De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk en theocratie (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk en theocratie (3)

Bijbels zicht op de samenleving

11 minuten leestijd

Realiteit en ideaal
De vraag dringt nu wat we met dit alles doen in de situatie van vandaag. Ik besef zeer wel, dat er een grote spanning bestaat tussen het bijbels ideaal, zoals de Reformatoren wel hebben herontdekt en de werkelijkheid van nu.
Alles moet Hem eren, zegt Psalm 33. En de volken altemaal zullen u loven zegt Psalm 67. Het is alles echter ver van de realiteit. De secularisatie van onze westerse wereld is een keihard gegeven. Maar – zo vraag ik allereerst – mag de kerk de profetie naar de staat toe opheffen? Mag ze ophouden de staat vóór te houden wat God van de mens vraagt? Mag de kerk iets anders doen dan belijden en er getuigenis van geven, dat er weliswaar twee regimenten zijn maar slechts één Heere over die beide regimenten? Me dunkt dat hier toch mijn kritiek inzet op de visie van dr. Aalders. Ik wijs met hem volstrekt de verpolitiekte kerk en prediking af. Een kerk, die in de politiek opgaat, zal er ook in onder gaan. Maar me dunkt tóch, dat dr. Aalders het gevaar loopt de profetie te verinnerlijken, op te bergen binnen de gemeente. Hij zegt terecht, dat kerk en staat in onze tijd ver uiteen zijn gegroeid. Maar over welke kerk spreken we dan ook! Waar is haar getuigenis? Hééft de kerk nog zicht op het gezaghebbende van het Woord over het hele leven of bevordert ze zelf door bepaalde prediking de secularisatie? De échte profetie is grotendeels verstomd. Enerzijds zijn kerk en staat uiteen gegroeid maar anderzijds zijn kerk en reformatie uiteen gegroeid en zo knipt de schaar aan twee kanten. Een geseculariseerde kerk roept vanzelf een geseculariseerde staat op. Me dunkt, dat, in welke situatie dan ook, de kerk zal moeten proclameren de wil van God ten aanzien van het leven, ook het openbare leven. Dat hebben de profeten gedaan, al had Israël zich nog zo verslingerd aan de afgoden. Ze hebben voluit laten gelden hoe God wilde, dat het openbare leven en het persoonlijke leven zouden worden ingericht. Dat hebben de apostelen gedaan toen ze (handjevol vissers) de wereld introkken. Groen van Prinsterer heeft gezegd: 'Voor de waarheid uitkomen is altijd plicht, zelfs als men haar miskent. De uitkomst gaat de mens niet aan wanneer zijn plicht hem voorgetekend is.' Dat geldt dan zeker voor de kerk.


Proclamatie
Wanneer de kerk de theocratie niet proclameert, wat moet ze dan wél proclameren? Ik denk dat dat per uiterste consequentie de moderne democratie is.
Nu is de democratie voor velen een heilige koe. Het is ál democratisering wat de klok slaat. Maar zó beslist de helft plus één en niet de waarheid. Dan denk ik aan een woord van dr. Hoedemaker, die zei: 'de eis van gehoorzaamheid is volstrekt onafhankelijk van getalsterkte… Is God de levende God? Heeft Hij zich bekend gemaakt? Is de overheid Zijn dienaresse? Dan gaat het in de politiek niet om onze christelijke of kerkelijke belangen maar om Gods recht om te regeren.' Ik zou willen zeggen, dat de moderne democratie, die wij kennen, dat wil zeggen een democratie, die niet (meer) theocratisch genormeerd is, van niet-christelijke origine is en ontkerstenende consequenties heeft. Ze wortelt in de mensenrechten van de Franse revolutie en maakt elke stroming in de samenleving even legitiem. Maar zo kon de democratie ook het nationaal socialisme in het zadel helpen, waarmee direct de democratie om zeep was gebracht. Zo kan de democratie ook vandaag, fascistische nationaal socialistische, anarchistische, marxistische regimes aan de macht brengen en zal het al eveneens met de mensenrechten zijn gedaan. Democratie vraagt om normering, vraagt om een normering vanuit de Tien Geboden. Gods recht gaat boven alle mensenrechten uit. In het geschrift van de hervormde synode 'De politieke verantwoordelijkheid van de kerk', waaraan dr. A. A. Koolhaas en prof. dr. A. A. van Ruler meewerkten, staat het zo: de kerk acht de humaniteit niet veilig 'wanneer de achtergrond van Gods recht uit het bewustzijn wegzakt en daarmee de afglans van Gods gerechtigheid en menselijkheid in de conceptie van humaniteit verbleekt… De kerk kan niet de zijde kiezen van hen de de bedoeling hebben het recht af te snoeren van de dimensie der gerechtigheid en de politieke orde los te maken van zijn wortels in de wet Gods.' En verder: 'de aan geestelijke wortels ontrukte staat is rijp voor fanatieke intolerante ideologieën juist door het vacuum, dat hij geschapen heeft.'
Als we echter alleen al maar denken aan de tweede tafel van de wet wat is er dan in onze samenleving al niet geweldig veel op retour. De liberale mr. P. J. Oud heeft in zijn Rotterdamse tijd eens gezegd, dat de tweede tafel van de tien geboden de basis van elke democratie zou moeten zijn. Calvijn had dus wel gelijk met zijn stelling, dat deze wet als een natuurwet in het leven van de mens staat ingegrift.
Maar hoe ver is ook het besef hiervan in onze samenleving weg.
Gij zult niet doden. Intussen wordt op steeds groter schaal een aanslag gepleegd op het ongeboren leven. Het leven in de eindfase staat binnenkort ook op het spel. Het verkeer eist door roekeloosheid z'n duizenden slachtoffers.
Gij zult niet stelen. Een levensbesef breekt echter baan, waarin alle goederen geacht worden het eigendom van ieder te zijn. Menigmaal gebruiken jongeren die zich aan winkeldiefstallen of diefstallen in de grote warenhuizen te buiten gaan dit als motief. Gaat de overheid hier zelf niet in voor in een belastingwetgeving, die het sparen straft en het schulden maken beloont en die deze straf en beloning nog eens extra accentueert als het bejaardencentrum wenkt?
Gij zult niet echtbreken. Maar we zijn allang toe aan een nieuwe wetgeving, gegeven de alternatieve samenlevingsvormen. Ook het algemeen normbesef vanuit de tweede tafel van de wet staat aan enorme slijtage bloot.


