De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onze catechisatie VI – De catechisanten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze catechisatie VI – De catechisanten

8 minuten leestijd

Wie zijn ze?
Wie zijn ze toch, die jonge mensen, die naar de catechisatie komen? Soms met grote trouw, soms zo nu en dan, soms omdat ze moeten. Wat kennen we ze vaak slecht. Wat weten we soms weinig af van hun leefwereld, hun idealen, hun teleurstellingen, hun innerlijk.
Wil de catechese vruchtbaar zijn, dan is echte belangstelling voor de catechisanten onmisbaar.
In de eerste plaats moeten en mogen we onze catechisanten zien als de jeugd van de christelijke gemeente. Ze zijn (evenals hun ouders) opgenomen in het genadeverbond. Het teken en zegel er van hebben zij ontvangen in het sacrament van de heilige doop.
Nu zijn verbondskinderen niet beter dan de kinderen van de wereld. Zij hebben (evenals de catecheet) een bedorven hart. Toch zijn ze door God apart gezet in deze wereld. Ze zijn dragers van een bijzondere belofte en een bijzondere verantwoordelijkheid. Ze zijn geheiligd.
De catechese mag zich telkens weer oriënteren op de voorrechten van dit verbond. Dan kan ze een instrument zijn in de handen van de Heilige Geest om de catechisanten te leren zelf de schatten van het verbond te ontdekken en toe te eigenen. Dat gebeurt soms tijdens de catechese zo geleidelijk, dat wij het niet eens opmerken (Mark. 4 : 26 en 27).
In de tweede plaats moeten we onze jongens en meisjes zien als kinderen van hun tijd. En wat voor tijd is dat eigenlijk? Een tijd om zich in te storten en tegelijk om uit weg te vluchten. Een tijd vol mogelijkheden en vol onzekerheden. Het leven van onze catechisanten wordt door deze twee dingen voortdurend heen en weer geslingerd. Het is daarbij een tijd, waarin de kerk steeds meer een minderheid wordt. Er is voor menige jongere moed nodig om er voor uit te komen bij de kerk te behoren. Vanwege deze factoren moeten we niet lichtvaardig en hard oordelen over onze jeugd, ook al roept hun gedrag soms vragen op. Op het werk zijn ze soms de enigen, die nog naar de catechisatie gaan. Dat was vroeger anders. In de schoolklas zijn ze soms de enigen, die met het conflict zitten over schepping of evolutie. En thuis vinden ze soms ook al geen veilige haven meer, maar disharmonie door ruzie, echtscheiding of werkeloosheid.
Jonge mensen leven graag in een groep. Het valt daarom voor onze catechisanten niet mee om uit de groep te vallen. We moeten ons ervan bewust zijn, dat zij dit risico lopen, alleen al omdat zij naar de catechisatie komen. We zouden het graag willen opnemen voor de jonge mensen, die elke week trouw naar de catechisatie komen. Ook al moeten de ouders ze ook wel eens sturen. Ze zijn er toch maar! Wat is het noodzakehjk, dat de catecheet een pastor is voor zijn catechisanten. Dat hij weet, uit welk gezin ze komen, op welke school ze zitten, welk werk ze doen, met welke lichamelijke en geestelijke moeilijkheden ze te kampen hebben.
Wij achten het gewenst, dat de catecheet kennis neemt van de gegevens van de ontwikkelingspsychologie. Dit werpt nieuw licht op de gedragsvormen van de catechisanten en het kan de catecheet helpen om op de juiste wijze de groepen in te delen (zie artikel IV) en met zijn catechisanten om te gaan.
Laten de catecheten toch veel van hun catechisanten houden en erg zuinig op hen zijn. Dat wil niet zeggen, dat alles mag. Dat getuigt niet van ware liefde. De catechisanten laten het dan ook zeker spoedig afweten. Laat onze houding er één zijn van begrip, geduld, meeleven en serieus nemen van hun leefwereld.
Wat is het eigenlijk een geweldige opdracht om de jeugd van de christelijke gemeente te mogen begeleiden tijdens de stormachtige jaren tussen tien tot twintig. Ja, om hen zelfs te mogen leiden naar het ja-woord van hun geloofsbelijdenis. Ons parool moet zijn: houdt ze vast!

