De zelfgekozen dood
Vreemde wereld
In een wereld die zich steeds meer van God vervreemdt, komen de christenen gedurig voor onaangename en zelfs verbijsterende verrassingen te staan. Wij zijn nog lang niet onze smartelijke gevoelens wegens een gelegaliseerde en in elk gepraktiseerde abortus provocatus te. boven, of de discussie over de euthanasie is al volop aan de gang. De Vereniging voor vrijwillige euthanasie schaamt zich niet haar ideeën op ruime schaal wereldkundig te maken.
En zie, parallel hiermee, en in het verlengde van deze schijnbaar nieuwe visie op leven en dood, kondigt zich aan een pleidooi voor wat men noemt de 'zelfgekozen dood', tot voor kort zelfmoord genoemd.
Onlangs verscheen een boek getiteld De hand aan zichzelf slaan, met als ondertitel: Over de gekozen dood. Het is een uit het Duits vertaald boek. Ergens las ik dat het in Duitsland reeds drie keer gedrukt is, en dat het inmiddels in het Frans, Engels en nog enkele andere Europese talen is overgezet. De schrijver is Jean Améry. Een literator en cultuurfilosoof. Geboren in Wenen en levend en werkend in België. Hij heet op de achterkant van de in het Nederlands verschenen vertaling 'een groot humanist'. In oktober 1978 heeft hij zelf in praktijk gebracht wat hij in zijn boek verdedigde, op 66 jarige leeftijd sloeg hij 'de hand aan zichzelf’.
Het lust ons niet uit dit lugubere boek allerlei citaten aan te halen, en nog minder zijn wij bereid allerlei afschuwelijke zelfmoordgevallen die hij beschrijft hier zwart op wit te herhalen. Er zit in het boek als geheel een duivelse verleiding. Van dien aard, dat ik zou willen zeggen: laten mensen die zwakheid hebben op dit punt of door de duivel ertoe verzocht worden, om wille van zichzelf dit goddeloze boek niet lezen. Wij hebben geaarzeld of wij het zelfs maar noemen wilden in een artikel. Er zijn dingen die beter verzwegen dan gezegd kunnen worden. Maar omdat de inhoud ervan symptomatisch is voor wat er leeft in onze wereld, de wereld waarin wij dagelijks ademen en ons bewegen, hebben wij gemeend er toch niet geheel over te mogen zwijgen.
Zelfmoord natuurlijk
Een van de punten die de schrijver van dit boek, Améry, sterk naar voren heeft gebracht, is dat hij zelfmoord niet minder natuurlijk acht dan elke andere dood. Hij gooit de woorden 'natuurlijk' en 'onnatuurlijk' door elkaar heen, laat ze stuivertje wisselen. Zo wordt een stuk huiver voor de zelfmoord die tot voor kort, zelfs in niet-christelijke kringen, als 'onnatuurlijk' werd beschouwd, weggenomen. Améry vecht tegen een maatschappij, die de zelfmoord niet accepteert. Het is weer het oude en bekende liedje: het verfoeien van de zelfmoord is een vorm van discriminatie. Deze discriminatie moet worden opgeheven. De maatschappij heeft niet het recht in dezen te oordelen. Zij kan de gevoelens van de suicidant (zo heet de zelfmoordenaar) niet peilen. Ook de wetenschap kan dat niet. Améry haalt herhaaldelijk uit naar de psychologie en psychiatrie, die zelfmoord tracht te 'verklaren' of ook te 'voorkomen'. Wat het laatste betreft, deze bewering is – helaas – door de feiten al voor een deel achterhaald. Steeds meer bereiken ons geruchten dat bepaalde psychiaters helemaal niet meer zo hun best doen om mensen die het 'moeilijk' hebben ervan te weerhouden de hand aan zichzelf te slaan; soms zelfs eerder het tegendeel. Een bewijs dat Améry niet een eenling is geweest, en dat hetgeen door hem bepleit is, in een veel bredere kring leeft, én in praktijk wordt gebracht.
Diep leidt Améry, in een overigens moeilijke filosofische stijl, ons in in wat zo al omgaat in de brein van de suicidair (zo noemt hij de mens die met zelfmoordplannen rondloopt). Hij geeft daarmee een blik in zichzelf. Het is, zo ervoeren wij het, een huiveringwekkende wereld.
