De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Medemenselijkheid en algemene genade

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Medemenselijkheid en algemene genade

Medemenselijkheid

6 minuten leestijd

Een te somber beeld?
Aan het einde van het derde artikel in deze serie was sprake van de noodzaak van de wedergeboorte in verband met de radicale verdorvenheid van de mens. Nu is er de eeuwen door nogal wat discussie geweest rondom dat woord 'radicaal'. Is het beeld wel zo somber als b.v. in Zondag 3 van de Heidelbergse Catechismus geschetst wordt? Is door de zonde de verhouding tot de naaste wel zo grondig bedorven? Is het 'hatelijk-zijnde en elkaar hatende' niet een te zwarte en te pessimistische stellingname? Zij die op de radicale taal van de belijdenis der kerk afdingen, wijzen op de talloze positieve relaties tussen mensen die het leven vaak ongekend verrijken. Er zijn toch gelukkig nog vele voorbeelden van zelfverloochening en dienstbetoon in deze wereld aan te wijzen, van onbaatzuchtig en belangeloos helpen. Woorden als humaniteit, solidariteit, zorg voor de ander, vriendschap, gerechtigheid staan toch ook bij niet-christenen hoog genoteerd. Moet dat alles ons niet voorzichtig maken zo onomwonden te spreken over 'onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad?' Is het niet veeleer zo dat gelovigen en ongelovigen, christenen en humanisten, moslims en marxisten elkaar kunnen vinden in een gemeenschappelijke inzet voor de medemenselijkheid?
En wie van ons heeft niet de ervaring opgedaan dat humanisten christenen soms beschamen als het aankomt op daadwerkelijk hulpbetoon, liefde metterdaad.
Het zou van kortzichtigheid getuigen dit alles te ontkennen en te verwaarlozen. Wij stuiten er op en we kunnen er niet omheen. Van Kuyper is het gevleugelde woord bekend: De wereld valt mee en de kerk valt soms tegen.

Enkele Schriftgegevens
Ook hier doen we goed te luisteren naar de Schrift. Komen we ook daar die sporen van menselijkheid en humaniteit tegen? Ongetwijfeld is dat het geval. Ik denk weer even aan Kaïn, die ons getekend wordt als schrikbeeld van boosheid en liefdeloosheid, zodat de gemeente indringend voor een levenswandel als die van Kaïn gewaarschuwd wordt. Toch wordt ons Kaïn ook getoond als levend met vrouw en kinderen binnen de gemeenschap van een stad (Gen. 4 : 17), en in zijn geslacht bloeit de cultuur op. De Here Jezus spreekt in Lucas 11 : 13 over mensen die slecht zijn en die toch als vaders hun kinderen goede gaven weten te geven.
Paulus getuigt in Romeinen 2 : 14 dat er heidenen zijn die de wet niet hebben en toch van nature doen wat de wet gebiedt, heidenen die tonen dat het werk der wet in hun harten geschreven staat.
De heidense overheid van Romeinen 13 wordt kennelijk in staat geacht te onderscheiden tussen wat 'goed' en wat 'kwaad' is en te fungeren als bedwingster van ongebondenheid onder de mensen.
De christelijke huisregels voor huwelijk, gezin, arbeidsverhoudingen bevatten menig onderdeel dat we ook bij heidense denkers aantreffen. En uit allerlei antieke bronnen zijn gegevens bekend over blijken van filantropie en weldadigheid die men in de antieke wereld aantrof.
In Handelingen 28 komen we in de Latijnse vertaling het begrip , 'humanitas' tegen als vertaling van het Griekse woord filanthropia, menslievendheid. Lucas vertelt in dit hoofdstuk dat de heidense bewoners van Malta Paulus en de zijnen buitengewone menslievendheid bewezen. Hier is dus sprake van een niet alledaags bewijs van menselijkheid, humaniteit, die niet blijkt voort te komen uit de geloofsverbondenheid met Christus. Calvijn mag deze menslievendheid dan verklaren vanuit Gods bijzonder ingrijpen, een feit is dat ze daar op Malta gevonden wordt.
Trouwens Calvijn heeft ook geweten van mensen die met de natuur als leidsvrouw hun hele leven gestreefd hebben naar de deugd, en hij maakt onderscheid tussen de gematigdheid en billijkheid van keizers als Titus en Trajanus en de wrede razernij van Nero (Institutie III, 14, 2).
We zullen deze Schriftgegevens niet mogen verwaarlozen. Prof. Douma maakt in zijn boekje Voorbeeld of gebod (blz 19) de terechte opmerking dat we een groot deel van ons leven samen zijn met mensen die niet met ons Christus belijden, maar met wie we wel een heel stuk moraal gemeenschappelijk hebben. Een moraal waarin waarden als vriendelijkheid, mildheid, fatsoen, bescheidenheid, hulpvaardigheid een plaats hebben. Wij behoeven daar niet op af te dingen. Sterker nog: We mogen dankbaar zijn voor alles wat er in deze zondige wereld nog gevonden wordt aan medemenselijkheid, aan zorg voor de ander, aan de betekenis ook van allerlei overheidsmaatregelen, die het leven leefbaar maken.

