Boekbespreking
Jan Milic Lochman, Verzoening en Bevrijding. Een nieuwe bezinning op het heil, Oekumene-reeks. Ten Have Baarn 1979, 114 blz. ƒ 12,90.
In deze kleine heilsleer voor theologen en leken gaat de thans in Basel werkzame tsjechische theoloog Lochman de bijbelse verbanden van heil en bevrijding na in verband met de bevrijdingstheologie en -praxis. Hij doet dat in de context van de huidige oecumenische situatie en tegelijk in aansluiting aan de theologische traditie. Vandaar dat in hoofdstuk 2 een Christologie in beknopt formaat gegeven wordt en in hoofdstuk 3 de drie typen van de verzoeningsleer uit de christelijke traditie (het klassieke, het anselmiaanse en het subjectieve type) uitvoerig behandelt. Hoofdstuk 4 gaat over de bevrijdingstheologie, het Exodus-model, de praxis van de christelijke vrijheid als de vrijheid in gebondenheid, als vrijheid in liefde en vrijheid in hoop. Ik heb dit boekje beurtelings met bewondering, met instemming en met kritische reserve gelezen. Bewondering heb ik voor de heldere en knappe wijze waarop de auteur lijnen trekt door de bijbelse theologie en de dogmengeschiedenis. Lochman weet terdege de zwakheden van veel huidige bevrijdingstheologie aan te wijzen en doet in zijn boekje doorlopend poging om aan alle aspecten van het bijbelse begrip 'bevrijding' en 'verlossing' recht te doen. Dat betekent een sterke christologische concentratie. Er bestaat geen christendom zonder Christus. Er bestaat geen heil buiten Christus. De relatie van verzoening en bevrijding wordt doordacht in aansluiting aan de traditie, waarbij de auteur naast kritiek op Anselmus ook de waarheidsaspecten in het anselmiaanse denken wil verdisconteren. Hij probeert de ethische relevantie van de verzoening te honoreren zonder het heil te laten opgaan in de ethiek. Er staat veel in dit boekje waar we mee kunnen instemmen. Ik denk aan de waarschuwing tegen het gesol met het begrip Exodus, aan de wijze waarop kritisch ingegaan wordt tegen de westerse vrijheidsidee. Ik denk ook aan een opmerking op blz. 42 dat de bevrijding door Christus elke andere bevrijding overstijgt. Het gaat niet slechts om het mogelijk maken van het relatief betere, maar het gaat om de overwinning van het radicaal slechte dat door geen handeling van historische bevrijding of maatschappelijke prestatie overmeesterd kan worden. Een citaat dat duidelijk laat zien hoezeer Lochman de verzoening met God, de bevrijding van de schuld als kern van het heil wil blijven zien, juist als hij daarnaast pleit voor een zo concreet mogelijk verstaan van de bevrijding. Mijn kritische reserve komt voort uit de strenge christologische concentratie die m.i. tot gevolg heeft dat aan het werk van de Heilige Geest weinig aandacht gegeven wordt. Steeds weer vraag ik me af: 'kan men zo gemakkelijk als de auteur doet lijnen trekken van Israel en de gemeente naar het maatschappelijk gebeuren van vandaag?' Ik heb toch de indruk dat aan de particulariteit van de genade tekort gedaan wordt, waardoor te weinig de betekenis van het geloof en bekering als weg om in de bevrijding te delen en er uit te leven gehonoreerd wordt. Ik zou dan ook krisischer dan de auteur doet willen schrijven over de verbinding diakonaat en politiek. En wat betreft de bevrijdingspraktijk, het is waar dat de bijbel geen voedsel geeft aan wetticisme, maar is vrijheid in gebondenheid alleen maar weer te geven met 'trouw'? Moet men ook niet spreken van gehoorzaamheid? Mijn respect voor dit boekje neemt toch de kritische vraag niet weg of Lochman, gezien zijn nadruk op het heil voor allen, toch voldoende weerstand kan bieden aan die tendenzen uit de huidige bevrijdingstheologie waar ook hij kritische vragen bij stelt. In elk geval: dit boekje kan m.i. in een kerkelijk gesprek goede diensten bewijzen. In onderscheid van veel geschrijf over bevrijding wat dermate verpolitiekt is dat er nauwelijks nog een gespreksbasis overblijft.