Geen gemakkelijk dood
Men denke niet dat zelfmoord een 'gemakkelijke' dood is. Dat heeft dit boek mij wel geleerd. Wij houden er rekening mee dat Améry een intellectueel was, zelfs een filosoof (hij heeft nog al wat aan Sartre ontleend). De 'gewone' zelfmoordenaar zal niet al die overwegingen hebben en niet al die 'drempels' die Améry heeft gehad. Toch weerspiegelen zijn diepgaande overwegingen en innerlijke conflicten 'vóór de sprong' (een terminologie van hemzelf) stellig enigermate wat omgaat in elk die tot deze daad, tot deze 'sprong' komt.
En dan blijkt dat de dood, niet alleen de dood door zelfmoord, maar ook elke andere dood, nooit 'natuurlijk' is. De mens kan er zich niet zomaar aan overgeven. Hij kan niet gaan sterven zoals hij 's avonds moe zich op zijn bed neervleit om te gaan slapen. De dood betekent altijd strijd, hevige strijd.
Het is met het menszijn gegeven, dat hij niet kan sterven als een dier. Er is hem een adel geschonken die het hem mogelijk maakt lager weg te zinken dan het dier, doch niet zómaar. Onder dieren komt zelfmoord niet voor; ook niet onder kinderen beneden de 7 jaar. Het is de mens die de hand aan zichzelf kan slaan. Daarin zit altijd iets van rebellie. Améry zegt: tegen het bestáán, maar wij zeggen: neen, tegen Gód! Was het alleen maar rebellie tegen het bestaan, tegen wat Améry ook noemt de 'logica van het leven', dan zou de man die de hand aan zichzelf slaat het er zo moeilijk niet mee hebben. Heel Améry's boek is één lange weerspreking van zijn stelling dat in de zelfmoord alleen maar met het bestáán wordt afgerekend.
De religie
Améry vecht ook tegen de religie. Wel houdt hij de schijn op dat de religie hem onverschillig laat en dat hij tolerant is ten aanzien van hen die religieus zijn, in feite is hij dat toch niet. Hij verwijt de religie, met name het christendom, hetzelfde wat hij de maatschappij verwijt. Het christendom mag de zelfmoord niet verfoeien. Voor een God, die zelfmoord verbiedt, is in de opvattingen van Améry geen plaats; die God verwerpt hij. En toch is hij met die God in zijn boek gedurig bezig. Genoemd of ongenoemd treedt Hij steeds naar voren. God is, zo zou ik willen zeggen, de grote Dwarsligger. Hij blokkeert voortdurend Améry's overwegingen.
Dit moet ik toegeven, scherp heeft Améry aangevoeld: God en zelfmoord zijn niet te verenigen. Ergens zegt hij: vóór de sprong is niemand christelijk, ook niet degenen die zich christelijk noemen.
Zelfmoord kan nooit een gelóófsdaad zijn! Wij laten buiten beschouwing, inhoeverre God, die eindeloos is in het schuldvergeven, het met Zijn kinderen in dit opzicht kan laten komen. Onze 'oude schrijvers' waren doorgaans voorzichtig in het beoordelen van zelfmoordgevallen, wachtten zich voor een 'algemeen geldend oordeel' wat de personen betreft. Maar wat betreft de dáád, daar zal geen christen ooit ook maar één goed woord over kunnen zeggen.
God wil niet de zelfmoord, en omgekeerd, de zelfmoordenaar wil God niet, althans niet op dat ogenblik dat hij komt tot zijn daad. De zijn leven beschermende hand Gods stoot hij weg.
Ik heb dat nooit zo scherp leren zien als door het lezen van het boek van deze atheïstische humanist.
Eigen recht
De hoofdlijn van Améry's betoog is, dat de mens (élk mens) een onvervreemdbaar recht heeft op eigen leven. Vrij kan hij beschikken over zijn lichaam, over zijn leven, over de wijze waarop hij wil sterven. Hij kan wachten totdat het hem 'overkomt', dat is de passieve houding van de menigte. Daartegenover staan de enkelingen, die niet wachten, die zélf er een eind aan maken.
