De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

De Paus in Polen
De reis van paus Johannes Paulus II heeft in de kerkelijke pers van de laatste weken zoals te begrijpen is, nogal wat aandacht gekregen.
Men kan gevoegelijk spreken van een historisch gebeuren van importantie. De pauskeuze zelf was al een opzienbarende gebeurtenis: Nu eens geen Italiaans kardinaal, maar een kardinaal uit een van de landen van het Oostblok. Aan zo'n reis zitten verschillende kanten. In De Wekker van 22 juni schrijft ds. Velema het volgende:

Allereerst de persoonlijke kant. Toen Karol Wojtyla tot paus gekozen werd tot veler verrassing – na eeuwen geen Italiaan – was een van zijn eerste wensen een bezoek te mogen brengen aan het land, waar zijn wieg stond en waarvan hij een typisch vertegenwoordiger is. Dan de nationale zijde. Polen heeft niet onder stoelen of banken gestoken dat het er trots op is dat de huidige paus een Pool is. Men heeft hem een grootse 'thuiskomst' bereid, een ontvangst die miljoenen op de been heeft gebracht en die vele politici met jaloersheid kan vervullen.
Vervolgens zit er een duidelijk politieke kant aan dit bezoek. Polen is een communistisch land. De verhouding kerk en staat is gespannen. Dat was 9 eeuwen geleden ook reeds het geval. Toen werd de Krakauer aartsbisschop Stanislaw door de regerende koning Boleslaw de Dappere vermoord. Dat is typerend voor de verhouding kerk en staat in dit land. Ter gelegenheid van het negende eeuwfeest van Stanislaw's sterfdag wilde de paus graag in Polen zijn. Een paar jaar geleden had hij zijn voorganger op de pauselijke stoel daartoe reeds uitgenodigd, niet wetend dat hij zelf die stoel in dat gedenkjaar zou bezetten. Weliswaar is onder invloed van de Poolse autoriteiten de reis uitgesteld tot enkele weken na de herdenking van Stanislaw. Maar de autoriteiten moesten, waarschijnlijk knarsetandend, wel toestemming geven aan de paus om naar Polen te komen. En de communistische regeerders hebben kunnen zien en merken hoe geliefd deze paus in zijn geboorteland is.
Tenslotte zit er een kerkelijke kant aan dit bezoek. We zullen eerlijk moeten zeggen dat er op deze wijze van de kerk iets uitgaat dat te denken geeft. Men behoeft geen sympathisant van deze paus te zijn, die een grote Maria-vereerder is en die opmerkingen maakt over de verhouding christendom en socialisme, die meer tactisch dan principieel zijn, om toch te erkennen dat het communistische regiem in Polen en achter het IJzeren Gordijn scherp geconfronteerd is met de kracht van de kerk en de invloed van het christendom. Dat moet de heren te denken geven en niet alleen hen.
In ieder geval: het bezoek van de paus aan Polen heeft de wereld duidelijk gemaakt dat er nog andere krachten dan de communistische zijn en dat de felste godsdiensthaat en -hetze het geloof, hoe ook verdonkerd, nog niet kan torpederen.
Dat is voor mijn besef – met alle bezwaren – de blijvende indruk van 'de paus in Polen’.

In Hervormd Nederland van 16 juni wordt iets gezegd over de invloed van dit bezoek op Polen zelf. De commentator veronderstelt dat enerzijds de toestemming tot bezoek verklaard moet worden als afleidingsmanoeuvre om de mensen in de slechte economische situatie ergens anders op te richten, zodat dit pauselijk bezoek als een religieuze manifestatie welkom was om de massa's tevreden te stellen. Maar er is ook een andere kant, schrijft de commentator.

Anderzijds mag niet worden uitgesloten, dat bij de Poolse leiders, al dan niet onder het goedkeurende oog van Moskou, de ernstige wens bestaat de betrekkingen met de rooms-katholieke kerk verder te normaliseren. Het belang daarvan kan boven de Poolse situatie uitgroeien en een positief effect hebben op de ontspanning tussen Oost en West.
Er zijn tekenen, dat communisten beginnen in te zien, dat godsdienst in de eerste plaats onuitroeibaar is en in de tweede plaats niet per definitie negatief behoeft te worden geduid. In elk geval heeft de Poolse regeringswoordvoerder Staniszewski verklaard, dat bij de voorbereiding van het bezoek van de paus een vriendschappelijke band is gegroeid tussen de.overheid en de leiding van de Poolse rooms-katholieke kerk en dat het bezoek zelf verregaande internationale gevolgen zal hebben.
De reis van de paus naar Polen doet onwillekeurig terugdenken aan zijn optreden in Zuid-Amerika. Bij alle verschillen zijn parallelle verschijnselen de volksvroomheid die zich op aandoenlijke wijze uit, maar vaak ook bedenkelijke vormen aanneemt, het sterk behoudende karakter van de officiële kerk en de onvermoeibare hoop van tallozen, dat op de één of andere manier niettemin via deze kerk een nieuwe en betere toekomst zal dagen. Zelfs niet-gelovigen scharen zich in deze rij, omdat de kerk in die landen de enig overgeblevene is, die stem kan geven aan de stemmelozen.
Dit is een uitdaging voor de kerk, die haar de kans geeft veel goed te maken van wat zij in eerste instantie heeft verprutst.

