De Gereformeerde Bond en ‘Samen op weg’ (2)
3. Nu keer ik terug naar de eerder opgeworpen vraag, wat er de oorzaken van zijn, dat de Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Bond zo ver uiteen zijn gegroeid. Behalve wat al gememoreerd werd, nl. dat de Gereformeerde Bond als een dwarsligger wordt beschouwd in de toenadering tussen beide grootste protestantse kerken, die op een eenwording moet uitlopen, is het een bekend feit, dat er op plaatselijk niveau maar zelden kontakten van enige inhoud en omvang zijn, wanneer de hervormde gemeente een gereformeerd signatuur draagt. Wanneer zij, om in de gangbare terminologie te blijven, een midden-orthodox karakter draagt, ligt het voor de plaatselijke Gereformeerde Kerk veel gemakkelijker.
Hoe komt dit? Is de Gereformeerde Bond alleen maar conservatief en star? Me dunkt, dat er gedurende de laatste 20, 30 jaar in de Gereformeerde Bond ontwikkelingen op gang zijn gekomen, die positief kunnen worden geduid. De wetenschappelijke beoefening van de theologie is toegenomen. Er is, vergeleken met vroegere jaren, een niet onbeduidende reeks van publicaties. Maar, wat veel belangrijker is, er is meer zicht gekomen op het geheel der kerk. Een zo bijbelse notie als die van het verbond is meer tot haar recht gekomen en werkt door in de waardering van gemeente en kerk, van doop en avondmaal. De bezinning op de plaats van Israël gaat ons waarlijk niet voorbij.
Maar in dezelfde periode zijn in de Gereformeerde Kerken ontwikkelingen op gang gekomen, die naar ons besef een komplete omwenteling inhouden. Ik denk daarbij aan de vragen van het Schriftgezag, de leer van de verzoening, het meegaan met de nieuwmodische theologie. De generale synoden blijken noch in staat noch bereid om de alternatieve verzoeningsleer van dr. Wiersinga te weerstaan. In de periode dat de Wereldraad van Kerken nog enigermate aanvaardbaar was, zeiden de Gereformeerde Kerken vastberaden nee en zij weigerden zich daarbij aan te sluiten. In een periode, dat het gehalte van de Wereldraad zeer verslechterd was, zei men ja en werd lid. En nu deze raad zo verdorven is en meer van de antichrist dan van Christus heeft, blijven de Gereformeerde Kerken lid. Destijds achtte de Generale Synode het lidmaatschap van de Gereformeerde Kerken met dat van de N.S.B. onverenigbaar en tuchtmaatregelen werden, zo nodig, in het vooruitzicht gesteld. Helemaal terecht. Kunnen wij een soortgelijk besluit verwachten ten aanzien van hen die lid zijn van de C.P.N.?
Als gevolg van deze stormachtige, ja revolutionaire ontwikkelingen, zijn ook de Gereformeerde Kerken tot een richtingen-kerk geworden, die in vele opzichten een afspiegeling geworden is van de Nederlandse Hervormde Kerk. En gelet op het tempo waarin dit alles zich afspeelt, vraag ik me af, waar de Gereformeerde Kerken naar toe gaan. Zal soms de overheersende, zo u wilt de toonaangevende stroming belanden in een vrijzinnigheid, die fanatieker is dan wij ooit in en buiten de Hervormde Kerk hebben gekend?
Deze ontwikkelingen, gevolg van de invloeden van het moderne denken, zijn het die de Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Bond van elkaar hebben vervreemd. Met name komt dit ook tot uiting in de geheel verschillende wijze van geloofsbeleving.
Deze zelfde ontwikkelingen zijn het ook, die de Gereformeerde Kerken en de Nederlandse Hervormde Kerk nú tot elkaar brengen. Dit is alleen mogelijk, omdat het loswekingsproces van de belijdenis in de Gereformeerde Kerken zo drastisch doorwerkt.
De goede uitzonderingen daargelaten domineert thans in de Gereformeerde Kerken datgene wat destijds de vaderen van de Afscheiding en de Doleantie deed besluiten de Hervormde Kerk te verlaten.
De Gereformeerde Kerken zijn anders geworden. Zouden mannen als De Cock, Van Velzen, Brummelkamp, Van den Bergh en Ploos van Amstel (om maar eens enkele namen te noemen) zich er thuis voelen? Zijn hun lijden en strijden voor niets geweest? Zijn zij vergeten?
Het valt me waarlijk niet licht deze dingen naar voren te brengen. Integendeel. Het doet me verdriet. Maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen waarom de Gereformeerde Bond zich niet kan verheugen over een eventuele eenwording, want de Gereformeerde Kerken komen zo heel anders terug dan zij zijn gegaan.
Ik ga besluiten met een drietal opmerkingen:
a. Als er een nieuw belijdenisgeschrift moet komen, als uitdrukking van het belijden van een herenigde kerk – van een product van een daartoe benoemde kommissie heb ik, zeker in de huidige situatie, geen enkele verwachting.
b. Als er in 1834 en in 1886 schuld is gemaakt, kerkelijke schuld voor God, bij beide partijen, maar zeker ook aan de kant van de Hervormde Kerk, kunnen wij die vraag bij een komende hereniging omzeilen?
c. Als men zegt: het is een eis van deze tijd, dat beide kerken samengaan, men kan een langer gescheiden zijn tegenover de wereld zich niet veroorloven, dan vraag ik: Kon dat vroeger wel? En wat kan men verwachten van een herenigde kerk, waarin het Goddelijk Woord aan banden is gelegd, aan de banden namelijk van de geest van de tijd?