Maar desalniettemin; de kerk zal iets anders kunnen en mogen doen dan gebod en belofte profetisch uit te zeggen in de samenleving. Ik zou het best met de bevrijdingstheologie, die zegt op te komen voor het recht der armen, eens willen zijn, als het alles maar stond onder de noemer van het recht Gods op het totale leven en als de totaliteit van het gebod maar in het oog gevat werd. Dan zou ik met Aalders van theocratie willen spreken. Nu echter niet omdat de menselijkheid (het humanum), waarvoor gestreden wordt, lós van het recht Gods niet veilig is. Maar ik zeg anderzijds in de richting van allen die het recht Gods hoog hebben, als het gaat om de inrichting van de staat, in wetgeving en ordening, dat het recht Gods gelasterd wordt als niet tevens wordt geijverd voor menselijkheid, voor leefbaarheid van het bestaan en als niet tegelijk beseft wordt, dat oproep aan het volk om het totale gebod Gods ge.hoorzaam te zijn, gepaard dient te gaan met even grote drang tot evangelisatie. Het gaat óók om het aardse welzijn. Ds. J. C. Sikkel stelde eens, dat een ware reformatie in twee dingen bestaat: 'vooreerst hierin, dat de kerk weer Jezus Christus gaat erkennen als haar enig Hoofd en Zijn Woord als haar eigen leefregel. En in de tweede plaats dat zij zich weer wendt tot het ellendige, om dat te behouden. Een gemeente, die zegt het eerste te willen en het tweede niet zoekt mist het bewijs der oprechtheid.' En de Zwitserse predikant Walther Luthi heeft in zijn boekje 'De zeven gesprekken van Maleachi' opgemerkt, ten aanzien van de tijd voorafgaande aan de wederkomst van Christus, dat er tot op die dag nog wel heel wat water door de Rijn zal stromen en er nog veel tranen gestort en veel bloed vergoten zullen worden. Maar… de kerk van de Gekruisigde zal gedurende deze wachttijd een advocaat zijn voor weduwen en wezen, voor vreemdelingen en dagloners. En zou zij zelf daardoor smaad en schande te verduren krijgen en onrecht moeten lijden, dan zal zij zich, in onderscheiding van de moedeloze tijdgenoten van Maleachi, volstrekt niet beklagen. Zij zal er zich niet eens over verbazen 'alsof haar iets vreemds' overkwam… Zo hoort zij geheel bij de Man van smarten.'

