De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijdenis der Hugenoten (8)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijdenis der Hugenoten (8)

De Confessio Gallicana

8 minuten leestijd

Christus alleen
Art. 13 Wij geloven dat in Hem, Jezus Christus, ons alles wat nodig is tot onze zaligheid wordt aangeboden en meegedeeld; omdat Hij ons is gegeven tot ons behoud en Hij ons is geworden tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligheid en verlossing, zodanig dat wie van Hem afwijkt de barmhartigheid van de Vader prijsgeeft, bij wie onze enige toevlucht te vinden is.

Alles in Christus
Het is opmerkelijk dat onmiddellijk nadat in het vorige artikel beleden is de predestinatie, hier in dit artikel volgt een belijdenis van de algenoegzaamheid van Jezus Christus. Het een mag niet in mindering op het andere worden gebracht. Het was er wel ver vandaan dat de Franse gereformeerden met de belijdenis der predestinatie de aandacht van Christus hebben willen aftrekken. Uit een zekere bezorgdheid dat mogelijk deze of gene de belijdenis aangaande de predestinatie zo zou opvatten hebben zij, naar het ons voorkomt, om dit misverstand geen enkele voet te geven, hier in dit artikel alle nadruk nog eens extra gelegd op de algenoegzaamheid van Christus en van hetgeen Hij voor ons gedaan heeft.

Aangeboden
Onbevangen spreken de Franse gereformeerden van een 'aanbieding' van alles wat tot onze zaligheid nodig is. Het kan bekend zijn dat er nog altijd zijn die beweren dat zij gereformeerd zijn en toch van zulk een 'aanbod' niet willen weten, ja zelfs veroordelen degenen die, mét onze Belijdenis, daarvan wél spreken.
Dit aanbieden is hier waarlijk niet alleen maar een 'voorstellen'; dat blijkt uit twee dingen. In de eerste plaats, het wordt verbonden met 'meedelen'. De gelovigen ervaren dat het hun wordt aangeboden én meegedeeld. Het is dus een aanbieden dat de bedoeling heeft dat het ons eigen wordt. Als het gaat over de prediking der zaligheid dan lopen wij niet maar langs een etalage waarin van alles ons wordt 'voorgesteld', maar dan lopen wij op de markt, waar ons de waren die te koop zijn worden 'aangeboden', ja zelfs – en dat is het uitzonderlijke van deze markt – om niet! In de tweede plaats, de Gallicana zegt: in Christus. Hijzelf is het die ons aangeboden wordt. Hij die onze wijsheid, rechtvaardigheid, heiligheid en verlossing is. En, er ligt een geweldige klem op dit aanbod van Christus zelf, want er staat, dat wie van Hem afwijkt, de barmhartigheid Gods prijsgeeft. Néén zeggen tegen dit aanbod, betekent zich afwenden van God, zich stoten aan de barmhartigheid Gods. Dan blijft er geen toevlucht meer over. Want die barmhartigheid Gods is onze enige toevlucht. Daarom is het van eeuwigheidsbelang dat wij dit aanbod nemen zoals het is, als een waarachtig aanbod. Zo vinden wij het behoud.

De vleeswording des Woords
Art. 14 Wij geloven dat Jezus Christus, de Wijsheid Gods, zijn eeuwige Zoon, ons vlees aangenomen heeft, om God en mens in één Persoon te zijn, zichtbaar, ons gelijk, in staat om te lijden naar lichaam en ziel. Alleen, Hij is vrij van alle zondesmet. Naar zijn mensheid is Hij het ware zaad van Abraham en van David, ofschoon Hij ontvangen is door de verborgen kracht van de Heilige Geest. Hiermee veroordelen wij de ketterijen die vanouds de kerk hebben vertroebeld en in het bijzonder de duivelse inbeeldingen van Servet, die aan de Heere Jezus slechts een gefantaseerde godheid heeft toegeschreven, want hij heeft beweerd dat Hij een Idee en Oerbeeld van alle dingen is geweest en heeft Hem slechts in figuurlijke zin Gods Zoon genoemd, en Hem een lichaam toegedicht bestaande uit drie ongeschapen bestanddelen; zo heeft hij de twee naturen van Christus vermengd en geheel en al teniet gedaan.

Servet
Er worden in de CG niet veel namen genoemd, maar hier hebben wij er toch een, die van Servet. Deze wonderlijke ketter, die uiteindelijk in Genève de dood vond, na al eerder, te weten door de roomse inquisitie 'in effigie' te zijn verbrand, dat wil zeggen, dat een afbeelding van hem verbrand was omdat hijzelf had weten te ontsnappen; deze wonderlijke ketter tastte de Drieëenheid Gods en inzonderheid de twee naturen van Christus aan. Hij was wat wij noemen een anti-trinitariër, een bestrijder van de drieëenheid Gods. Hij gold zowel bij al wat rooms als bij al wat reformatorisch was als een ketter.
Toen de Gallicana werd opgesteld was zijn naam nog niet vergeten, ook al was het drama dat zich rond hem had afgespeeld al weer geruime tijd tot het verleden behorend. Calvijn was Servet nog niet vergeten en zijn volgelingen in Frankrijk evenmin. Zijn geest spookte als het ware nog rond. Vandaar dat hij met name hier in de CG genoemd wordt.
Wie nader weten wil wat Servet geleerd heeft en wat de gereformeerden op hem aan te merken hebben gehad, kan Calvijns institutie opslaan moet maar eens lezen boek II. 14.5 vv. Daar kan men ook vinden wat Servet beweerd heeft omtrent Christus als Idee en Oerbeeld, en hoe hij Hem Gods Zoon genoemd heeft in figuurlijke ofwel symbolische zin.
In bepaalde opzichten doen de opvattingen van Servet modern aan. Ook hij gaat uit van de mens Jezus, tracht dat dan wel wat op te vijzelen, maar komt niet tot het belijden van de wezensgelijkheid van de Zoon met de Vader. En dat is precies datgene wat zo menige moderne 'christologie' van onze dagen biedt, tot en met die van prof. Berkhof. De Franse gereformeerden hebben terecht beseft dat daarmee het hele heil in Christus teniet gedaan wordt.

