Künneth en Douma – waar gaan beiden uiteen? (2)
In het blad De Reformatie (vrijgemaakt-gereformeerd) heeft prof. dr. J. Douma scherpe kritiek geleverd op de Duitse belijdenisbeweging, met name op de theoloog Künneth, één van de sprekers op het laatst gehouden belijdenis-convent in Frankfurt. Drs. J. A. E. Vermaat, medewerker van het Theologisch Konvent, waarvan prof. Künneth voorzitter is, zond ons in twee artikelen een reactie op Douma's bijdrage, een bijdrage waaraan in onze 'Persschouw' reeds aandacht werd besteed. Terwille van de discussie geven we ruimte aan deze artikelen van drs. Vermaat, terwijl aan prof. Douma de gelegenheid gegeven is te reageren op deze artikelen.
Douma’s kritiek
In het vorige artikel is al even ingegaan op de kritiek, die door de Kampense vrijgemaakte ethicus prof. J. Douma is geuit op zijn Erlangse collega prof. Walter Künneth. In dit artikel willen wij daarop nog even doorgaan alsmede trachten enkele achtergronden van die kritiek te belichten en in een wat breder kader te plaatsen.
We hebben in het vorige artikel laten zien hoe Douma het opneemt voor Barths houding tijdens de strijd om de belijdenis in de Duitse kerk, terwijl hij Künneth maar een compromisfiguur vindt. Barth en Künneth lagen elkander niet. Künneth was (en is) typisch rechtzinnig theoloog, terwijl Barth toch altijd iets van de vrijzinnige theologische invloeden heeft ondergaan. Bovendien zag Künneth de strijd tegen het nationaal socialisme in Duitsland eerst en vooral als een geestelijke strijd, zoals Efeze 6 dat aangeeft. Barth ging het met name om de politieke – maar niet uitsluitend – confrontatie, vooral in de tweede helft der dertiger jaren. Hij predikte opstand en verzet tegen Hitler waar hij dat maar kon. Künneth ging niet zover als Barth of Bonhoeffer die andere staten aanzetten tot bewapening tegen Hitler (Barth) of meewerkten aan samenzweringen tegen diens persoon (Bonhoeffer). Künneth verweerde zich met de pen tegen de geest achter die ideologie en hét bleek dat zijn verweer in brede kring aansloeg zodat de nazi's in hem al spoedig een gevaarlijk tegenstander ontwaarden.
Toch had Künneth zijn fouten en gebreken. Evenals de overgrote meerderheid in de 'belijdende kerk' verzette hij zich niet tegen de eed op het formele staatshoofd, Hitler. Die eed was immers óók door vooraanstaande mensen uit het kerkelijke en politieke verzet afgelegd. Dat Douma hiertegen bezwaar maakt is formeel juist, maar wist de verdienste die Künneth op zoveel andere terreinen had niet uit. En over die verdiensten zwijgt Douma. Waar Douma Künneth aanvah omdat deze geen bezwaar zou hebben tegen predikanten die lid werden van de partij, moet worden gezegd dat Douma maar half citeert, omdat Künneth in het boek 'De Grote Afval' (op grond waarvan Douma zijn voornaamste kritiek op Künneth levert) zulk een lidmaatschap van de hand wijst als zijnde een 'verkeerde beslissing', ja: een dwaling. Douma suggereert voorts dat de belijdende kerk 'al zuchtend en lijdend en vaak zonder heldere taal en kloeke daden aan te durven' onder het nationaal-socialisme doorging. Ik vraag mij af of Douma wel voldoende op de hoogte is van de feiten ter zake. Heeft hij ooit wel eens kennis genomen van de jaargangen 1933-1937 van de tijdschriften Junge Kirche of Evangelische Theologie? En was de bekende verklaring van Barmen – onderschreven door de gehele belijdende kerk – van 1933 geen krachtig getuigenis? Om nog maar te zwijgen van wat de eerbiedwaardige Otto Dibelius in deze jaren geschreven en gezegd heeft!
