De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Noodzakelijke correctie en aanvulling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Noodzakelijke correctie en aanvulling

Geen kerk in de Bijlmermeer?

9 minuten leestijd

Ter inleiding op wat ik in dit artikel eigenlijk zeggen wil eerst een persoonlijke ervaring. We liepen dezer dagen over de Dam in Amsterdam, waar een groep jongelui geestelijke liederen stond te zingen. Een flink aantal mensen stond te luisteren. Het bleek een internationaal gezelschap te zijn. Ze kwamen uit allerlei landen van de wereld. Na het zingen klommen twee personen uit de groep op een kist. De één hield in het Engels een vurige evangelisatietoespraak, de ander vertaalde. Het waren – zo bleek me – twee jongelui, die zwaar aan de drugs verslaafd waren geweest. De één had in Turkije in het ziekenhuis gelegen, 'op het randje'. Hij was toen bezocht door christenen. Dat was het begin van z'n ommekeer geweest en nu was hij naar Amsterdam gekomen om daar onder zijn leeftijden lotgenoten de Boodschap door te geven. Na de toespraak begaven de jongeren zich onder het publiek voor een praatje. Eén van hen, me kennelijk herkennend, begon een gesprek. Hij bleek te komen uit een notoire Gereformeerde Bondsgemeente en sprak met respect over de prediking van niet onbekende voorgangers onder ons. Die prediking 's zondags en dit bezig zijn op de Amsterdamse Dam lagen voor hem kennelijk in het verlengde van elkaar.
Vraag me nu niet of het allemaal zo dogmatisch op maat gesneden was. Ik volsta met deze mededeling. Het is echter ook weer niet niets wanneer jongeren zich zo onder het publiek begeven en het is niet niets wanneer er dan bij zijn die onder de macht van de verslaving zijn geweest en zeggen dat er een weg terug is. Het deed me des te meer iets, omdat altijd weer, wanneer ik door zo'n miljoenenstad loop, me de vraag bezig houdt hoevelen er niet leven zonder het verschil te weten tussen hun rechter en hun linkerhand, wankelend ten dode. Iemand heeft enkele jaren geleden geschreven, dat Amsterdam een stad van God was. Maar dan toch alleen in zoverre, dat God óók daar zijn gemeente, zijn kinderen heeft. Hoevelaken wonen er echter niet, die Hem niet kennen en dienen? Daarom komt het 'wee mij, indien ik het evangelie niet verkondig' hier toch ook met alle klem en ernst op ons af. Wie dan ook kritisch vragen zou stellen – en die zijn warempel wel te stellen – bij methode van evangeliseren of allerlei uitlatingen van groepen als de genoemde Da-evangelisten, komt wel voor de vraag te staan wat men er zelf aan doet, wat eigen kerk of gemeente eraan doet. Hier gebeurde het tenminste wel. Er was in ieder geval de aandrang van het brengen van het Evangelie aan van God vervreemde mensen, aan verslaafden en mensen in nood.

De Bijlmermeer
In een passage van het referaat, dat door mij op de laatstgehouden jaarvergadering van de Gereformeerde Bond is gehouden over 'Kerk en Theocratie', heb ik mij óók in deze zin geuit. Wie het volk wil voorhouden, dat het te leven heeft naar het gebod Gods mag dat volk ook niet het evangelie onthouden. Pleiten voor een buigen voor het gebod Gods zonder de aandrift tot evangelisatie, tot inwendige zending is hypocrisie. In dat verband is toen door mij opgemerkt, in de bespreking op het referaat, dat wanneer je door de Bijlmermeer in Amsterdam rijdt en je ziet er helemaal geen kerk, de gedachte opkomt: 'daar ligt een modern stuk heidendom'. Dat is kennelijk ds. C. P. T. Rijper, Gereformeerd predikant te Amsterdam, ter ore of liever onder ogen gekomen, want hij heeft hieraan een voorpagina-artikel van het 'Kerkblad voor de Gereformeerde Kerken van de classis Amsterdam' gewijd. Kort en goed komt het verhaal van ds. Rijper hierop neer, dat ik te snel door de Bijlmer ben gereden, liever nog dat ik er door had moeten gaan lopen in plaats van rijden – waarom erbij moet dat ik dat op de dag des Heeren toch ook wel liever doen zal ontgaat me ten enenmale – maar dat ik dan in ieder geval een kerk ontwaard zou hebben, nl. onder de parkeergarage Gliphoeve, in het hart van een winkelcentrum. Ds. Rijper werkt daar al tien jaar en verder merkt hij op, dat er in de aula van een school ook een hervormde gemeente samenkomt, terwijl er ook een R.K. parochie is en 'zelfs' een Pinkstergemeente.
Wat ik hier dan op te zeggen heb? Ik zou natuurlijk kunnen opmerken, dat ik het zo letterlijk bedoeld heb als het is gezegd: rijdend door de Bijlmer zie je geen kerk, wél immense flats. Maar ik wil ds. Rijper en zijn hervormde collega zeker recht doen, want ik zou warempel niet geweten hebben waar de gereformeerde kerk van ds. Rijper en de hervormde aula dan wel liggen. Het zij intussen verre van mij een stuk kerkewerk, dat daar geschiedt, te bagatelliseren. Bij deze is het dan ook dunkt me voor de lezers recht gezet: er is wél een kerk in de Bijlmer.

