15 kent zou verwachten, dat het geloof in de opstanding van Christus en in het leven na dit leven (opstanding der doden) of de ontkénning daarvan parallel zouden lopen. Maar, bovendien: dat zóvelen, die de christennaam (willen) dragen, doordat zij in ieder geval bij een kerk betrokken zijn, niet (meer) geloven in een leven na dit leven is onthullend. Wat mag dan de inhoud van het christelijke geloof en de christelijke hoop nog zijn, als het geloof in het leven na dit leven wegvalt?
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's