Het beginsel van Jezus
Johannes 2
Johannes 2 is een belangrijk hoofdstuk. Er wordt ons hier een sleutel aangereikt tot het rechte verstaan van heel het evangelie. Het gaat hier immets om 'het beginsel der tekenen, welke Jezus gedaan heeft'. Dat woord beginsel zegt meer dan 'begin' – het is ook principe, grondslag, uitgangspunt. In die eerste tekenen wordt heel de arbeid van Christus getypeerd en Zijn Persoon geopenbaard. Zoals Zijn begin is, zo is Zijn voortzetting en Zijn voleindiging.
Johannes 2 is een merkwaardig hoofdstuk. De eerste twee grote tekenen van Christus staan er beschreven. Maar wat een tegenstelling, welk een kontrast! Eerst zien we Jézus op de bruiloft. Hij is daar zegenend, vreugde schenkend en verdiepend. Maar terstond daarna zien we Jezus in de tempel met een gesel van touwtjes in de hand, terwijl Zijn ogen vuur vlammen van heilige verontwaardiging. In het hart van Jeruzalem, in het centrum van vroomheid en godsdienstigheid verstoort de Christus het opgewekt religieuze leven.
Is het één en dezelfde Persoon: Jezus op de bruiloft en Jezus in de tempel?
Ja, dat is nu juist het beginsel van Jezus. Er is hier een hoge harmonie te aanschouwen. Johannes 2 is te vergelijken met een triptiek, een drieluik. Op zo'n uit drie delen bestaand schilderij was bijvoorbeeld het volgende afgebeeld: in het midden de Christus als Rechter over levenden en doden, links de verdoemden in hun ontzetting, rechts de gezaligden in hun zielsverheuging. Zo rijst Jezus voor ons op temidden van de beide taferelen van Joh. 2. Hij is gezet tot een val en tot een opstanding van velen in Israël, uit Zijn mond gaat een tweesnijdend scherp zwaard. Zijn evangelie is reuke des doods ten dode of reuke des levens ten leven.
Wie Johannes 2 gaat halveren verliest het rechte zicht op de Christus der Schriften. Scheiding aanbrengen betekent hier schenden, vertekenen – wat we overhouden is een karikatuur. Mag ik ter waarschuwing een tweetal van die karikaturen aanwijzen? Velen willen wél weten van de Jezus van de bruiloft, maar niét van de Jezus van de tempelreiniging. De bruiloft te Kana wordt voor hen hét beeld van het heil dat Christus brengt – vreugde en vrede, maar dan heel aards en heel 'konkreet', sjalom in het hier en nu. Christus brengt het evangelie van het waarachtig bevrijde mens-zijn. Maar wat hier vergeten wordt is dat er geen rechte weg loopt van de bruiloft te Kana naar de vreugde des Heeren, de bruiloftszaal van het koninkrijk Gods. Daar moet iets tussen komen, er moet reiniging plaats vinden, heiliging – dat is reformatie, vernieuwing, wedergeboorte, bekering. En die reiniging brengt met zich het lijden en sterven, de verzoening, de bloedstorting. Het gaat door de dood heen naar het leven, door de afbraak heen naar de opbouw, door verlies heen naar de eeuwige winst, via kruis naar kroon. Daarom is de koninklijke weg geen rechte weg, maar een kruis-weg
Vergeten we dit, dan vormen we ons een Jezus naar óns beeld en naar ónze gelijkenis, die zegenend de handen mag leggen op ons eigen lieve leventje. 'Tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het koninkrijk Gods niet zien’.
Anderen menen beter uit de voeten te kunnen met de Jezus van de tempelreiniging. Hij mag dan dienen als schutsheer en patroon van de (gewelddadige) revolutie. Staat in vs. 15 de revolutionair niet ten voeten uit getekend? Zo is het evangelie en de profetie gelijk aan dynamiet, dat de maatschappelijke strukturen laat exploderen. Naast Marx wordt Jezus de inspirator van de strijders op de barrikaden en de grote spelbreker voor alle bezitters en machtigen. Is er bij degenen die zó spreken sprake van misdadige opzet of schuldige verblinding? Wat een klankexegese wordt er door hen bedreven. Het is iedere onbevooroordeelde lezer duidelijk, dat het in Joh. 2 gaat om een geestelijke reformatie – tegenover de koopmansgodsdienst staat de kinderlijke vreze, tegenover het dienen om loon de verterende vlam van de liefde voor de dingen des Vaders, tegenover de vleselijke tempel van menselijke religiositeit de geestelijke tempel, dat is Christus. In de voetsporen van deze Christus gaan de reformatoren zoals Luther en Calvijn. In Zijn voetsporen gaat ook dát spreken en handelen in de politiek, dat de hoogste norm vindt in Gods wet en Gods getuigenis – en niet anders begeert dan de geboden van de éérste en van de tweede tafel uit te roepen in het midden van de samenleving. Dan is het evangelie gelijk aan een zuurdesem, dat ordent, heiligt en geneest, dat de scheppingsordeningen (met name het huwelijk en de sabbath) herstelt.
Deze Christus wordt nu ook in het geestelijk leven gekend, wanneer Hij hart en leven binnentreedt met Zijn Woord en Geest. Als u de vreugde des heils kent, de blijdschap des geloofs, dan zult u ook weet hebben van de reiniging – dat de Christus in uw leven kwam als het louterend vuur van de goudsmid en als het zeep van de voller. Zo heeft Johannes de Doper van Hem getuigd: de wan is in Zijn hand om de dorsvloer te doorzuiveren. Elks oog zal Hem eens zo aanschouwen in de grote dag van het gericht. Maar zalig als ons daar in dit leven de ogen voor opengaan, zodat we als dood aan Zijn voeten vallen. Het is niet aangenaam voor het vlees, maar toch zo noodzakelijk en profijtelijk, wanneer de Geest van uitbranding, de Geest van overtuiging en ontdekking het tempeltje van ónze godsdienst met de grond gelijk maakt, opdat het gebouw naar Gods gemaakt bestek kan verrijzen.
Maar ook omgekeerd: wanneer dat reinigend vuur in uw leven aan het woeden is, wanneer de afbraak van al het uwe al maar voortgaat en u steeds armer wordt in u zelf, wanneer u door onweder wordt voortgedreven – houdt maar moed, u zult óók de vreugde kennen – waar u minder wordt, zal Hij wassen, daar zal Hij steeds heerlijker bekend worden als de volkomen Zaligmaker.
En zo leidt nu de weg van de Kerk des Heeren. Aan het einde van de baan is de reiniging volkomen, de bruid is dan geheel verheerlijkt inwendig, zonder vlek en zonder rimpel. Dan zal ook de vreugde ten hoogsten toppunt stijgen. De tempel gaat wegvallen – de bruiloft blijft. Jeruzalem wordt nieuw gebouwd als een stad zonder tempel, want heel de stad zal één tempel zijn, heel het leven één redelijke godsdienst, één geestelijke liturgie van lof en dank aan Hem die op de troon zit en het Lam.
De bruiloft blijft – niet die van Kana, tussen man en vrouw. Maar de nog veel heerlijkere, eeuwige hoogtijdag, wanneer de Christus Zijn bruid tot Zich nemen zal in eeuwigheid.
J. Hoek, Veenendaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's