De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerkelijke boedelscheiding? (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkelijke boedelscheiding? (2)

Over de modus-vivendi

7 minuten leestijd

Op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond, die 16 juni ll. te Nijkerk werd gehouden, werden referaten gehouden over 'Kerkelijke boedelscheiding', door de voorzitter, ds. L. J. Geluk, en over 'Kerk en Theocratie', door ir. J. v. d. Graaf. Het eerste referaat wordt in twee afleveringen geplaatst, het tweede in drie afleveringen.De Redactie

Ongelijke begrippen
Wanneer wij nu komen tot de vraag van de modus vivendi of de boedelscheiding, is het goed te bedenken, dat dit twee ongelijke begrippen zijn. Historisch gezien ligt het zo, dat in 1915 door de hoogleraren van de theologische faculteit van de rijksuniversiteit te Utrecht aan de algemene synode het voorstel werd gedaan te komen tot het opsplitsen van de Hervormde Kerk in een drietal wat ik zou willen noemen sub-kerken, gemeentekerken. De ene – zo werd gehoopt – zou dan gevormd dienen te worden door de gereformeerde bonders plus rechts confessionelen, de andere zou bestaan uit de links confessionelen plus rechts ethischen, terwijl de modernen samen met de links ethischen de derde partij zouden vormen. Allen zouden slechts in een administratief verband bij elkaar gehouden worden en dus doende de Nederlandse Hervormde Kerk vormen. Een kerk als een hotel, waar ieder zijn eigen kamer heeft en met de andere hotelgasten weinig of niets te maken heeft.
Vanuit het Convent van Hervormd Gereformeerde Kerkeraden kwam in het begin van de twintiger jaren (1923) een soortegelijk voorstel, maar dan alleen beperkt tot de gereformeerden in de Hervormde Kerk. Van beide voorstellen op de een of andere wijze tot boedelscheiding over te gaan is niets gekomen. Gelukkig maar.

Modus vivendi bestaat!
Maar een zekere vorm van modus vivendi, een manier om (met elkaar) te leven bestaat zónder boedelscheiding thans wel. Wat zijn verschijnselen als een evangelisatie en nog veel sterker die van deelgemeenten en buitengewone wijkgemeenten anders dan een bepaalde wijze van een modus vivendi? En in grotere gemeenten, met predikanten van verschillende richting, overschrijden gemeenteleden 's zondags en door de week in groten getale de grenzen van hun eigen wijkgemeente om dáár ter kerke te gaan en daar hun kerkelijk meeleven te bewijzen waar zij zich 'thuis' voelen. In de ene gemeente gaat dit met de nodige moeiten gepaard, in de andere verloopt dit soepel: maar wat is dit eigenlijk anders dan een modus vivendi? Men kan toch de gemeenteleden niet naar hun wijkkerk dwingen, als zij daar niet het voedsel vinden wat zij zoeken? En dit alles doet zich waarlijk niet alleen voor rondom figuren die behoren tot de Gereformeerde Bond Het is een vrij algemeen verschijnsel.

Herverkaveling bepleit
Nu is onlangs nog weer eens gesuggereerd te komen tot een kerkelijke herverkaveling. Vrij vertaald komt het hierop neer: laten behoudende lieden uit verschillende kerken mét behoudende kerken één nieuwe kerk vormen en laten de anderen, bijdetijdse en oecumenisch ingestelde lieden voor zich hetzelfde doen. We staan elkaar toch maar in de weg. Zo is het ook geen leven. Daarbij zou het dan wel tot een complete boedelscheiding moeten komen. Hiermee annex wordt ook wel gewerkt met het schema van het gesloten kerk-type tegenover het open kerk-type. Daaronder verstaat men, dat 'men in het gesloten type uitgaat van antwoorden, die van tevoren al vastliggen, of dat nu in de Bijbel of in de belijdenisgeschriften is. De mensen in zo'n gemeente zoeken geborgenheid en zekerheid. Ze houden vast aan duidelijk omlijnde afspraken. Christenen die geloven in een open kerk leggen zich niet van tevoren vast. Zij leven meer vanuit de gedachte dat het evangelie gestalte moet krijgen in de tijd en de omstandigheden waarin je leeft. Ze zien de wereld om hen heen als een uitdaging'.
Het behoeft nauwelijks betoog, dat wie zó een tweetal kerktypen tegenover elkaar stelt en ze aldus kenmerkt, met het gesloten type niets op heeft en het totaal onvruchtbaar acht voor deze tijd en de mens van deze tijd.

