Van Ongewoon naar Buitengewoon
Wij hebben in hervormd-gereformeerde kring de 'ongewone' situatie van evangelisaties, de zelfgekozen noodvoorziening terwille van de gereformeerde prediking, dáár waar deze in de plaatselijke gemeente niet wordt gebracht, al mag men ten deze niet generaliseren. Ongewoon is een evangelisatie in die zin, dat de ambten ontbreken en de sacramenten niet worden bediend. Soms is een geslacht opgegroeid, dat de sacramenten niet of nauwelijks kent, omdat men al zo lang evangeliseert. Het gevaar is dan niet denkbeeldig, dat men het ongewone gewoon gaat vinden, dat men de sacramenten nauwelijks nog mist en men het zicht op het ambt gaat verliezen. Intussen betekent dit niet zelden, dat het op de (langere) duur de dood in de pot is. Er zit op den duur geen leven meer in, de werfkracht is er uit. De evangelisatie diende slechts voor één generatie, die er de prediking ontving. Zo kán het tenminste voorkomen. Anders is het wanneer er het zicht blijft op de kerk, wanneer het verlangen levend blijft naar ambt en sacrament. Gelukkig is dat in veel evangelisaties evenééns het geval geweest. Zo zijn in de loop der jaren dan ook diverse evangelisaties kerkelijk opgenomen en het heeft in het algemeen de opbouw van het gemeentelijk leven zeer bevorderd.
In de praktijk blijkt het wel eens zo te zijn, dat een evangelisatie eerder gevormd is dan weer opgenomen in het gemeentelijke leven. Daarom is het altijd een hele stap om er toe over te gaan een evangelisatie te stichten, al is het in bepaalde gevallen onvermijdelijk vanwege de prediking.
Direct na het ontstaan van de Gereformeerde Bond in 1906 staat de kwestie van evangeliseren ter discussie. In Rotterdam-Feyenoord, Vlaardingen en Oudshoorn b.v., ontstaan evangelisaties. Ds. M. Jongebreur schrijft dan: 'Zeker, de Bond wil evangeliseren; de Bond wenst door dit middel de waarheid te verbreiden in onze diep gezonken kerk, maar hij wenst dit te doen in gemeenten, die van de waarheid verstoken zijn.' In dat verband zegt hij dan echter óók:
'Ieder die nog enigermate rekening wenst te houden met het gereformeerde kerkrecht, zal ons toestemmen dat het niet aangaat om in gemeenten waar Gods Woord, in overeenstemming met de belijdenis onzer kerk, verkondigd wordt, naar oprichting van een evangelisatie ook maar te streven. Het meer voorwerpelijke of meer onderwerpelijke karakter, dat de prediking draagt, mag nooit het motief zijn, waarom een evangelisatie begint. Naar het voorkomt mag de prediking nooit anders getoetst worden dan aan de belijdenis der kerk.’
Prof. dr. J. Severijn uit zich later op dezelfde wijze.
Het is altijd een punt van discussie geweest waar men de grens moest trekken als het ging om de prediking, waartegenover (of 'waarnaast') men zou gaan evangeliseren. De één heeft daar ruimer, de ander enger in gedacht. Er zijn ook altijd predikanten geweest die, vanwege het ontbreken van de ambten, niet de vrijmoedigheid hadden om in welke evangelisatie dan óók voor te gaan. Bekend voorbeeld was ds. J. T. Doornenbal, die door de week, daar waar hem maar een preek-mógelijkheid geboden werd, de gelegenheid te baat nam, maar 's zondags zich nimmer vertoonde in een evangelisatie, ook in het aan Oene naburige Epe niet, waar hij echter wel de kansel van de vrijzinnige gemeente betrad wanneer hij daar een dienst mocht leiden.
Maar het is duidelijk dat andere predikanten vanwege het belang van de prediking wel van harte in evangelisaties voorgingen.
Opname
Er zijn in de loop der jaren heel wat evangelisaties ontstaan. Er zijn er ook heel wat opgenomen in de gemeente, meer of minder geïntegreerd in het gemeentelijke leven. De evangelisaties in Feyenoord, Vlaardingen en Oudshoorn bestaan al lang niet meer. Denken we aan de laatste tientallen jaren dan zijn te noemen Sliedrecht, Zwolle, Noordwijk, Krimpen aan de IJssel en recent aan Barendrecht, Bleiswijk (in een periode van voorbereiding).
