Ontmoeting met Israël (2)
Van 17 tot 28 april maakte een groep van 19 predikanten en studenten, waaronder ds. C. den Boer, dr. S. Gerssen en prof. dr. C. Graafland, een onvergetelijke studiereis naar Israël. In een aantal artikelen vindt u enkele indrukken weergegeven, samengevat door enkele deelnemers van de groep.Mede omdat vanuit de gemeenten financieel is bijgedragen om deze levende ontmoeting met Israël mogelijk te maken, zijn deze artikelen bedoeld als een stukje verantwoording.H. de Leede, TwijzelerheideM. van Campen, PoederoyenW. van Laar, ZeistD. van Meulen, Goudriaan
Wat is jood-zijn?
Wanneer we de in het vorige artikel genoemde 3 feiten op ons laten inwerken, wordt één ding wel duidelijk. De ontmoeting met land en volk van Israël is de ervaring van een raadselachtig geheim:
– Wat is nu eigenlijk het jood-zijn?
– Waar ligt nu ten diepste die onlosmakelijke band tussen dit land en dit volk. Een band zó sterk dat ook niet-godsdienstige joden in vele oorlogen en vervolgingen geweldige offers daarvoor gegeven hebben!
– Allermeest zijn we geboeid door de vraag: Hoe spreekt de bijbel over de verhouding land-volk.
God belooft Abraham: 'Aan u en aan uw zaad zal ik dit land geven'. (Gen. 26). Het gaat hier om een eeuwig verbond met Abraham, Izak en Jakob en hun zaad na hen…! Hoe moeten we in dit licht de negentienhonderd jaar verstrooiing van Israël onder de volken beoordelen? Als teken van Gods oordeel over Israël, zoals de ballingschap oudtijds de losmaking betekende van land en volk? Is dan de terugkeer van Israël en de stichting van de staat Israël in 1948 omgekeerd te zien als teken van Gods onverwachte en onverdiende trouw aan Israël, zoals God eertijds onder Cyrus en Perzië ook een keer bracht in het lot van Israël? Welke betekenis heeft (het land) Israël in de uiteindelijke ontknoping van het wereldgebeuren?
Het zijn vragen waar de christelijke kerk niet omheen kan en mag, althans, wil zij christelijke kerk zijn die Nieuwe- en Oude Testament leest!
Israël: De ervaring van schaamte
De eerste bovengenoemde ervaring in de ontmoeting met Israël was er één van een geheim; wat zit achter dat Jood-zijn, die band van dit land en dit volk?
De tweede ervaring is er veeleer één van diepe verlegenheid en schaamte.
Wie Israël ontmoet, wordt keihard geconfronteerd met de verschrikkelijke lijdensweg van Israël door de eeuwen heen.
Een verhaal dat dwars door de geschiedenis van de Kerk en van het zgn. christelijke Europa heenloopt.
Twee ervaringen:
1e: Verboden voor Joden
Wie Israël bezoekt en iets van het geheim van Israël, land en volk wil begrijpen, kan niet heen om een bezoek aan Yad Vashem vlakbij Jeruzalem.
Dit grote monument bewaart talloze herinneringen aan de Holocaust, de lijdensweg van de joden, van wie er 6.000.000 tijdens het Nazibewind zijn vermoord.
Het complex bestaat uit verschillende delen, waaronder de 'Hall of Remembrance' (Gedachtenis-hal), een grote sobere hal met in de vloer de namen van 22 grootste concentratiekampen. Een schrijnende aanklacht!
Het meest indrukwekkend is wel het museum dat vlak naast deze hal te vinden is. Daarin wordt in woord en beeld de lijdensweg onder 't Nazisme geschilderd. Eén tafereel toont ons een kerk met groot beeld van de gekruisigde Christus, er voor kerkgangers die in en uitgaan. Naast het kruisbeeld is een bord zichtbaar met de woorden: 'Verboden voor Joden…'
2e: Herrijzenis uit het vuur
Het trof dat tijdens ons verblijf in het noorden van Israël, juist de grote jaarlijkse herdenking van de opstand van de joden in het ghetto van Warschau plaatsvond. Wij woonden de massa-bijeenkomst bij in een soort amfitheater vlakbij Naharya. Zo konden we enkele toespraken horen van onder meer oud-verzetsstrijders en de Israëlische president Avon.
Twee aspecten uit deze indrukwekkende herdenking willen we aanhalen:
Ten eerste hadden de toespraken een nogal militante toon. Maar is het een wonder? Schrijnend legden de sprekers de vinger bij de gebeurtenissen van de eigen tijd.
– De aanslag de dag ervoor op het strand van Naharya, waarbij zes mensen omkwamen, waaronder kinderen;
– De tekenen van hernieuwd antisemitisme overal in de wereld, niet in het minst ook weer in Europa;
– En tenslotte het feit dat in Duitsland juist enkele oorlogsmisdadigers waren vrijgesproken;
Is het een wonder dat de teneur van deze toespraken een strijdbaar 'dit nooit weer!' was. Liefde voor Israël sluit kritiek op (het politieke en militaire optreden van) Israël niet uit.
Maar het maakt onze kritiek wel bescheiden als we ons de macht van het antisemitisme realiseren de eeuwen door tot op vandaag.
Ten tweede – en dat onderstreept het bovengenoemde nog eens – werd de herdenking afgesloten met een verbeelding van de ondergang van het ghetto door het vuur. Uit dat vuur traden groepen jongelui naar voren.
De betekenis is duidelijk: De herrijzenis van de staat en van het volk Israël uit het vuur, uit de ondergang.
