Zwitserse Reformatie
De vacanties lopen weer ten einde. Miljoenen mensen zijn erop uitgetrokken naar plaatsen in eigen land of naar vreemde landen, verder weg of dichterbij. Er wordt gereisd, gewandeld, er wordt van alles gedaan om te ontspannen. Veel Nederlanders bezoeken van jaar tot jaar Zwitserland, het land van de bergen en de snel stromende beken. Menigmaal wordt dunkt me echter verzuimd wat méér mee te nemen van het land dan de indrukken van de schitterende natuurpanorama's, van de uitzichten op meren en op bergen. Elk land heeft zijn geschiedenis, ook zijn kerkgeschiedenis. Bij nadere kennisname daarvan kan men ook verrijkt worden met indrukken van wat er in de loop der eeuwen heeft plaats gevonden. Er hebben eeuwen lang mensen gewoond en eeuwen lang is er de boodschap van het evangelie gebracht.
Een unieke gelegenheid om een stuk kerkgeschiedenis van het Zwitserse Berner Oberland door te nemen levert een prachtig, voornaam uitgevoerd boek van de (nederlandse) predikant van de Evangelische Kirche in Unterseen, ds. J. C. Remijn, getiteld 'Kirchengeschichte von Unterseen'. Unterseen, de plaats die wat verscholen tegen het dominerende Interlaken aan ligt. Maar Unterseen is van ouds de stad (het stedtli) en Interlaken is het dorp. Unterseen bestaat dit jaar 700 jaar. Daarom kreeg de dominee van Unterseen van het gemeentebestuur de opdracht om de beschrijving van de kerkgeschiedenis voor zijn rekening te nemen. Uit het pas verschenen, boeiend geschreven boek (uiteraard in de Duitse taal, doorweven met citaten in het prachtige, soms oude Zwitser-Duits) geef ik enkele wetenswaardigheden door.
Oude kerk
Hoewel niet precies bekend is wanneer de eerste christenen in het Berner Oberland zijn gekomen hebben opgravingen duidelijk gemaakt, dat er in de vijfde of zesde eeuw een vroeg-christelijke 'doopkerk' is geweest.
Als in 1279 de vestiging van het stadje Unterseen plaats vindt, gebeurt dit op grond, die eigendom is van de kloosterheren. Bij erfleenverdrag met het klooster wordt op 3 mei 1280 bepaald, dat aan geen andere orde goedkeuring zal worden verleend voor de bouw van huizen, kapellen of bedehuizen (een verdrag met 'eeuwige geldigheid'). Zo beschermt het klooster zich tegen de invloed van andere 'geestelijke heren' in het nabije stadje. Een van het klooster afhankelijk bedehuis viel natuurlijk niet onder deze bepalingen. En zo ontstond tussen 1306 en 1325 (de datum is niet precies terug te vinden) de kerk in Unterseen. Op 5 mei 1470 werd de stad Unterseen een prooi der vlammen en ging ook het kerkgebouw in vlammen op.
In 1851 zal de kerk door sneeuwlast nog een keer geheel instorten. Ook het van 1844 daterende orgel wordt dan geheel verwoest. De eerste preek na deze ramp, gehouden door de pastor loei handelt over de tekst uit Job: 'De Heere heeft ons geslagen, de Heere zal ons verbinden, de Naam des Heeren zij geloofd.'
Ook kerkgebouwen hebben hun geschiedenis. Dat blijkt ook hier. Kerkgebouwen zijn ook tekenen, die heenwijzen naar de bron, waar alleen lafenis te vinden is. Zwitserse huizen en gebouwen zijn rijk aan inscripties, die duidelijk de christelijke achtergrond van dit land en volk verraden. Ook kerkklokken dragen zo hun inscripties. Op de twee klokken, die de kerk van Unterseen in 1747 kreeg, staan de volgende inscripties:
‘De luide klank der klokken
roept allen altemaal
Komt, hoort in ' t Huis des Heeren
wat God u daar zal leren.’
en:
‘Komt op de klank der klokken
tot gebed en lofgezang
ter prediking met de scharen
die met God zich willen paren.’