Gezamenlijke strijd!?
Was het artikel van ds. Rijper nu hierbij gebleven dan had ik ook een punt kunnen zetten, maar ds. Rijper vraagt ten aanzien van een kwestie, die hij aan zijn beschouwing over het wél present zijn van de kerk koppelt, aan mij 'tekst en uitleg'. In de strijd tegen het moderne heidendom komt hij door de week – zegt hij – de leden van de Gereformeerde Bond niet tegen. Eerst stelt hij het in de vragende vorm: 'Waar blijven de leden van de Gereformeerde Bond, die ongetwijfeld (daar ligt voor ds. Rijper dus wél een vraag – v. d. G.) ook in de Bijlmermeer woonachtig zijn?' Daarna weet hij ten aanzien van diegenen, die hij er niet tegenkomt en die hij er wel vermoedt te wonen, wél hoe ze over zijn prediking schijnen te zullen denken: 'zijn zij er wel zo zeker van, dat in de Protestantse Bijlmerkerken de prediking op gespannen voet staat met de waarheid van het geloof, dat onze belijdenissen onder woorden brachten?' Hij gaat zelfs nog een stap verder door stellenderwijs te zeggen, dat zij heel de 'worsteling om in de samenleving een krachtig getuigenis te geven van het heil des Heeren' overlaten aan hen 'die h.i. slechts water-en-melk-christenen zijn'. En hij weet intussen zeker, dat de betreffende leden bij gelijkgezinden in de binnenstad zitten.
Ik geef het hier allemaal maar door zoals het er staat. Ds. Rijper vraagt mij tekst en uitleg. Waarom eigenlijk? Hij komt de G.B. leden niet tegen, vermoedt dat ze er zijn, weet zeker dat ze in de binnenstad gaan kerken. Wat moet ik dan nog voor tekst en uitleg geven. De enige tekst en uitleg, dié ik geven kan, is dat ik niet één lid van de Gereformeerde Bond in de Bijlmer ken, zodat ik zelf ook niemand om tekst en uitleg kan vragen.


Maar eigenlijk is de hele spits van wat in werkelijkheid in het referaat op de jaarvergadering is gezegd en bedoeld op deze wijze door ds. Rijper omgebogen. Ik kan me best indenken, dat ds. Rijper lichtelijk teleurgesteld is, dat zijn kerk over het hoofd is gezien. Maar is het niet de bittere realiteit, dat een modern heidendom zich breed heeft gemaakt. Zou dat ook niet de ernstige toestand zijn in het stadsdeel, dat Bijlmermeer heet? Waaróm toch de gelegenheid te baat genomen hier wat raillerend te gaan schrijven over vermeende G.B-ers in de Bijlmer?
Ik kan ds. Rijper intussen gerust stellen: de opmerkingen, die door mij gemaakt zijn over de noodzaak tot evangelisatie, waren niet in het minst ook naar binnen bedoeld, dat wil zeggen naar eigen kring, waar het zeker ook voorkomt, dat de nadruk op het leven voor mens en samenleving naar Gods gebod niet altijd hand in hand gaat met brandende ijver ten aanzien van het brengen van het evangelie onder degenen die daarvan vervreemd zijn. Maar moet anderzijds niet gezegd worden – 'zending in Nederland' heeft het immers ook duidelijk laten zien – dat velen helemaal geen behoefte meer hebben om echt evangeliserend bezig te zijn, gericht als ze zijn op de samenlevingsvragen als zodanig en ontgroeid als ze zijn aan de bijbelse ernst van de twee wegen? Ik kan ds. Rijper daarbij intussen eerlijk verzekeren dat men ook niet overal in de steden – en hij zou in zijn omgeving maar eens moeten informeren – met open armen klaar staat om ruimte te geven aan de Hervormde Bond voor Inwendige Zending op g.g., die met vallen en opstaan inderdaad bezig is 'in de worsteling om in de samenleving een krachtig getuigenis te geven van het heil des Heeren.' En bij de bezinning op 'zending in Nederland' bleek ook wel hoe de IZB tegen stroom op moest roeien als het gaat om wat het wezen van evangelisatie is.
Maar ik begrijp uit het betoog van ds. Rijper, dat hij de inbreng van de Gereformeerde Bonders in de Bijlmer mist.
De IZB poogt intussen toch alles te doen wat mogelijk is om met het Woord in de samenleving werkzaam te zijn. Als ds. Rijper werkelijk de inbreng van de leden van de Gereformeerde Bond in de Bijlmer mist, dan zou het serieus te overwegen zijn eens met de IZB te gaan overleggen.
En verder wens ik van deze plaats ds. Rijper sterkte toe bij zijn 'worsteling' om een 'krachtig getuigenis te geven' in de Bijlmer en bij zijn 'strijd om een christelijke school'. En intussen zullen wij maar ootmoedig buigen onder de ontdekkende vraag van ds. Rijper: 'die Gereformeerde Bonders mogen dan wel een hoge toon voeren als de laatst overgebleven strijders voor de verbreiding van de waarheid, maar waar doen ze dat?' Ik denk dat we het nooit genoeg doen, ik denk dat we het ook nooit bewogen genoeg doen. Maar we zullen het wél doen. Wee mij, als ik het evangelie niet verkondig!

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Noodzakelijke correctie en aanvulling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's