Lag de brandhaard van dit vuur niet in 'Christelijk Europa', nadat het eeuwenlang had gesmeuld en soms ook heftig was ontvlamd?
Eén ding moet ons duidelijk zijn: De gruwelen van 1933-1945 waren geen incident, maar de rotte vrucht van een eeuwenlang ziekteproces, waar kerk en theologie niet buiten hebben gestaan.
Geen ontmoeting met Israël zonder schuldbelijdenis
Op grond van de bovengenoemde 2 ervaringen moeten we zeggen: Wie in een echte ontmoeting met Israël en jodendom wil treden, kan niet anders dan schuld belijden… Niet dat we met een soort persoonlijk 'schuldcomplex' tegenover de joden moeten staan, waardoor we niets meer durven zeggen, laat staan getuigend durven spreken: Dat hoeft niet en dat verwachten de joden ook niet van ons christenen (aldus, heel uitdrukkelijk, ds. Schoon). De joden verwachten dat wij ons christenen tonen in ons spreken met Israël. Het gaat om een, wat men kan noemen, collectief schuldbesef: Wij weten ons verbonden met het geloof der vaderen. Wij zijn niet te isoleren van de kerk der eeuwen. Dan staan we toch ook niet los van de schuld, ten gevolge van de zonden en dwalingen van de kerk en haar theologie de eeuwen door?
En dat werkt twee dingen uit:
Ten eerste: Als kerk erkennen we tegenover Israël, het joodse volk in gesprek en getuigenis deze schuld. Dat maakt ons spreken enerzijds bescheiden, anderszijds, naar verwacht mag worden, zuiverder.
En ten tweede: We vragen ons voor Gods Aangezicht en met Israël voor ogen af: Wat is er toch misgegaan dat de christelijke kerk zo geestelijk machteloos stond tegenover het antisemitisme, of er zelfs een actieve rol in gespeeld heeft?
Hebben wij (gedeelten van) de Schrift dan zo verkeerd gelezen?
Ons inziens is er geen ware ontmoeting tussen Kerk en Israël mogelijk, als de kerk niet schuldbelijdt en zich er geestelijk en theologisch over verootmoedigt dat zij Israël door de eeuwen heen zo vaak vergeten is.
En dat terwijl zij toch zingt:
'Indien ik u vergeet, o Jeruzalem! zo vergete mijn rechterhand zichzelve' (Psalm 137 : 5).
Israël: ervaring van het wonder
Zo zouden wij de derde ervaring in de ontmoeting met Israël, land en volk willen omschrijven.
Niet alleen is er de ervaring van het raadsel – het geheim van het jood-zijn, het geheim van die onverbrekelijke band tussen dit volk en dit land.
Niet alleen is er de ervaring van schaamte over de schuld die er ligt, in Europa, in het christendom…
Ook is er in de ontmoeting met Israël, de ervaring van het wonder.
Vooropgesteld: Wij bedoelen dan niet allereerst de grootse opbouw van het land, dat 60 tot 30 jaar geleden door eeuwenlange roofbouw weinig mogelijkheden bood aan de kolonisten. Ook bedoelen we niet de prestaties van de strak georganiseerde kibboetsim. Zeker bedoelen we niet de op zich grootse prestaties in de verdediging van Israël tegen aanvallen van buitenaf.
Op zichzelf zijn dat allemaal wonderbaarlijke feiten!
Maar tegelijk met zo'n duidelijke keerzijde (Palestijnse vluchtelingen, bezette gebieden met alle ellende en Arabische frustratie van dien!), dat we erg moeten oppassen met restloze bewondering voor Israëls prestaties.
Geen ontmoeting met Israël zonder belijdenis van Gods trouw
Als wij hier spreken over de ervaring van het wonder, dan bedoelen we het wonder van Gods trouw!
Het wonder van Gods trouw aan Israël…
Dit wonder heeft twee kanten…
Het is het wonder van Gods trouw aan Israël, zoals Paulus erover spreekt in Rom. 9 : 11. Dat God Zijn volk Israël trouw blijft om der vaderen wil. 'Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk' (Rom. 11 : 29). Op dit aspect komen wij nog nader terug. Maar als we hier spreken over het wonder van Gods trouw aan Israël, dan denken we aan het wonder dat Israël nog is, nog bewaard is door alle vervolgingen en verschrikking heen! Ondanks onze ontrouw als kerk uit de heidenen ook.
Ondanks een christelijke kerk die niet alleen zijn roeping heeft verzaakt om Israël 'tot jaloersheid te verwekken'. (Rom. 11 : 14).
Dat op zichzelf is al schrijnend genoeg. En dat komt ook schrijnend op je af als je ook nu ziet hoe de christelijke kerken in Israël present zijn: Het 'gedoe' rond de heilige plaatsen, de zeven kerken die 'vechten' om het beheer over de Heilige Grafkerk. Al met al afstotend naar de kant van de joden, en beschaamd naar de kant van de christelijke kerken.
Niet alleen echter heeft de kerk veelal deze roeping verzaakt om Israël tot jaloersheid te verwekken, maar ook zelfs dit volk mede ten dode toe bedreigd!
Desondanks is Israël nog.
Is het onjuist dit als een onbegrijpelijk wonder te ervaren van Gods trouw ondanks onze ontrouw?
Deze drie ervaringen met name zijn ons bijgebleven in de ontmoeting met Israël, land en volk.
Ervaringen die je aangrijpen en sterk aan het denken zetten. Het gaat immers om vragen die het hart van ons geloven en belijden vanuit de Schrift raken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's