‘Brandende harten’
‘En zij zeiden tot elkander: 'was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op de weg, en als Hij ons de Schriften opende?’(Lukas 24 : 32)
Wat een overgang! Eerst verdriet, daarna vreugde. Eerst een diepe teleurstelling; daarna uitkomst. Eerst donker, daarna licht. Zo kwam het Paasgebeuren in het leven van de 'Emmausgangers'. Neerslachtig, somber, bedroefd waren ze weggegaan uit Jeruzalem. Ze hadden nauwelijks aandacht geschonken aan hun onbekende reisgenoot. Ze waren geprikkeld door zijn 'onwetendheid' aangaande de gebeurtenissen rond Jezus, op Wie zij zo gehoopt hadden. Maar ze waren ook door Hem bestraft. Het was één en al verslagenheid.
Totdat! Totdat zij zagen. Wat er in werkelijkheid gebeurd was. Bij het breken van het brood door hun onbekende reisgenoot zagen zij, wie Hij was. De opgestane Christus! Wat een overgang!
Wat is hun reactie? Een vraag aan elkaar: 'Was ons hart niet brandende in ons?' Achteraf beseffen ze, wat er onderweg aan de hand was. Hun hart was brandende. Zonder dat ze op dat moment wisten, wat de oorzaak daarvan was. Zonder dat ze onderweg bewust vaststelden, dat hun hart brandende was.
Hier wordt niet gesproken over een soort 'onbewust geloof': buiten het Woord Gods leven, buiten de Kerk staan, nergens van willen weten, en dan wellicht toch een gelovige zijn. Dat is maar zandgrond. Daar kunnen we God niet in ontmoeten. Nee, het gaat hier over die wonderlijke, beschamende en ook vertroostende gang van al Gods kinderen: door tijden van ongeloof, doodsheid, benauwdheid heen toch te komen tot de belijdenis van de genade, die de Heere om Christus' wil wegschenkt. Weten we daarvan?
In dit Paasgebeuren rond de 'Emmausgangers' zullen we ons dan zeker herkennen: weten we daarvan, dat het zo stil en zo donker wezen kan? Dan kunnen we nergens bij. Dan is de vertroosting uit het Woord des Heeren ver weg! Maar om het dan te laten vallen? Nee, dat niet! Want ook in tijden van geestelijke armoede blijft het hart van Gods kinderen hunkeren naar de levendige omgang met de Koning der kerk. En als dan het Woord geopend wordt, van Godswege verklaard wordt, dan mag er wel eens een hartelijk gebed zijn, of de Heere wil overkomen. De Emmausgangers waren er niet onverschillig onder; maar ze waren wel zeer ver van de goede plaats verwijderd. Daarom leek het allemaal zo uitzichtloos.
Wat wordt dan de verrassing, het wonder des te groter. Ongedacht vallen alle nevels weg. Het hart wordt verlicht, de nevels opgeklaard. En dan beseffen zij plotseling, wat het was, onderweg. Ze vragen elkaar: 'Was ons hart niet brandende?'
Laten we er goed op letten, hoe de vraag gesteld wordt: de één vraagt niet aan de ander: 'Zeg, was jouw hart misschien bewogen?' Nee, beiden roepen ze het uit: 'Was ons hart niet brandende?' Het is een vraag; waarop ze eigenlijk niet eens een antwoord verwachten. Dat ligt al in deze vraag opgesloten. Het is vanzelfsprekend, dat ze bewogen werden onder dat machtige, heerlijke getuigenis van hun Koning. Ze merken het aan elkaar. O, dat is Gods werk. Als in dat Paasevangelie het zicht op Gods werk ontvangen wordt, na tijden van een smartelijk gemis, blijft er aanbidding over. Dan gaat ge weten, dat in Zijn Woord alle rijkdom ligt, die we maar bedenken kunnen. Dan wordt het ook tot beschaming. Want dan moeten we zeggen: 'Hoe is het toch mogelijk, dat ik er met open ogen aan voorbij ging!' Maar terugziende op zulke tijden, mogen we dan ook weten: Nochtans werden we bewogen door het getuigenis aangaande de lijdende en stervende Christus.
Dan gaat ge weten, dat het hart in brandende bewogenheid leefde vanwege de kracht van het Woord Gods. Waardoor was hun hart brandende: doordat Christus eenvoudigweg uit het Wóórd sprak. Hij opende de Schriften, en wees heen naar het getuigenis der Schriften aangaande de stervende en nochtans triomferende Koning. Daarom moeten wij bij en onder het Wóórd verkeren. En daar zal een zondaar, die uitziet naar Gods genade, zeker begeerte naar hebben. In die weg valt alles dan ook open, voor deze Emmausgangers. Dat stemt ten volle overeen met het getuigenis van al Gods kinderen; dat kan niet anders. Verkeren onder het Woord Gods, er onder veroordeeld worden, maar ook in Zijn Woord horen van het liefelijk getuigenis van de opgestane Koning, teneinde zo rijk vertroost te worden vanuit Zijn werk.
Dan gaat er kracht vanuit. Dan maakt het heilig jaloers. Dan valt de mens weg. En dan wordt God erin verheerlijkt, in de belijdenis van Zijn genade. In dat Paasevangelie vallen ook de harten van Gods kinderen samen. Ze worden samen verbonden door het Wóórd, dat van Christus getuigt. Dat moet bewaard worden – als een kostbare schat. Want er is ook een andere praktijk: hete hoofden en koude harten. Tot onder Gods kinderen toe. Dan gaat er niets van uit. Dat maakt niet jaloers. En dan heeft de duivel het naar zijn zin. Hoe verder van God af, hoe mooier!
Nochtans werkt de Heere door. Zijn Geest maakt dode, koude zondaarsharten levend. Zoals de warme voorjaarszon de aarde verwarmt, zo zet de Geest de harten in vuur en vlam. Nee, niet in een menselijk, laaiend enthousiasme, dat al spoedig weer uitdooft, maar in die liefdegloed, waarin de oefeningen in de vreze Gods gekend worden, waarin de harten ontstoken zijn in een heilige ijver, om God te dienen. Dan zal ook de gemeenschap der heiligen gekend worden en in de praktijk openbaar komen.
Hoe hebben wij de Paasdagen meegemaakt? Was ons hart brandende? Dan gaat u dat wonder beleven, dat de opgestane Christus door Zijn Geest in dode, koude zondaarsharten wil werken. Het gaat van Hem uit. Daarom is het ook blijvend. Zelfs al is het vuur onder de as verborgen. Wat is het dan groot, als de Paasboodschap zulke vruchten draagt. Want brandende harten willen maar éém ding: God grootmaken. En dat: samen. Want leven zoekt leven. Om samen in verwondering te vragen: 'Was ons hart niet brandende?' Een antwoord is niet nodig! Want het straalt er aan alle kanten af. Want wat de Heere werkt, dat zal niemand keren!
W. Arkeraats, Katwijk aan Zee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's