De aarde aan de mens gegeven
Energieproblemen
In het begin van de Bijbel lezen we, dat God de mens in de hof van Eden zette om die te bouwen en die te bewaren (Gen. 2 : 15). Eerst was er geen mens geweest om de aardbodem te bouwen (Gen. 2 : 5).
En na de zondeval, als de mens uit het paradijs verdreven is, lezen we opnieuw, dat de mens de opdracht krijgt om de aardbodem te bouwen, waaruit hij genomen was (Gen. 3 : 23), al wordt er al direct bijgezegd, dat de mens in het zweet van zijn aanschijn zijn brood zal eten, totdat hij tot de aarde weerkeert en dat de aarde doornen en distels voortbrengen zal. Het is op zich overigens een indrukwekkende gedachte, dat twee mensen moederziel alleen op de grote aardbol stonden en intussen zo'n grote cultuuropdracht meekregen.
Welnu, de aarde is intussen bebouwd. De mens is uitgebroken in menigte en generaties lang is de aarde bebouwd en bewerkt. We lezen in het begin van de Schrift ook dat, toen de mensen zich op de aarde begonnen te vermenigvuldigen, de Heere al spoedig zag dat de boosheid van de mensen menigvuldig was op de aarde 'en al het gedichtsel van de gedachten zijns harten te allen dage alleen boos was'. De aarde is bebouwd, maar door de mens waarvan God al spoedig zegt, dat het Hem berouwt dat Hij hem op aarde gemaakt had.
In Genesis 6, als de zondvloed wordt voorzegd wordt dan telkens gesproken over de aarde die verdorven was voor Gods Aangezicht. De aarde is door hen – door de mensen – vervuld met wrevel. En zie, zegt God, Ik zal hen met de aarde verderven.
Maar als Noach na de zondvloed uit de ark treedt lezen we, dat het gedierte overvloedig zal voorttelen op de aarde. Ze zullen vruchtbaar zijn en vermenigvuldigen. En God belooft, na het offer van Noach, voortaan de aardbodem niet meer te vervloeken om des mensen wil: 'want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan…' Voortaan zullen al de dagen der aarde zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht niet ophouden.
En zo bleef de mensheid – hoewel 'boos van zijn jeugd aan' voor de cultuuropdracht staan. De aarde moest bebouwd en bewaard worden. En thans staan we voor de vraag hoe de mensheid, intussen geworden tot een miljardenbevolking, de aarde niet alleen heeft bebouwd maar ook heeft bewaard.
Urgent probleem
We staan thans in de wereld voor het geweldige probleem van de energievoorziening. Laten we ons eens voorstellen wat moeder aarde door de eeuwen heen de mensheid heeft moeten leveren en ook metterdaad hééft geleverd. Miljarden mensen moesten worden gevoed. Evenzovele mensen moesten hun warmte en hun voor allerlei werkzaamheden noodzakelijke energie aan de aarde onttrekken. Immense getallen zouden te noemen zijn als we dat over de eeuwen heen bezien. Hoeveel voedingsstoffen moest de aarde voor het groeien van al die gewassen. Maar daar is dan nog sprake van een natuurlijke aanvulling op korte termijn. Hoeveel olie, steenkool, hout, aardgas moest die aarde ook leveren om te dienen als brandstof, als energiebron voor zovelen! En dan gaat het om energiebronnen, die niet zo maar een twee drie weer aangevuld zijn.
De ontwikkelingen van de laatse tientallen jaren maken, dat het energieverbruik jaarlijks met sprongen stijgt. Wat is er niet een geweldige toename geweest van techniek en daarmee gepaard gaande industrie. Steeds geperfectioneerder machines met steeds groorooroter energieverbruik zijn ontwikkeld. De mensheid is begonnen met het handwerktuig en het simpele vuurtje. Maar het is uitgelopen op energieverslindende apparaten, die het weliswaar de mensen gemakkelijk hebben gemaakt, maar die de uitputting van de bodemgrondstoffen hebben versneld.
Wil men een paar getallen? Alleen al op Schiphol landen en stijgen per dag ongeveer 400 vliegtuigen (op piekdagen 500). Eén Boeing 747, die van Amsterdam naar Jeruzalem vliegt, (vliegtijd 5 uur) verbruikt daarbij ongeveer 50 ton (– 50.000 kg, dat is ongeveer 60.000 liter brandstof). Zouden we dit als een gemiddelde per vliegtuig aanmerken dan is het totaalverbruik per dag al 25.000 ton, oftewel 25 miljoen kilogram, en dat alleen op Schiphol. Reken dan het aantal vliegvelden ter wereld. Maar reken ook – en dat is een véélvoud van het vliegverkeer – het aantal auto's, dat zich op de wegen bevindt en waarvan dagelijks of wekelijks de tanks worden gevuld. Als we het op een gemiddelde van twee tanks per week houden, dan gaat het bij een autobestand van ongeveer één miljoen om ongeveer vijf miljard liter benzine per jaar. En dan gaat het nog maar om alléén het verkeer, alléén in Nederland. Dan te bedenken hoeveel energieverslindende bedrijven er over hpel de wereld voorkomen. Misschien geven deze enkele 'simpele' getallen een klein beetje een beeld van wat de aarde ons dagelijks, wekelijks en jaarlijks leveren moet. Des te meer raken we onder de indruk als we bedenken, dat de Schepper het in de aarde gelegd, gegéven heeft om ons tot vandaag zoveel energie te geven.
