De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een beker koud water

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een beker koud water

Diakonaat in wereldwijd verband

9 minuten leestijd

Door de tijden heen zijn er mensen geweest, die zich op heel bizondere wijze voor hun medemensen hebben ingezet; die hun leven deelden met de armsten der armen, die zich bizondere opofferingen getroost hebben om bij mensen te zijn in probleemsituaties. Florence Nightingale, de uit welgestelde familie afkomstige verpleegster, die bij het uitbreken van de Krimoorlog in de vorige eeuw zoveel betekende voor de soldaten te Scutari, toen zij, bij gebrek aan medicamenten en materiaal, als het ware wonderen verrichtte, is wereldwijd bekend geworden. Haar naam is een begrip. Ze is bekend als dé filantrope bij uitstek. Maar er zijn er zovélen geweest, die veel minder bekend of geheel onbekend zijn geweest of zijn, maar wier opofferingsgezindheid niet minder was. Stil en eenvoudig maar met grote overgave waren ze er voor de ander. Ze hebben op bizondere wijze gedaan wat als opdracht voor de gemeente van Christus in deze wereld geldt, namelijk de dienst aan de naaste, wat als het tweede gebod geldt naast het eerste en grote gebod, – maar gelijk aan het eerste – namelijk God lief te hebben boven alles.
Men loopt tegen dit alles op wanneer men, zoals ondergetekende de afgelopen weken, in de gelegenheid is diakonale projecten elders in de wereld te bezoeken. Geschiedenissen van mensen en instellingen komen tot leven. Ik geef drie voorbeelden.

Spafford
In november 1873 koerste het schip 'Ville du Havre' van Amerika naar Engeland. Aan boord was Anna Spafford met haar drie kinderen. Het schip werd geramd door een zeilboot en zonk. Een van de kinderen zei: 'mamma, wees niet bang. De zee is van Hem. God maakte hem en Hij zal ons behoeden.'
Anna werd gered. Ze werd dobberend op een stuk wrakhout gevonden. Van haar kinderen heeft ze nooit meer iets gezien. Ze seinde naar haar man in Amerika: 'gered-alléén'. De vraag 'waarom zijn we zo bezocht?' bracht hen daarna dieper in het Woord van God. Een onwankelbaar vertrouwen in Gods goedheid groeide, een geloof, geworteld in God en gelouterd door de stormen van beproeving ontstond.
In 1881 reisden de Spaffords en een groep vrienden naar Jeruzalem teneinde Gods wil in hun leven te onderzoeken. Ze kochten een huis, gedeeltelijk gebouwd in de muur van de oude stad, tegenover de plaats Golgotha en ze begonnen 'Gods werk zoals de Heilige Geest hen leidde'. Iedereen was welkom in het huis, jood, moslim of christen. Velen werden door de onbaatzuchtige liefde van deze christenen tot het christendom bekeerd. De 'Americans Colony's' namen vooral kinderen in hun huis op, verzorgden de zieken, voedden de hongerigen en gaven een stuk opvoeding aan het volk, vooral in verschillende soorten van handvaardigheid. Uitgangspunt voor hen was het woord van Jezus: 'want ik was hongerig en gij hebt mij gevoed. Ik was dorstig en gij hebt Mij te drinken gegeven. Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij geherbergd.' (Matth. 25 : 35). Momenteel vervult het Spafford Children Centre, net binnen de Damascuspoort in het oude Jeruzalem, nog de functie van opvang van kinderen in de steeds meer 318 verarmende Arabische wijk. Een kliniek voor voorzorg en nazorg van moeders verricht ook onschatbare diensten in dit deel van de oude stad.

