De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eerbiedig in Gods huis (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eerbiedig in Gods huis (1)

Pastorale overwegingen

4 minuten leestijd

Een drietal brieven
Soms kunnen twee of meer mensen hetzelfde denken. We kennen het gezegde 'twee zielen, een gedachte'. Ik moest aan deze uitdrukking denken, toen ik bijna met dezelfde postbestelling een drietal brieven kreeg met vragen over gedrag en kleding in Gods huis. Blijkbaar hadden deze lezers(-essen), hoewel in zeer verschillende streken van ons land woonachtig, overwegingen in gelijke richting. Zij betreffen de gebedshouding in de kerk: moet men nu perse staand bidden of mag men ook blijven zitten? Waar staat nu precies, dat een vrouw met gedekt hoofd moet komen ter kerk? Ongetwijfeld, er zijn belangrijker vragen in kerk en samenleving te stellen en aan de orde. Maar laten we ook 'het kleine' niet veronachtzamen, en uit pastoraal oogpunt wil ik er toch wel iets van zeggen. Dat behoeft nu niet bepaald het laatste woord te zijn, maar toch dan een woord.

Gebedshoudingen
Het is algemeen bekend, dat de oosterling veel meer temperamentvol en luidruchtig reageert op verschilleiide gebeurtenissen dan de westerling. Vooral bij uitingen van vreugde en droefheid is dat bijzonder goed te bemerken. Wat dit laatste betreft, als wij in rouw zijn of gaan kleden we ons bij voorbeeld in het zwart, maar wij scheuren niet onze kleding en omhullen ons niet met een grauwe zak. De gordijnen kunnen gesloten zijn, de lakens neergelaten, of de luiken gesloten voor de vensters, maar de stemmen klinken gedempt en stil en behoefte aan luid misbaar hebben we bepaald niet. Nog minder verlangen naar aanwezigheid van klaagvrouwen. Ook in de omgang met God is er verschil in uiting en in wijze van beleving. Maar wat van binnen leeft, komt naar buiten. En we kunnen zeker vaststellen, dat de vreze des Heeren ook de manier van aanwezig-zijn voor Gods aangezicht bepaalt. Het is opmerkelijk, dat de verschillende houdingen tijdens het gebed weerspiegelen wat er in het verborgene heerst en omgaat. Dat we van gebedshoudingen (meervoud dus) mogen spreken, toont, dat er geen grauwe eentonigheid is in de dienst van God ook op dit punt, maar een veelkleurige verscheidenheid, al naar gelang de omstandigheden en de gesteldheden van een biddend hart.

Het staande bidden
Velen zullen bij het 'staande bidden' denken aan de tollenaar uit de gelijkenis, die van verre stond. Ik hoop, dat die gestalte u bekend mag zijn, in de verootmoediging en de onwaardigheid. Niettemin, daar is niet eerst in die gelijkenis, in het Nieuwe Testament dus, sprake van staande bidden. Reeds in het Oude Testament komen we deze houding tegen. We lezen, dat Hanna in haar gesprek met Eli, na de geboorte van Samuël, stond in het heiligdom. Daarbij hief men dan ook de handen ten hemel als smekeling voor God, zoals blijkt uit Exodus 9 : 29 en 17 : 11. En velen denken wellicht aan wat Paulus schrijft in zijn eerste zendbrief aan Timotheus, 2 : 8, dat de mannen bij het bidden opheffen heilige handen in iedere plaats. Het gaat over de wijze van het bidden. De mannen zijn, nog meer dan de vrouwen, mensen van de daad, van het werk, die zich kunnen bezoedelen. Van Israël stamt. deze gewoonte, dat men in de samenkomsten der gemeente staande bidt. Sommige predikanten wijzen daarop met nadruk, dat dit de wettige houding is van de man in de openbare samenkomsten der gemeente. Toch een enkele opmerking daarover. De vraag is of het bij Paulus nu gaat om het staande bidden, dan wel om het opheffen der heilige handen. Vervolgens, is dit staande bidden voorschrift, gebod dus, of gewoonte? Tenslotte, welke houding men ook aanneemt, altijd zal deze van eerbied hebben te getuigen. Het staande bidden spreekt een taal, niet het hangen over de banken heen. En de voorgangers zullen bij het bidden ook moeten denken aan de gemeente, wil de eerbied ook gehandhaafd blijven. Het gebed is geen catechisatieles voor de Heere, hoe Hij mensen moet bekeren. Het gebed is geen onheilige nieuwsdienst, waarin men mededelingen aan de gemeente kwijt kan. Het gebed is te teer dan om daarop kritiek te oefenen, niettemin, houden we ons dan aan de Schrift in eenvoud en godsvrucht. In gebedsnood is er meestal sprake van korte gebeden, dan zijn er niet zoveel woorden nodig. En de Zaligmaker waarschuwt voor ijdele omhaal van woorden. We moeten ons dat allemaal wel aantrekken, denk ik. Tenslotte, er is een wettische vormen-dienst, die het wezen kan veronachtzamen. De innerlijke gestalte is meer dan uiterlijk vertoon. Want, het staande bidden is gepast, met name voor de mannen, we kunnen daarnaast ook spreken over het zittend bidden. Daarover een volgende keer.

W. Chr. Hovius, Katwijk aan Zee

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Eerbiedig in Gods huis (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's