Enkele notities met betrekking tot ‘Verkiezing en verbond’
De woorden verkiezing en verbond komen in de Bijbel voor als verschillende belichtingen van dezelfde zaak. Op Bijbels-theologische gronden is het niet geoorloofd om verkiezing en verbond tegenover elkaar te stellen of zelfs als twee polen te beschouwen. Het gaat in beide om één en hetzelfde, nl. om Gods genadig handelen met de mens in de stichting van een levensverband tussen Hem en de zondaar. Dat is een monopleurisch handelen (de liefde komt van één kant). Zo gaat het als God de gevallen Adam opzoekt (Gen. 3). Zo gaat het als God Abram roept (Gen. 12). Zo gaat het in de Exodus (uittocht) van Israël (Ex. 12). Zo gaat het in de zending van Christus (Ef. 1 : 4 vv.). Zo gaat het in de formering van de éne gemeente van Jood en heiden (Ef. 2 : 11 vv.) door Christus' kruis en door de verkondiging van het mustèrion (geheimenis) onder de volkeren. De gestalte van verkiezing en verbond (verkiezing in de bedding van het verbond) is onder Israël (oud verbond) een andere dan die onder de volkeren (nieuw verbond met Israël en de heidenen samen). Maar het wezen van verkiezing en verbond blijven gelijk.
Twee accenten
Toch zijn met de woorden verbond en verkiezing twee verschillende accenten gelegd. Het woord 'verbond' benadrukt, dat 's Heeren genadige liefde wordt 'opgeheven' tot een sakrale rechtsverhouding tussen Hem en de Zijnen, gewaarborgd door het plaatsvervangend offer, dat door God Zelf besteld is in het bijzonder in het bloed van Zijn Zoon (het nieuwe verbond in Zijn bloed). Omdat de verbintenis van Gods verbond rust in de 'emet Jahweh' (de trouw van de Heere), daarom is ze onverbreekbaar. Het is een eeuwig verbond, maar wordt opgericht in de tijd. Heel Israëls samenleving moest worden ingericht en gestruktureerd naar het model van deze sakrale rechtsverhouding (denk aan huwelijk en landbezit).
Het woord uitverkiezing benadrukt, dat het begin, het initiatief van het genoemde levensverband tussen God en zijn volk bij de Heere ligt. De grond is het eeuwig welbehagen (Ef. 1: voor de grondlegging der wereld). Motief is de gloria Dei (om Zijns Zelfs wil).
Tweeërlei Kinderen
Bijbels-theologisch is het onverantwoord om bij verbond aan grenzenloze liefde en bij verkiezing aan enghartige voorkeur te denken. Al gaat de Heere in Zijn verbondsliefde o zo ver, er is ook sprake van verbondsgrenzen. Oudtijds was het alleen Israël, maar dan toch niet alles Israël wat Israël genoemd wordt (1 Kor. 10 : 1-13). En ook in de N.T.-ische situatie lopen de scheidingen dwars door de verbondsgemeente van Christus (1 Kor. 5). Het verbond kan van onze kant verbroken worden (denk aan de ballingschap, denk aan Hebr. 6, waar gesproken wordt over 't: de Zoon van God wederom kruisigen). Voorts is er Gods verbondswraak. Er is één verbond, maar er zijn tweeërlei kinderen des verbonds (I. Kievit). Allen zijn ranken, maar er zijn er ook, die geen vrucht dragen, afgehouwen en in het vuur geworpen worden (Joh. 15 : 6).
Verder is verkiezing geen enghartige voorkeur (of grillige willekeur), geen muur, waartegen men zich te pletter loopt, maar poort, waardoor men heen kan. Als men slechts begint, waar God begint, nl. in de verdoemelijkheid van de mens(-heid) komt het zicht vrij op verkiezing als Gods ongekende mogelijkheid tot zaligheid. En dan is er de ruimte en breedte van de (algemene) verkiezing: God verkiest heel Israël, heel de verbondsgemeente van het N.T., de ambten, de prediking, de sacramenten, de aanbieding van het heil. Hij verkiest de weg tot de zaligheid (Christus, prediking, enz.) en ook het volk van de zaligheid. In de weg van deze algemene verkiezing specialiseert God Zijn verkiezing, dat wil zeggen dat Hij ook personen verkiest (tot de zaligheid en tot de weg der zaligheid, het geloof) (Joh. 6 : 37, 39, 44; Hand. 13 : 48). Zie Calvijn, Institutie, III. In het christomonisme van K. Barth wordt dit laatste helaas doodgedrukt.
Verbondsmatig en praedestinatiaans
Wij kunnen niet 'verbondsraatig' preken, als we niet tegelijk ook praedestinatiaans preken en omgekeerd. De kenmerken zijn: sola gratia (het is genade om genade te ontvangen), de gloria Dei (de eer van God), het onvoorwaardelijk aanbod van Gods genade, de fundering van de heilszekerheid in de beloften, de persoonlijke kennis en verdiepte kennis van de genade (bevinding), het onderscheiden tussen hen, die 'van' het verbond zijn en hen, die er alleen maar 'in' zijn, de tucht, de heiliging. Zo komen de zaken aan de orde in de belijdenis van onze kerk (vooral de Dordtse Leerregels), tot en met de donkere keerzijde van de eeuwige verwerping (praedestinatio gemina).
Korte notities
Vanuit deze gezichtspunten kom ik tot enkele korte uitspraken.
a) Het is Remonstrants om te ontkennen, dat het genade (sola gratia) is om genade te ontvangen en het wekt de schijn van remonstrantisme om in de prediking te volstaan met het heilshistorische en het heilsordelijke te beperken tot de oproep tot bekering en geloof.
b) Het is Remonstrants om het verbond voorwaardelijk te maken vanuit de verkiezing door de vruchten van het geloof tot grond van de aanneming te maken en het wekt de schijn van remonstrantisme, wanneer men vanuit deze gedachtengang de beloften slechts aanbiedt aan de uitverkorenen.
c) Het wekt vanzelfsprekendheid, oppervlakkigheid en gearriveerdheid in de hand, wanneer men in de prediking de gemeente slechts bepaalt bij wat ons (kinder) doopformulier in het dankgebed zegt. 'Wij danken U, dat Gij ons en onze kinderen tot Uw kinderen aangenomen hebt.' Dit kan alleen recht gepredikt worden in de heilzame spanning met de noodzaak der wedergeboorte, waarin de doop ons onderwijst (begin van het formulier). Met de beloften Gods schermen is wat anders dan erop teren.
d) Het wekt valse lijdelijkheid en dode orthodoxie in de hand, wanneer we de wedergeboren mens centraal stellen in de prediking. Een rechte kenmerkenprediking is christocentrisch. Christus is spiegel van de verkiezing. 'Niet boven de wolken vliegen om in Gods Raad in te blikken' (Calvijn). Dat is Dopers. In zijn strijd tegen verzelfstandiging van het geestelijk leven (de wedergeboortetheologie van A. Kuyper) is Woelderink helaas doorgeslagen naar een uitholling van het beloftekarakter en van het geloof.
e) De ruimte van de verkiezing biedt uitzicht op heel het volk (Hoedemaker), maar de begrenzing van het verbond roept tegelijk op tot kerkherstel door tuchtoefening (medisch, iudicieel, iustitioneel). De Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging zijn uit hoofde van hun confessionaliteit geroepen om het profetische getuigenis niet op te offeren aan het Hervormd-zijn noch omgekeerd.
C. den Boer, Woudenberg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's