A. N., Ede
H. M. Vroom, De Schrift alleen? Diss. Vu, 290 blz. ƒ 37,50. Kok, Kampen 1978.
Het gereformeerde Schriftbeginsel wordt gekenmerkt door het 'De Schrift' alleen. De titel van het ons ter bespreking toegezonden boek bevat een vraagteken. De auteur stelt namelijk de vraag aan de orde of de Bijbel de enige maatstaf is voor theologische uitspraken en of de overeenstemming met de Schrift als enige kriterium kan gelden. Er bestaat immers verschil tussen wat er geschreven staat en wat theologen beweren. Hoe verstaat de theologie.van onze tijd de Bijbel? Komen we in de Schrift zelf niet met verschillende uitleggen in aanraking, vooral ten aanzien van ethische vragen? Leest iedereen de Bijbel niet met eigen ogen? Hoe zit het met de kwestie van de tijdgebondenheid? Kan men zich wel beroepen op de Bijbel? Vroom illustreert een en ander o.a. aan de kwestie Wieringa. In zijn boek onderzoekt hij een aantal concepties van theologen en theologie n.l. de openbaringstheologische visie van Torrance, Kuyper en Barth en de hermeneutisch-theologische visies van Van Buren, Ebeling, Moltman en Pannenberg. Hoe men ook over dit boek moge oordelem, de auteur geeft in ieder geval veel informatie, zodat voor wie ingelicht wil worden over wat de huidige theologie beweegt het boek veel biedt. Het is geen gemakkelijke lectuur, maar dat ligt niet aan de auteur die zijn uiterste best doet de vaak ingewikkelde concepties te beschrijven. Ten aanzien van de openbaringstheologie poneert de auteur, dat deze theologen wel het openbaringsmoment accentueren, maar dat er bij hen de kennis die de gelovigen God heeft geen inbreng van de mens is. Dat het altijd mensen zijn die kennen, mensen in een bepaalde cultureel en historische 'setting' komt te weinig tot zijn recht. Ook bij Kuyper en Barth ziet Vroom problemen doordat zij beiden geen raad weten met de menselijke inbreng in het tot stand komen van de kennis van God en het formuleren van theologische uitspraken. De vier andere genoemde auteurs brengen wel het 'verstaansmoment' in rekening, elk van verschillend gezichtspunt. Als je de Bijbel tot toetssteen van theologische uitspraken wil maken kun je om de hermeneutische vragen van het verstaan niet heen. Dan komen zaken als verstaanshorizont, interpretatie kader, primaat van de praxis etc. aan de orde. Elke van de vier auteurs gaat in op de vraag naar horizont van de Bijbelschrijvers en de horizont van de latere lezers. Vroom bespreekt de vier genoemden uitvoerig en kritisch maar geeft in zijn slothoofdstuk aan dat hij principieel toch in het spoor van de nieuwe theologie wil gaan. Eerste kriterium blijft voor hem de Schrift. Maar daarnaast verdedigt hij het goed recht van een tijdgebonden verstaan van de Bijbel. Praktisch betekent dat dus dat er ruimte komt voor een pluralisme binnen de reformatorische visie. Immers, zo poneert dr. Vroom, het kennen van de centrale tendens van het Evangelie wordt mede bepaald door de eigen verstaanshorizont. Overeenstemming van de theologie met het eigentijdse denken zou daarom een tweede kriterium voor de toetsing van theologische uitspraken genoemd kunnen worden. Het boek van dr. Vroom is m.i. meer dan een vakwetenschappelijke dissertatie. Het is tekenend voor een bepaalde ontwikkeling binnen de Geref. kerken. Hier wordt op dogmatisch-hermeneutische gronden het pluralisme verdedigd en binding aan de Schrift en confessie afgewezen. Zeker, ook Vroom erkent dat de Schrift haar specifieke inbreng heeft. Maar het is niet meer simpel de Schrift alleen. Er zou over dit boek veel te zeggen zijn, meer dan in een korte recensie kan gebeuren. Het is te hopen dat dogmatici de handschoen oppakken. Het gesprek met de auteur zal m.i. vooral moeten gaan over de vraag, of de verstaanshorizont een neutraal gegeven is, en daaraan verbonden de vraag of ons verstaan ook niet door de zonde is aangetast. Wordt bij Vroom al wat de Schrift zegt over Jezus Christus niet in een historisch kader geplaatst? Is de relatie tussen de Schrift en het oud-kerkelijk dogma niet veel nauwer? Hebben we in het zelfgetuigenis van Jezus niet te maken met openbaring die aan alle tijdgebondenheid ontheven is? Het eigenlijke punt is m.i. de verhouding tussen het werk van de Heihge Geest en de Schrift. Als we belijden dat ten diepste de Geest de Auteur van de de Schriften is heeft dat ook consequenties voor het verstaan. Dan is dit werk van de Geest in uitleg en vertolking van de Schrift van wezenlijke betekenis ook voor de hermeneutiek. Maar juist op dit punt – het werk van de Heilige Geest – laat het boek ons nagenoeg in de steek.
A. N., Ede
Drs. D. J. Uden, Gezegend Gij Heer, over bidden en gebed in de joodse traditie. Verkenning en Bezinning, 12e jaargang, nr 2. Sept. 1978. Abonnement: ƒ 13,50 per jaar (vier nummers) Te bestellen bij Bureau Ketk en Israel, van de Geref. Kerken te Leusden.
De serie 'Verkenning en Bezinning' bevat geschriften op het terrein van de vragen die betrekking hebben op de verhouding van de Kerk en het Joodse volk. Een overzicht over verschenen en gedeeltelijk nog voorradige nummers laat zien welk een breed terrein de serie bestrijkt: Antisemitise in de antieke wereld, joodse literatuur. Joden en Moslims, Napoleon en de emancipatie der Joden enz. enz. Voor weinig geld krijgt u hier veek informatie. In dit deeltje geeft de schrijfster een aantal Joodse stemmen over het gebed weer. Met name gaat ze in op het zgn. Achttiengebed. Zij laat de joodse traditie aan het woord, zonder deze kritisch in de rede te vallen. Dat zal ook wel nodig zijn, willen we de gedachtenwereld van het Jodendom kunnen peilen. Maar het gesprek moet dan eigenlijk nog beginnen. Op de omslag is sprake van een gemeenschappelijke bezinning van Kerk en Jodendom. Waar enerzijds de discontinuïteit zodanig word aangewezen dat elk spoor van continuïteit ontbreekt, dreigt hier m.i. het andere gevaar. Niettemin is het een goed, informatief boekje voor wie ingeleid wil worden in de boeiende wereld van het joodse denken en de joodse spiritualiteit
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's