In 1865 wordt er een nieuwe kerkklok bijgekocht. Die krijgt als opschrift de tekst naar Psalm 117: 'Looft God, alle volkeren, want hij is goed en eeuwig duurt zijn barmhartigheid.' In 1902 wordt een klok geschonken. Daarop staat:
‘Als ge vermoeid van deze aardse strijd,
uw hoofd ter ruste legt,
dan luide u mijn rouwgelui
de hemelse vrede toe.’
Een klok erbij heeft als opschrift:
'Helder en zuiver zij steeds mijn geklank
vroom en trouw, o mens, zij uw gang.’
En op een derde klok:
'Geloof, liefde, hoop.'
De Reformatie
Uitvoerig wordt in Remijn's boek de overgang naar de Reformatie beschreven. Het geestelijke klimaat van de vijftiende eeuw legde al een basis voor deze overgang. De economische afhankelijkheid van het klooster, dat met harde hand regeerde, was velen al een doorn in het oog. 'Nalatigheid, onverschilligheid en zedeloosheid ondergraafden het aanzien en de functie van het bedehuis.'
‘Sedert 1517 hoorde men het ruisen, zoals wanneer de föhnwind in aantocht is. Sinds 1919, toen Ulrich Zwingli de Grossmünsterkansel van Zürich besteeg, ruiste het sterker en sterker.' In Bern was het – schrijft Remijn – hoewel ook niet windstil, toch beduidend rustiger. Niet de gedachten van Zwingli, maar die van Luther, toonden hier in samenhang met de aflaathandel in 1518 hun uitwerking.
Zoals gezegd speelde in Unterseen het onbehagen over de afhankelijkheid van het klooster een duidelijke rol ten aanzien van de doorwerking van een Reformatie. Maar dat was niet het enige. Er woonde in Unterseen ook een schoolmeester Gragger, die als 'groot Luthervriend' bekend stond. Dank zij hem hebben in het stadje de reformatorische gedachten ingang gevonden. Na allerlei volksondervragingen en onderhandelingen ontstaat zo op 8 oktober 1527 een zelfstandige kerkelijke gemeente te Unterseen, die zelf beheer voert over de kerkelijke goederen en zelf een eigen predikant zal kiezen.
In 1528 komt in Bern de Reformatie officieel tot een doorbraak. Dan vindt een 'geloofsgesprek' plaats, waarvoor naast de vier bisschoppen en de vertegenwoordigers van de overheid alle geestelijken zijn uitgenodigd. Van het Berneroberland houdt zich slechts één geestelijke, namelijk die van Brienz afzijdig. Het resultaat van deze bespreking is een veertiental artikelen, waarin de grondlijnen van de geloofsvernieuwing zijn aangegeven. De mis en de beelden worden afgeschaft. Vrijwel alle ambtsdragers van Unterseen nemen dit reformatie-mandaat aan. Maar de nieuwe leer moet ook nog doordringen tot de bergbevolking, die bestaat uit 'van nature zorgvuldige hoeders van de traditie en bewakers van de voorvaderlijke erve'. Godsdienstige, economische en religieuze motieven grijpen overigens ineen. Maar in Unterseen zet de Reformatie door, na een rumoerige herfst in 1528. Driehonderd en vijftig jaar later zegt op een kerkelijk districtsfeest in Unterseen dominee Küchler: 'hoe anders ziet het er nu uit als in de tijd van de Reformatie, toen een diepe scheur door het Oberlandse volk ging, waarbij lange tijd het stadje Unterseen, waarin nu allen zo vredig bijeen zijn, aan de ene kant stond, en de andere plaatsen meer of minder vijandig tegenover hem en zijn geloof stonden.’
Gevolgen
Remijn merkt in zijn boek op, dat de Berner Reformatie hoofdzakelijk een werk van leken is geweest. Een uit leken bestaande overheid heeft er in feite het stempel op gedrukt. Intussen komt men al lezende in dit boek opnieuw onder de indruk van het feit hoe dermate fundamentele veranderingen in het kerkelijk leven in zo korte tijd zo breed om zich heen konden grijpen. Hoe moeilijk krijgen in het algemeen veranderingen in het kerkelijk leven hun beslag. En hoe fundamenteel gebeurde het toch ook hier in het begin van de zestiende eeuw. Het belangrijkste was de inhoud van de prediking. Deze zou zijn: 'de dood en de Opstanding van Jezus en verkondiging van boete en vergeving van zonden in Zijn Naam.’
