De gebedshouding (3)
Pastorale overwegingen
Het knielend bidden
Hebben we met elkaar reeds nagegaan hoe wij het staande en het zittend bidden hebben te bezien in het licht van de Schrift, we mogen ook afzonderlijk bespreken het knielend bidden. Ook deze houding komt meer dan eens voor in Gods Woord. We hebben niet de gewoonte om in de kerkdiensten bij het gebed deze houding aan te nemen, niettemin kennen wij deze wel. Onder ons is met name te denken aan het morgen- en avondgebed bij het opstaan en bij het ons-te-ruste-begeven In de reisbeschrijvingen van wijlen ds. J. T. Doornenbal kunt u lezen hoe in de huisgodsdienstoefeningen van de vrije Schotse presbyteriaanse kerk deze houding karakteristiek is. Ook in ons persoonlijk gebedsleven, als we 'in de binnenkamer' zijn, storten we ons hart uit voor de Heere op de knieën.
Bijbelse voorbeelden
Als we pogen uit de Schrift zelf te leren, wat deze houding ons te zeggen heeft, dan denken we eerst aan koning Salomo. Bij de inwijding van de tempel, verhaald in 1 Koningen 8, is de vorst tijdens het gebed blijkbaar van houding veranderd. In vers 22 immers lezen we, dat de koning zich stelde voor het altaar des Heeren. bedoeld is zeker het brandofferaltaar, met de handen naar de hemel uitgebreid om tot God te bidden. Maar in vers 54 lezen we, dat dé koning opstond van het knielen op zijn knieën. In de parallelle tekst, 2 Kronieken 6 : 13 lezen we, dat Salomo stond op een, voor deze gelegenheid vervaardigde, koperen kansel, en dat hij daarop ook, blijkbaar tijdens het gebed, neerknielde. We denken ook aan Daniël, die in Babel driemaal des daags op zijn knieën knielde en bad. En hij kende niet alleen dit drievoudig gebed, want ook David belijdt in Psalm 55 : 18, dat hij 'des avonds en des morgens en des middags klagen zal en getier maken, en dat God zijn stem zal horen’.
Ook in het Nieuwe Testament komen we het knielend bidden tegen. Wie van ons denkt niet aan de Heere Jezus, toen Hij neerknielde in de hof van Gethsemane? In Handelingen 20 : 36 wordt verhaald hoe Paulus met de aanwezigen bij het afscheid in Efeze neerknielde na zijn toespraak en met hen gebeden heeft. In de brief aan de gemeente van Efeze betuigt hij zijn knieën voor God te buigen bij de bede om versterking der gemeente in het geloof.
De betekenis
Het knielen is een gebedshouding, die, gericht op de Heere, altijd weer spreekt van eerbied en verootmoediging voor God. Wat de bidder betreft, spreekt het knielen ook menigmaal van angst en nood, waarin hij of zij zich bevindt. Daar zijn veel voortreffelijke opmerkingen gemaakt over het gebedsleven. Toch wil ik, wat het knielend bidden betreft, wijzen op één van de vier brieven van wijlen ds. J. J. Knap, omstreeks 1862, over het eenzaam bidden, waarin wordt opgemerkt: de Heere bad, in Gethsemané knielend, zelfs viel Hij op Zijn aangezicht.' Welk een eerbied, welk een diepe vernedering. Zullen wij, althans in de eenzaamheid. Hem daarin niet volgen? Is de God der goden deze eer niet waardig? Van oudsher heeft men erkend dat in het knielen een bijzondere openbaring van ootmoed en nederigheid zich doet gelden. Knielend maakt men zich zo klein mogelijk. De Heere heeft daarom deze als goddelijk eerbewijs zich geëigend, Jesaja 45 : 24. Het knielend bidden is in de Schrift bij herhaling geboden. De wereld moge het een ijdele plichtpleging noemen en verachten, de christen is het dierbaar. Ook de engelen en gezaligden in de hemel knielen neder voor God en voor het Lam. Als wij dan hier nog in de voorbereidingsschool zijn, zullen wij dan als we gezond zijn zittende of liggende bidden? Verre zij van ons zulk een strafbare en heilloze gewoonte. Knielen wij waarlijk voor God, zo beginnen wij op deze aarde het werk des hemels.’
Ik geloof niet dat ik aan deze woorden nog iets heb toe te voegen. Wel is het in deze pastorale rubriek de plaats er op te wijzen hoe het geestelijk leven persoonlijk en in de gemeente kwijnen kan en dodig wordt, wanneer 'het werk in de binnenkamer' nagelaten wordt. Biddende dominees en ambtsdragers, biddende gemeenten, zouden zij er ooit te veel kunnen zijn? En laat dan ieder van ons bij zichzelf beginnen.
Overigens, één zinnetje bleef even bij mij haken uit de boven geciteerde brief, maar daarover graag een volgende keer.
W. Chr. Hovius, K. a. Z.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's