Maagdelijke geboorte
Christus is ontvangen door de verborgen kracht van de Heilige Geest, zegt de Gallicana. Hij is niet uit de man en uit de wil des vlezes, maar uit God. Ook dat wordt heden weer opnieuw aangevallen; al een 30 jaar geleden door Emil Brunner en door de Nederlander Kohnstamm en heden door o.a. mevr. Flesseman-van Leer (Geloven vandaag, blz. 102 v). Men doet vaak alsof de belijdenis van de maagdelijke geboorte in feite nergens toe dient, gevoegelijk kan worden gemist. Wie daar meer over wil weten kan terecht bij Y. Feenstra, Het Apostolicum in de twintigste eeuw (Franeker 1951). Alsof God ons iets zou geopenbaard hebben dat geheel nutteloos is! Men wil van de gódheid van Christus af, in de zin van een wezensgelijkheid van de Zoon met de Vader, dát is het eigenlijke punt.
En dan leze men eens hoe dat door de mannen van de Gallicana is beoordeeld. Zij spreken onomwonden van 'ketterijen' en ten aanzien, van Servet zelfs van 'duivelse inbeeldingen'. Deze taal dreigen wij heden, naar ik vrees, kwijt te raken. Tot schade van de kerk. Het is waar, men dient voorzichtig te zijn, en niet al te haastig het woord 'ketter' op de lippen te nemen. Wij weten dat ook dát gebeurt. Maar het misbruik heft het goed gebruik niet op. Het is even verkeerd om alleen maar van andere theologische inzichten te willen spreken; of om zo eindeloos te nuanceren in het beoordelen van wat afwijkt van de belijdenis dat er geen onderscheid meer is tussen waarheid en leugen.
Er staat té veel op het spel dan dat men zou mogen verzwijgen dat er ketterijen zijn en dan dat men zou mogen nalaten ze met de vinger aan te wijzen.

De twee naturen
Art. 15 Wij geloven dat in een en dezelfde Persoon, namelijk Jezus Christus, de twee naturen waarachtig en onlosmakelijk verbonden en verenigd zijn. Desniettemin behoudt elke natuur haar onderscheiden karakter; zodanig dat de goddelijke natuur in deze verbintenis, behoudend haar eigenschappen, een ongeschapen natuur is gebleven, oneindig en alle dingen vervullend, en zodanig dat de menselijke natuur eindig is gebleven, en haar gedaante, afmeting en eigenschappen behouden heeft. En al heeft Jezus Christus bij zijn Opstanding aan zijn lichaam onsterfelijkheid gegeven, zo heeft Hij het toch niet beroofd van de waarheid van haar natuur. En dus beschouwen wij Hem in zijn godheid zodanig dat wij Hem geenszins van zijn mensheid beroven.

Geen docetisme
Een klacht die tegenwoordig in de theologie veel gehoord wordt en dan geadresseerd is aan degenen die vasthouden aan het gereformeerde belijden is, dat zij doctisten zijn. Zij zouden tekort doen aan de mensheid van Christus. Reeds Barth heeft dit verwijt doen horen toen hij in zijn eerste dogmatische werken sprak over het gezag van de Schrift. De Schrift, zo poneerde hij, is een gewoon menselijk boek. De schrijvers waren feilbare mensen; zijn niet op een onfeilbare wijze geïnspireerd door de Heilige Geest bij het schrijven van de bijbelboeken. Daarom heeft het historisch-kritisch onderzoek van de Schrift dan ook alle ruimte bij Barth. Later heeft ook Berkouwer herhaaldelijk in verband met het Schriftgezag gesproken van docetisme. Wij zouden tekort doen aan het menselijke van de Schrift. Wij zouden de menswording Gods in Jezus niet voldoende eren, Hem als een 'God' boven de werkelijkheid laten zweven.
Doch men leze dit artikel! Jezus Christus is beide, God en mens! Zo heeft de kerk het alle eeuwen door beleden. Wij beroven Hem niet van zijn mensheid. Maar wij beroven Hem evenmin van zijn godheid. En dat is de kwestie die heden in het geding is. En van de Schrift zeggen wij hetzelfde. Zeker, een ménselijk boek, maar geschreven door de Geest Gods en daarom ook een góddelijk boek. Aan beide willen wij vasthouden.

K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Belijdenis der Hugenoten (8)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's