Als Douma het voor Barth opneemt, heeft hij in veel gelijk, maar hij vergeet dat zij, die in de dertiger jaren in het nationaal-socialisme vooral een politieke en niet óók een geestelijke tegenstander zagen, in later jaren tot echte politieke theologen zijn geworden, of om het 'barthiaans' te zeggen: hun theologische existentie hebben verloren. Men denke aan Barth zelf. Men denke aan Gollwitzer of aan Niemöller. Men denke ook aan bepaalde uitspraken van Bonhoeffer. Barth noemde in 1949 en 1951 de massamoordenaar Stalin 'een man van formaat'. En in 1966 wilde hij alleen samenwerken met de beweging 'Geen Ander Evangelie' als deze zich nadrukkelijk zou uitspreken tegen de Vietnamoorlog en de Duitse herbewapening. Künneth schrijft hierover heel terecht: 'Hier worden politieke maatstaven tot de grondslag van het geloof gemaakt en daarmee worden zowel de politiek als het geloof totaal vervalst.'
Künneth, en nog enkele andere getrouwen uit de Duitse kerkstrijd tegen de nazi's die deze strijd vooral als geestelijk conflict (maar niet uitsluitend) hebben gezien volgens de maatstaf van Efeze 6, is na de oorlog niet de kant van Niemöller, Barth, Gollwitzer of ook Bultmann (die ook tot de 'belijdende kerk' behoorde) opgegaan. Daardoor bleef hij vruchtbaar voor de theologie en daardoor is er geen levensgrote breuk tussen de 'oude' en de 'jonge' Künneth opgetreden, zoals bij Barth, Niemöller en zovele anderen wel het geval was.
Künneth, Huntemann en Douma
Nu dient te worden bedacht dat er verschillende soorten lutheranen zijn. Er zijn hoogkerkelijke lutheranen, die alle nadruk op de liturgie leggen, en er zijn laagkerkelijke lutheranen, die vooral de prediking en de soberheid benadrukken. Er zijn ook lutheranen van meer gereformeerde inslag.
Künneth laat zich echter niet altijd zo gemakkelijk in een hokje stoppen. Dat hij een echte lutheraan is, is wel duidelijk. Nu is het interessant te bespeuren hoe zowel in de Reformatie (het orgaan van de vrijgemaakt-gereformeerden) als in het Nederlands Dagblad wel op Künneth, maar niet op een man als de Duitse lutheraan dr. Georg Huntemann kritiek wordt geleverd. Huntemann sluit in zijn denken veel meer aan bij het Nederlands gereformeerde belijden. Hij heeft Groen van Prinsterer en Kuyper goed bestudeerd en hij neigt in het voetspoor van Kuyper naar afscheiding van de grote lutherse staatskerk. Künneth en Beyerhaus echter willen daarvan niets weten.
Begrijpelijkerwijze heeft men in vrijgemaakte gereformeerde kring meer op met Huntemann dan met Künneth of Beyerhaus. Via Huntemann zouden de vrijgemaakten mogelijk tot een vrijgemaakte kerk in Duitsland kunnen komen. Een kerk die zich afscheidt van de lutherse moederkerk en die in de geest van Kuyper en Schilder gereformeerd wordt. In die richting hebben ze dan ook reeds zachte aandrang op Huntemann uitgeoefend. Dit is één van de redenen, dat Huntemann in de vrijgemaakte pers er heel wat beter afkomt dan Künneth, die men, óók omdat hij binnen de eigen kerk wil blijven, 'een man van het compromis' vindt. Douma had natuurlijk al lang zijn kerkelijke bezwaren tegen Künneth, doch hij heeft na enig zoeken eindelijk enkele andere bezwaren daaraan kunnen toevoegen zoals uit zijn artikelen in de Reformatie ten overvloede blijkt.
