Mensen en hun overtuigingen
Mensen staan voor hun overtuigingen, wanneer het tenminste echte overtuigingen zijn. Om overtuigingen werden in het groot 'heilige' oorlogen gevoerd en worden in de kleinere levensverbanden soms families of gezinnen ontwricht. Het kan er in de bonte mengelmoes van het wereldleven fel naar toe gaan als het gaat om levensovertuigingen. Want er zijn wat een overtuigingen en er zijn dientengevolge héél wat botsingen.
Er zijn de grote wereldgodsdiensten. Aanhangers daarvan kunnen verschillen in betrokkenheid op hun eigen godsdienst. Er zijn in elke religie de meelopers maar er zijn ook de echt overtuigden, die er dan ook voor staan, soms fanatiek voor staan. Wie de orthodoxe Joden bij de klaagmuur in Jeruzalem ziet bidden en weeklagen beseft dat daar sprake is van een diep gewortelde overtuiging. Maar wanneer men met een overtuigde moslem spreekt beseft men eveneens, dat het gaat om een levensovertuiging. Men behoeft maar te denken aan de ontwikkelingen in het huidige Iran om te beseffen, dat men alles voor de eigen religie over heeft.
Een treffend staaltje overigens van het staan voor eigen overtuiging geef ik hier door. Een taxichauffeur reed mij enkele weken geleden in Jeruzalem van de Damascuspoort naar mijn hotel. Nog maar net gezeten vroeg hij of ik een christen was. Zelf was hij moslem. Een meelevende moslem. Vijfmaal per dag deed hij zijn gebeden en vrijdags trouw naar de moskee. Nu is het zo, dat in het heilige boek van de moslems, de Koran, ook een aantal malen over Jezus wordt gesproken, niet als Verlosser, wel als een profeet (men leze hiervoor, tussen twee haakjes, een voortreffelijk artikel van drs. K. Exalto in de Hervormde Vaan, naar aanleiding van een boek van Geoffrey Parrinder, getiteld Jezus in de Koran). Ik vroeg de betreffende taxichauffeur hoe hij over de persoon van Jezus dacht. Welnu, het antwoord was: een groot man, een belangrijk profeet, iemand die een grootse traditie heeft achter gelaten en veel goeds heeft gedaan. Maar niet – zoals wij Hem uit de Schrift mogen kennen – de Verlosser van zonde en schuld. En tenslotte was Mohammed voor hem dé profeet. Maar toen vertelde hij – en daar gaat het me nu om – dat hij in de graftuin te Jeruzalem een keer een joodse gids zijn reisgezelschap hoorde toespreken. Daarbij sprak deze toen over het graf van mister Jezus, dus uit het Engels vertaal van mijnheer of heer Jezus. Hij zei: 'toen ik dát hoorde ben ik voor hem gaan staan en zei: als je nog één keer durft te spreken van mister Jezus in plaats van Lord Jezus, dus van Heere Jezus, dan sla ik je op je gezicht.’
Mooi overigens, dat de Engelse taal zó dit zelfde onderscheid kan aanbrengen, dat wij in verschil tussen heer en Heere kunnen aangeven, iets wat de Duitser bijvoorbeeld, die slechts het woord Herr kent, niet kan doen. Maar intussen was deze taxichauffeur, die toch Jezus niet als Verlosser belijdt, in staat om met de Jood, die zó over Jezus sprak als over een 'mijnheer' een robbertje te gaan vechten.
Mensen staan voor hun overtuigingen. Dat wil ik er maar mee zeggen. Er er zijn wat een overtuigingen!
Dichter bij huis
Ik kom intussen dichter bij huis. Ook binnen het christendom zijn door de eeuwen heen heel uiteenlopende overtuigingen gegroeid. Het christendom, dat door de apostelen in een uitgaande beweging, beginnende van Jeruzalem, als een eenheid de wereld is in gebracht, heeft zich in eerst in vertakt, de Oosters orthodoxe Kerk, de Rooms Katholieke Kerk, later de kerk der Reformatie; en daarna zijn de vertakkingen en splitsingen doorgegaan. Wat een godsdienststrijd ligt er niet binnen het christendom, tot beschamens toe. Onherkenbaar is het christendom met haar grote verdeeldheid ondanks de ene Bijbel naar buiten vaak geworden.
Elk land heeft vaak zijn eigen traditie, als het gaat om de ontwikkeling van het kerkelijk leven door de eeuwen heen. En binnen een land heeft elke kerk weer haar eigen traditie. En altijd weer denken mensen de waarheid in eigen kerkelijke pacht te hebben. Ze staan voor hun overtuigingen en niet zelden kan het er tussen of binnen de kerken scherp aan toe gaan, al moet ik zeggen, dat het helaas nog al eens zo is, dat, naarmate men orthodoxer is men vaak ook onverdraagzamer is ten opzichte van anderen, die soms heel dicht bij staan.