Het laat zich verstaan dat men in allerlei commentaren aan deze kant van de zaak aandacht geeft. De wereld wordt immers duidelijk in machtsblokken verdeeld: een niet-communistisch blok en een zeer gevarieerd optredend communistisch blok. En daartussen de landen van de derde wereld, die soms geen keus doen, soms een keus opgelegd krijgen, soms zich duidelijk uitspreken. En dan heb ik het nog niet over de positie van Israël als uniek volk temidden van de volkeren.
Al weten we dat van een ontspanningspolitiek geen wonderen te verwachten zijn, wie zou niet dankbaar zijn voor elk teken dat op een eerlijke wijze de ontspanning dient. Ook ds. M. Groenenberg gaat op de hem eigen wijze in Hervormd Utrecht van 15 juni in op dit pauselijk bezoek. Hij is getroffen door de menselijkheid van deze Poolse paus, door de ontspannen wijze waarop hij zijn pausschap uitoefent. Hij schrijft dan:

We weten niet hoe de leider van Polen naar dit bezoek kijken. Hadden ze alles voorzien en is wat gebeurt voor hen geen verrassing? Of werden ze hoe langer hoe bezorgder toen zij zagen hoe uitbundig het volk zich gedroeg en hoe er werd geapplaudiseerd als de paus dingen zei, die in Polen niet meer hardop gezegd konden worden? Nee, de paus verwierp het regime niet, maar sprak zo over de waarde en betekenis van kerk en geloof in Polen dat het regime er bij verbleekte. Als het goed was en goed zou gaan in Polen, dan zou het regime niets anders kunnen doen dan dienstbaar worden aan de christelijke cultuur, die zo diepgeworteld is in Polen en in de Poolse mens, dat de vernietiging van deze cultuur de vernietiging van de Poolse mens zelf en van Polen zelf zou betekenen.
Zouden de leiders in Polen niet even de gedachte voelen opkomen: als we eens van tactiek veranderden en wezenlijk ruimte gingen geven in ons land aan de kerk, zouden we dan niet enorm winnen aan populariteit? Het vechten tegen kerk en geloof haalt immers wezenlijk niets anders uit dan dat mensen juist gaan vragen naar die dingen waarom het in kerk en geloof gaat? Als we dus het roer wenden dan zijn we van heel veel moeilijkheden af en maken we ons minder kwetsbaar voor het buitenland. Maar blijkbaar kan niemand zoiets in wat we noemen communistische landen denken zonder onmiddellijk verdacht te zijn en in de gaten gehouden te worden. In mijn eenvoud denk ik echter: het zou gewoon verstandig zijn als deze regimes tot een andere houding tegenover kerk en geloof besloten. En de discussie over communisme zou onmiddellijk veel zakelijker worden.

Reformatorische christenen zullen als het over deze relatie tussen kerk en overheid gaat, nl. de relatie van Rome tot de overheid, principieel hun bezwaren houden tegen de kerkvisie die haar eenheid vindt in de paus van Rome. Maar dat mag ons er toch niet ertoe brengen onze ogen te sluiten voor het feit dat dit bezoek in allerlei opzichten een belangrijk gebeuren is in het geheel van de ‘vaart der volkeren’.

Het protestantisme in de DDR
Wij blijven bij de kerkelijke verhoudingen in de DDR. Maar we willen graag aandacht schenken aan de positie van de Protestantse kerken in de DDR. Hans Vegh schrijft daarover in Credo van juni 1979. Na de Tweede Wereldoorlog heeft men aanvankelijk gedacht (gehoopt?) dat de splitsing in de twee delen van Duitsland tijdelijk zou zijn zodat de Evangelische Kirche haar eenheid zou kunnen handhaven. Maar sinds de muur in 1961 is de scheiding wel definitief, naar het lijkt. Vele kerkmensen moeten er dan klaar mee komen te leven als kerkelijke gemeenschap binnen het socialistische systeem van de DDR. Formeel is er godsdienstvrijheid. Praktisch zijn er vele moeilijkheden. Vegh schrijft:

In de praktijk echter blijkt het christen-zijn nogal eens moeilijkheden met zich mee te brengen. Kinderen van gelovige ouders worden niet altijd opgenomen op universiteiten of andere opleidingen. Vaak wordt bij sollicitaties de voorkeur gegeven aan een marxist boven een christen, enz. Ook in de DDR bestaat er een staatssekretariaat voor kerkelijke aangelegenheden. Dit orn het kontakt tussen kerk en staat gaande te houden.

Financiën
Het grootste gedeelte van de financiële middelen van de kerken komt uit de kerkelijke belasting, kollekten en vrijwillige bijdragen. De staat draagt echter jaarlijks 60 miljoen mark bij voor de diakonale inrichtingen, die zich bezig houden met de verpleging van zieken en bejaarden en de verzorging van weduwen en wezen. Verder geeft de staat subsidie voor de traktementen van de predikanten (meer dan 12 miljoen mark per jaar) en het kerkelijk bestuursapparaat.

