Levensvragen en levenslessen
In bepaalde delen van de kerk kan men soms laatdunkend horen spreken over heilsegoïsme. Het gaat – zo heet het dan – om belangrijker zaken dan om de bekommernis om eigen zaligheid. Maar wat zou geloof nog betekenen, als het niet persoonlijk doorleefd was! De beslissende levensvragen liggen toch bij de toeëigening des heils. De Luthervraag: hoe krijg ik een genadig God is in een mensenleven van beslissende betekenis. Raakt de aandacht voor die vraag in de prediking weg dan zal vroeg of laat het gemeentelijk leven verdorren en uitdrogen.
Ds. L. Blok, emeritus predikant te Hierden, schreef een boekje getiteld: De Eerste en de Laatste. Hij begint dat boekje zo: 'Eens vroeg een jongeman mij: dominee, hoe begint God toch eigenlijk bij een mens… U weet, ik kom trouw in de kerk: ik ga er ook graag heen, maar ik kan niet zeggen dat mijn hart veranderd is. Daarom zit ik met de vraag: hoe begint God nu eigenlijk in een mensenleven te werken?' In antwoord op die vraag gaat ds. Blok dan in op Lydia, wier hart geopend werd toen zij onder de prediking van Paulus, de prediking niet van de rechtvaardiging door de wet van Mozes maar van de rechtvaardiging door het geloof, het evangelie voor het eerst hoorde. Gods kinderen – zegt ds. Blok – worden meestal 'in de kerk geboren'. Daar horen wij het Woord, daar wil de Heere onze harten door het Woord voor het Woord openen… Het Woord in onze kinderjaren gehoord als vertelling of later gehoord in de prediking is de sleutel, die de Heilige Geest daarvoor gebruikt.
'De wegen die God intussen met een mens gaat kunnen heel verschillend zijn.' 'Het is met het werk van de Heihge Geest als met Gods levensleiding. Op het ogenblik, dat God ons leven in een bepaalde richting leidt, weten wij niet dat God dit doet, maar later als wij terugzien op onze levensweg, overzien wij het beter en duidelijker. Zo is het ook met de innerlijke werking van de Heilige Geest. Als God begint aan te kloppen en te werken door het Woord, doorzien wij niet, dat dit het werk van de Geest is, maar later als wij leren terug te zien, dan doorzien wij het: het is niet uit mij, het is alles uit Hem. Wat ik ben dat ben ik door genade alleen.' 'Sommige gelovigen, vooral zij die meer in de wereld geleefd hebben, hebben wat men noemt een meer wettische bekering gehad – pijnlijker ontdekking, meer strijd, meer duisternis, soms wanhoop – anderen hebben een meer evangelische weg; zij werden veel geleidelijker toegebracht. Niet iedereen heeft een bekering als Paulus, bij Lydia ging het anders.
Het meest fundamentele van de toebrenging van een zondaar tot de gemeente, die zalig wordt is echter – en hier ligt de titel van het pastorale boekje van ds. Blok verklaard – dat God 'de Eerste en de Laatste' is. God is zelfs niet in de kerk met de zijnen begonnen, maar reeds vóór de geboorte. Psalm 139 zegt, dat God ons reeds in de moederschoot heeft gekend. Ook in het verbond, waarop ds. Blok diep en breed ingaat, is God de Eerste en de Laatste. Geloven is dan ook niet meer en ook niet minder dan geloven in wat God zegt: geloven in Gods beloven.
'Abraham geloofde in de HEERE en Hij rekende het hem tot gerechtigheid.'
We stippen, maar enkele dingen aan uit dit rijke boekje, dat ook uitvoerig ingaat op het afleggen van openbare belijdenis, de sacramenten e.d. Hoe nodig is het altijd weer met deze zaken bezig te zijn. Ze zijn beslissend in een mensenleven. Ds. Blok zegt in dit boekje, dat tegenwoordig door veel predikanten en theologen de bekering gezien wordt als een bekering tot activisme, bekering tot het inzetten van wereldverandering en maatschappij-verbetering, maar dat het – hoe nodig dat andere ook is – allereerst gaat om 'de bekering tot God; bekering tot God door het geloof in de Messias als Zaligmaker van zondaren.' Maar dan gaat het ook om de dagelijkse bekering, om onderwijzing het leven lang door: 'wasdom des geloofs is een groeiproces: zichzelf steeds meer verliezen om Christus steeds meer te gewinnen; jezelf meer leren mishagen en Christus steeds onmisbaarder en dierbaarder te achten. Met Johannes de Doper belijden: Hij, Christus, moet wassen, en ik minder worden.'