Ook voor wie het wetenschappelijk duidelijk is hoe de energie wordt verkregen, ook voor wie het enigszins bekend is wat de aarde in zich heeft, gaat het duizelen als concreet wordt overdacht wat de aarde de mensheid van jaar tot jaar leveren moet wil zij kunnen voortbestaan. En dan nog te bedenken dat ongeveer tweederde deel van de mensheid leeft op een bestaansminimum of daarónder. Er wordt van 'moeder aarde' heel wat gevergd. Of we op deze wijze bezig zijn de aarde te bewaren? Het is zeer de vraag. De 'Club van Rome', die al enige jaren geleden voor de eerste verontrustende geluiden zorgde, bestaat echt niet uit louter idealistische lieden. Het zijn reële wetenschappers en anderen, die gewoon het probleem van de energievoorziening hebben blootgelegd. Bij een dermate snelle stijging van de wereldbevolking en daarmee gepaardgaande technische ontwikkeling als de laatste decennia naar voren is gekomen en bij een dermate sterke stijging van industrialisatie komen we voor enorme problemen te staan wat betreft de energievoorziening.
Het is intussen alsof we opeens schoksgewijs moeten gaan ontdekken, dat we voor dit enorme probleem komen te staan. Regeringen gaan er wat aan doen. Onze regering bepleit een vijf-procents-bezuiniging. In Amerika mogen de even autonummers op bepaalde dagen tanken en de oneven nummers op de andere dagen. In andere landen worden de bezinepompen op zondagen gesloten (Ook hier overweegt men autoloze zondagen, wat alleen al om de zondagsrust een zegen zou zijn).
Een ethisch vraagstuk
Het is best mogelijk, dat mensen denken dat dit alles een probleem is dat ver van ons bord ligt. Het gaat immers in het christenleven om de verhouding van de mens(elijke ziel) tot God? Daarom gaat het zeker, maar het gaat ook om onze houding ten opzichte van de aarde, als zijnde Gods Schepping. Van de aarde wordt immers gezegd dat zij des Heeren is, mitsgaders haar volheid? Het gaat ook om het bewaren van de aarde, het gaat ook om het verantwoord omgaan met het geschapene. We staan thans voor het probleem van de verarming van de bodemgrondstoffen. Dat mag ons als christenen toch niet ontgaan, juist niet omdat de aarde des Heeren is?
Toegegeven, dat wij individueel moeilijk greep kunnen krijgen op het grote wereldwijde geheel. Wij kunnen individueel niet bepalen hoe bedrijven, staten, wereldconcerns moeten handelen om het energievraagstuk op een verantwoorde wijze onder ogen te zien.
Maar dat neemt niet weg, dat ieder op eigen wijze deze problematiek onder ogen zal moeten en ook kúnnen zien. Ieder zal zich moeten afvragen hoe zij of hij met Gods Schepping en met de gaven daarin omgaat. Verspillen wij niet allemaal veel energie? Hoeveel lampen branden 's avonds in huis? Hoeveel dingen worden niet weggeworpen, die nog nuttig gebruikt zouden kunnen worden? Hoeveel brommers van jongelui zijn zo slecht afgesteld, dat zeer onvolledige verbranding plaats vindt? Gewoon verder een praktisch voorbeeld: iemand gebruikt een glas frisdrank en werpt daarin drie ijsblokjes voor koeling. Nadat hij of zij het glas gedronken heeft gooit hij twee ijsblokjes weg. Waarvoor is die energie, nodig om de andere twee blokjes te vormen, intussen nodig geweest?
Het is een doodsimpel voorbeeld, dat met tientallen andere aan te vullen zou zijn. Wanneer we daarop voor onszelf kritisch worden ontdekken we hoeveel energie nodeloos wordt verspild. In één gezin is dat een druppel op een gloeiende plaat. Voor de hele wereldbevolking gaat het dan intussen echter om enorme hoeveelheden. Vandaar dat adviezen, die de regeringen gaan geven voor bezuinigingen op energie, bepaald doeltreffend zijn als ieder die opvolgt, ook als het ogenschijnlijk maar om kleinigheden gaat.
Het mag voor mensen, die bij de Schrift leven, intussen ook duidelijk zijn, dat het hier om een ethisch vraagstuk gaat. We hebben niet alleen de opdracht om naar Gods gebod te leven wat betreft de eerste tafel van de wet, maar ook als het gaat om de tweede tafel van de wet. En dan komt de verhouding tot het medeschepsel (mens en dier) en daarbovenuit de hele schepping in het blikveld. We zijn als rentmeesters op de aarde gesteld. In Psalm 115 lezen we, dat de hemel des Heeren is maar dat Hij – dat is God van wie elders in de Schrift staat dat de aarde des Heeren is – de aarde aan de mensenkinderen heeft gegeven. Wij mensen hebben de aarde in beheer gekregen. En al weten we best, dat de uiteindelijke, de laatste toekomst van de wereld niet in onze handen ligt, en dat het aardse leven een voorlopige zaak is, het feit dat ons de aarde is gegeven plaatst ons voor geweldige verantwoordelijkheden. De aarde is dé mensenkinderen gegeven, aan allen dus. De vraag blijft dan over of de aarde inderdaad leefbaar zal blijven voor állen. Als. nu al zovele miljoenen leven onder een bestaansminimum zou het dan verantwoord zijn de slijtageslag, die we met de aarde aan het leveren zijn, nog verder op te voeren? Daarom mag het energieverbruik en het hele omgaan met Gods schepping wel een duidelijke plaats hebben in onze ethische bezinning en in onze persoonlijke stijl van leven. Niet alleen de harde realiteit van de feiten dwingt er ons toe, ook ons belijden van God als de Schepper van hemel en aarde plaatst ons voor de consequenties.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's