Lichamelijk ten hemel gevaren
(Enkele overwegingen bij vr. en antw. 46, 47, 48 van de Heidelbergse catechismus)
Ieder die de catechismus kent, moet het opvallen, dat er verschil is in dé manier waarop de catechismus het artikel 'ten derde dage wederom opgestaan uit de doden' behandelt én de manier waarop ze het artikel 'opgevaren ten hemel' behandelt. Bij het eerste artikel stelt ze meteen de vraag naar het nut voor ons (vr. 45), terwijl ze bij het tweede artikel eerst de betekenis van het feit zelf gaat bespreken. Waren er dan in de zestiende eeuw al mensen, die twijfelden aan het feit van hemelvaart? Nee, die waren er nauwelijks. Maar wat zit er dan achter?
Wel, daar zit een meningsverschil met de Luthersen achter. De Luthersen leerden immers, dat Christus bij het avondmaal op de een of andere wijze lichamelijk aanwezig was in brood en wijn. Maar om dit te kunnen leren moesten ze aan Christus' menselijke, lichamelijke bestaanswijze wel enige goddelijke eigenschappen toekennen, o.a. de eigenschap van alom tegenwoordigheid. Doch handhaaf je wel de echt menselijke natuur van Christus, wanneer je aan deze natuur zulke goddelijke eigenschappen toekent? Dat was de grote huiver die de gereformeerden hadden ten opzichte van Luthers avondmaalsleer.
Deze kwestie spitste zich behalve rond de betekenis van het avondmaal ook toe fond de betekenis van hemelvaart. De Luthersen zagen de hemelvaart niet zozeer als een verplaatst worden van de aarde naar de hemel (hoewel ze ook dat wel geloofd zullen hebben), maar veeleer als een omgevormd worden van de menselijke natuur van Christus, zodat die menselijke natuur nu deel kreeg aan alle goddelijke eigenschappen. Bij Hemelvaart lag in de Lutherse traditie niet het accent op transportatie maar op transformatie. De rrtenselijke natuur van Christus krijgt met hemelvaart bijvoorbeeld de goddelijke eigenschap van alomtegenwoordigheid. Hiertegenover belijdt de catechismus heel nadrukkelijk de transportatie: Hij is van de aarde ten hemel opgeheven (Antw. 46).
Is dit nu alleen een oude dogmatische kwestie zonder aktualiteit voor ons of kunnen ook wij vandaag dit stukje belijdenis verder belijden? Waar het om gaat is dit, dat de volgelingen van Calvijn en ook de opstellers van de catechismus er bang voor waren dat op deze manier het aardse en het hemelse, het goddelijke en het menselijke toch teveel dooreengemengd werden, waarbij het dan uiteindelijk óf ten koste gaat van Christus' menselijke natuur of ten koste van zijn goddelijke natuur. De geschiedenis daarna heeft geleerd dat het duidelijk gegaan is ten koste van de menselijke natuur.
Want dit gaat altijd samen: wanneer Christus' menselijke natuur, ook na zijn opstanding, niet meer het volle pond krijgt, dan verdwijnt óók in het geloof de betekenis van de aarde, de schepping en ons lichamelijk bestaan.
Christus is door zijn opstanding de Eersteling geworden van een nieuwe schepping, zegt de bijbel.
Maar als deze Eersteling van de nieuwe schepping geen echt mens meer is, doch een mens die helemaal doorgloeid is van goddelijke eigenschappen, dan betekent dat dus, dat in de nieuwe schepping, die wij verwachten, de oude schepping wordt losgelaten, de aarde en de lichamelijkheid worden prijsgegeven. Dan zou hemelvaart eigenlijk dit prediken: Het gaat niet om de aarde, zie'maar, Christus vaart ten hemel. Het gaat niet om het menszijn en de lichamelijkheid, zie maar, Christus wordt ook weer een soort goddelijk wezen en zo zullen wij straks ook een soort goddelijke wezens zijn.
Nee, zegt de catechismus. Christus draagt zijn en onze menselijke natuur de hemel in. Hij blijft echt mens. Daarom behoeven wij ook niet overgeestelijk te worden, maar mogen we als mensen met ziel en lichaam beide God dienen, wetend dat God ook ons lichaam, ja heel onze menselijke natuur verlossen zal.
Nu zou ik me voor kunnen stellen, dat iemand zegt: goed, lichamelijk opgestaan, lichamelijk ten hemel gevaren, maar als ik mijn bijbel lees, dan krijg ik toch ook nog wel een wat andere indruk. Het opstandingslichaam van de Heere Jezus is toch niet meer hetzelfde als daarvóór. (Maria: raak mij niet aan, de Emmaüsgangers; zij herkennen Hem niet, Jezus komt binnen door gesloten deuren etc). Inderdaad, daar is iets veranderd. De Luthersen kwamen natuurlijk ook niet zómaar op de gedachte, dat na de opstanding de menselijke natuur zich vermengd had met goddelijke eigenschappen. Maar hoe moeten we dat dan zien? Is Jezus niet meer echt mens? Zelf echter onderstreept Hij zijn menszijn voor de ogen van zijn discipelen door met hen te eten zoals Hij gedaan had voorheen. Hij is wel anders, maar dan niet in die zin, dat Hij nu minder mens is. In welke zin dan anders? Wel, ik zou willen zeggen: in die zin, dat hij nu méér mens is dan voorheen. Hij heeft namelijk de menselijke natuur verlost van alle machten, waaronder deze gebukt ging. Sinds Christus de machten overwon van zonde, schuld, angst, dood en noemt u maar op, sinds dat ogenblik is het pas weer mogelijk echt mens te zijn. Vandaar dat de bijbel zegt: onze oude mens is met Hem gekruisigd en begraven en onze nieuwe mens is met Hem opgestaan. Zijn opstanding heeft een nieuwe wijze van menszijn aan het licht gebracht, ontslagen van alle machten, die nu het menszijn beknellen en knechten. Dat bedoelen we als we zeggen, dat Hij niet alleen lichamelijk zonder meer, maar met een verheerlijkt lichaam ten hemel is gevaren.
