De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verbond en Verkiezing

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verbond en Verkiezing

8 minuten leestijd

Van tijd tot tijd worden samensprekingen gevoerd tussen de hoofdbesturen van de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging. Zo was er op donderdag 29 maart ll. in de Schakel te Nijkerk opnieuw een ontmoeting, waar gesproken werd over het thema Verbond en Verkiezing. Van de zijde van de Confessionele Vereniging sprak dr. B. W. Steenbeek (Nyega) over dit onderwerp en van de zijde van de Gereformeerde Bond ds. C. den Boer (Woudenberg). Aan het eind van de goede bespreking, die daarna over dit onderwerp werd gevoerd, werd besloten de tekst van beide referaten gelijktijdig in het Hervormd Weekblad, het orgaan van de Confessionele Vereniging, en de Waarheidsvriend te publiceren. Bijgaand treffen de lezers de teksten van de referaten aan.De besprekingen werden gevoerd in een open en goede sfeer. Aan het begin van de ontmoeting sprak de voorzitter ds. J. P. van Roon (Katwijk aan Zee) de wens uit dat wij, in gezamenlijke zorg voor het belijdend karakter van de kerk, tegen de modernistische invloeden in, elkaar in alle verscheidenheid die er is aanvaarden en vasthouden. Dat was zeker kenmerkend voor de ontmoeting. De lezers zullen bemerken, dat er in de referaten van ds. Den Boer en dr. Steenbeek een grote mate van parallelie aanwezig is.de redactie

Vele hervormden zeggen beide woorden niets of zo goed als niets. Verbond is een vaag begrip, verkiezing een leerstelling uit ver verleden. De leer van de kerk en de geschiedenis van de kerk kunnen zich niet in grote belangstelling verheugen. Het is goed ons dit nuchter te binnen te brengen. Het gevaar van te jongleren met ijle begrippen ligt voor de deur. Een abstract gedachtenspel mogen we terzijde van het leven niet spelen. Een scholastisch tegen elkaar afwikken en -wegen kan alle leven, wat in de woorden verbond en verkiezing schuil gaat, doden.
Die kant willen we niet uit. We kijken vooral naar de praktijk van het kerkelijk leven en de godzaligheid.
Maar ook dit kan vromer lijken dan het is. Zo maar offeren we de objectieve, schriftuurlijke en confessionele gegevens aan een geliefde existentiële beleving of een bepaald eigentijds verstaan op.
Hoe gaan we hier veilig? Het noemen van gevaren suggereert boven de gevaren te staan en een veilige weg te weten. Dit is echter maar zeer ten dele het geval. Wat hier betoogd wordt vraagt dan ook om verdieping, verwijding en verinniging uit het levende Woord en de religie der confessie. Het vraagt om gesprek.
Een absoluut veilige weg tussen 'verabstraheren' en 'verexistentialiseren' is er niet. Toch kunnen we misschien het best een goede inleiding in de vragen, moeiten en vreugden rond verbond en verkiezing verkrijgen, wanneer we in het kort de drie hoofdposities beschrijven, die tegenover verbond en verkiezing zijn in te nemen. Dit geldt te meer, waar het niet abstracte, uitgedachte posities zijn maar binnen het gereformeerd protestantisme terug te vinden opstellingen.

Domineren van het verbond
Allereerst is er de mogelijkheid, dat het verbond domineert. De verkiezing gaat op en onder in het verbond. Het verbond moet hier (terwille van de concreetheid) wel sterk tegen de kerk aanleunen. Er vindt een identificatie plaats. Maar dit kan alleen maar, wanneer die kerk de zuivere kerk is die de kenmerken daarvan, met name de zuivere leer vertoont. Wie nu zo tot de zuivere kerk behoren en aan de zuivere leer deel hebben leven binnen het verbond. Hun en hun kinderen gelden de verbondsbeloften. Zij zijn de uitverkorenen, maar dit wordt terloops vermeld.
Wanneer hier de wacht betrokken wordt bij de kenmerken van de zuivere kerk en men niet alleen de leer wil handhaven, maar ook de kerkelijke tucht effectief met hantering van beide sleutels wil uitoefenen in de geest van de Heidelbergse Catechismus zondag 31, dan zit men op een reformatorisch bijbels spoor. Hier wordt in ieder geval gewaakt, dat het verbond niet ontheiligd wordt.
Het gevaar is hier de veruitwendiging van het verbond. Het 'niet alleen anderen, maar ook mij', het 'ook mij' (zondag 1 en zondag 7) kan te veel op de achtergrond raken.

