De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

P. J. Roscam Abbing, Komen als geroepen, 383 blz., ƒ 47,50, Boekencentrum B.V., 's-Gravenhage, 1978
De ondertitel van dit boek luidt: over de gemeente die haar roeping vervult, en over de kerkeraad die haar daarbij helpt. Met deze ondertitel is de inhoud van dit boek weergegeven. Maar dan wel op zeer compacte wijze. Want werkelijk alle aspecten van Het gemeente-zijn en van de roeping van de gemeente in de breedste zin des woords komen in dit boek ter sprake. Daarmee is zowel de sterke als ook de zwakke kant van dit boek aangegeven. Daaraan moet direct worden toegevoegd, dat de sterke kant verreweg overheerst. Op een groot aantal punten zou dat aangegeven kunnen worden, maar ik noem er slechts enkele. In de eerste plaats is het al bijzonder waardevol, dat in dit boek aandacht voor de gemeente wordt gevraagd. Hierachter zit het besef, dat het heil des Heren in de gemeente primair gestalte krijgt. En pas van daaruit in de bredere verbanden van de wereld. In de tweede plaats blijken uit de wijze waarop hier de roeping van de gemeente wordt vertolkt de liefde tot de gemeente en de verwachting, die wij van haar mogen hebben en zo ook het appèl dat op haar mag worden gedaan en dat van haar uitgaat. In deze tijd, waarin de christelijke gemeente zozeer wordt achteruit gezet bij een uitgesproken voorkeur voor de wereld, komt dit boek zelf ook 'als geroepen', en zullen kerkeraden en gemeenteleden, maar ook de theologen en de kerkelijke bestuurders er goed aan doen zich ernstig met dit boek bezig te houden. In de derde plaats acht ik het waardevol, dat in dit boek op een bewonderenswaardige wijze en met grote kennis van zaken de hele gemeente in het vizier wordt gebracht alsook alle aspecten en gestalten van de gemeente en haar roeping. Dat geeft aan dit boek een vruchtbare evenwichtigheid en dit werkt sanerend in de zo veel voorkomende gepolariseerde situaties, die zo ontmoedigend en op de duur verlammend werken. Hier wordt niet voortdurend op hetzelfde aambeeld geslagen, maar de veelkleurige wijsheid Gods ook in de veelvormige gestalte van de gemeente ontvangt een zinvolle weergave. In dat laatste zif meteen ook een sterk ontdekkend element, omdat in het licht van deze rijkdom de armoede en beperktheid van de empirische gemeente des te schrijnender aan het licht treedt. Een zwakke kant is, dat juist door de zo al-zijdige benadering van de gemeente er geen ruimte is om dieper op de verschillende aspecten van het gemeente-zijn in te gaan. Daardoor is aan een zekere oppervlakkigheid niet ontkomen. Mij bleek dit vooral, wanneer het gaat over het belijden van de kerk (blz. 39 vv.). Ik zou hier toch graag een diepere doordenking hebben willen zien juist van de roeping der gemeente in deze tijd, in verbondenheid met de kerk van alle eeuwen. Ook de verwijzing naar verdere studie schiet hier tekort. Niettemin wens ik dit boek toe, dat het onder vele ogen komt. Het zal velen, die het heil der gemeente metterdaad op het oog hebben, van dienst kunnen zijn.
C. G., G.

De eenzijdigheid van ds. R. Kok, wat was dat toch? Oproep tot bezinning en verootmoediging tot de Geref. Gemeenten, door P. de Voogd, 63 blz. ƒ 7,50 (giro 2911483, Tricht).
Met dit boekje doet de schrijver, die met enkele andere leden van de Geref. Gemeente te Tricht in 1951 van deze kerk is afgesneden, een hartstochtelijk beroep op de Geref. Gemeenten om het onrecht, aangedaan aan ds. R. Kok met zijn schorsing in 1950, alsnog ongedaan te maken. Het boekje geeft geen theologische verhandeling van het leergeschil, maar is hoofdzakelijk een bundeling van brieven van de schrijver en anderen met de kerkeraad van Tricht. Hoewel zelf inmiddels Chr. Gereformeerd geworden gaat de zaak de schrijver zo ter harte dat hij deze publicatie niet achterwege wilde laten. Het is een hartekreet van een gekweld gemoed. De inhoudelijke kant van het leergeschil (nl. de vraag of het aanbod van genade en de beloften Gods vereenzelvigd mogen worden en beide aan alle hoorders van het Evangelie toekomen) komt in dit boekje uiteraard ook naar voren. Het mag bekend zijn hoe daarover onder ons wordt gedacht. Het boekje laat voorts iets zien van het menselijke dat met deze strijd om de rechte leer verbonden is (geweest) en van de geestelijke nood die er door wordt veroorzaakt. De zaak verdraagt daarom geen geïnteresseerd toekijken en vrijblijvend bemoeien vanuit andere kerken. Maar het is wel te hopen dat degenen die het werkelijk aangaat en tot wie dit geschrift zich blijkens de ondertitel van dit boekje richt, de stem die hierin doorklinkt mogen verstaan. Het gaat tenslotte om de rechte verkondiging van het Woord, de waardigheid van de kerk en, toch ook, de eerbied voor haar dienaren.
L. v/d W., R.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's