De werkelijkheid van hemel en hel
Hoevelen willen tegenwoordig niet meer weten van de twee wegen. We hebben de laatste tijd enkele voorbeelden daarvan ook in deze kolommen aangewezen. En nog zeer onlangs stond in een even openhartig als onthullend artikel (van de hand van ds. R. J. v. d. Veen) in Voorlopig te lezen dat hier beslissende verschillen liggen als het gaat om de huidige zendingspraktijk. Ds. van der Veen rekende vanuit een ander verstaan van de Schrift ook af met de twee wegen. Welnu, is er geen sprake meer van twee wegen dan kan een boekje als dat van ds. Blok óngeschreven blijven. Zo'n boekje is dan volstrekt irrelevant geworden. Het moet dan wel gaan om andere zaken, om de grote vragen van politiek en maatschappij.
Het is dan ook goed in dit verband te wijzen op een boekje van geheel andere aard en achtergrond, maar dat ons intussen indringend bepaalt bij de bijbelse realiteit van de twee wegen. Het is van 'moeder' dr. Basilea Schlink, de stichster van de zogeheten Evangelische Marienschwesternschaft, een protestantse gemeenschap van zusters, een beweging met de wereldwijde oproep: 'bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.' De titel van haar boekje, waarin zijn ingaat op de dood, de hel en de hemel, luidt 'Na dit leven – wat dan?' Het is een boekje boordevol bijbels materiaal, waarin de 'werkelijkheid van hemel en hel' ons vanuit de Schrift wordt aangetoond.
Bij de dood – zo schrijft zij – vallen alle facades weg, waarmee mensen tijdens hun aardse bestaan zichzelf en anderen vaak bedriegen. Ze storten voor Gods heiligheid in. Ze vertelt over de Franse filosoof Voltaire, die tijdens zijn leven verkondigde dat er geen God, geen eeuwigheid en geen oordeel bestond, maar die, toen zijn einde naderde, met ontzetting vervuld werd voor de afschuwelijke werkelijkheid van de dood, waarbij hij ook met de realiteit van de zonde werd geconfronteerd. Ze vertelt over het sterven van Stalin, waarvan diens dochter Swetlana schreef: 'Het sterven van mijn vader was verschrikkelijk en zwaar… zijn doodsstrijd was ontzettend. Die wurgde hem letterlijk voor onze ogen…'
Hoe anders is het – zo stelt zij daartegenover – met hen die weet hebben van het nieuwe leven dat uit God is, die ingegaan zijn door de enge poort. Al wordt de uitwendige mens afgebroken, de inwendige wordt vernieuwd van dag tot dag.
Bij het lezen van dit boekje van moeder Basilea komt men onder de indruk van de ernst van haar woorden, de ernst van het oordeel Gods, de straf op de zonde, de belemmering om in vrede heen te gaan bij niet beleden zonden, maar ook van de hoop der heerlijkheid, die zij uit het leven van zovele kroongetuigen optekent.
Deze getuigende vrouw mag behoren tot een andere kring dan de 'onze', ze zal ook van de spraakmakende theologie van onze dagen wel een dikke onvoldoende krijgen, maar in wat zij doorgeeft aan bijbels materiaal en in de ernstige, waarschuwende, maar ook hoop-uitstralende wijze, waarop ze dit doet, mag ze ons hele oor hebben. Zij weet van een hel die verschrikt en een hemel die verkwikt. Een hemel – zonder de huiveringwekkende realiteit van de hel – zal immers uiteindelijk geen hemel zijn. Wie door God gegrepen is weet evenwel als een brandhout uit het vuur gerukt te zijn. Er is geen verdoemenis meer voor degenen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen maar naar de Geest. Maar hiervan is de keerzijde eveneens waar.