Realiteit
En toch eindig ik zó weer bij het betoog van dr. Aalders. Want de realiteit van de ontkerstening staat bij alles levensgroot voor ons. Vanuit de kerk kunnen we – zoals artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis óók doet – krachtig belijden ten aanzien van de staat. Maar wat moet de politicus nu? Ik heb me bij het lezen van het referaat van dr. Aalders afgevraagd wat zijn bijbelse boodschap nu is voor de politicus van nu. Ziet Aalders nog wel een roeping voor de christen als politicus? Want die moet handelen, beslissen, die moet in feite, wil hij regeringsverantwoordelijkheid dragen, met compromissen leven. Hij zal zich telkens geplaats zien voor de vraag: waar liggen de grenzen van het compromis? Wat dan te denken van Naäman, die na zijn onderdompeling van God toestemming kreeg om in de tempel van Rimmon te knielen? Hier ligt toch wel een fundamentele kwestie. Is het dan b.v. waar wat ds. S. Kooistra schreef in een artikel in het Hervormd Weekblad 'Politiek in de Kerk?', namelijk dat er verschil is tussen het 'neen' van de kerk tegen abortus en de besli ssing, die een politicus moet nemen bij de regehng van een bepaalde zaak in de wetgeving? Ik heb hier grote moeite mee, maar benijd intussen de politicus niet die moet handelen, die beslissingen moet nemen. Ik zal hem ook niet veroordelen. Ik besef, dat deelname aan de politiek als reformatorisch christen ook betekent het aangaan van compromissen. Hij doet dit al als hij de eed aflegt op de neutrale grondwet.
Maar intussen zeg ik wél, dat het compromis grenzen kent, namelijk daar waar de kern van het geloof in het geding is, daar waar de Naam van de Schepper, de Verlosser en de Voleinder van de geschiedenis in het geding is.

Apocalyps
Ik eindig ook op een ándere manier bij het referaat van dr. Aalders, namelijk daar waar hij spreekt over de heroriëntering van de christen in de apocalyptische tijd. In zijn boek 'In verzet tegen de tijdgeest' had hij al gezegd, dat zulk een heroriëntering van ons vraagt het prijsgeven van posities, waarop wij recht meenden te hebben. Enerzijds geeft hij mijns inziens daarmee prijs een claim op de samenleving, gegeven onze geseculariseerde maatschappij. Anderzijds doet hij een geweldig beroep op onze geestelijke weerbaarheid, als het zover komt, dat wij in het isolement van de gemeente onze toevlucht moeten nemen. In dat opzicht sta ik wel méér naast hem dan naast die theologen, die op de wijde wereld mikken en de gemeente niet meer op het oog hebben. Er mogen dan twee regimenten zijn, het geestelijke (in de kerk) en het wereldlijke (in de staat), de Schrift laat er ook geen onduidelijkheid over bestaan wat voor de christen het primaire, het eerste is.
De staat heeft zich namelijk toch ook steeds weer in de geschiedenis tégen de gemeente van Christus gekeerd? Dat was zo in de tijd van de eerste christengemeente, toen de christenen voor de belijdenis van de Naam voor de leeuwen gingen. Dat was zo in de Reformatietijd toen de brandstapels rookten. Dat was zo voor de christenen onder Idi Amin in Oeganda, die voor de krokodillen gingen. Dat was zo voor de verzetsstrijders, die de concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog als beloning kregen. Dat is zo voor de christenen achter het ijzeren gordijn, die vanwege de Naam moeten lijden. In al deze gevallen is de staat de vijand en de gemeente de schutse, de schuilplaats van hen, die bij de Messias horen.


We zullen ons moeten realiseren dat alleen van de gemeente geldt: 'gij zijt duur gekocht, verheerlijkt dan God in uw lichaam'. Dat geldt van de wereld niet. Dat geldt van de staat niet. Daarom loopt er toch een beslissende scheidslijn tussen kerk en wereld. De gemeente zal daarom echter wél exemplarisch, voorbeeldig moeten zijn in de wereld, in welke situatie zij ook komen zal.


Prof. dr. A. A. van Ruler heeft eens gezegd, dat het tot hét teken van de theocratie in de eindtijd behoren zal, dat (weer) tot voor koningen en overheden toe Gods Naam zal worden beleden en dat men deze belijdenis met de dood zal moeten bekopen. De vraag is wel hoe wij in zulke situaties belijden zullen. Ik denk aan die christen, die in het boek van de Russische schrijver Berdjajew de vraag van een communistische commissaris te beantwoorden krijgt, nl. wie overwinnen zal het christendom of het communisme. De christen antwoordt: 'u – het communisme – zult overwinnen, maar na al uw overwinningen zal Christus overwinnen.'

Dat is theocratie. Het is christocratie. Christus overwon op het Kruis de machten. Ze zijn onttroond. Christus heeft over hen getriumfeerd. Ze liggen aan de ketting, welke macht ze ook nog schijnen te hebben. En daarom mag de kerk de theocratie belijden en uitzeggen. Want het is nog altijd: twee regimenten, één Heere.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Kerk en theocratie (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's