Toch zou het touwtrekken om personen, die in Duitsland naar een afscheiding toe willen, iets problematischer kunnen blijken te zijn dan Douma c.s. wel zouden wensen. Huntemann is toch bepaald minder 'kerkistisch' dan men in vrijgemaakte kring is. Hij denkt in kerkelijk opzicht toch wat breder en schuwt niet de avondmaalsgemeenschap met gelovigen buiten de eigen kerk. Ook geloof ik niet dat hij Douma's visie op Künneth geheel onderschrijft. Tegen een mijner vrienden moet hij naar aanleiding van Douma's artikelen hebben gezegd: 'Maar Künneth heeft toch ook andere kanten!'
Is afscheiding wel gewenst?
Overigens wil ik niet verhelen dat een afscheiding van de lutherse kerk in Duitsland mij ongewenst voorkomt.
De afscheiding en de bolwerken van Kuyper bleken maar beperkt 'houdbaar' en het lijkt wel alsof zeven andere geesten, bozer dan de geest die eerst was uitgedreven, in het huis zijn teruggekeerd.
Runia heeft in het Centraal Weekblad van 17 maart jl. enige kriteria voor een afscheiding gegeven. Enkele van die kriteria zijn: als de kerk de gelovigen dwingt om dingen te aanvaarden of te doen, die duidelijk in strijd met Gods Woord zijn; of als de kerk niet meer de vrijheid geeft om te geloven of te doen wat duidelijk door het Woord van God geëist wordt. Runia noemt nog meerdere kriteria, zoals klaarblijkelijke uitspraken der kerk of kerkeraad, maar mijn indruk is dat Runia deze kriteria niet afzonderlijk, doch alle bij elkaar in verband gebracht wil zien. Vooral het element van de geestelijke dwang, waarbij de dwaling wordt opgelegd, is belangrijk. Zolang we in de kerk kunnen getuigen dienen we dat te doen en vaak zal blijken dat het licht dan sterker is dan de duisternis. De kerk is niet ónze zaak, maar de zaak des Heeren!
Daarmede is het recht op afscheiding niet bestreden – ook Runia bestrijdt een zodanig recht niet –, maar daarmede is evenzeer het recht om in de eigen kerk te blijven, zolang dat nog kan, geponeerd. Het is kwalijk, dat men de kritiek, die wij op de Wereldraad hebben, inconsequent noemt, omdat wij blijven in een kerk die lid is van de Wereldraad. Voor Douma c.s. zijn wij 'mensen van het compromis'. Douma durft zelfs te stellen dat dezulken (hij bedoelt Künneth, de Duitse belijdende christenen en ook óns) 'de schapen die dichtbij huis zijn niet vergaderen tot een echte kudde van de Grote Herder, bijeengehouden door hetzelfde geloof'. Desgelijks heeft ook de heer Goossens zich in 'Tot Vrijheid Geroepen' uitgelaten naar aanleiding van mijn kritiek op de Wereldraad. En daarmee komt dan de aap uit de mouw. Want voor Douma is er maar één echte kudde, namelijk de ware kerk, die in 1944 door prof. Schilder is bijeengeroepen rond art. 31 NGB.
Inplaats van te gaan staan naast broeders, die midden in hun eigen kerk staan en getuigen tegen de geest des tijds, verwijdert men zich van hen in een kerkistisch, bijna ideologisch denken. Hóe anders was een man als Groen van Prinsterer! Groen, die het zo voor de afgescheidenen opnam, is nimmer ook kerkelijk met hen meegegaan. Maar als geen ander verzette Groen zich tegen de geest der eeuw, ook binnen de eigen kerk. Wie óns verzet tegen de machten van de tijd afschrijft, dient ook desgelijks Groen van Prinsterer af te schrijven. Maar dat doet men niet, want juist in vrijgemaakte kring heeft hij vele bewonderaars. Wat zit daar nu achter?
J. A. E. Vermaat, Hilversum
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's