De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De gebedshouding (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gebedshouding (2)

Pastorale overwegingen

4 minuten leestijd

Het zittend bidden
'k Vermoed, dat het steeds meer voor komt, dat de gemeente en ook ambtsdragers bij het gebed voor de opening van het Woord en bij de dankzegging na de prediking blijven zitten. Althans, zeker niet alle manlijke belijdende leden staan dan op van hun zitplaats. Nu weet ik, dat er genoeg vorm kan zijn, zonder wezen. Maar het wezen zoekt en heeft altijd een passende vorm bij zich. En als de vormen al verwaarloosd worden, komen we aan het wezen der zaak dikwijls niet eens meer toe. Ik denk ook, dat de ambtsdragers ook het goede voorbeeld moeten en mogen geven. Overigens hebben we als dienaren des Woords ook op onze beurt voorzichtig te zijn. Als we het zoeken in de lengte, kunnen we bij het zitten onderuit zakken en bij het staan de mannen meer zien hangen over de bank dan rechtop zien staan. Als we prijs stellen op het staande bidden der mannen zullen we ook in teerheid deze vorm ondersteunen. In de praktijk van het geestelijk leven zijn lange gebeden menigmaal ook niet de meest waarachtige gebeden. De Zaligmaker vermaande in Zijn dagen al er op toe te zien het niet in de veelheid der woorden en de lengte der verhalen te zoeken. En dan is er natuurlijk wel onderscheid tussen het persoonlijk gebed en het openbare, waarbij we voor en namens een gehele gemeente tot de Heere hebben te gaan.

Een bijbels voorbeeld
We treffen ook in de Heilige Schrift een voorbeeld van 'zittend bidden' aan. In 2 Samuël 7 : 18 lezen we dat David, nadat Nathan bij hem geweest was over de zaak van de voorgenomen tempelbouw, 'inging, en bleef voor het aangezicht des Heeren'. Nu staat er in het oorspronkelijk een vorm van het werkwoord 'jásjab', en dat betekent eigenlijk 'gaan zitten, zich neerzetten'. Dat is natuurlijk heel opmerkelijk. En niemand zal de moed hebben om David van oneerbiedigheid te beschuldigen. In de Bijbel is, voorzover ik weet, nergens elders sprake van een zittende houding bij het gebed. Sommigen vertalen hier ook wel 'zitten op de hurken', maar in elk geval betekent het zeker niet 'dat David het er eens gemakkelijk van nam'. Mogelijk is te denken aan 'een zitten op gekruiste benen', een overigens heel bekende oosterse houding. De werkwoordsvorm kan duiden op een heel vertrouwelijk en bijzonder persoonlijk verkeer van David met God. En dat kan hiermee weer samenhangen, dat de koning ditmaal geen aanleiding heeft om aan de Heere schuld te belijden en boete over bedreven zonden te doen. Integendeel hij is diep onder de indruk van de goedertierenheden des Heeren aan hem en zijn huis bewezen. Welk een kostelijke stand in het leven der genade blijkt bij de koning aanwezig. Leest u de verzen in 2 Samuël 7 vanaf vers 18 voor u zelf maar eens na. Dat is niet alle dagen zo bij Gods kinderen. Het mocht met heilige jaloersheid vervullen.

Naar twee kanten voorzichtig
Als ik nog een enkele gevolgtrekking eraan verbinden mag voor ons onderwerpje, dan zou ik naar twee kanten een afgrenzing willen maken. Aan de ene kant gebiedt de eerlijkheid mij er op te wijzen, dat dus het 'zittend bidden' niet bij voorbaat als oneerbiedig, onbijbels, goddeloos moet worden afgedaan. Ware het bidden in zittende houding op zichzelf zo verkeerd, het zou moeilijk in te denken zijn, dat de koning in deze gestalte zulk een houding koos. We moeten niet overdrijven. Aan de andere kant gebiedt evenzeer de eerlijkheid te bekennen, dat deze houding slechts één keer zo uitdrukkelijk wordt vermeld. Hoewel, het is mogelijk te denken, dat terwijl de apostel Petrus stond bij zijn eerste prediking, de Heilige Geest op de eerste Pinksterdag is uitgestort op de gemeente, toen men terneder zat. Maar dat daargelaten, het lijkt op zijn minst niet sterk het gebed in zittende houding te verdedigen alleen op grond van deze tekst uit 2 Samuel 7. Dat heeft de schijn van een verlegenheids-argument. Ik denk ook, dat bepaalde houdingen ook weer sterk door de traditie in bepaalde gemeenten of kerken zijn gestempeld. We moeten daar ook wat doorheen kunnen zien. We kunnen ons elkander er wel in vinden, en het is bovenal naar de Schrift, om zeker ook in de kerk eerbiedig te zijn, met name bij het naderen voor Gods aangezicht. Voor onze kinderen en jeugd is belangrijk, dat de ouders en ouderen hierin voorgaan. Dan behoeven we ons niet aan een vorm uit te leveren. Het gaat veel meer om de zaak zelf. Onze ervaringen kunnen ook verschillend zijn. De gulden regel 'dat alles met orde en eerbied in Gods huis dient te geschieden' is meer dan slechts een bepaalde vorm of traditie.

W. Chr. Hovius, K. a. Z.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De gebedshouding (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's