De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De ambten der kerk (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De ambten der kerk (1)

7 minuten leestijd

Inleiding
Het is onloochenbaar dat een groot deel van de gemeente in onze dagen weinig waardering voor de ambten der kerk heeft. Zelfs is de naam bij velen in onbruik geraakt, of wordt hij hoogstens nog voor enkele uitzonderingsgevallen bewaard. Nog minder is het getal van diegenen, die weten dat er verschil in ligt of men de voorganger der gemeente een ambtsdrager noemt, dan wel of men hem het beroep van predikant laat vervullen. De keuze van deze namen wordt bepaald door de opvatting die men huldigt ten aanzien van de kerk. Is de kerk alleen maar van horizontale oorsprong, dan is het alleen maar ongerijmd om van ambten te spreken. Het leven uit het puur menselijk vlak kent geen ambten, alleen maar functies. Een directeur van een handelsmaatschappij, een president van een republiek, een leider van een kinderkolonie, hoe hoog die betrekkingen ook zijn en welke verantwoordelijkheid er ook rust op de schouders van degenen die ze vervullen, het komt niemand in de gedachten hun de ambtsnaam toe te kennen. Achter een ambt staat altijd een koning of een andere vorst, die de koninklijke plaats inneemt. Bij de koning berust de heersende macht en hij zou haar eigenlijk zelf tot in de verste uithoeken van het land moeten uitoefenen. Maar de menselijke beperktheid maakt hem dit onmogelijk. Daarom schept hij een orgaan, waardoor hij spreekt en handelt. Hij beschikt over ambassadeurs, gezanten, gouverneurs, inspecteurs, ja, over een gehele ambtenaarswereld en deze ambtsdragers bezitten nu in zichzelf wel geen, macht, maar ze zijn toch dienaren van de kroon en oefenen in naam van de koning gezag uit over alle terreinen van het leven. Zij ontvangen hun aanstelhng van hem, en zijn aan hem ook verantwoording schuldig. En – ontgaan ze zich op de een of andere manier, dan kunnen ze zelfs hun ambt geheel verliezen.

Wanneer de kerk dus een zuiver menselijke instelling is, dan kan men er een betrekking of post in vervullen en ontvangt men zijn mandaat uit handen der gemeenschap. Maar wanneer er een koning achter staat en de kerk de vergadering der gelovigen is, verzameld door Jezus Christus, de van God gezalfde koning, die de gemeente door Zijn Woord en Geest regeert, dan en dan alleen kan men spreken van ambten en ambtsdragers, die door de koning tot hun bediening worden geroepen en aan hem verantwoording schuldig zijn. Inderdaad is dat nu de toestand. Koning Jezus zou natuurlijk zonder menselijke tussenkomst al de arbeid in de kerk persoonlijk kunnen verrichten. Hij heeft de almacht ter beschikking, maar het behaagt hem te werken met mensen. Die gebruikt Hij als organen om zijn kerk uit te breiden en te bevestigen. Hij zelf heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten en sommigen tot evangelisten en sommigen tot herders en leraren. Vraagt u nu voor welk doel dit is gebeurd, dan geeft het vervolg van de tekst het antwoord: namelijk tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus. Wij willen nu overgaan tot ons eigenlijke onderwerp zelf en behandelen dan in de eerste plaats het buitengewone ambt, dat uitsluitend tot de apostolische tijd behoort om daarna uit te sterven. Vervolgens beschouwen wij het gewone ambt, dat een blijvend karakter draagt en tenslotte schenken wij aandacht aan het algemene ambt der gelovigen.