Nu is het verre van mij zó te gaan relativeren, dat we zouden moeten stellen dat ieder wel een deeltje van de Waarheid zal hebben. Ook in de kerk(en) gaat het – zo blijkt telkens weer – om de strijd tussen waarheid en leugen. In de eindtijd zullen valse Christussen en valse profeten opstaan, zegt het Woord zelf (Marc. 13 : 22). Lang niet overal binnen de kerken wordt Jezus beleden als de Weg, de Waarheid en het Leven. Het gaat. daarom wel terdege ook om het onderscheiden der geesten, ook binnen de kerken. Het gaat bepaald ook om de leer die naar de Schrift is. Het gaat om het Evangelie zelf.
Ook een andere kant
Maar toch, wie zo in verschillende delen van de wereld met het kerkelijk leven in aanraking komt leert in zekere zin ook te relativeren, bepaalde dingen als betrekkelijk te zien. Er is over de wereld heen ook sprake van een verscheidenheid, die blijft binnen de kaders van de Heilige Schrift, terwijl dus het Evangelie recht overeind blijft.
Dat niet te erkennen zou betekenen, dat de we de kerk van Christus opsluiten in eigen (kerk(je) of eigen groep. Ongetwijfeld komt het voor dat mensen zo denken. Maar heel concreet: in Zwitserland, Indonesië, Libanon, Kenya zal men de Gereformeerde Bond met al het eigene, dat óns lief is, tevergeefs zoeken, net zo goed als de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten, de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken, met al hun eigen accenten en bepaaldheden. Maar men vindt er wél de gemeente van Christus en men ontmoet er derhalve wél mensen die, vernieuwd door het Woord en de Geest, broeders en zusters in Christus zijn.
De Gereformeerde Zendings Bond – om maar een voorbeeld te noemen – is werkzaam in Indonesië, Kenya en Peru. Ze heeft daar echter te maken met kerken, die hun eigen ontwikkeling hebben gehad en hun eigen signatuur hebben, echter, anders dan de onze, mede bepaald door cultuur en traditie. Dat is het geval voor het zendingswerk uit welke kerk(en) dan ook. De Stichting Woord en Daad – om nóg één voorbeeld te noemen – brengt de laatste jaren respectabele bedragen bijeen uit de Gereformeerde Gezindte voor hulpverlening over de grenzen. De besteding der gelden in de landen ver weg vindt plaats in relatie met de kerk(en) daar, wat een goede, zelfs een geboden zaak is. Maar nergens zal de kerk, waarmee men samenwerkt dáár, identiek zijn met de kerken hier. Daarom, in het internationale werk, of het nu de zending betreft of de internationale hulpverlening via de kerken, leert men relativeren, of liever leert men onderscheiden wat wezenlijk is en wat marginaal is. Daar leert men bovendien ook bij de ander dingen zien die men zelfs soms node mist.
Gereformeerde Gezindte
In het bovenstaande schreef ik heel bewust één bepaald zinnetje; namelijk dat, naarmate men orthodoxer is of heet te zijn, men soms ook onverdraagzamer wordt ten opzichte van anderen, óók van anderen, die even onvoorwaardelijk zeggen te buigen voor het gezag van de Schrift. De hopeloos verdeelde Gereformeerde Gezindte in ons land is er een sprekend voorbeeld van. De kerken-op-een-rij in Spakenburg-Bunschoten, de vele kerktorens in Urk of Rijssen – en men begrijpt dat ik zo maar wat 'gereformeerde' plaatsen op een rij zet – zijn er sprekende bewijzen van hoe mensen – ook binnen wat de Gereformeerde Gezindte heet – staan voor hun overtuigingen. Wat een strijd en moeite ligt er achter al die verschillende kerken.
Het is de zondeval van de Gereformeerde Gezindte dat ze – in naam levend bij de Drie Formulieren van Enigheid – zó uiteen geslagen is in elkaar niet zelden bestrijdende kerken en groepen. Daarom is er van haar ten diepste niets goeds te zeggen. Over de grenzen kunnen we kennelijk beter relativeren dan hier in eigen land, al zijn er mensen die onze kerkelijke gescheidenheid en gespletenheid óók nog graag zouden exporteren naar het buitenland.
Het evangelie van vrije genade overstijgt echter gelukkig onze kerken en groepen. En daardoor is het, dat God zich over de hele wereld een gemeente, verkoren ten eeuwigen leven, vergadert. De Heilige Geest werkt vrij en souverein, breekt door kerkelijke en culturele barrières heen en hecht paarlen aan de middelaarskroon van Koning Jezus, niet in één kerk(je), niet in één land(je) maar in de kerken en in de landen, óver de wereld.
Frank en vrij belijdt artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: 'Ook mede is deze heilige kerk niet gelegen, gebonden, of bepaald in een zekere plaats of aan zekere personen, maar zij is verspreid en verstrooid door de gehele wereld; nochtans tezamen gevoegd en verenigd zijnde met hart en wil in één zelfden Geest, door de kracht des geloofs.' Ik vind dit een troostvol artikel. Het is wel 'één en dezelfde Geest', dat is het absolute. Het is ook 'door de gehele wereld', dat is het relativerende ten opzichte van eigen kerk of groep.
