Boekbespreking
Dr. R. E. D. Clark, En toen kwam Darwin, Buijten & Schipperlieijn, Amsterdam 1978, 144 blz., ƒ 20,–.
Het hier aangekondigde Pijlboek no. 2, uitgegeven in samenwerking met de Stichting Bijbelgetrouwe Wetenschap, is een vertaling door mej. B. O. Jans en G. Goossens van Darwin before and after.
De geschiedenis wordt beschreven van hoe over het ontstaan van levende wezens is gedacht, van de oudheid af. De z.g. spontane generatie komt uiteraard aan bod. Wij krijgen te lezen, hoe deze geschiedenis a.h.w. is uitgelopen op de evolutiegedachte zoals die door Darwin onder woorden is gebracht in zijn boek The origin of species, het ontstaan der soorten.
Dat boek maakte destijds een enorme opgang, niet in het minst omdat het aansloot op en voedsel gaf aan het denken van die tijd. Het was de periode dat de Verlichting, die de autonome mens naar voren schoof, de mens die het zonder God wel kan, in steeds bredere kring om zich heen greep. Hoewel Darwin niet de 'uitvinder' is van de evolutiegedachte, is hij er door deze omstandigheden wel de centrale figuur van geworden.
Nu zijn de door Darwin geformuleerde theorieën en principia niet onaanvechtbaar gebleken. Alleen: de secularisatie die ook de wetenschap in zijn greep heeft gekregen, wil er niet zo gemakkelijk af. Zo is dr. Clark gekomen tot het schrijven van dit boek, dat na de beschrijving van de gebeurtenissen rond Darwin uitvoerig ingaat op de evolutie-idee zoals die door en na Darwin vorm heeft gekregen. Hij signaleert de zwakke plekken ervan en wijst dan de evolutie als oorzaak van het ontstaan van nieuwe soorten af. Een goed leesbaar boek, zeer geschikt voor hen die in deze stof belangstellen.
G. B. Smit, Ah.
Profetie of fantasie, drs. G. H. Abma e.a. onder red. van ir. J. van der Graaf en ds. C. Snoei, uitg. Echo-Amersfoort 1978, 166 pag., prijs 18,90.
Al enkele maanden geleden verscheen deze bundeling van artikelen die met name verband houden met vragen aangaande de toekomst. Hoewel daarmee niet alles is gezegd. Ook de charismatische beweging krijgt aandacht. En niet te vergeten pneumatologische vragen: Geest en ambt (drs. K. Exalto), de gaven en vruchten van de Heilige Geest (ds. G. Biesbroek) en de doop met de Heilige Geest (ds. C. den Boer). Dr. J. Broekhuis geeft een verhelderende uiteenzetdng over de onbetaalde rekeningen van de kerk (over groepen en sekten). Hoewel daar de laatste tijd veel litteratuur over is verschenen, zet dr. Broekhuis nog weer eens op zijn manier een en ander op een rij. Leerzaam en duidelijk, hoewel ik nooit geweten heb dat je als christen zelfs van Hare Krishna nog wat leren kan. Is in dat deel van zijn artikel de toon niet al te vriendelijk én te welwillend? Dr. C. A. Tukker schrijft over het onderwerp De Bijbel over de toekomst. Dr. W. Balke over De toekomstverwachting in de tijd van de Reformatie, vooral bij Calvijn. Wie de visie van Wat Schrift en de Reformatie op de toekomst kent, kan alleen maar met terughoudendheid over die grote toekomst des Heeren spreken en is bang voor elke vorm van speculatie daarover. En daarom kan ik de zeer positieve toon van ds. J. P. van Roon over Hal Lindsey niet zo bijster goed meemaken. Hij vindt dat Lindsey het Woord van God zo serieus neemt. Ik vraag me dat af. Wie het Woord van God werkelijk srieus neemt, spreekt veel bescheidener en ingetogener als het gaat om de uitleg van allerlei profetische gedeelten in de Heilige Schrift. Ds. G. H. Abma geeft een knap geschreven exposé over Aardse toekomstverwachting, beschouwingen naar aanleiding van het chiliastisch denken. Hij hoeft wat mij betreft niet bang te zijn aan het ketterkruis geslagen te worden omdat hij in dit artikel de waarheidsmomenten poogt te honoreren van het chiliasme (pag. 58). Abma wil met zijn pleidooi voor een gematigde vorm van chiliasme de gemeente Gods doen verstaan dat haar hoop niet alleen maar gericht mag en behoeft te zijn op het hiernamaals, omdat God ook in het hiernumaals zal laten zien dat Hij Zijn wereld niet prijsgeeft. Ds. W. J. Bouw zet in een uitvoerig artikel uiteen wat de charismatische beweging ons te zeggen heeft. Hij schrijft over deze beweging vanuit een positieve benadering. Hjj wil proberen er zoveel mogelijk goeds van te vertellen en dat doet hij dan ook. Nu is het altijd vereist om de ander recht te doen en hem daarom ook zoveel mogelijk naar zijn beste bedoelingen voor het voetlicht te zetten. Het gevaar is wel aanwezig, zo vond ik in dit deel van het boek, dat we zo vriendelijk hebben geschreven, dat we de kritiek nauwelijks meer kunnen doorgeven. En die kunnen we vanuit een Gereformeerde visie toch wel zeker hebben op de charismatische beweging. Vaak breed oecumenisch, in ons land steeds meer eenzijdig maatschappijkritisch. Met ds. Bouw hunker ik ook naar een geestelijke herleving van onze gemeenten en van onze kerk. Maar de Geest werkt door het rechte Woord. En daarom, ondanks zeker goede elementen in de charismatische beweging, mis ik vaak die gebondenheid aan het Woord alleen. Tenslotte, de titel van het boek heb ik niet zo erg begrepen, gelet op de inhoud. Het deed me denken aan een geschriftje over Hal Lindsey, profeet of fantast? Maar dat is zomaar even terzijde. Er is heel veel te leren uit dit boek. Het reikt stof tot nadenken en tot naspreken genoeg aan. Misschien wel bruikbaar voor kringwerk. Ter lezing en bestudering zeer aanbevolen.
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's