Een helpende hand
Het leven van het geloof is intussen een leven, dat gekenmerkt is door strijd, een leven ook dat zich voltrekt in een tranendal. Vroeg of laat is er het lijden, het verdriet, de nood. Wie zal eraan ontkomen! Ook Gods kinderen stijgen in dit leven niet tot volmaaktheid. Die is slechts voor de heerlijkheid weggelegd. Ze worden ook niet gevrijwaard van al die dingen, die dit leven soms ook zo moeilijk kunnen maken. Daarom is ook altijd weer pastorale arbeid nodig. Mensen hebben mensen nodig, hebben ook pastors nodig.
Hier wil ik wijzen op een derde boek, dat mij zeer aangesproken heeft. Het is van de hand van ds. A. Elshout, predikant van de Gereformeerde Gemeenten te Slikkerveer. Het draagt als titel 'Een helpende hand'. Blijkens dit boek (ontstaan uit artikelen, die eerder in de Saambinder verschenen) is de schrijver zelf in 1972 in verband met ernstige overspannenheid opgenomen geweest in een psychiatrisch ziekenhuis. Hij schrijft dit in een hoofdstuk van het boekje, getiteld 'Overspannenheid een schande?' Welnu ook de mens, die door de Geest is aangeraakt, kan in zijn geest aangetast worden. Is dit anders, erger dan het hebben van lichaamskwalen? Een huisarts vroeg: 'dominee, vindt u het iets deprimerends om elke morgen uw bril op te zetten, die bril de hele dag te dragen en waarschijnlijk de rest van uw leven die bril te moeten benutten?' Welnu, wat is dan het verschil tussen het 'medicijn' bril en 'de pillen die hij mij voorschreef bij de nabehandeling van mijn ziekenhuisopname?'
Treffend was de tekst boven de deur van het psychiatrisch ziekenhuis: 'Want uit Hem en door Hem zijn alle dingen.'
Intussen wordt uit een boekje als dat van de Slikkerveerse pastor duidelijk dat hier gesproken wordt van-binnen-uit. Het staat vol pastorale lessen, het geeft levenslessen. Terecht voert de schrijver een pleidooi het pastoraat niet alleen aan de ambtsdragers over te laten maar het een zaak van de hele christelijke kerk te doen zijn. 'Vooral ten aanzien van hen, die van zwakten en ziekten van psychische (mentale, geestelijke) aard te lijden hebben is de dure roeping tot hulpverlening en begeleiding niet altijd en door iedereen verstaan en waargenomen. Een Amerikaanse psychiater heeft nog niet zo lang geleden de klemmende vraag gesteld of de kerk haar eerstgeboorterecht, om hen die in psychische nood verkeren te helpen, niet te gemakkelijk verkocht heeft aan de psychiaters. Hij bedoelde daarmee de kerk tot bezinning te dwingen en zich af te vragen of de kerk in zijn geheel hun lijdende leden niet wat al te gemakkelijk van zich afschuift zonder zich er ernstig in te verdiepen wat leden krachtens het ambt aller gelovigen, samen met de ambtsdragers der gemeente, zouden kunnen en moeten doen.' Wat niet wegneemt – zegt ds. Elshout even verder – dat de psychiatrische gezondheidszorg ook 'een genadegave van God is'.
Ik denk dat mensen, die met heel bepaalde problemen te maken hebben veel aan dit boekje kunnen hebben. Gehandeld wordt ook over verband tussen zonde en ziekte. Er is verband tussen zonde en ziekte 'maar het wordt maar al te vaak zo gemakkelijk, ja soms zo koud tot de zieken gezegd: 'Hét is alles vanwege de zonde.'
Maar: 'ook zij die God vrezen hebben telkens weer genade nodig om in lijdenswegen Gods doen te billijken en als het sterven zal worden, dan is er stervensgenade nodig om de dood vrijmoedig, blijmoedig in de ogen te zien.' Al heeft ziekte verband met zonde, het behoeft geen verband te houden met persoonlijke schuld.