Twee opmerkingen
Overigens wil ik bij deze onderscheiding een tweetal opmerldngen maken: De kerk heeft een binnen- en een buitenkant. Een kerk die toch vooral maar open wil zijn naar de wereld en de vragen van nu toe, zal al spoedig niets meer te bieden hebben, wanneer zij de wat denigrerend beschreven geborgenheid van de gesloten kerk niet tevens kent. Omgekeerd zal een kerk die alleen maar op zichzelf gericht is, steriel worden. Het werken met deze onderscheiding acht ik dan ook zowel bezijden de werkelijkheid als totaal onbruikbaar.
In de tweede plaats mag het ons wel verwonderen, dat na 30 jaar apostolaatstheologie, die ingrijpend op de kerk heeft ingewerkt en haar danig heeft uitgehold, door de buitenlandse delegatie in het kader van 'Zending in Nederland' vastgesteld werd, dat de gemeenten zo weinig open zijn. Toch werd door haar, bij mijn weten, geen enkele dusgenaamde 'gereformeerde bonds gemeente' bezocht, maar had alleen een aantal middenorthodoxe of vrijzinnige gemeenten de eer deze buitenlanders te ontvangen. En dan de gemeenten dus toch zo introvert? Ondanks alle apostolaat?

Besliste afwijzing
Tenslotte wil ik een aantal redenen noemen waarom wij een boedelscheiding, die in zou houden een vertrek uit de Nederlandse Hervormde Kerk van de hand wijzen en wel beslist van de hand wijzen. En dit niet dan nadat dus te hebben vastgesteld, dat een zekere wijze van modus vivendi thans al sinds jaar en dag functioneert. Maar daarin is het zo, dat wij als gereformeerde mensen (hoewel hier ook erkend moet worden dat de Gereformeerde Bond als organisatie niet alle gereformeerd kerkelijk leven omspant; buiten de Bond zijn er ook nog die met het gereformeerd belijden ernst maken!) – in de huidige modus vivendi is het dus zo, dat wij als gereformeerde mensen in het hele kerkelijk bestel zijn ingeweven. Maar een isolering, voorbode van afscheiding van onze kerk, moge ons bespaard blijven. Waar wij kunnen en geroepen worden zullen wij staan, staan om te dienen. Maar boedelscheiding en dus uittreding begeren wij niet. Daarvoor moge ik u dan een aantal zowel praktische als vooral principiële redenen noemen.

De roeping
De kerk heeft het nodig (en wij dus ook, want tot haar behoren wij) voortdurend en onophoudelijk aan haar roeping herinnerd te worden. Zij heeft kerk van het Woord te zijn. Het Goddelijk Woord moet alleen heerschappij hebben en niet een reeks van menselijke inzichten en wetten. De kerk moet herinnerd worden, steeds weer, aan haar belijdenis, die helaas voor al te velen een museumstuk geworden is. De kerk moet herinnerd worden aan haar geschiedenis, hoe zij door afschudding van het juk van Rome geworden is tot een her-vormde, ge-reformeerde kerk. Deze dingen de gehele kerk voor te houden, hoe vermoeiend en zonder effect dit vaak ook is, blijven wij zien als onze taak.

Waar welkom?
Van de kant van de kerken der afscheiding wordt ons dikwijls toegeroepen: verlaat toch die Hervormde Kerk, het is zinloos zo niet zondig, daar nog langer u op te houden. Aan hen vraag ik: waar zouden wij welkom zijn, welke van de vele onderling verdeelde en zich nog verder verdelende kerkgemeenschappen zou ons op willen nemen? En waar zouden wij ons van onze kant thuis voelen? Aan hen vraag ik voorts: heeft de geschiedenis niet geleerd, dat afscheiding niet de oplossing is voor het kerkelijk vraagstuk?

Gods verbond
Wanneer wij niet verlangen heen te gaan is dat niet uit verlegenheid wáár dan ons te voegen, maar veel dieper gefundeerd. Het is immers geen zaak van mensen een kerk op te richten. Het is verwonderlijk om vast te stellen dat men er in kringen waar zeer nadrukkelijk de onmacht van de mens ten goede wordt beleden, doorgaans het eerst bij is om door afscheiding gemeenten en kerkverbanden te stichten. Maar vanwege Gods verbond weten wij ons met de Hervormde Kerk zó zeer één, dat wij haar nooit vrijwilüg zullen verlaten. Dáár ligt onze roeping, juist ook ten opzichte van de velen, die van de Heere en Zijn Woord zijn vervreemd. Laat, waar geen enkele kerkgemeenschap erin slaagt zich geheel zuiver te bewaren en de deur gesloten te houden voor de tijdgeest, binnen onze kerk de confrontatie plaatsvinden tussen waarheid en dwaling en de worsteling om de heerschappij van het Woord.
Hebben wij het dan moeilijk met elkaar, moeten wij lijden aan de kerk, waar is het beter toeven dan onder het kruis?


Wij geloven en belijden, dat de Heere machtig is hetgeen nú verstorven is tot leven te wekken. Daarvan zijn zo vele bewijzen. Doden doet Hij horen de stem van Zijn Zoon, zodat zij leven. En wij belijden immers te geloven in de Heilige Geest, die Heere is en levend maakt?!

L. J. Geluk, Zwolle

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Kerkelijke boedelscheiding? (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's