Gods bewarende hand
Niettemin tekent diezelfde Schrift ons b.v. in Psalm 51, Jesaja 59, Romeinen 1-3, Efeze 2 : 1vv een aangrijpend beeld van 's mensen radicale verdorvenheid, een bederf dat doorwerkt in allerlei verhoudingen.
Toch meen ik dat het een niet in strijd is met het ander en dat we de ene groep Schriftgegevens niet mogen uitspelen tegen de andere. De sporen van menselijkheid zijn geen bewijs voor de aan de mens eigen goedheid, maar zijn een illustratie van de goedheid en barmhartigheid van onze God Die in Zijn geduld met de wereld het mens-zijn bewaart voor demonisering, voor een volstrekt uiteenvallen in wederzijdse vijandschap. Wij zijn van God afgevallen, maar we zijn dankzij Gods bewaring mens gebleven. Wij zijn geen duivelen geworden.
Berkouwer noemt het een aangrijpend verschijnsel in de werkelijkheid van het gevallen mensenleven dat we midden in de verdervende macht van het kwaad verbanden tussen mens en medemens zien oprijzen. Wel woelt en gist de zonde in het ganse mensenbestaan, maar telkens weer doorbreekt de zondige mens de dreigende eenzaamheid en zien we de medemenselijkheid oplichten als gave van God (De Mens, het Beeld Gods, blz. 196vv).
Wij dienen hier goed te onderscheiden. Enerzijds klinken allerlei geluiden die de bewijzen van medemenselijkheid aanvoeren om de natuurlijke goedheid van de mens te verdedigen. Maar de Schrift staat ons dat niet toe. Het blijft staan: radicaal verdorven voor God.
Anderzijds mogen we de belijdenis van de radicale verdorvenheid van de mens niet aanvoeren als argument om alle medemenselijkheid en hulpbetoon buiten Christus om als schijn, huichelarij te diskwalificeren en als moreel slecht af te doen.

Dan doen we tekort aan wat in de theologische bezinning genoemd wordt de algemene genade van God, die het kwaad weerhoudt en beteugelt. Dankzij Gods trouw en dankzij Gods bewarende hand kan er in allerlei sectoren nog humanitaire arbeid plaats vinden, is er een stuk maatschappelijke dienstverlening als herstel van relaties dat terecht eens getypeerd is als een de zonde stuitende macht, dat het bederf onder de mensen terug dringt (W. H. Velema, Heil en herstel van relaties in Met het oog op ons welzijn blz. 120). Dankzij diezelfde bewarende trouw van God is er cultuurarbeid die, de medemenselijkheid dient, en is er de politieke bezinning ten dienste van een democratische samenleving.
Wij raken hier een ingrijpende en boeiende problematiek die ons ook in een volgend artikel nog moet bezighouden.

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Medemenselijkheid en algemene genade

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's