De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

10 minuten leestijd

Peru en de kerk
Ter gelegenheid van de jaarlijkse herdenking van het feit dat in Peru de godsdienstvrijheid werd ingevoerd hield Pedro Arana op verzoek van de evangelische kerken van Pucallpa een rede die in vertaling is opgenomen in het aprilnummer van In de rechte straat, het maandblad voor het getuigend gesprek met Rome. In deze rede stelde Arana de vraag naar de roeping van de kerk nu. Hij zei ondermeer:

Wat voor soort kerk heeft Peru nodig?
Een kerk die haar geloof volstrekt ernstig neemt, een kerk die leeft en werkt vanuit een diep-doordachte geloofsovertuiging.

Een kerk die de verlossende en eeuwige inhoud van het Evangelie uitdrukt in een vorm, die verstaan kan-worden door het eigen Peruaanse volk. Dat wil dus zeggen: een zelfstandige, inheemse kerk, die wél de christelijke tradities en de rijkdommen van de Reformatie zoals die doorleefd zijn door christenen van andere landen in zich opneemt, maar die van de andere kant de onvergankelijke waarden van het Evangelie zoals die ons ook tegenstralen uit de eigen christelijke tradities van andere landen, op Peruaanse wijze gestalte weet te geven, zodat zij hervormend kunnen inwerken op onze eigen kultuur en gewoontes. Een kerk die dus niet afhankelijk is van kerken in andere landen, maar die wél zoveel mogelijk broederbanden met die andere landen probeert te onderhouden. Een kerk die ook niet aan de leiband loopt van de staat, maar van de andere kant toch vanuit haar eigen geloofsovertuiging de regeringen wil aanspreken.
Een kerk die zichzelf financieel bedruipt en niet de hand ophoudt naar het buitenland, want het moet een vreugde voor de gelovigen zijn en een eer om in de noden van de eigen gemeente te voorzien. Zo ook blijkt dat de leden werkelijk meeleven en mee-offeren en dus geen uitsluitend papieren christenen zijn. Zulk een gemeente zal ook zeker kracht uitstralen naar buiten en zich bewust zijn van haar roeping tot zending en evangelisatie.

Arana constateerde dat ook Peru geen christelijke natie is, zo die al ooit hebben bestaan. Wel wonen er christenen in Peru. Maar wat is een christen?

Wat is een christen?
Sta mij toe het volgende te poneren:

'Een christen is een mens die een werkelijke en verlossende ontmoeting heeft gehad met de gekruisigde en opgestane Christus, een ontmoeting die tot gevolg heeft gehad dat zijn leven in alle lagen werd omgevormd.’
Uit deze stelling volgen enkele belangrijke konklusies. In de eerste plaats dat christen-zijn niet een zaak is van historische verbondenheid. Het is dus volstrekt onjuist om te zeggen: Wij stammen af van het christelijke Spanje, dus zijn we christenen.
Het christen-zijn is dus niet een kwestie van een bepaalde kuituur, waartoe je behoort. Je kunt dus niet zeggen dat de Peruanen christenen zijn, omdat ons land ligt in het 'christelijke westen’.
Evenmin is het christen-zijn gegeven met het feit dat je ouders christenen zijn. Christelijke ouders brengen geen christelijke kinderen voort. De God van de Bijbel heeft kinderen, maar geen kleinkinderen.
Ook word je geen christen enkel omdat je bepaalde christelijke ceremonies hebt ondergaan of daaraan hebt deelgenomen. Je kunt dus niet zeggen dat je een christen bent: omdat je gedoopt bent; omdat je de eerste communie hebt gedaan, toen je acht jaar oud was; omdat je in de kerk getrouwd bent. Je kunt dus ook beslist niet zeggen: 'Ik ga zeker naar de hemel, want ik heb nu al geregeld dat ik een kerkelijke begrafenis krijg'. Nee, volgens het Nieuwe Testament ben je een christen, niet op grond van overerving, maar op grond van iets dat zich aan je voltrekt.
Een christen is alleen hij die een werkelijke ontmoeting heeft gehad met Christus. Daardoor is hij tot het inzicht gekomen dat het eigenlijke en fundamentele probleem van zijn leven persoonlijk is en niet sociaal, innerlijk en niet uiterlijk, etisch en geestelijk, en niet economisch of politiek.

