De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Communicatie binnen de kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Communicatie binnen de kerk

6 minuten leestijd

In Genesis 2 staat al te lezen, dat God na de schepping van Adam zei: 'Het is niet goed dat de mens alleen zij.' Zo werd de vrouw geschapen en sindsdien mag er relatie, communicatie zijn tussen man en vrouw, maar in breder verband ook tussen de mensen. Door het wonder van de taal als expressiemogelijkheid kan de communicatie tussen mensen ook functioneren Ik sprak eens iemand, die door een attaque getroffen was geweest en wiens spraakvermogen daardoor tijdelijk was uitgevallen. Het gaf een gevoel van volstrekte eenzaamheid, van een absoluut isolement. Niet meer je gevoelens, verlangens, zorgen, angsten, pijnen kunnen uiten aan een ander doet volstrekt alléén staan. We hebben de communicatie nódig om niet geïsoleerd te staan.

Kerkelijk
Ik nam dit korte aanloopje om één en ander door te trekken naar ons kerkelijk leven. Ook daar hebben we de communicatie nodig om niet in het isolement te komen. Groen van Prinsterer heeft wel het bekende woord gesproken, dat in het isolement onze kracht lag, maar met dit isolement bedoelde hij het isolement-van-het-beginsel. Hij bedoelde niet met dit beginsel in een isolement te kruipen maar er juist weerbaar mee werkzaam te zijn. Wel kon het soms betekenen, dat men vanwege het beginsel in het isolement wordt gedrongen maar het mag niet opzettelijk worden gezocht.


Hebben wij weliswaar als Hervormd Gereformeerden in onze (verdeelde) kerk menigmaal 'neen' moeten zeggen tegen bepaalde beslissingen vanwege het beginsel, het gezochte isolement zou fnuikend zijn. We hebben nodig de communicatie met de andere stromingen in onze kerk. Het beginsel wordt wáár en beproefd langs de weg van de communicatie. Zodra de communicatiekanalen verstopt raken wordt de kerkelijke positie steriel, onvruchtbaar. En dan gaat het er waarlijk niet om dat 'wij' de kerk alléén maar iets te bieden hebben; de kerk als gehéél heeft ons veel mee te geven en gééft ons veel mee. Want de kerk als geheel, als de van God gegevene, als de in de ambten functionerende, is altijd méér dan een groep in de kerk.
We hebben te worstelen om het samen kerk zijn, maar dan ook om het samen kerk zijn in-der-waarheid. Dat vráágt om communicatie. Valt die uit dan blijft het isolement over. En op het isolement kan heel gemakkelijk volgen de separatie. Kiezen wij echter ten principale voor de Hervormde Kerk, met al haar spanningen, zonden, verdeeldheden, met al haar schuld ook, dan beseffen wij déél te hebben aan die spanningen en aan die schuld. Want is er dan sprake van gemeentelijke malaise en nood in het gehéél van de kerk, dan hebben de wat we dan noemen Hervormd Gereformeerde gemeenten zó hun eigen malaises, hun eigen nood en ook hun eigen spanningen. Hoe meer we lijden aan de kerk, des te meer zullen we dat ook doen aan de eigen positie daarin, aan de situatie in eigen kring, waarin ook een héén-en-wéér tussen verstarring en verglijding reëel aanwezig is; waarin ook veel te klagen is over het peil van het geestelijk leven.
We gelóven de kerk, zegt artikel 27 van onze Nederlandse Geloofs Belijdenis. En al wordt dan allereerst van die (n.l. algemene) kerk beleden dat ze 'een heilige vergadering van ware christgelovigen' is, intussen komen daarna al die dingen aan de orde, die de kerk in haar zichtbare gestalte raken. Geloven wij zó de kerk, in haar ambten, sacramenten en tucht, in haar van God gegeven volmacht, dan geloven wij óók de kerk, die wij in haar concrete gestalte mogen dienen en waarin wij met liefde staan. En hoe verder de kerk in haar gemeentelijke gestalte áf is van die 'heilige vergadering van ware Christgelovigen' hoe meer wij de schuld hebben te beleven en te doorleven. Zo komt er ook besef van schuld voor héél de kerk maar ook verwachting voor de hele kerk, als we namelijk in de belijdenis óók lezen, dat Christus een eeuwig Koning is dewelke zonder onderdanen niet zijn kan'.


Aan het eind van de veertiger jaren schreef ds. I. Kievit in het Gereformeerd Weekblad een serie artikelen over de eind-negentiende eeuwse hervormde theoloog dr. Ph. J. Hoedemaker. Aan het eind van die serie zegt hij:

’Zij (d.i. de Hervormde Kerk, v.d.G.) blijft voor Hoedemaker 'de openbaring van het lichaam van Christus in en voor dezen lande'.
Er is in deze voorstelling veel, dat ons aantrekt, ook al hebben wij onze bedenkingen. Maar het gaat ons nu om de voorstellingen van Hoedemaker. Wel zou ik, bij het ouder worden, willen opmerken, dat afscheiding ons steeds minder aantrekkelijk en wat meer zegt: onschriftuurlijk voorkomt, want door een voortgaande scheiding en scheuring wordt de toestand steeds hopelozer, en iedere kerkformatie zoekt een grond voor zijn gescheiden-zijn. Dat doen de Gereformeerde Gemeenten, de Christelijke Gereformeerde Kerk, enz.'

Zo is steeds onder ons over onze kerkelijke positie gedacht. Maar dit heeft dan ook consequenties. In het isolement ligt onze kracht, maar niet in een gezócht isolement. Zou ons hervormd zijn betekenen een los van de anderen leven, dan is dat een verloochening van het hervormd zijn als zodanig. Zouden we dit namelijk bedoelen dan zouden we in feite de weg van de separatie gaan.


Het hele verhaal, dat ik hierboven schreef, doet intussen niets af van de eis om te stáán voor het beginsel. Men kan kerkelijke bakens namelijk ook zo ver uitzetten, dat het gereformeerd beginsel niet meer te herkennen is of nog slechts verdund aanwezig is. Altijd weer zullen we in de Hervormde Kerk de spanning ervaren tussen het hervormd zijn én het gereformeerd zijn. En altijd weer zullen we het gevaar lopen om óf in een breed hervormd zijn onder te gaan óf in een verabsoluteerd gereformeerd zijn onvruchtbaar te worden. Als we echter bedenken, dat hervormd (opnieuw gevormd) en gereformeerd (opnieuw geforméérd) exact hetzelfde betekenen dan moeten we in de praktijk van het kerkelijke leven deze twee intussen zózeer uiteengegroeide begrippen maar zo dicht mogelijk bij elkaar houden.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Communicatie binnen de kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's