Spurgeon
Ook de bekende engelse 'prins der predikers' Spurgeon wist ervan, dat er soms zo benepen, klein-verabsoluterend over de kerk van Christus kan worden gesproken. In een pas her-uitgegeven werk van Spurgeon, getiteld Zijn God onderricht hem (een heruitgave van een eerder bij Höveker te Amsterdam uitgegeven, door C. S. Adama van Scheltema vertaald werk) staat het zo:
'Eene tweede les voor ons uit het tekstwoord (over het stervend tarwegraan – v.d.G.) te leren, is de waarheid, dat nu Christus werkelijk gestorven is naar de Schrift, wij ook op grond van Gods Woord, daarvan de heerlijkste uitkomst, een rijke vrucht mogen wachten. 'Indien het in de aarde gevallen tarwegraan sterft, brengt het veel vrucht voort.' Er zijn er, die voor zichzelf aan een onbetekenende Christus genoeg hebben, en die daarom ook van Hem geen grote dingen verwachten. Ik heb vrome mensen ontmoet, die schenen te denken dat Jezus Christus gestorven is voor de weinige rechtzinnigen, die met hen tot hun klein Zoarkerkje opgaan, en misschien ook nog voor enkelen meer, die de Ebenezerkerk in de nabij gelegen stad bezoeken. Al wat zij verwachten schijnt verwezenlijkt in hun hoop, dat enige weinigen – en zij zijn slechts een klein hoopke, waarvan zij zich beijveren het door allerlei getwist nog kleiner te maken, – God zullen prijzen wegens zijn sparen van een enkel overblijfsel. Ik wens deze broeders niet te oordeelen, maar wel wilde ik, dat hun blik verruimd mocht worden, opdat hun hart een dieper indruk krijge van de liefde en de macht van de Zaligmaker der wereld. Wie onzer zal bepalen, hoe overvloedige vrucht de kruisdood van onze Heere Jezus dragen zal! O, dat eens de dag mocht aanbreken, dat al de millioenen, die Londens inwoners zijn, met één hart God erkenden en dienden! Ik voor mij geloof naar het profetisch woord, dat door de Christus eenmaal de kennis en verheerlijking Gods de aarde bedekken zullen, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken, en dat in dien dag alle koningen zich voor de Zone Gods zullen buigen en alle natiën Hem als hun Heiland eren. 'Uw verwachting is te groot', verzucht gij. 'Zie slechts, hoe langzaam het zendingswerk vordert!' Ik weet dit, even goed als gij, maar ook dat de arbeid der zendelingen. niet is het tarwegraan. Mijn verwachting is niet van mensen, maar van Hem, die zelf tarwegraan is en door zijn sterven de wortel, welke de gemeente draagt, en door zijn leven haar leven is en haar vrucht voortbrengen doet.
Wanneer ik op mijn Heere en Meester zie en denk aan Zijn verwantschap aan God en mensen, welk eene heerlijkheid Hij voor ons prijs gaf en welke smarten Hij voor ons verdroeg, dan vraag ik, of zelfs engelen berekenen kunnen hoe rijke vrucht zijn liefdeoffer moet en zal dragen? God, die liefde is, kent alleen de mate der liefde, welke in de dood zijns Zoons is geopenbaard, en zoudt gij durven menen, dat al het beramen, arbeiden en lijden ener oneindige, onbegrensde liefde slechts tot eene schamele en nietige uitkomst zou leiden? Het is immers niet in overeenstemming met Gods wezen en doen, dat het zo zou kunnen zijn! Neen, het lijden van de Zoon des mensen zal niet arm zijn in vrucht. De uitkomst zal beantwoorden aan de middelen, het gevolg moet naar de werkzame oorzaak worden afgemeten. De Heere zal regeeren, eeuwiglijk en altoos. Halleluja!’
Aan dit prachtige stuk heb ik weinig toe te voegen. Er is in de wereld zeker sprake van strijd tussen waarheid en leugen, waarbij we de pretentie mogen hebben dat het bijbels christendom, in tegenstelling tot de wereldgodsdiensten, aan de kant van de Waarheid staat. Maar er mag in de kerken en ónder de kerken ook door verschilletjes héén gezien worden, om zo Christus te zien, die Zijn gemeente vergadert door Woord en Geest.
Mensen hebben hun overtuigingen. Bepáálde overtuigingen dienen ook een keer gerelativeerd te (kunnen) worden, zonder dat de Waarheid geweld wordt aangedaan. Dat zou ook, in afhankelijkheid van de werking van de Heilige Geest, vernieuwing voor de kerk kunnen betekenen, ook in eigen land, ook in de Gereformeerde Gezindte.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's