De maatschappij zegt, aldus Améry: dat zijn de lafaards, de vluchtelingen. Hij ziet het net andersom. Hij ziet in degenen die zelf hun dood bepalen, door te sterven op de wijze die zijzelf verkiezen, de actieven, de helden.
In zijn betoog zit iets verleidelijks, iets démonisch verleidelijks!
Maar er is zoveel tegen in te brengen, zelfs nog afgezien van wat de Wet Gods ons leert. De 'vrijheid' bestaande in het zelf beschikken over mijn dood, is, en dat ziet Améry blijkbaar niet, te allen tijde een bepérkte. Hijzelf maakte op 66 jarige leeftijd er een einde aan. Maar had hij niet op 60 jarige leeftijd aan een hartinfarct kunnen bezwijken, en had hij niet op 65 jarige leeftijd door een auto-ongeluk om het leven kunnen komen? De mens kan dan wel een dag bepalen of een levensjaar waarop hij vrijwillig de dood zal ingaan, hij staat intussen op duizenderlei wijze bloot aan een 'andere', toch niet zelfgekozen dood. Hoe wij het ook wenden of keren, onze vrijheid, een vrijheid die wij onszelf aangematigd hebben, is immer een beperkte. De christen zegt: een door God ons gelaten vrijheid, want Hij is Heere van dood en leven.
Het is typisch de geseculariseerde en van God vervreemde mens, die in Améry aan het woord is. De mens, die op alles eigen hand legt. Die baas wil zijn in eigen buik, baas wil zijn over zijn ziekte en levenseinde, baas wil zijn over zijn wijze van sterven. De mens der zónde!
Die mens neemt toe in aantal en kracht. Hij gaat onze hele 'cultuur' beheersen. Hij wordt de machthebbende. De schijnbaar tolerante, maar in wezen intolerante!
Die mens was er al in de oudheid. Abortus, euthanasie, zelfmoord en crematie werden in de wereld, waarin ruim 19 eeuwen geleden het christendom zijn intrede deed, vólop beoefend. Die mens is toen geketend, beteugeld. De Wet Gods kreeg enige geldigheid in het leven van hele volkeren. Maar thans keert die mens terug. Vernieuwd in kracht. Sterker dan ooit.
Er gaat iets van een huivering door de christenheid. Vanwege de wetteloosheid; vanwege de ongerechtigheid; en ook vanwege de al genoemde intolerantie. Wij krijgen eindtijdgevoelens. Niet ten onrechte.
En toch: hoe sterk de mens der zonde ook is, zijn kracht is voos. Ook dat heeft dit boek van Améry mij weer eens opnieuw geleerd.
Diezelfde mens die zo luidkeels schreeuwt, dat hij een onvervreemdbaar recht op zijn leven heeft, moet tientallen bladzijden lang zichzelf daarvan overtuigen. Alsof hemel en aarde hem tegenspreken. Ondanks de instemming van duizenden! Améry heeft het nog meegemaakt, dat zijn boek door enkele duizenden verslonden werd. Hij heeft toch de Tegenspraak niet kunnen overwinnen.
Hij spreekt gedurig over het Niet, waaraan de suicidant (zelfmoordenaar) zich overgeeft, of beter gezegd: waar hij vrijwillig voor kiest. Dat 'Niet' is niet iets maar niets. En het is dus ook geen tróóst. Er ligt een diepe troosteloosheid over al deze beschouwingen, overwegingen, reflecties. Voorgevoelens, argumenten, en afweer-bewegingen. Men tast er in de duisternis van de 'nacht'. Het Licht van Pasen ontbreekt. De vorst der duisternis waart er in rond. Het is een donkere grot, waarin argeloze of niet argeloze voorbijgangers worden gelokt, en waar ze gekeeld worden en weggesleept om nooit meer het daglicht te zien, zó wordt thans de wereld rondom ons. Het wordt moeilijk voor de 'kinderen des lichts'. Waar het Licht van Pasen ontbreekt gaat men de dikke duisternis van de nacht in. Het is meer dan ooit nodig dat onze ogen verlicht worden door Hem, die het Licht en Leven der wereld is.
K. Exalto, Benthuizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's