Voor de instandhouding en restauratie van historisch waardevolle gebouwen betaalt de staat rond 2,2 miljoen mark per jaar. Op het ogenblik worden bv. in Oost-Berlijn de domkerk, de Duitse en de Franse Dom gerestaureerd. De domkerk wordt overigens gerestaureerd met veel geld van de EKD in de Bondsrepubliek.
In totaal geeft de staat dus ongeveer 77 miljoen mark per jaar als subsidie aan de kerken.

Ondanks het feit dat de kerk in de DDR naar de rand van de samenleving gedrongen is is er toch veel belangstelling voor. Bijbelkringen, werk onder de jeugd, bijeenkomsten van oudere gemeenteleden, het gaat allemaal door, in weerwil van de problemen.

Het gesprek van 6 maart 1978
Vegh schrijft ook over het gesprek tussen Bisschop Schönherr en Honecker.

Een graadmeter voor de huidige verhouding tussen kerk en staat in de DDR is het gesprek, dat op 6 maart 1978 gehouden werd tussen Schönherr en Honecker. Het gesprek was nodig geworden, omdat er wederzijdse irritaties waren ontstaan.
Honecker zei ondermeer het volgende:
De DDR voert een politiek van vrede. De kerk werkt daar ook aan mee. Ze helpt de noodlijdende en voor hun bevrijding strijdende volkeren.
Wat de binnenlandse politiek betreft volgt de DDR een koers van groei, welstand en stabiliteit. De kerken als kerken in het socialisme kunnen aan deze humanistische doeleinden meewerken. De diakonale arbeid van de kerken wordt gewaardeerd en ondersteund.
Ongeacht leeftijd, geslacht, wereldbeschouwing of godsdienstige overtuiging heeft elke burger van de DDR toekomstperspektieven. Norm daarvoor is de inzet voor de ontwikkeling van de socialistische maatschappij. Vrijheid van godsdienstoefening wordt door de grondwet gegarandeerd bij scheiding van kerk en staat.

Schönherr zei ondermeer:
Elk van beide partijen gaat van zijn eigen vooronderstellingen uit, maar het gaat om dezelfde mens en dezelfde wereld. De christen voelt zich medeverantwoordelijk zowel voor het deel als het geheel. De kerk in het socialisme is een kerk, die de christelijke burger en gemeente helpt een weg in de socialistische maatschappij te vinden. De kerk streeft naar vrede en ontspanning in de wereld. Het is een wens, dat door de gesprekken tussen staat en kerk het vertrouwen groeien kan, dat geen vraagteken zet achter de oprechtheid van de ander, maar die vooronderstelt. Hoe meer dit soort ervaringen op alle niveau 's opgedaan worden, des te groter zal dit vertrouwen worden. Openheid en doorzichtigheid zijn de barometer van het vertrouwen.

De verhouding kerk-staat is zo goed als iedere christelijke burger afzonderlijk het in zijn eigen maatschappelijke situatie ervaart.
Tot zover Schönherr.

Verder kwamen in het gesprek aan de orde:
– de kerkelijke uitzendingen voor radio en televisie.
– het pastoraat in de gevangenissen.
– de pensionering van kerkelijke funktionarissen.
– de staatssubsidie voor kerkelijke aktivitipiten in het Lutherjubileumjaar 1983.
Afsluitend stelden beide partijen vast, dat de betrekkingen tussen kerk en staat in de laatste jaren in toenemende mate door zakelijkheid, vertrouwen en vrijmoedigheid gekarakteriseerd werden.

Ook dit is een stuk kerkelijk leven achter het IJzeren Gordijn. Het blijkt dat in elk land de problemen weer anders liggen. Kerk-zijn in een communistische wereld is geen eenvoudige opgave. Ik denk dat we met de christenen in de DDR dankbaar zijn mogen voor de mogelijkheden die er zijn, zij het ook binnen allerlei beperkingen. En laten we erbij zeggen: Ook daar waar kerken allerlei voorrechten genieten, betekent dit niet altijd een opbloei van het geestelijk leven.
Wij weten niet hoe de toekomst zich ontwikkelen zal. Zal het gesprek waarvan zoeven sprake was, inderdaad een graadmeter zijn, of zal de kerk hoe langer hoe meer ervaren dat haar prediking botst met de eisen van een atheïstische staat? Wat zijn de implicaties als er gezegd wordt door Honecker: 'De kerken als kerken in het socialisme kunnen aan de humanistische doeleinden meewerken via diakonale arbeid?' In hoeverre beknot dit het spreken en handelen der kerk? Het zijn vragen die wij vanaf een afstand niet kunnen beantwoorden. Laten we in de voorbede de broeders en zusters in de Oostbloklanden gedenken. Wij hebben immers de belofte dat Christus Zijn gemeente in stand houdt.

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's