De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Opdat wij niet vergeten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Opdat wij niet vergeten

‘Het grote gebod’

9 minuten leestijd

Zondag in cel A. 1/19Ik wist: Gij ziet altijd de mederige aanEn hem die op U wacht, en had dus zekerheid Dat Gij mij in mijn nood niet leeg zoudt laten staan,Maar mijn verslagen hart met vree vervullen op Uw tijd.Maar wat 'k niet wist: dat Gij hier zelfzöudt komenEn even neigen, bij het ingaan door de lage deur.Dat dan een gouden licht door 't venster in zou stromenEn overtijgen heel de schamelheid met klank en kleur.Dat dan in eerbied hoog de kale wanden zouden rijzen.En spreken: driemaal heilig is Uw Majesteit.Het naakt gewelf als met gevouwen handen U zou prijzenOmdat van oud en nu Uw wegen zijn barmhartigheid.En ik? Bij brood en water stamel ik mijn beden,Vier Avondmaal met heel Uw wereldwijde Kerk;Hier wordt Uw grote Naam door eng'len en door mij beledenEn aard' en hemel looft Uw onvolprezen werk.(Bastiaan J. Ader, toen hij gevangen genomen na het vele werk, dat hij voor Joden en onderduikers had verricht, in de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam zat opgesloten.)Een ongelooflijk ontsnappingsgeval is dat van Groothof, een medewerker van Hans Dobbe, die op 22 december '42 in de bunker van het concentratiekamp Amersfoort werd opgesloten. Hij werd aan handen en voeten geboeid en met zware kettingen aan de muur geklonken. Een muur van 33 cm dikte, met een klein venster, voorzien van zware spijlen in beton, bovendien afgesloten door een houten verduisteringsluik, scheidde hem van de buitenlucht. En toch wist hij, zonder hulp van enig levend wezen, uit te breken. Drie weken schuurt hij een zijner handboeien over de vloer om één hand vrij te krijgen. Twee weken boort hij met een doodgewone lepel in het beton om een tralie aan één eind los te maken. Vijf weken zaagt hij met de steel van diezelfde lepel om het andere eind van die tralie te kunnen losbreken. Na drie maanden, op 1 maart '43, weet hij zich op een donkere avond, naakt en tot een geraamte vermagerd, door een nauwe spleet naar buiten te wringen en door prikkeldraadversperringen, langs wachttorens met schijnwerpers en door een mijnenveld, uitgeput en met vele schaaf- en kneuswonden, de stad te bereiken, waar vrienden hem verder verzorgen.

De mens is de mens een wolf. Dat is de bittere realiteit van het leven sinds Adams val. Al spoedig sloeg Kain Abel dood. En daarna is de geschiedenis doordrenkt geweest van bloed en tranen. Oorlogen en geruchten van oorlogen. Mensen die elkaar doodsloegen. Wat een bloed is er door de eeuwen heen niet gevloeid. Elke generatie heeft gehoopt op beter tijden. Maar telkens weer is die hoop ijdel gebleken. Er is zelfs sprake van progressie, van vooruitgang in het bedrijf van menselijke vernietiging. Was in primitieve tijden de knots en later de speer het werktuig om de medemens te doden, in onze tijd is het wapen geperfectioneerd en onder de controle van de computer gebracht. Maar wanneer het geweld losbarst, dan is de ramp niet te overzien. Met de dreiging van het kernwapen heeft de uitspraak 'de mens is de mens een wolf' wereldwijde contouren gekregen.
Waarom toch, zo kan men verzuchten. Waarom toch heeft de mens immer weer de neiging om de ander te doden, is het niet niet blikken of woorden, dan toch wel met knotsen, speren, kogels, granaten, bommen en kernbommen? De hele wereld is door de eeuwen heen rood gekleurd geweest van bloed, en ze is het tot vandaag toe. Amin slacht nog honderd gevangenen af voor hij vlucht uit Oeganda. Overheden worden door andere vervangen en de voorgangers gaan aan de galg. Geweld en macht, ze vieren hoogtij in de wereld. En we leren het nooit af, eenvoudig omdat de mens zichzelf blijft door de tijden heen: zondaar, geneigd om God en de naaste te haten.
In een Anne Frank krant, die dezer dagen verschijnt, staat te lezen dat dit jong omgekomen joodse meisje in haar dagboek schrijft te vertrouwen op een nieuwe mensheid, die niet meer tot die gruwel komen zal en kan waartoe Hitler-Duitsland kwam. Maar dit vertrouwen zal ijdel zijn. Alle generaties hebben op zo'nnieuwe mensheid gehoopt. Maar ze kwam niet omdat de mens zichzelf, als zondaar gelijk bleef.