Domineren van de verkiezing
Als tweede is er de mogelijkheid dat de verkiezing domineert. Allesbeheersend wordt de vraag of men wel of niet verkoren is. De betekenis van het verbond wordt steeds geringer. Deze ontwikkeling heeft iets van noodwendigheid in zich. Tot het verbond behoren is maar een uitwendige zaak. De gevaren van een veruitwendige verbondsleer en verbondsautomatisme worden scherp aangevoeld.
Niet of men tot het verbond behoort is de vraag. God is bij machte uit stenen Abrahams kinderen te verwekken. Het gaat er om of men wel of niet bekeerd, wedergeboren is.
Deze geringe waardering voor het verbond hebben uiterst rechtse kringen met bepaalde confessioneel piëtistische kringen gemeen. Zelf stam ik uit een milieu waarin men, hoe confessioneel men ook was, rnet het verbond in feite weinig kon aanvangen. De afwijzing van de doleantie zal dit in de hand gewerkt hebben. En we zien dan ook dat hier zowel als in de ultra-gereformeerde kringen de gemeente niet als gemeente van Christus wordt toegesproken. Op het persoonlijke van geloof en bekering wordt de klemtoon gelegd. Dit leidt er enerzijds toe, dat het geloof vooral als toevluchtnemend geloof wordt beleefd. In ultra gereformeerde kring gaat men verder. Daar vindt een voortgaande bezinning op aard en wezen van het geloof, beter van bekering en wedergeboorte plaats. Hier verdiept men zich in de kenmerken van ware en valse genade. De voortgaande analyse en het voortdurend zelfonderzoekt stoten stuk tegen de muur. Je bent verkorene of niet. Wanneer weetje dat zeker? In feite geeft dan alleen nog een bijzondere openbaring opening. Hiermee komt men echter gevaarlijk in tegenspraak met D.L. V, 10. Het besef van de majesteit en souvereiniteit Gods leeft hier indrukwekkend. Het gevaar is dat de verkiezing niet alleen het eerste en het laatste is, maar in feite ook het enige wordt, wadrbij niet slechts het verbond, maar alles verbleekt.

