De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Laat hem besturen, waken…

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Laat hem besturen, waken…

6 minuten leestijd

‘De Heere kent de dagen der oprechten en hun erfenis zal in eeuwigheid blijven.'(Psalm 37 : 18)

In Psalm 37 wordt gesproken over rechtvaardigen en goddelozen. Telkens worden ze met elkaar vergeleken en dan vermaant David hun goddeloosheid niet na te volgen, maar heihg te leven en op God te vertrouwen. Want het geluk van de goddelozen is kort en wordt in het einde vervloekt. Terwijl God Zijn kinderen in alles wat hun overkomt met Zijn vaderlijke gunst vergezelt en hen een zalig einde geeft.
Is het dan niet rijk om bij die oprechten te horen?
Maar wie is oprecht?
Er is niemand die goed is, ook niet één.
Weet u wat Pascal zei? 'Er zijn onrechtvaardigen, die zich voor rechtvaardig houden en er zijn rechtvaardigen, die weten dat zij onrechtvaardig zijn.'
Dat leert de Heilige Geest.
Zoals ook Paulus op de school van de genade leerde, dat hij de minste van de apostelen was – en de allerminste van de heihgen – en… de voornaamste van de zondaren.
Daarom is een oprechte niet een mens, die met de duimen achter het vest loopt. Niet een mens die het heeft, maar iemand die het leert: Maar Heer wié is de man, die op 't nauwkeurigst kan zijn dwalingen doorgronden? Eén die het gebed overneemt: Laat d' oprechtheid meer en meer, met de vroomheid mij behoren, 'k wacht op U in mijn ellenden.
De oprechte ontdekt: Hoe dieper ik poog te delven, hoe ik meer bederf ontmoet.
Want niemand is in zichzelf oprecht. Allen zijn we afgeweken, tezamen zijn we onnut geworden. Niemand kent God uit zichzelf. Niemand zoekt God uit zichzelf. Niemand gelooft in Hem uit zichzelf. Niemand bekeert zich uit zichzelf.
Hoe kunnen er dan oprechten zijn?
Omdat de Heere Jahweh is – omdat Hij Zich zo geopenbaard heeft – die Ik ben, die ben Ik. En Hij heeft gezegd: Zó ben Ik nu en zó wil Ik zijn voor een alles-verbeurd-hebbend volk.
Omdat Hij in Zijn welbehagen beschikt heeft, dat er een volk zou zijn dat in Zijn wegen zou wandelen en Zijn rechten zou bewaren en doen. Zij zullen Zijn lof vertellen.
En uit oorzaak van het welbehagen heeft Hij Zijn enige Zoon overgegeven. Hij heeft Zichzelf ontledigd. Hij heeft Zichzelf tot niets gebracht. Vanwege de gerechtigheid en de waarheid van God. Want God wil dat aan Zijn recht genoeg geschiede. Sion zal door recht verlost worden. Dat werd al afgebeeld in de offerdienst in het Oude Testament. Het woord 'oprecht' in de tekst staat in regelrecht verband met het offer. En als dan de offeraar zijn hand op de kop van het dier legde, beleed hij daarmee: naar recht moet ik sterven, maar nu gaat in de plaats van mij het lam de dood in. In dat bloed zag de Heere hem in genade aan. Dat bloed was verlossend bloed, vergevend bloed, heiligend bloed. Alleen in en achter het bloed kon hij oprecht zijn. Dat bloed werkt de verlossing. Dat bloed reinigt van de zonde en koopt vrij uit de slavernij van de duivel. Dat bloed wast de zondaar, door dat bloed is hij gerechtvaardigd en door de weg van dat bloed hebben we een vrije toegang tot de Troon der genade. Het nieuwe leven, alle genadegaven komen ons toe door dit bloed. En zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving. Dat bloed was een schaduw van Christus' bloed. In de Heere Jezus is het welbehagen van God volkomen. In al Zijn werk was de Heere Jezus Christus gericht op het welbehagen van Zijn Vader. En de Heilige Geest schept er behagen in om ons de verborgenheden van die overgave te tonen.
Daar heeft David het gevonden. Daar hebben alle vromen het mogen vinden. Niet om hun eigen verdiensten, maar door het geloof in het bloed.
Dit is, dit is het oude lied,
daar is verzoening gevonden,
Het is volbracht, het is geschied,
daar is vergeving van zonden.
Stemt u mee in? Wat houdt u van Christus af? Is het uw onwaardigheid? Is er in Christus geen verdienste genoeg om u waardig te maken?
Is het uw onreinheid? Het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonde. Ik behoef ook geen water te brengen tot deze 'Fontein van heil'. Alleen maar een leeg vat, een nederig en verbrijzeld hart.
Wie zo bij en achter Hem schuilen mag, krijgt alles.
Hoe donker ook Gods weg moog' wezen. Hoeveel strijd er ook gestreden wordt! Want de Heere – de trouwe Verbonds-God – kent de dagen der oprechten. Dat is niet: Hij neemt er kennis van en verder niets! Neen: Hij let er op en Hij weet hoe ze eraan toe zijn. Hij slaat liefdevol Zijn oog op de dagen der oprechten. Op elk uur en elke minuut. Hij heeft gemeenschap met hen in alle omstandigheden. In dagen van ziekte, van verdriet, in dagen van afbraak, in uren van leed. Hij staat aan het begin en het einde van elke verdrietige en elke blijde dag.
Hij zorgt als een vader en Hij troost meer dan een moeder.
Heer', waar dan heen? Tot u alleen!
Want Hij kent de dagen… kille dagen, zwarte dagen, lichte dagen, zorgelijke dagen en Hij doet alle dingen medewerken ten goede. Zoals het goud gelouterd wordt.
Iemand zei: Het geloof is een ster, die vaak het allerduidelijkst schijnt in de donkere nacht van beproeving. Want de Heere kent de dagen der oprechten. Dat is de grote tegenstelling tussen de oprechten en de goddelozen. Zij mogen groeien als het kruid, maar zij worden afgesneden als gras.
Het heilloos spoor van de bozen zal vergaan. Maar van de oprechten geldt: Hun erfenis zal in eeuwigheid blijven.
Hun erfenis wordt bewaard in de safe-ste safe van de safe-ste Bank, nl. in de hemel. En zelf worden zij bewaard voor de erfenis in de kracht Gods. Want het einde van die mens zal vrede zijn.
Dat wil niet alleen zeggen, dat de strijd ophoudt.
Vrede is.…dat het goed is tussen God ep mijn ziel.
Vrede door het bloed van Christus. Mijn vrede geef Ik u. Mijn vrede laat Ik u. Dan kunt u pas écht leven. Maar dan kunt u ook sterven.
Al wordt het leven dan niet gemakkelijker, het wordt wel gemakkelijker om te leven. Dan hoor ik Paulus zeggen: Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop voleindigd, ik heb het geloof behouden. Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid. Hun erfenis zal in eeuwigheid blijven. Wat is dat? De zaligheid? De paarlen poorten en de gouden straten? Die erfenis is God-Zelf in al Zijn gunst. Die erfenis is, dat het beeld Gods weer stralen zal. Die erfenis zal in eeuwigheid blijven. Blijven… of vergaan.
Wat zal het zijn?
Die de Zoon heeft, heeft het leven; maar die de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. Laat Hem dan besturen… waken!
Zo zal Hij alles maken, dat gij u verwond'ren moet.

J. Jongerden, Zeist

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Laat hem besturen, waken…

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's