Buitengewone ambt
Het behoeft geen verwondering te wekken, dat de kerk toen ze zich als een zelfstandig instituut kort na de uitstorting van de Heilige Geest in de wereld moest vestigen buitengewone ambten of bedieningen gekend heeft en dat deze in later rustiger tijden zijn verdwenen. Wij noemen maar enkele algemeen bekende voorbeelden om te doen zien, dat de grondlegging of stichting onder abnormale omstandigheden geschiedt, die bestemd zijn om de normale loop van omstandigheden voor te bereiden. Wordt er ergens een woning gebouwd, dan dreunt soms in het polderland de omgeving van het heiwerk dat voorafgaat; steigers worden opgericht, balken aangesleept, hamerslagen khnken en het maakt alles eer een verwarrende dan een ordelijke indruk. En toch is deze voorbereiding noodzakelijk om het geregelde leven mogelijk te maken, wanneer architecten en timmerlieden hun taak afgedaan hebben en het stille, geregelde werk van de vrouw des huizes begint, die bijna onhoorbaar door de kamers gaat om alles in orde te houden en een ieder het zijne met zorgende hand toe te delen. Bij het bouwen van een brug vindt u hetzelfde verschil: tijdens de aanleg is alles abnormaal en druk, maar dat is de noodzakelijke inleiding van het stille suizen van de auto's over de pasgeopende rijbaan. En zelfs bij een rivier gaat het zo toe. 't Is in het begin niet het trage voortstromende water door het lage land met de wolkenluchten. Welnee, 't is aanvankelijk een pittig beekje, dat klaterende van de bergen stortte. Later alleen is die woestheid vreedzaamheid geworden. Met deze voorbeelden voor ogen kunt u begrijpen dat er bij de stichting van de kerk allerlei extra-ordinaire verschijnselen waren, die later voor het meer geregelde leven plaats moesten maken. Wij noemen daartoe bijvoorbeeld de tongentaal, de gave der gezondmaking, de dodenopwekking. Langzamerhand zijn deze buitengewone gaven verdwenen, al naarmate het leven der kerk een eenvoudiger, regelmatiger karakter ontving. En zo waren er nu aanvankelijk tot bevordering van de instituering der kerk een paar buitengewone ambten. De dragers daarvan moesten zorgen voor de architectuur en grondlegging en de bouw der kerk, terwijl zij later door de meer gewone dienaren vervangen zouden worden. Paulus noemt er drie en u moet er wel aan denken, dat deze drie ambten uitzondering zijn en geen regel stellen voor de kerk der toekomst.

Apostelen
Voorop gaan de apostelen. Zij zijn geheel uniek. Ze werden allen persoonlijk door Christus geroepen. Hun opdracht is veel ruimer dan een gewone predikant bezit. Die is aan een bepaalde gemeente gebonden. Maar voor de apostelen geldt: de gehele wereld is mijn parochie. Hun taak was in werkelijkheid om het evangelie aan alle creaturen te gaan verkondigen en in die weg overal de funderingen te leggen waarop de latere kerk moest worden gebouwd. Hun naam duidt aan dat zij gezonden zijn, evenals ook Christus immers van de Vader in deze wereld is gezonden. Dat was om zo te zeggen Jezus' apostelschap en het is dit apostelschap dat Hij nu in onze twaalf apostelen voortzet, getuige de taakomschrijving van Christus aan hen: gelijkerwijs mij de Vader gezonden heeft, zend Ik ook ulieden.

Als twaalf heldengestalten staan zij aan het begin van de christelijke kerk – de twaalf patriarchen van het nieuwtestamentisch Israël dat uit het door hen bij monde en bij geschrifte verbreide Woord des koninkrijks is opgebloeid. Die apostelen beheersen door hun woord niet alleen de kerken die zij bij hun leven hebben gesticht, maar ook de gehele kerk tot aan de voleinding der eeuwen. Er is immers naar de Schrift voor ons geen gemeenschap mogelijk met de Vader en de Zoon dan door het woord der apostelen. Eerst geven wij aan de apostelen de hand door hun boodschap in ons op te nemen, en alleen in die weg kunnen wij ook de hand geven aan Jezus Christus en aan de Vader. Daarom ontvingen de apostelen dan ook de belofte van Christus, dat de Heilige Geest hen in alle waarheid zou leiden – een belofte, die in zeker opzicht ook wel voor alle gelovigen geldt, rtïaar in Jezus' mond toch bedoeld werd als een toezegging aan de apostelen dat zij de bijzondere inspiratie des Geestes deelachtig zouden zijn, waardoor de onfeilbaarheid van hun woord en geschrift gewaarborgd werd. Natuurlijk moesten zij, om in de wereld geloof te vinden, hun buitengewone zending op buitengewone wijze kunnen wettigen. Dit nu werd hun mogelijk gemaakt door de gave, die zij ontvingen om tekenen en wonderen te doen. 'Ze genazen zieken, wekten doden op, stopten hiermee aller mond en reikten in die buitengewone krachten aan de wereld, om zo te zeggen, hun geloofsbrieven over, die elke twijfel moesten wegnemen of zij wel werkelijk een bijzondere zending hadden ontvangen en met hoog gezag mochten spreken. De twaalf apostelen hebben een gesloten kring gevormd, die uitgestorven is en moest uitsterven, toen hun taak als grondleggers eenmaal vervuld was, want toen moesten zij plaats maken voor de stille huisbezorgers, die aan de gemeente bij de voortduur in de gewone ambtsdragers zijn geschonken.

A. van Brummelen, Huizen (N.H.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De ambten der kerk (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's