De predikanten moesten iedere zondag, maandag, woensdag en vrijdag preken, ook wanneer er maar weinig toehoorders in de kerk zouden zijn. De weekdiensten werden slecht bezocht maar de zondagse diensten waren verplicht. Wie verzuimde had zich daarover te verantwoorden. Het vele preken viel de predikanten, waarvan de meesten voormalige katholieke geestelijken waren, zwaar op de maag, soms grepen ze de gelegenheid aan om uitweidingen te geven over 'Zinsen und Zehnten' (cijnsen en tienden) of om persoonlijke aantijgingen ten beste te geven jegens hoorders onder de kansel. In bepaalde gevallen werd de predikant naar Bern ontboden om zich over zijn preek te verantwoorden. In één geval waren de hoorders zo ontstemd geweest, dat ze de vensters van de pastorie hadden ingegooid.
Verder verliepen de kerkdiensten – naar de reformatie van Zwingh – zonder zang en muziek. Pas in 1574 wordt er één keer in de dienst gezongen. Later komt er begeleiding met trompetten en andere blaasinstrumenten. Pas omstreeks 1750 komt het orgel.
De doop vond ook op doordeweekse dagen plaats. Zogenaamde 'doopmaaltijden' op zondag werden verboden. Het avondmaal vond, krachtens een bepaling van 1532, naar Luthers opvatting plaats. 'Allen moeten ouwel en kelk krijgen en ze in de hand nemen. Wanneer iemand remmingen heeft mag men hem het brood in de mond leggen en met hem de kelk drinken.' Het avondmaal werd driemaal per jaar gehouden en wel op de hoge feestdagen Pasen, Pinksteren en Kerst. Later komt er de eerste zondag van september bij. Vanaf 1630 worden het twee avondmaalsdagen per keer. Vanaf 1558 wordt bij elke viering Johannes 13 gelezen. Het duurt tot 1605 voordat de ouwel vervangen wordt door het breken van het brood.
Begrafenissen vonden ook op zondag, na de prediking, plaats. Lijkredenen werden niet gehouden, slechts het lijkgebed met verder een korte vermelding van de personalia van de gestorvene was toegestaan. Rest nog te vermelden, dat in 1528 een koorgericht werd ingesteld, met de schout als president of rechtspreker. Voor dit koorgericht kwamen de openbare zondaars. Gevallen van dronkenschap, achterklap, zedeloosheid, huwelijksontrouw, zwarte kunst en toverij en dergelijke werden daar behandeld en bestraft met geldboete of gevangenschap.
Er zou veel meer uit dit lezenswaardige boek te noemen zijn. Voor wie de Duitse taal geen probleem is kan ik slechts de raad geven dit boek aan te schaffen om te zien hoe de kerk van Christus ook in andere landen als ons eigen land gestalte kreeg en in de Reformatie tot heroriëntering op het reine Woord kwam. Wat hebben enkele door God geroepen mannen in de Reformatie met al hun verscheidenheid daarvoor veel mogen betekenen.
Nog in 1820 kan van Unterseen worden gezegd: 'terwijl op andere plaatsen ongodsdienstigheid heerst, ontbreekt in Unterseen slechts zelden een huisvader of een familielid 's zondags in de kerk…' Daarin is in Zwitserland als geheel wel één en ander veranderd. Maar wat dit betreft hebben we ook in eigen land de sprekende voorbeelden.
De rijke erfenis van de Reformatie zal telkens opnieuw verworven moeten worden. Gereformeerd zijn om telkens gereformeerd te worden!
v. d. G.
N.a.v. Jan C. Remijn: Kirchengeschichte von Unterseen, Uitgave Schaefli ag, Interlaken, 255 pagina's, 25 zw. franken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's