Werving
Op welke manier proberen we nu onze jonge mensen op de catechisatie te krijgen? Geëigende methoden zijn: via kanselafkondiging en en/of in het kerkblad. In de meeste gevallen is deze wijze van werving onvoldoende. Ze staat te ver van de catechisanten af. Het is beter om het één te doen en het ander niet na te laten, en hen op meer persoonlijke wijze uit te nodigen. Dat kan door middel van een catechisatiebrief. In deze brief, die persoonlijk gericht is, wordt een overzicht gegeven van de verschillende groepen en tijden. Ook wordt ingegaan op de stof, die aan de orde komt. Ook kan de catecheet om suggesties vragen. Als ze op deze manier zijn uitgenodigd, maar ze komen niet, dan kan overwogen worden om ze vanuit de kerkeraad, met behulp van jeugdraad of catechese-commissie persoonlijk op te zoeken.
Dat kost wel meer tijd, maar het is zeker geen verloren tijd. Ook wanneer catechisanten ineens wegblijven van de catechisatie, kan een dergelijk bezoek gebracht worden. Laten de catechisanten merken, dat we hun aanwezigheid op hoge prijs stellen.

De belijdenscatechisanten
In verschillende gemeenten loopt het aantal belijdeniscatechisanten helaas terug. Waar dit het geval is, dienen kerkeraad en catecheet zich hierop te bezinnen. Het is immers een ernstig verschijnsel, dat zich in de toekomst zeker zal wreken. Soms kan de oorzaak zijn te zoeken in het feit, dat een gemeente ontvolkt en vergrijst. In dit geval is de teruggang verklaarbaar. Ernstiger is het, als er genoeg jonge mensen tot de gemeente behoren, maar zij komen niet. Dan is een grondige analyse van de oorzaken nodig. We weten, dat de macht van satan in onze tijd zeer sterk is. Hij zal alles doen om onze jonge mensen van de dienst van God af te houden. Maar dat is een reden te meer om te zien, welke aanleidingen er kunnen zijn tot teruggang.
Soms kan een onjuiste groepsindeling mede een reden zijn, omdat er een kloof zit tussen de hoogste gewone catechisatiegroep en de belijdeniscatechisatie. Het is zaak, die kloof te dichten. Soms spelen werk, militaire dienst en studie een rol. Wat is het erg, als men in een gemeente geen vat heeft op de jeugd. Dan is er iets mis. Zullen we niet veel meer aandacht moeten hebben voor de vragen van de jeugd? Zij zoeken een luisterend oor. Een pastorale werving, zo persoonlijk mogelijk, kan verrassend werken. Dikwijls voelen zij zich onzeker en komen zij niet uit zichzelf. Een gesprek, een duwtje in de goede richting, doet zoveel goed. Laten we ook in de prediking op dit punt wervend bezig zijn. Heeft niet de Heilige Geest ons de belofte gegeven, dat onze zonen en dochters zullen profeteren? (Hand. 2 : 17). Het is natuurlijk niet verplicht om na één jaar belijdeniscatechese al belijdenis te doen. Het kan soms heilzaam zijn om nog een jaar te komen.
Graag grijpen we zelf de mogelijkheid aan om via dit artikel jonge mensen, maar ook ouderen te vragen er ernstig over na te denken, dit najaar naar de belijdeniscatechisatie te komen. Als je eenmaal 18 jaar bent, mag je er toch zeker over na gaan denken. Je wordt volwassen. Je kiest een baan, krijgt verkering, bent verloofd. De Heere vraagt, dat wij dan het belijden van Zijn Naam niet na zullen laten. Ook hiervoor geldt, wat we als kind reeds leerden: 'Al wat u ontbreekt, schenk Ik, zo gij 't smeekt, mild en overvloedig.’
Het is van groot belang om op de belijdeniscatechisatie het persoonlijk element te onderstrepen. Anders kan het een teleurstelling worden.
Het is een goede zaak, dat de catecheet met zijn belijdeniscatechisanten afzonderlijk, een persoonlijk gesprek heeft. Dat wordt door de catechisanten bijzonder gewaardeerd. Ook kan naar mogelijkheden gezocht worden om belijdeniscatechisanten eens in te schakelen in het gemeentewerk.

Bijzondere vormen van catechese
In iedere gemeente zijn 'jongeren', die om de één of andere reden niet aan de gewone catechisatie kunnen deelnemen.
Zo zijn er de zieken en lichamelijk gehandicapten, die aan huis gebonden zijn. Indien dit mogelijk is, kan aan hen privé-catechese gegeven worden, aangepast aan de voor hen bestaande mogelijkheden.

Ook zijn er de verstandelijk gehandicapten. Het lijkt ons juist, om hen, indien mogelijk, in de gewone catechese op te nemen. Waar dit niet kan, zullen andere wegen gezocht moeten worden. Het is verblijdend, dat er steeds meer gemeenten zijn, waar aan deze gehandicapten speciale catechese wordt gegeven (bijv. te Rijssen en Huizen N.H.). Het kan regionaal geschieden, en dient met goede organisatie en deskundigheid ter hand genomen te worden. Op deze wijze kan zulke catechese bijzondere zegen afwerpen, zowel voor de catechisanten, als voor de catecheten.
(wordt vervolgd)

W. Verboom, Waddinxveen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Onze catechisatie VI – De catechisanten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's