Dezer dagen gebeurde het dan in Apeldoorn. Ik moet zeggen – als ik even persoonlijk mag worden – dat ik de kerkdienst, waarin dat geschiedde, als een gebeuren heb ervaren. In de monumentale 'Grote Kerk' aan de Loolaan, waar de koninklijke zetel staat – een op zich al indrukwekkende kerk – deed ds. W. C. Hovius intrede. Op zich is het imponerend, dat zo'n grote kerk zó vol was – hervormd Apeldoorn had royaal de andere kerken gesloten – en dat daardoor de zang van de gemeente zo massaal, ook intussen zo gelijkmatig was. Maar indrukwekkender is, dat een normaal gemeentelijk leven gecreëerd is en voor het eerst de kerkeraad van de (nu) buitengewone wijkgemeente deze kerk betrad en men zich opgenomen mag weten in de geméénte. Van het ongewone van de evangelisatie is het gekomen tot het gewone van een gemeente, zij het – en daar hebben we toch weer het spanningsveld binnen onze kerk – dat dit gewone gemeenteleven, waarin de ambten en de sacramenten mogen zijn en een eigen gewone dominee van zondag tot zondag mag voorgaan, nog voorzien is van de toevoeging 'buitengewoon': buitengewone wijkgemeente! Ze is onderscheiden van een gewone wijkgemeente, doordat het toch een modaliteitsgemeente is, die haar leden uit de hele gemeente trekt. Maar zo is de situatie feitelijk in veel gemengde gemeenten.
Gebrokenheid
Het trof mij wat ds. Hovius terzake zei in een interview in Hervormd Apeldoorn. Hij zei het als een voordeel te zien, dat zijn werk gericht zal zijn op een groep van ongeveer vierhonderd 'gelijkgestemde kerkgangers' maar wees er verder op, 'dat opgepast moet worden voor een zekere ghettovorming, waarbinnen men op elkaar uitgekeken raakt'. Hij zegt dan verder: 'we zijn allen verantwoordelijk voor de gebrokenheid van de kerk'; en daarom preludeert hij op een nog normalere plaats dan deze buitengewone door op te merken, dat het zich laat denken dat hij ook opgenomen zou worden in het rooster van predikanten, met dus kennelijk rondpreken in de hele gemeente.
‘Allen verantwoordelijk voor de gebrokenheid van de kerk', dat zijn, dunkt me, behartigenswaardige woorden. Als het ons ernst is met ons hervormd zijn, als het ons ernst is met de afwijzing van de separatie, dan zullen we het niet anders kúnnen zeggen dan zó. Dan ligt onze verantwoordelijkheid in het geheel van de kerk. Niemand is los van de schuld en de nood van onze kerk, zelfs niet wie haar verlieten. Daarom zullen we concreet aan het beleven van die schuld en nood gestalte geven in het meedragen van verantwoordelijkheid daar waar het mogelijk is. Ook een modaliteit als de onze kan anders zelf een 'ghetto' worden, genoegzaam, in zichzelf. De beste en meest gezegende plaats is altijd weer midden in de kerk. Daarom is het verheugend als evangelisaties mogen verdwijnen en plaats mogen maken voor gewonere gemeentevormen. De dienst in Apeldoorn was er een teken van dat het kón. Men kon merken dat er oprechte vreugde en dankbaarheid om was, niet alleen bij hen, die nu de buitengewone wijkgemeente gaan vormen, óók bij hen, die vanuit de centrale kerkeraad spraken; zélfs bij iemand van één van de gescheiden kerken, die treffend opmerkte, dat kerkelijke verdeeldheid mensenwerk en dus onvermijdelijk is maar dat geloofsgemeenschap over muren heen onweerstaanbaar is.
Ondanks het feit, dat het in Apeldoorn nog 'buitengewone' wijkgemeente heet, geldt wat ds. R. Holwerda in zijn begroetingswoord namens de Centrale Kerkeraad zei: de evangelisatie mag nu gewóón gaan doen, gewoon in de zin van gewoon gemeentelijk leven, hopelijk mag dit gaan gelden voor alle evangelisaties. We leven in een gebroken kerk. Het geeft genoeg spanningen om met elkaar te leven. Het heeft ook niet aan maatregelen ontbroken om, gegeven de gebrokenheid van het kerkelijk leven, minderheden kerkelijk in te schakelen op een wijze die eigenlijk niet kan, namelijk doordat de synode óver de plaatselijke kerkeraad heen grijpt. Anderzijds vormen de evangelisaties vaak een categorie tussen de wal en het schip. Die ongewone vorm van kerkelijke bijeenkomst kent alleen onze kerk.
Hopelijk mag het daarom gaan van het ongewone naar het gewone, zij het dan via het buitengewone van de buitengewone wijkgemeente. Ik zou in dit verband nu willen zeggen, 'Apeldoorn een teken', maar dan in positieve zin.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's