Libanon
Nog twee andere voorbeelden. Libanon, sinds jaar en dag een welvarend en vooruitstrevend land in het Middem-Oosten al zijn de tegenstellingen tussen rijk en arm er ook groot, is sinds enkele jaren geteisterd door een burgeroorlog. Christenen en moslims zijn slaags geraakt maar ook christenen en christenen en moslims en moslims, want iedere groep heeft een eigen legertje. Het land is aan de rand van een ruïne gekomen, onbestuurbaar als het is geworden, en geteisterd als het is door het oorlogsgeweld. Midden in de stad, ligt een oude krottenwijk. In de burgeroorlog werd deze verwoest. Wat branden kon, brandde. En de mensen zaten op de puinhopen. Midden tussen deze mensen leefden enkele zusters, die al jarenlang hun leven delen met deze armsten der armen en wier huis een toevluchtsoord is voor mensen, wie zij ook zijn. Toen de krottenwijk weer opgebouwd werd bleven zij ook. Jullie huizen zijn verwoest, het onze ook. We bouwen samen weer op, was hun commentaar. En onder leiding van enkele bouwdeskundigen en met medewerking van een sociaal werkster wordt thans gewerkt aan de opbouw van de wijk, die tevens een renovatie, een vernieuwing van woongelegenheid inhoudt. Opnieuw een stuk dienstbetoon aan mensen in nood.


Andere gevluchten uit verschillende delen van het land zijn in een nieuwe krottenwijk aan het strand terecht gekomen. Ze wonen er hutjemudje. Ook de kinderen zijn verdreven van huis en school. Een noodoplossing werd gevonden voor de schoolgaande kinderen, door een oud restaurant aan het strand, overblijfsel van beter jaren, in te richten als school. Daar komen nu honderden kinderen in veel te grote klassen, gesplitst in morgen en middaggroepen samen. Ze krijgen onderwijs van leerkrachten, die al enkele maanden geen salaris hebben ontvangen, maar die zich toch met grote voortvarendheid en overgave inzetten voor de kinderen.

'Zien is (erin) geloven'
Ongetwijfeld zijn de gekozen voorbeelden fragmentarisch. Ze zijn met meerdere aan te vullen. 'Seeing is believing' zei iemand bij bezoek aan één van de vele werelddiakonale projecten, d.w.z. 'zien is (erin) geloven'. Dat geldt hier bepaald. Wanneer men, bij een bezoek aan landen met uitgesproken probleemsituaties, met de neus op de feiten gedrukt wordt gaat men te meer geloven in de wereldwijde diakonale verantwoordelijkheid. Dat de kerk een diakonale taak heeft behoeft geen betoog. Dat er voor het diaconaat in onze welvaartssituatie de roeping ligt om de grenzen te verleggen, bij alle verantwoordelijkheid die er ook dichtbij blijft, is echter een gedachte die nog geen gemeengoed is.
Ook in onze eigen situatie gaan de problemen weer toenemen, maar wie deze problemen afzet tegen wat elders in de wereld aan de orde is beseft dat er van geen vergelijk sprake is. De vraag dringt zich dan onweerstaanbaar op welk récht wij menen te kunnen laten gelden op onze welvaart en welk onderscheid tussen ons en diegenen in de wereld, die op een minimum leven moeten of daaronder, afgedacht overigens van het feit of welvaart uitsluitend een zegen is en samenvalt met welzijn. Maar gegeven dan het feit, dat wij in het westen rijkelijk bedeeld zijn met goederen, zullen we in ieder geval hebben te verstaan dat wij van wat bij ons voorhanden is mogen delen met – ik zeg niet méédelen aan – anderen. Daarom is het goed als de diakenen zich beraden op hun roeping ten aanzien van de probleemgebieden in de wereld, niet alleen door het beschikbaar stellen van en het bijeenbrengen van gelden maar met name ook door zich bezig te houden met bezinning op concrete projecten, zodat we de verantwoordelijkheid jegens anderen in de wereld Ieren verstaan. Dan is het bepaald ook niet zo, dat wij alleen maar donor, gever zijn. Want wij mogen dan in materiële zin zoveel ontvangen hebben dat we daarvan mogen afstaan aan anderen in de wereld, zij op hun beurt kunnen wel eens zoveel andere dingen hebben ontvangen die zij met vrucht aan ons mee te delen hebben: gemeenschapszin, tijd voor elkaar, verantwoord omgaan met het schaars gegevene. In de genoemde krottenwijk in Beiroet, waar de wederopbouw ter hand genomen wordt met geld uit verschillende delen van de wereld, wordt gewerkt onder inspirerende leiding van mensen verbonden aan een dienstencentrum. Trots vertelde de bouwopzichter, dat de directeur zuinig was op elke tegel. Er mocht er niet één breken. Het geld moest verantwoord besteed zijn. Het zijn van die kleine dingen, die je aan het denken zetten als je komt uit onze welvarende wegwerpmaatschappij.