Dé grote dwaling van onze tijd is, aldus Arana, dat men een God verkondigt zonder toorn, een mens zonder zonde en een Christus zonder kruis. Maar de echte christen heeft een ontmoeting gehad met de Christus der Schriften die aan het kruis stierf voor de genoegdoening van onze schuld en die is opgewekt uit de doden. Wij kunnen tot deze Christus naderen in de kracht van het woord van Zijn uitnodiging en door het geloof komen tot de echte dienst aan Gods Koninkrijk.

Herlevend antisemitisme
In het laatste nummer van het maandblad Israel signaleert een van de schrijvers hoe de mode aan het omslaan is. Niet de kleding heeft hij op het oog. Iets veel ernstigers, nl. het antisemitisme. Was het in de jaren tussen 1945 en 1973 zo dat het antisemitisme taboe was, daarmee was het niet uitgeroeid.

Tot de zesdaagse oorlog van 1967 was Israel het troetelkind van het gehele westen. Na 1967 begon dat om te slaan. 'De underdog-situatie is er niet meer', zeiden wij toen onder elkaar. Na de Jom Kipoer oorlog van 1973 sloeg de stemming definitief om. Israel, dat tot ontzetting van de westerse wereld een eigen mening bleek te hebben, kreeg de schuld van de stagnerende vredesontwikkeling. Langzaam maar zeker ontwikkelde Israel zich tot de positie, die eeuwen lang de individuele Jood had ingenomen: het werd de kwaaie pier van alles, dat anders liep dan anderen wensten.
Jarenlang hebben wij betoogd, dat anti-israelisme gewoon de hedendaagse vorm van antisemitisme is. Jarenlang is ons geantwoord, dat wij overgevoelig waren en dat iemand gerust tegen Israel kon zijn en toch de Joden een goed hart toe kon dragen. Ik ben er tot op vandaag van overtuigd, dat dat in enkele individuele gevallen zo zijn kan. Ik ben er evenwel nú meer dan ooit van overtuigd, dat die gevallen uitzonderingen zijn. Het ordinaire, ouderwetse antisemitisme steekt op allerlei plaatsen in de wereld weer de kop op. Nu moet je ook nog heel voorzichtig zijn om dat hard-op te zeggen, want deze uitspraak alleen al geeft antisemieten een basis om zich weer ronduit uit te spreken, want 'dat gebeurt immers elders ook’.
Professor Nagel schrijft ronduit in de NRC, dat het bijbelboek Jozua niet onderdoet voor Hitler's 'Mein Kampf' en – zo zegt hij verontwaardigd – dat is geen antisemitisme. Met volledige erkenning van professor Nagel's eminente oorlogsverleden: het is het wél. Mogen wij als Joden misschien het voorrecht hebben te zeggen, wat wij zelf als antisemitisme ervaren?
Een groep leerlingen van een nederlandse middelbare school zweert met de hand op 'Mein Kampf' trouw aan Hitier. Dat is zeker ook geen antisemitisme? En de schoolleiding doet niets, want anders maak je de zaak maar erger. Dat is zeker ook geen antisemitisme?
Wij zijn in Nederland verwend. Maar we moeten ook in Nederland oppassen. Het taboe is verbroken. De mode is omgeslagen. Antisemitisme mag weer.

Wellicht zult u zeggen: een sterk persoonlijk getint artikel. En mogelijk zijn er lezers die het wat overdreven vinden. De geschiedenis kan ons echter het een en ander leren ten aanzien van opduikend antisemitisme. Het is goed om in deze jaren waarschuwende stemmen ter harte te nemen. Opdat de demonie niet opnieuw losbarst.

Kunnen we alles maar goedvinden?
Naar aanleiding van een discussie in Canada over kinderopvoeding en de huidige trend om alles maar goed te vinden en aan te knopen bij het zgn. natuurlijke goede gevoel van het kind, schrijft dr. B. Rietveld in het Centraal Weekblad van 28 juli een artikel waarin hij er op wijst dat de Schrift een andere visie op de mens en dus ook op het kind heeft. De mens leeft immers voor het aangezicht van zijn Schepper en moet de juist verhouding tot Hem vinden. De nood van onze tijd is dat velen mogelijk nog wel Gods bestaan willen erkennen, maar praktisch niet meer in Hem geloven, dat wil zeggen, niet leven in de vreze des Heren. Ook het Godsbeeld van velen is verbleekt. Rietveld schrijft dan:

