De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Huisbezoek en huisbezoeking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Huisbezoek en huisbezoeking

7 minuten leestijd

‘En het zal geschieden te dien tijde, Ik zal Jeruzalem met lantaarnen doorzoeken; en Ik zal bezoeking doen over de mannen, die stijf geworden zijn op hun droesem – die in hun hart zeggen: 'De Heere doet geen goed en Hij doet geen kwaad'.' (Zef. 1 : 12)

Wat kon het 's avonds en 's nachts donker zijn in de stad Jeruzalem! Verlichting was er immers niet in de smalle, bochtige straatjes, die veelal meer ónder dan tussen de huizen door schenen te lopen. Het was wel heel anders als in onze steden en dorpen met hun heldere straatverlichting. Het was gevaarlijk na zonsondergang in Jeruzalem te gaan wandelen zonder een toorts of een fakkel mee te nemen – er zouden ongelukken gebeuren of men zou hopeloos verdwalen. Nu gaat het in de tekst over zo'n man, die met een lantaarn in de hand zijn weg zoekt door de stad. Hij gaat zeker ergens op bezoek. Dat is niets bijzonders – een heel gewoon tafereel.
Maar wacht eens even! Zie eens wat scherper toe! Het is niet zomaar een man die daar gaat. Het is niet een mens… maar het is de Heere zélf, God doorkruist de stad en het licht dat Hij met zich draagt, schijnt tot in de verste uithoeken en de donkerste kelders. Zefanja moet het verkondigen dat de lamp van Gods justitie zal schijnen tot in de nauwste steegjes, in verborgenste kamers van Jeruzalem. Gods ogen doorlopen de ganse aarde – niets is bedekt voor Zijn gezicht.
Zefanja vertelt ook wannéér de Heere dat bezoek aan Jeruzalem zal brengen. Hij weet niet exact de datum – maar hij blijft toch ook niet in het vage, wanneer hij zegt: te dien tijde. Iedereen weet immers wat dat betekent: de dag des HEEREN, de dag van Gods beslissend ingrijpen – en die dag is héél nabij, die dag staat voor de deur. Dan wordt het licht ontstoken in de duisternis, dan gaat de zon op - en dat morgenlicht kan vriendelijk zijn, maar ook onbarmhartig onthullend, aangezien alle ongerechtigheden aan het licht worden gebracht! Op de laatste dag zal dit gebeuren en wel wereldwijd. De boeken zullen opengaan. Alle schijn en bedekking valt weg – het is één groot démasqué, de ontmaskering. Er is niets verborgen, wat niet aan de openbaarheid zal worden prijsgegeven. Heimelijk gesproken woorden zullen van de daken geschreeuwd worden. Mensen worden a.h.w. binnenste buiten gekeerd: achter de mooie buitenkant blijkt de verrotting te hebben voortgevreten. Achter de fraaie voorgevel blijkt het gebouw in desolate toestand te verkeren.
Vindt u dit beklemmend en beangstigend? Ik hoor van buitenaf én van binnenuit de stem van de opstandige mens. Hij schreeuwt het uit: hoe kan ik leven als er een God is die mij met een alziend oog overal gadeslaat! In de landen achter het ijzeren gordijn kan men in de hotelkamers verborgen microfoons vermoeden. Landgenoten kunnen elkaar niet vertrouwen. Spionnen en agenten doen hun lugubere werk. Nergens is men vrij en nergens is men veilig! Is het zo ook gesteld met de Heere, is Hij de grote spion die iedere heimelijke overtreding met graagte noteert? Tekent de tekst de Heere als een groot-inquisiteur? Neen, het is juist zo heel anders.
U weet toch wel het grote onderscheid tussen huisbezoek en huiszoeking? Wanneer in de oorlog de S.S.-ers huiszoeking deden, kwamen ze om te vernielen, te vernietigen en te doden. Met 'lantaarnen', met schijnwerpers trokken ze door de stad en lieten een spoor van leed en rouw na.
Maar stel nu daartegenover het huisbezoek.