Prioriteiten
Het diakonaat zal zich wel allereerst richten op de huisgenoten des geloofs. Doe wel aan alle mensen, zegt de Schrift, maar allereerst aan de huisgenoten des geloofs. In de Schrift wordt twee maal gesproken over een beker koud water, die gegeven wordt. Mattheus 10 zegt: 'En zo wie een van deze kleinen te drinken geeft alleen een beker koud water, in de naam van een discipel, voorwaar zeg Ik, hij zal zijn loon geenszins verliezen.' En in Marcus 9 staat: 'want zo wie u een beker water zal te drinken geven in Mijn Naam, omdat gij discipelen van Christus zijt, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen.'

In deze teksten gaat het om profeten, discipelen. Calvijn tekent hierbij aan: Christus noemt hier wel in de eerste plaats de profeten, maar daar hij tenslotte tot de geringste graad afdaalt, omvat hij met deze woorden al zijn discipelen… Hoewel God ons beveelt het ganse mensdom lief te hebben, plaatst Hij toch de zijnen met recht hoger dan die allen, opdat men het met bizondere zorg behandele… De benaming van kleinen geeft Hij niet slechts aan degenen die in de kerk de laagst geplaatsten en minst geachten zijn maar aan al zijn discipelen, die de wereld in haar hoogmoed met voeten treedt.’


Mogen evenwel de gelovigen in de wereld onze eerste aandacht hebben, de nood van mensen waar dan ook duikt daarachter ook direct op. En Mattheus 25 plaatst ons voor de opdracht: hongerigen te eten geven, dorstigen te drinken geven, vreemdeUngen herbergen, naakten kleden, zieken bezoeken en gevangenen bezoeken. Er is geen enkele reden om zo'n bijbelgedeelte te vergeestelijken. Hier ligt ook voor het diaconaat in wereldverband een regelrechte opdracht.
En Calvijn voegt hieraan toe, dat het dwaas ís te menen dat er slechts zes weken van barmhartigheid zijn omdat Christus er hier niet méér noemt. 'Want treurenden te troosten, onrechtvaardig verdrukten te helpen, eenvoudigen met raad te dienen, ongelukkigen uit de klauwen der wolven te redden zijn even lofwaardige daden van barmhartigheid als het kleden van naakten of het spijzen van hongerigen.'


Er mag gelukkig een omvangrijk stuk diakonaal werk in wereldwijd verband geschieden. We zijn daar de afgelopen weken – ook al betrof het maar een deel van het grote geheel – getuige van geweest. Het zal altijd weer zaak zijn om ook dit werk kerkelijk herkenbaar te doen zijn als werk van de kerk van Christus. Maar duidelijk is, dat de mogelijkheden nog lang niet zijn uitgeput en dat er vanuit de plaatselijke gemeenten nog veel meer gebeuren kan dan op dit moment al geschiedt. Bij dat alles is het intussen goed te herinneren aan het woord van Hosea: 'Ik wil barmhartigheid en geen offerande.' Het gaat om de opdracht en om niets meer.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een beker koud water

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's