Intussen staan we wel, voor Gods Aangezicht, voor de opdracht de les(sen) der geschiedenis ernstig te nemen. Ook al herhalen de feiten in de geschiedenis zich, zelfs in toenemende hevigheid, gegeven met het voortschrijden van onze technische en wetenschappelijke mogelijkheden, het níét verstaan van de les der geschiedenis stelt dubbel schuldig.
Me dunkt, dat dit ook het geval is wanneer we vergeten wat in de jaren '40-'45 is geschied. Het is opmerkelijk dat meer dan ooit in de naoorlogse jaren de herinnering aan het wrede geweld van het demonische nationaal socialisme thans in ons land en daarbuiten de aandacht heeft. Is de veelbesproken Holocaust, over de massale vernietiging van het Joodse volk in de tweede wereldoorlog de oorzaak? Ik denk het niet. Er komt een moment, waarop datgene, dat jarenlang door de oudere generatie verdrongen is, opeens bespreekbaar wordt. En dat is goed. Want de jonge generatie van nu reageert op dit alles met de (voor de ouderen verwonderlijke maar toch reële) opmerking: zó hebben we het niet (om maar één voorbeeld te noemen) geweten? Daarom kan de bezinning op wat zich in de Tweede Wereldoorlog voltrok heilzaam zijn voor de jongeren. Opdat wij niet vergeten!

Het grote gebod
Dat een standaardwerk van twee delen van ruim 650 pagina's over het verzet ook juist nu moest worden herdrukt is een bewijs ervan, dat de tijd rijp is om (opnieuw) de periode van het fascistisch geweld bespreekbaar te maken. In 1951 verscheen dit boek, dat de veelzeggende titel 'Het grote gebod' draagt, voor het eerst. Onder voorzitterschap van (prof.) dr. ir. H. van Riessen had een gedenkboekcommissie, waarin o.a. K. Norel, Anne de Vries en ds. F. Slomp, zitting hadden, gewerkt aan een uitgebreide, intussen goed leesbare geschiedenis, van het verzet. Schrijvers van naam schreven grotere en kleinere bijdragen.
In dit boek vindt men de portrettengalerij van al diegenen, die vielen in het verzet: jongens, vaders, moeders, kinderen, grootvaders. De foto van tante Riek, (om maar één voorbeeld te noemen) de eerste van het verzet, laat ons intussen geen heroieke, avontuurlijke vrouw zien, maar een degelijke, intussen vastberaden vrouw. En als ze in de cel afscheid neemt van haar man, die naast haar gevangen zit, zingt ze: ga niet alleen door 't leven. En op een laatste briefje aan haar familie schrijft ze: 'Wil aan de kinderen zeggen, dat God mij zeer nabij is geweest…Hij is de Hoorder des gebeds. Ik heb veel mogen zingen, bidden van Gods eeuwige liefde en laat mijn kinderen dat altijd goed onthouden: het eeuwige leven is van meer belang dan het aardse. De Heere is mijn sterkte.'
Ik denk dat we het erop mogen houden, dat mensen als tante Riek ook de geloofsmoed hebben ontvangen om de satan te lijf te gaan. Als ds. Frits Slomp al zegt dat Hitler iemand was, waarvan de duivel nog iets kon leren, dan is wel duidelijk hoe ze de satanische macht van het nationaal socialisme niet alleen hebben ervaren maar ook gewéten.

Hoe was het mogelijk!
Hoe was het mogelijk, dat dit alles zo kon voorkomen? Hoe kon God het toelaten vragen mensen dan. Ds. Frits Slomp zegt in een 'Ten Geleide' bij dit grote boek heel ontwapenend, dat de jaren 1940-1945 geen intermezzo, geen tussen-periode waren, waar God buiten stond. Hij zegt: 'In het goddelijk raadsplan bestaan geen brokstukken… God regeert van ogenblik tot ogenblik de wereld, maar in Gods doen is een vaste lijn. En die lijn loopt door van '40 naar '50 en verdere jaren! Hij voegt eraan toe, dat hij niet in kan gaan op de kwestie 'hoe de mens verantwoordelijk blijft voor zijn daden en hoe God toch door al het verkeerde heen Zijn raad uitwerkt'.
Met die spanning zat Augustinus al toen hij zei, dat er in deze wereld veel geschiedt tegen Gods wil, terwijl er toch niets buiten Zijn wil omgaat. Waarom die wegvoering van al die Joden? Waarom die intocht in de gaskamers waar ze met huid en haar binnenkwamen en in rook uittogen?