Wat betekent dit nu voor ons? Zoëven hebben we gezien: het feit dat Christus lichamelijk ten hemel gevaren is, betekent voor ons, dat wij de aarde, de schepping, ons menszijn en onze lichamelijkheid mogen zien als van zeer grote waarde. Dat stellen we nu nóg, maar nu moet er vanuit het gezichtspunt, dat Christus met een verheerlijkt lichaam ten hemel gevaren is wel méér gezegd worden. Want wij mogen niet de gedachte krijgen, dat christenzijn alleen maar is: ja zeggen tegen het leven. Dat is veel te oppervlakkig. Pure beaming van het leven zou immers ook betekenen beaming van de zonde, die onlosmakelijk met het leven verbonden is. Daarom wil Hemelvaart ons dit leren: het gaat wel om de aarde en het leven, maar dan om de verloste aarde en het verloste leven. Dat betekent voor het hier en nu dat het gaat om de heiliging van het leven, de heiliging van de aarde, de heiliging van ons lichaam. Leven, aarde en lichaam moeten losgepeld worden uit de zonde en toegewijd aan God. Mijn lichaam is voor God, de aarde is voor God en wat ik leef, dat leef ik Gode.
Zo komt nu, ook in het belijden aangaande Hemelvaart, de Calvijnse, gereformeerde en ik dacht, ook bijbelse lijn naar voren, die enerzijds afwijst een (Lutherse) wereldmijding, anderzijds ook afwijst een moderne levensverheerlijking al was er geen zonde.
Het gaat om wijding van de aarde en het leven, toewijding aan God. Dan ontvangen beide. God én de aarde hun recht.
Tenslotte zou ik nog willen wijzen op een derde aspekt van Christus' hemelvaart. Christus is niet alleen lichamelijk ten hemel gevaren en Hij is niet alleen met een verheerlijkt lichaam ten hemel gevaren, maar Hij is ook als de gekruisigde ten hemel gevaren, met de lidtekens nog in zijn handen, voeten en zijde.
Dat is vreemd. Wij zouden denken: bij de verheerlijking behoort óók, dat deze lidtekens verdwenen zijn. Vreemd, ja, maar er ligt een geweldige troost in voor Gods kerk. Gods kerk hier op aarde ervaart elke dag, dat de verlossing, waarin zij gelooft nog bestreden wordt. Is zij in al haar strijd en aanvechting alleen? Is Christus nu als Triumfator in de hemel en kent Hij niet meer de wonden en de smart van zijn kinderen? Heeft Hij het kruis achter zich, zodat zelfs de herinnering daaraan voor Hem vergeten is? Nee, Hij heeft de lidtekens in zijn handen en voeten. En zolang zijn kerk nog in de strijd is, zullen die ook niet verdwijnen.
Het is waar wat Pascal eens gezegd heeft: Jezus Christus zal in doodsnood zijn tot aan het einde der wereld. Nog steeds is Christus in strijd gewikkeld met zijn vijanden, want al de vijanden van zijn volk zijn ook zijn eigen vijanden.
Vandaar dat Hij de tekenen in voeten en handen nog niet heeft afgelegd. Dat zou te voorbarig zijn.
Tegelijk betekent dit alles, dat wij achter de Here Jezus Christus aan geen triomftocht moeten verwachten. Zoëven zeiden we, dat het erom gaat ons leven en de aarde te wijden aan God. Maar we moeten niet denken, dat ons dit in dank wordt afgenomen. De machten van deze wereld, die Christus aan het kruis gebracht hebben zullen ook ons niet sparen. Maar Gode zij dank, wij zijn niet alleen. Christus strijdt met ons en vóór ons als een Veldheer, die zelf de zwaarste klappen opvangt en opgevangen heeft. Kijk maar naar de lidtekenen. Hij strijdt totdat de laatste vijand is verslagen. En dan, als ook die verslagen is, zal Christus dan zijn kruistekenen afleggen? Het staat niet in de bijbel. Maar het zou heel goed kunnen. Of zouden de kruistekenen toch blijven als herinnering voor eeuwig aan de verzoening? Ik weet 't niet. Ik weet wel, dat 't aan Zijn verzoening aan het kruis te danken is, dat wij een eeuwig Koninkrijk verwachten mogen. De aarde, eens door de zonde losgescheurd van de hemel, zal dan weer met de hemel verenigd zijn. Een nieuwe aarde onder een nieuwe hemel. Hemelvaart onderstreept de belofte: Hemel en aarde worden verenigd tesaam.
W. Dekker, Loenen a/d Vecht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's