Heel veel ziekten kunnen immers in de middellijke weg het gevolg zijn van een zwak gestel dat bij de geboorte meegekregen is! Dat is dan niet een bijzondere schuld van zo'n zwak persoon boven anderen. Ziekten kunnen ook in verband staan met erfelijkheidskwesties, gevolg zijn van onvoldoende, slechte, verkeerde voeding in de jeugd of van armoede; gevolg zijn van infekties en besmettingen enz. Ze kunnen dan ook moeilijk als uitvloeisels van persoonlijke zonde uitgelegd worden. Zijn bijvoorbeeld de zieken in de onderontwikkelde landen groter zondaars dan wij, die door meer en betere voeding, meer hygiëne, betere medische zorg etc, over het algemeen minder ziek zijn?
Om verder uit dit aansprekende boekje nog enkele onderwerpen te noemen: 'Genezing op het gebed.'; 'Ik ben slechts tot last' ('Het gevoel een last voor anderen te zijn, nutteloos te zijn, overbodig te zijn, leidt tot neerslachtigheid opstandigheid en gevaarlijke overleggingen, die begripvolle, liefdevolle begeleiding hoogstnoodzakelijk maken.'); 'Geestelijke problemen en geestesproblemen niet hetzelfde (al kan er verband tussen beide zijn.); 'Depressiviteit en het gebed'; 'Bij het naderen van de dood.
Ook geestelijk
Met deze enkele regels wilde ik graag op de inhoud van dit boek attenderen. Het gaat ook in op veel vragen rondom het geestelijk leven. Ook in dit boekje is sprake van de verschillende wegen, die God met eens mens gaat. Ik begon dit artikel met het boekje van ds. Blok, waarin hij inzette met de geschiedenis van Lydia. In dit boek zegt ds. Elshout van Lydia:
'Bij de 'bekeringsweg' van Lydia, staat in hetzelfde hoofdstuk in de Bijbel (Hand. 16) de bekeringsgeschiedenis van de stokbewaarder opgetekend. Dat is geen toeval. Dat is niet zonder betekenis. Was het geloof van de stokbewaarder van een beter gehalte dan dat van Lydia, omdat hij op het punt heeft gestaan zich van het leven te beroven? Had Lydia reden om jaloers te zijn op de stokbewaarder, omdat zij anders geleid werd dan hij? Had Lydia reden om te denken, dat haar geloof niet echt, zaligmakend was omdat haar 'weg' zo anders was dan die van de stokbewaarder? Ik geloof van niet. Een oud spreekwoord zegt: 'Sta niet naar zwaarheid (naarheid), maar naar klaarheid en waarheid'. Een ander, onder de vromen vaak gebruikt gezegde, luidt: 'Wat de één van voren leert, leert de ander van achteren'. Houdt dat in gedachtenis!
En tenslotte, in het hoofdstuk 'De sacramenten… eenpleitgrond?' zegt ds. Elshout: 'In en met de Doop heeft de Heere voor altijd en met elke gedoopte afgerekend met de vraag of Hij werkelijk met die persoon in genade te doen wil hebben. We zijn immers bij onze eigen naam geroepen. Kan het persoonlijker?'
Ds. Blok zegt het in zijn boekje naar aanleiding van de doopsformule in het Engels ('ik doop u into the name) zo: 'ik doop u naar de Naam toe, ik doop u naar God toe. Hij is uw God; u behoort Hem toe.'
Ik behandelde opzettelijk deze drie boekjes in één artikel. Ze kunnen behulpzaam zijn bij de levensvragen, bij de vragen van het geestelijke leven en bij de vragen die het leven in de ups en downs ervan stelt. Tenslotte worden hier zaken behandeld die van beslissende betekenis zijn in een mensenleven, zowél als het gaat om de toeëigening des heils zowel als het gaat om de weg ten eeuwige leven, als wanneer het gaat om het verwerken van lijden, moeite en verdriet. Elk van de drie aangekondigde boeken biedt hier op eigen wijze ruime stof tot overdenking.
v. d. G.
N.a.v. ds. L. Blok: 'De eerste en de Laatste'; Uitgave J. P. van den Tol, Dordrecht, 83 pagina's, ƒ 10,50.
M. Basilea Schlink: 'Na dit leven – wat dan?' Uitgave J. K. Kok, Kampen, 128 pagina's, ƒ 15,90.
Ds. A. Elshout: 'Een helpende hand'. Uitgave De Bron, postbus 5122, Rotterdam, 168 pagina's, ƒ 14,90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's