Maar daartegenover staat Jesaja 16 : 3: 'verbergt de verdrevene en meldt de omzwervende niet.' Dat werd ook letterlijk waar in de Tweede Wereldoorlog toen christenen en niet-chistenen Joden herbergden. Dat waren tekenen ten goede. Maar intussen blijft staan de bittere werkelijkheid, dat zoveel medemensen vernietigd werden. De foto bij dit artikel toont het lugubere beeld van de schoenen van de afgeslachten, die men in het moordkamp Bergen Belsen op een hoop wierp. Evenzoveel als de schoenen, gedeeld door twee, zijn de mensen, die de hitte des vuurs letterlijk verdragen moesten, gedreven als vee naar de slachtbank. Holocaust, massale vernietiging.


In een boekje uitgegeven in de reeks geschriften over de verhouding van de kerk en het Joodse volk lees ik (de titel van het geschrift is Holocaust), dat Göbbels gezegd heeft: 'De vrijheid van de Duitse natie kan slechts in een strijd tegen de Joden worden verkregen. Zeker de Jood is ook een mens… maar de vlo is ook een dier – alleen geen aangenaam beest… voor ons en ons geweten hebben wij de plicht… hem onschadelijk te maken.'
De mens is de mens een wolf!

Deernis en respect
We kunnen slechts met deernis terugdenken aan het onbeschrijfelijke leed van miljoenen. Het lezen van 'Het grote gebod' brengt ons in de ban van de verschrikkelijke gebeurtenissen toen. We kunnen ook met respect terugdenken aan diegenen die met oprechte motieven hun leven veil hadden in de strijd tegen de bezetter. Toen Jan Schouten uit het concentratiekamp terugkeerde zei hij, dat hij had leren inzien, dat ook verzet genade is. En toen ds. Frits Slomp tegen een aantal bevrijden zei: 'jongens, jullie zijn helden' was het antwoord van één: ''t ging niet in eigen kracht dominee.' Hiernaast staat het verhaal afgedrukt van de intense moeite, die een gevangene heeft moeten doem om te ontsnappen. Het is één van de onvoorstelbaar vele indrukwekkende dingen die men in boeken als deze leest.
Het diepste wat we intussen ook hier zeggen moeten is, dat God ruimte maakte, vrijheid hergaf. Het is zoals het staat in Jozua 4 vers 21: 'wanneer uw kinderen morgen hun vaderen vragen zullen zeggende: wat zijn deze stenen? Zo zult gij het uw kinderen te kennen geven, zeggende: op het droge is Israël door deze Jordaan gegaan. Want de Heere uw God heeft de wateren van de Jordaan voor uw aangezicht doen uitdrogen, totdat gij er waart doorgegaan; zoals de Heere uw God aan de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor ons aangezicht heeft doen uitdrogen totdat wij daardoor waren gegaan.

Tot een teken
Intussen staan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog als opgerichte tekenen voor de generatie van nu. Ook nú zijn de kiemen van nieuw opkomend fascisme aanwezig, niet in het minst ook in Duitsland. Het kan zo maar wéér opnieuw opkomen.
Maar ook vergeten we niet de dreigende macht van het communisme. Hoevelen zijn in Rusland in de loop der tijden niet omgebracht onder het schrikbewind van Stalin en anderen. De jodenvervolging in Rusland is even schrikwekkend als die in de Tweede Wereldoorlog. We treffen in onze tijd een toenemende naïviteit aan als het gaat om de benadering van het communisme. Maar ook nu wordt het in communistische landen zelf ervaren en geweten welk een satanische macht ook het communisme is.
Daarom blijve de waakzaamheid naar twee kanten, naar de kant van het fascisme én naar de kant van het communisme, ter bescherming van vrijheid en recht. Het is een woord van Willem van Oranje: 'So laet ons dan 't samen met eendrachtigen herte en wille de bescherminghe van dit goede volck aangrijpen ende voor de handt nemen.'

v. d. G.


N.a.v. Het grote gebod, Uitgave, J. H. Kok, Kampen, derde druk, deel 1 670 pagina's, deel 2 648 pagina's, prijs ƒ 159,–.
Willem Zuidema, Holocaust, Uitgave J. H. Kok, Kampen, 32 pagina's, ƒ 3,75.

[Tekst foto: Het laatste van de tienduizenden gevangenen, die in het concentratiekamp omkwamen: een berg van schoenen.
Dit lugubere beeld werd door de geallieerden bij hun bevrijding in een der Duitse concentratiekampen aangetroffen.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Opdat wij niet vergeten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's