Spanningsvolle relatie
Het thema voor het overleg en voor deze inleiding is: Verbond en verkiezing. Er wordt van uit gegaan, dat het begrippen en feitelijkheden zijn die veel met elkaar te maken hebben. De verhouding waartoe ze tot elkaar staan, de plaats die ze ten opzichte van elkaar innemen heeft beshssende betekenis voor de aard van de prediking en de opvatting over de kerk. Binnen een groot deel van de gereformeerde gezindte is dit met de handen te tasten.
Wij zijn nu aan de derde en laatste mogelijkheid in de verhouding verbond en verkiezing gekomen. Zij kunnen immers ook in een blijvende spanningsvolle relatie tot elkaar staan. God heeft een verbond der genade met ons en onze kinderen opgericht. Dit 'der genade' heeft alle nadruk te krijgen. Dit is echter geen starre gegevenheid. Het verbond leeft iii de verbondsverhouding, in de verborgen omgang met en liefdesbetrekking tot God en in de relatie tot de Middelaar van het verbond. Deze verhouding is niet een aan alle guur- en kilheid van de wereld overgeleverde onbeschermde relatie. Het is een bij elkaar zijn binnen het verbond, de verbondsbeloften en -regelen. Als een grazige weide en water der ruste zijn zij. Als een vurige muur en lieflijke omtuining, liggen ze rondom de gelovige en z'n God en zijn getrouwe Zaligmaker. Het verbond, de verbondszegelen en -beloften zijn het perk, het raam, de omheining. De omgang met God het zijn bij de Heere vindt binnen het verbond plaats. Het is er niet zó. Alle onmiddellijkheid is tekort doen aan het verbond en tevens aan de weg der verkiezing. Zo verkrijgt het verbond van binnen uit zijn vulling. Duidelijk is dat voor ons verbond en kerk zeer nauw met elkaar verbonden zijn. De gemeente is de verbondsgemeente. Uit het sporadisch gebruik van het woord verbond in het Nieuwe Testament trekt men dan ook ten onrechte de conclusie, dat de verbondsgedachte onder de nieuwe bedeling sterk op de achtergrond geraakt is. De gemeente is zo vanzelfsprekend de verbondsgemeente dat het een pleonasme zou zijn dat te vermelden. Haar zijn de beloften en toezeggingen, haar zijn de sacramenten en bovenal is haar de Middelaar. (11 Cor. 1). Het levende Woord is er. De Geest maakt er zijn toe-eigeningen en toepassingen en werkt al dieper de wetenschap uit, dat de Heere de goddeloze rechtvaardigt om niet in een wonderlijke vrijspraak en vernieuwing. Het welbehagen Gods is er. Gods verkiezende liefde gaat hier rond.
Het verbond maakt de oproep tot geloof en bekering niet overbodig. Neen, hier komt die juist tot zijn wezenlijke diepte en innigheid. De vreze des Heeren heeft bij zich de vertrouwelijke omgang met God en van God. Het in de liefde gegrond zijn doet in staat zijn te vatten hoe groot de breedte en lengte, hoogte en diepte is van de liefde van Christus. En zo is het verbond het domein en de bedding waarin en waardoor de verkiezing zich uitwerkt. Door het zo te zien dacht ik, dat we op een bijbels, confessioneel, gereformeerd spoor zaten.


Maar is hier halt te houden? Is hier aan de laatste ernst van de verkiezing wel recht gedaan? Moet er vanwege die laatste ernst en vanwege de feitelijkheden binnen het verbond en met name op grond van de geschiedenis van Israël niet gesproken worden van tweeërlei verbond: een inwendig en een uitwendig verbond? Anderen scheiden hier voorzichtiger en spreken van het wezen en de bediening van het verbond, weer anderen van een voorwaardelijk en onvoorwaardelijk verbond. Op grond van de Schrift, de confessie en de historie lijkt mij dit niet juist te zijn. We moeten de spanning tussen verbond en verkiezing laten bastaan. Dit is geen hopeloze spanning, maar één die recht doet aan de werkelijkheid, dat God zijn genade meedeelt in de weg van de vermaning (D.L. III-IV, 17).
We moeten het verbond niet uit elkaar breken, niet scheiden. G. Boer haalt in Vast en Zeker blz 165 in dit verband de tekst aan: 'Wat God samenvoegt scheide de mens niet’.
Niet scheiden, maar wel onderscheiden. Het koren is onder het kaf. 'Daar wordt het het best bewaard'. Dat er onderschei delijk gepreekt wordt moet een vanzelfsprekendheid zijn. De vraag is echter wel hoe. Het moet onderscheidelijk blijven. Het mag niet verworden tot een schiftend, scheidend en afsnijdend preken. Zondag 31 van de Heidelbergse Catechismus is niet ter staving hiervan aan te halen.
Het onderscheidelijk preken verloopt niet kil analyserend, maar vermanend en vertroostend, terugwijzend en nodigend, waarschuwend en ondersteunend.
Dat deze laatste plaatsaanduiding van verbond en verkiezing onze voorkeur heeft is duidelijk.

B. W. Steenbeek, Nyega

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Verbond en Verkiezing

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's