De herders en ouderlingen die hun gang maken door de gemeente, lopen ook met een lantaarn. Zij willen immers met u spreken van hart tot hart. Ze willen graag vernemen in welk spoor u wandelt en welke Koning u dient. Maar ze komen niet om te verderven, doch om te behouden. Om dwalenden en kreupelen en blinden de helpende hand te bieden op de levensweg én… op de weg des levens. Zij doen dat in opdracht van hun Meester – de Opperherder, de goéde Herder. De Heere zelf gaat zo op huisbezoek met Zijn lantaarn, dat is Zijn zoek-licht. Met dat zoek-licht kwam de Heere in het paradijs reeds vlak na de val: 'waar zijt gij?' en tot Kaïn vlak na die vreselijke moord: 'waar is Abel, uw broeder?' Zo zijn er ook in ons leven Gods zoek-lichten. Lichten zijn het die de zonde bekend maken. Denk aan de stem van het geweten. Denk vooral aan de prediking, die ons ontdekkend de waarheid zegt en er niet om liegt. Maar het zijn ook zóek-lichten. Het verloren schaap, de verloren zoon wordt gezocht. De Heere klopt aan bij de huizen van Jeruzialem, óók in de achterbuurten, bij kroegen en kelders. Is er nog enig mens die Ik verlossen mag? Wie mag Ik meenemen uit dat modderig zondeslijk vandaan? Zie, hier ben Ik! Zie, hier ben Ik!
Maar nu het ontstellend erge. In de tekst wordt rapport gemaakt van het gebrachte huisbezoek, er wordt zo een beschrijving gegeven van de toestand in Jeruzalems gemeente. De mannen zijn stijf geworden op hun droesem. Hier wordt een beeld aan de wijnbouw ontleend. Bepaalde soorten wijn moeten telkens overgegoten worden van het ene vat in het andere. Gebeurt dit niet, dan gaat het bezinksel, de droesem of heffe die zich onderin vormt, heel de wijn doortrekken en maakt deze drabbig, dik en zuur – ondrinkbaar. Die wijn moet worden weggegooid. Zó is het nu ook met de goddeloze inwoners van Jeruzalem. In hun leven is altijd sprake geweest van valse rust en vrede. Ze zijn nooit eens heilzaam verontrust en opgeschrikt. Ze leiden een weelderig leven en menen dat dat altijd zo zal blijven. Op deze wijze zijn ze vastgeroest, verhard, verstijfd en verstokt in de zonde. Wat gaat het in het leven met de HEERE toch anders. Daarin is een geledigd worden van vat in vat – neen, geen rust en vrede bij onszelf. Altijd opnieuw bekeerd, afgebroken, ontgrond, als pelgrims voortgedreven worden. Maar daarin ligt ook de voortdurende vernieuwing – geen verstarring in de dienst des Heeren, maar een gelaafd worden aan de bronnen van de eeuwige jeugd.
Deze verstokte zondaars gaan de Heere verzoeken 'de Heere doet geen goed en Hij doet geen kwaad'. O zeker – er zal wel iets wezen, er zal wel zoiets als een God bestaan, érgens, maar je kunt Hem buiten beschouwing laten, Hij is een te verwaarlozen factor, je hebt er niets van te verwachten of van te duchten.
Of God bestaat? Het zal wel. Maar Hij doet er eigenlijk niet toe – Hij is zo ver weg. Dit is God verzoeken – wie zó reageert op de profetische oordeelsprediking, térgt de Heere. Dwazen zijn we dan – immers God laat zich niet bespotten. De Heere komt tot U met Zijn lantaarn, dat is de blik van Zijn liefde en vraagt U onder vier ogen: negeert u Mij óf hebt u Mij lief? Dat is het uur van de waarheid – want liefde ziet scherp!
Gods huisbezoek kan tóch een huis-bezoeking worden. Gods lantaarn zal ook een vlammenwerper zijn in de dag van het gericht. Maar dan is de maat ook vól gezondigd en Gods opzoekende liefde niet éénmaal, maar talloos vele keren achtereen afgewezen. Zo wordt de Heere ons uiteindelijk tot een vijand – we hebben zelf nooit anders gewild. 'Ik zal bezoeking doen'. Het vermogen zal ten roof worden, hun huizen tot verwoesting – bouwen zullen ze, maar niet bewonen; ze zullen wijngaarden planten, maar geen wijn drinken. Zonder bekering blijven we altijd doelmissers. De balans van het leven luidt dan: ijdelheid der ijdelheden – het is ál ijdelhied. Wie de Heere niet zoekt, wete dat de geduchte God hem eens zal weten te vinden. Maar anderzijds: zoekers, er wórdt naar u gezocht. Vragers, er wórdt naar u gevraagd. Kloppers, Christus staat aan de deur en Hij klopt. Doet open en Hij zal avondmaal met u houden.
Dat wordt een onvergetelijk huisbezoek!

J. van der Hoek, Veenendaal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Huisbezoek en huisbezoeking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's