Het is ook in de mode om niet meer aan de hel te geloven. Het hele begrip hel is niet meer in overeenstemming te brengen met het verbleekte Godsbeeld Natuurlijk is het goed, dat de middeleeuwse gruwelbeelden van de hellestraf opgeruimd worden. Ik denk, dat daarin de perverse fantasie van het duister mensenhart een grote rol speelde. Maar moet met de producten van mensenverbeelding ook de ernst van de toorn Gods over de ongerechtigheid der mensen vallen? Is het niet meer nodig bij het wenken van de zonde bang te zijn voor God? Hoeft men niet meer te rekenen met Zijn oordeel, omdat een paar theologen hopen op algemene verzoening? Ik doorgrond het Godsbestuur niet, noch kan ik Hem narekenen in Zijn oordeel. Maar zoveel gevoel voor psychologie meen ik toch wel te hebben, dat ik meen te mogen zeggen, dat het verbleken van het Godsbeeld een sterke rem op het kwaad wegneemt.
Toen omstreeks 1800 Finley in Londen het bestaan van de hel wegwuifde riepen de baliekluivers: 'Good news, boys, old Finley says there' s no hell!' (Goed nieuws, jongens, de oude Finley zegt, dat er geen hel is!). Zij zeiden dat waarlijk niet, omdat hun tere zielen nu gemakkelijker in God konden geloven.
Is (vervolgens) dat, wat we met ons hele wezen begeren ook goed, omdat onze gevoelens en verlangens zo sterk en echt zijn, op alle terrein, maar het meest duidelijk misschien op het terrein van 'de liefde?' Er gaat van veel literatuur, van veel films en t.v.-spelen, helaas ook van het leven van veel groten der aarde en mensen van naam de suggestie uit, dat het werkelijk zo zou zijn. Er wordt in de Schrift veel gesproken over de begeerte. En het is duidelijk genoeg, dat de begeerten nooit goed zijn, wanneer de gevoelens maar sterk en echt zijn, maar alleen wanneer zij zijn naar de wil van God. Trouwens, wat voor kracht zou er liggen in de verzoeking, wanneer de gevoelens niet sterk en reëel zouden zijn. Dan zou er tegen de kwade begeerte ook niet een speciaal gebod nodig zijn. Verzoeking is daardoor zo'n groot gevaar en heeft waarschijnlijk mede daarom een plaats in het Onze Vader, omdat er zoveel in ons positief op reageert.
Ook over christelijke vrijheid wordt tegenwoordig vaak lichtvaardig gedacht en gesproken. Alsof de vrijheid, waartoe Christus ons verlost heeft, zou betekenen, dat we desnoods tegen alle wetten in konden doen, wat wij begeren, in de verwachting, dat het leven dan vanzelf tot bloei en vruchtbaarheid zou komen. De ouden wisten dat al beter: 'Zedelijk vrij is de mens, die doen kan wat hij wil, omdat hij alleen maar het goede wil'. Wie durft zich op deze wijze vrij verklaren? Christelijke vrijheid heeft o.a. alles te maken met de strijd tegen zonde, tegen zichzelf.
De huidige permissiviteit stoelt op een door en door valse visie op de mens als zou hij spontaan het goede voortbrengen. Zij opent eetf nieuwe periode in de geschiedenis van bloed en tranen in het algemeen en loopt uit op een diepe teleuistelling in het individuele leven. Laten wij God vrezen. Ik weet wel, dat dit meer inhoudt dan 'bang zijn voor God'. Maar dat element ligt er wel in. 'Vreest God en houdt Zijn geboden', zei de Prediker. Hier ligt de grondslag van een christelijke cultuur. Wanneer het christelijke Westen die grondslag van haar cultuur verliest is zij decadent (afgevallen, gevallen, verziekt) en de gevolgen zijn dreigend.

Altijd weer stuiten we op het mensbeeld dat achter allerlei uitingen en handelwijzen op het terrein van de ethiek ligt. Meer dan ooit hebben we in onze tijd te luisteren naar wat de Schrift ons openbaart over de mens als schepsel Gods, als zondaar en als een mens die in zijn verlorenheid door Christus geroepen wordt tot een nieuw leven. Niet in eigen kracht, maar door de herscheppende genade van God Die ons brengt tot de gehoorzaamheid van het geloof, zodat niet meer onze gevoelens en strevingen de toon aangeven, maar we leren vragen: Here wat wilt Gij dat ik doen zal…

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's