De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eerst dood… nu levend

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eerst dood… nu levend

6 minuten leestijd

‘… Ik ben dood geweest. En zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid!’(Openbaring 1 : 18 a)

Het past mensen niet, zichzelf aan te prijzen. Bescheidenheid siert de mens. Dat geldt ons, mensen. Dat geldt niet voor de Koning der Kerk! Ook in dit gedeelte van de Heilige Schrift spreekt Christus zijn majestueuze 'Ik' uit. Dat kan! Dat mag! Christus geeft een zelfgetuigenis, dat door niets overstemd kan worden, dat door niets verbeterd kan worden.
Reeds voor Zijn sterven sprak de Heere Jezus over zichzelf: Ik ben de weg, Ik ben de goede Herder, Ik ben…! Vanuit de zelfopenbaring Gods, Die zich reeds in de tijd van het oude verbond aan Israël bekendmaakte. En na het sterven en de opstanding van de Heere Jezus wordt het weer gehoord. 'Ik ben dood geweest, en zie! Ik ben levend.’
De triomferende Koning spreekt hier over Zijn eigen werk. Hoor, hoe Hij van Zijn overwinning spreekt: 'Ik ben dood geweest!' Daar heeft de Heere Jezus van geweten. Hij is ook door de donkere portalen van de dood heengegaan. Dat heeft Hij gedaan als de Borg van Zijn ganse Kerk. Zijn sterven was een verzoenend sterven. Daarom klinkt het zo onnoemelijk rijk: 'Ik ben dood geweest!' Maar de Heere heeft de dood overwonnen, en daarmee ook de macht van de duivel, de zonde, de ongerechtigheid. In Zijn sterven heeft de grote Hogepriester Zijn Kerk bevrijd van de macht van de vijand. Hij is niet door de dood overwonnen, maar Hij heeft de dood verslagen.
Daarom zegt de Heere Jezus, dat Hij dood geweest is. O, die prediking wordt gehoord over de gehele aarde. Het staat niet voor niets in het slotgedeelte van de Schrift. Daarin wordt ons duidelijk gemaakt, dat alle dingen aan Hem zijn overgegeven. En in afwachting van de totale overwinning, waarvan het laatste Bijbelboek spreekt, wordt door Christus zelf gesproken van Zijn opstandingskracht. De weerklank van Pasen wordt door alle eeuwen heen gehoord; de prediking van Pasen is een voorbereiding op de eeuwige lofzang voor God en het Lam.
En in die tussentijd wordt de Kerk Gods rijkelijk vertroost door het zelfgetuigenis van de Heere Jezus. Dat Hij dood geweest is (in de grondtekst staat eigenlijk: 'een gestorvene, een lijk'), houdt in, dat het gericht is weggenomen. Ook Gods kinderen moeten sterven, maar dat sterven leidt niet tot het oordeel, maar tot het eeuwig leven. De dood, de bezoldiging der zonde, wordt dan de overgang tot de eeuwige zaligheid. Daarom zijn de doden, die in den Heere sterven, zalig. In het leven van Gods kinderen kan de dood wel beangstigend zijn. Hij is de koning der verschrikking. Maar Christus zal betonen, dat Hij machtiger is. Vreselijk is het daarentegen, te vallen in de handen van de levende God. Zonder de opgestane Christus is de dood een begin van de eeuwige rampzaligheid. Daarom dringen wij aan, de opgestane Koning te zoeken, om genade, barmhartigheid en vertroosting in Hem te vinden.
En het is zéér op zijn plaats, het leven van Hem te verwachten! Met Christus te leven is zeker niet een wankel bestaan. Dat getuigt de Heere zelf. Hoor maar: 'En zie! Ik ben levend.' Eigenlijk staat er: Ik ben de Levende! Dat houdt in, dat de Heere getuigt, dat alleen Hij het leven in zichzelf heeft. En dat is nu zulk een vertroostende prediking voor allen, die Hem hebben leren nodig krijgen. Hij is het Leven, en Hij geeft leven. Dat is zo vertroostend voor allen, die de dood in eigen bestaan tegenkomen. Hebben we geleerd, zo voor Gods aangezicht ons te verootmoedigen? Dan gaan we zien, dat we verkeren onder Gods gericht. We zijn van nature zondaren, dood in de zonden en in de misdaden. Van ons geen verwachting. Geen enkele!
En waar alle mogelijkheden zijn uitgeput en alle wegen zijn afgesneden, komt de Heere in Zijn zelfgetuigenis. Hij is de Levende! Door de wederbarende kracht van Zijn Geest wekt Hij dode zondaren tot het leven. Om Zijns zelfs wil schenkt Hij leven. Zondaren, geneigd om God en de naaste te haten, leidt Hij tot het leven in de vreze des Heeren. Dat is het werk van de Koning der Kerk. Welgelukzalig, die Hem toebehoort.
Wat dwaas is het, zich van Hem af te keren. Want dan blijven we in de dood. Kunnen we zó de levende Koning ontmoeten? We kunnen nooit zeggen, er niet van geweten te hebben. De prediking aangaande deze Koning gaat uit. En als we ervan lezen, dat zelfs de apostel Johannes als dood aan Zijn voeten neerviel, waar zal dan de ongelovige zich kunnen bergen?
En daarboven, wat vrede ligt er in de kennis aan de opgestane Koning. Als de Heilige Geest onderwijs geeft in de heilgeheimen van Gods genade, gaan deze schatten open: Christus te kennen als de Levende!
Daar ligt vertroosting in. Want als de dood Christus niet kon overwinnen, dan is ook de Kerk des Heeren veilig. Want zij mag schuilen achter haar Vorst. Christus immers geeft het leven. De Kerk des Heeren mag zich geborgen weten bij Hem. Dat is haar troost en uitzicht, juist temidden van de dreiging van de dood. Dat geeft grote liefde in het hart, de liefde, die gericht is op de Koning, Die Zijn Woord doet horen.

Dat geeft moed, om ook de toekomst tegemoet te zien. De Heere Jezus getuigt, dat Hij de Levende is in alle eeuwigheid. Letterlijk staat er: tot in de eeuwen der eeuwen. Het is geen stilstaan, geen stille verhevenheid en geen kille afstand, zoals bij de heidense goden. Het is een bruisen van leven. Het is een voortgaan van de Koning, door de voortwentelende eeuwen heen. Temidden van de zich opeenstapelende gebeurtenissen in deze wereld gaat Hij voort. Hij gaat in Zijn machtig handelen op de voleinding aan. Christus regeert.
Temidden van het woeden der volken, die bruisen als de woedende golven der zee, staat Christus pal voor het leven van Zijn Kerk. Daarom heeft Pasen een wereldwijde betekenis. Gods volk wordt verzameld uit alle volken en uit alle geslachten. Het leven der genade komt openbaar. En straks is daar het eeuwige leven, geschonken door de Koning, uit enkele genade. Hij regeert tot in eeuwigheid. Dan is de dood, de laatste vijand, teniet gedaan. Dan schenkt Hij eeuwig leven aan Zijn Kerk. Dat is de heerlijke toekomst van Sion. Daar staat de Koning zelf voor in. Dat is genade. Dat is leven. Zo wordt het waar: 'Zo leeft de Vorst altoos. Zo leeft Hij eindeloos!'

W. Arkeraats, Katwijk aan Zee

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Eerst dood… nu levend

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's