Naschrift
Het bovenstaande is de tekst van een referaat, dat gehouden werd op de jaarlijkse conferentie van het C.O.G.G., gehouden op 6 juni 1979 in 'de Aker' te Putten. Nu het in 'de Waarheidsvriend' in druk verschijnt voeg ik er enkele opmerkingen aan toe.
1. De uitspraak, dat de generale synoden niet in staat noch bereid blijken om de alternatieve verzoeningsleer van dr. Wiersinga te weerstaan, werd nogal bestreden. Daarbij werd gesteld, dat de Gereformeerde Kerk van Amsterdam wel degelijk opdracht heeft ontvangen (nadat zij de zaak zelf aanhangig had gemaakt) in deze kwestie bezig te zijn. Mijn bewering blijft evenwel in zoverre gehandhaafd, dat gedoogd wordt, dat een plaatselijke kerk, eerst die van Amsterdam, thans die van Leiden één van haar predikanten met zulk een ingrijpend afwijkende leer alle ruimte en vrijheid geeft.
2. Destijds sprak de generale synode van de Gereformeerde Kerken uit, dat het lidmaatschap van de N.S.B. voor haar leden ontoelaatbaar was. Het boosaardige, anti-christelijke karakter van het nationaal-socialisme werd onderkend. Is dit ook het geval met het marxisme, zoals dat concreet in Nederland gestalte krijgt in de C.P.N.? Ik acht deze vraag van groot belang en actueel, als een test-case voor de Gereformeerde Kerken. Het marxistisch denken wint immers steeds veld en de opstelling in de kwestie-Pronk te Katwijk aan Zee van een groot aantal hervormde en ook gereformeerde kerkleden en theologen vertoont een gezindheid waarvoor ik huiver.
3. Het wilde er ter conferentie maar slecht in, dat de Gereformeerde Kerken in een geweldig veranderingsproces zijn geraakt, waardoor zij afgegleden zijn van het geloof, dat in de klassiek gereformeerde belijdenis vertolkt wordt. Hierbij moge ik een tweetal citaten doorgeven, waaruit blijkt, dat al lang geleden dit gevaar werd voorvoeld. Het eerste is van prof. dr. H. Bavinck, in een woord ter inleiding van enige werken van de Erskines. Het dateert uit 1904. 'Er is hier een belangrijk element, dat ons veelszins ontbreekt. Wij missen de geestelijke zielekennis. Het is of wij niet meer weten, wat zonde en genade, wat schuld en vergeving, wat wedergeboorte en bekering is. In theorie kennen wij ze wel; maar wij kennen ze niet meer in de ontzaggelijke realiteit van het leven…' Het andere is van ds. J. C. Sikkel en stamt uit 1916. 'De tijd is een andere geworden. De eenvoudige flinke gereformeerde vaders van vroeger hebben nu knappe zonen, knappe koppen voortgebracht. Zonen, die relaties hebben en die erkenning vinden in den breden kring van knappe mannen. Zonen, die geknipt zullen zijn voor… de levenspraktijk en de praktische politiek, zonder ook (meestal toch wel?) geheel den kerkgang na te laten of zich voor een psalm te schamen. Deze knappe mannen zullen ook niet zijn zonder Bijbel, en ze zullen ook wel enkele goede boeken uit de vroegere periode in hun boekerij hebben; – maar weet ge, ze zullen knappe mannen zijn zoals je-weet-wel dat verstaat… Sinds zagen wij er reeds honderden ten gronde gaan, zonen en dochteren van Gereformeerden huize, 'Gereformeerd' gebleven misschien, maar principieel verloren; thuis geraakt in hogere zaken, kringen en praktijken, en in hogere studiën, knap geworden en praktisch in een denken en leven, waarin geen Gereformeerd beginsel geldt. 'Er is geen baren meer uit het licht van Gods Woord. Het waarachtig leven voor God wijkt uit het skelet terug.' Maar zulk een Jeruzalem wordt verwoest! Zulk een gemeenschap, – hoezeer ze zich 'Des Heeren tempel' roemt, – valt stinkend in puin en drek uiteen… In dezen nood zijn wij allen! God zij ons genadig!' (Ik vond deze citaten in 'De grote ontsporing' van dr. W. Aalders, blz. 14 en 15).
Déze ontwikkelingen, versterkt door nog weer andere invloeden, zijn voortgeschreden en hebben het gelaat van de Gereformeerde Kerken zo zeer veranderd.
4. Laten wij evenwel niet menen, dat het moderne leven en de saecularisatie de Gereformeerde Bond voorbijgaan en onaangeroerd laten. Dit alles knaagt ook aan 'onze' gemeenten en ondermijnt hen. Het is dan ook zaak ons voortdurend te laten reformeren door Gods Woord en Geest. Gereformeerd zijn is nooit een eindpunt, een veilige verworvenheid. Komt het dan ook tot een hereniging van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken en wordt het aan hen die naar het Goddelijk Woord en de belijdenis wensen te leven niet onmogelijk gemaakt daarin te blijven, dan zullen wij zonder twijfel in een crisis, een schiftingsproces geraken. Maar dan zal ook blijken wat de kracht van het gereformeerd belijden is. En of de gereformeerde belijders zélf deze kracht kennen.
L. J. Geluk, Zwolle
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's