Ontmoeting met Israël (3)
Van 17 tot 28 april maakte een groep van 19 predikanten en studenten, waaronder ds. C. den Boer, dr. S. Gerssen en prof. dr. C. Graafland, een onvergetelijke studiereis naar Israël. In een aantal artikelen vindt u enkele indrukken weergegeven, samengevat door enkele deelnemers van de groep.Mede omdat vanuit de gemeenten financieel is bijgedragen om deze levende ontmoeting met Israël mogelijk te maken, zijn deze artikelen bedoeld als een stukje verantwoording.H. de Leede, TwijzelerheideM. van Campen, PoederoyenW. van Laar, ZeistD. van Meulen, Goudriaan
Donderdag 19 april begaven we ons voor de eerste keer naar de plaats waar we nog vaak zouden terugkomen: de berg Zion.
Een historische plek die in oude tijden behoorde tot de muur van Jeruzalem. Wetenschappelijke opgravingen hebben oude gedeelten blootgelegd. Het graf van koning David en de zaal van het laatste Avondmaal zijn hier te vinden. Maar niet om deze oudheden was het ons allereerst te doen.
In 'Beith Joseph', een gebouw van de benedictijnen dat zich op de berg Zion bevindt kwamen we in aanraking met geestelijke vertegenwoordigers van het huidige jodendom.
Dat was uiteraard het hoofddoel van onze reis: Ontmoeting met rabbijnen en geleerden in woord en weerwoord. Het leren kenrlen van Israëls denken en geloven.
Dat de enkele lezingen en gesprekken die in zo'n korte tijd mogelijk zijn daarvoor lang niet voldoende zijn, is duidelijk. Onze studiereis wilde dan ook niet meer zijn dan een aanzet. Maar deze aanzet mag wel optimaal genoemd worden.
Vooral dankzij het boorbereidend werk van dr. J. Schoneveld en ds. S. Schoon, die een uitstekende lezingencyclus samengesteld hadden rondom het thema: 'Verkiezing en verbond'.
Vanuit verschillende invalshoeken werd dit thema belicht: vanuit de Tenach (Oude Testament) vanuit de traditie van het jodendom en vanuit de liturgie.
Herkenning en vervreemding
Alvorens enkele aspecten van het gebodene door te geven willen we eerst proberen iets te verwoorden van de totale indruk die deze ontmoeting met de geestelijke wereld van het jodendom bij ons achterliet. Daarbij zij één ding voorop gesteld: juist in die levende ontmoeting is ons duidelijk geworden hoe moeilijk het is door te dringen tot de joodse denkwereld. Steeds heb je het gevoel dat er dingen zijn die je ontgaan, waar je niet áchterkomt. Dat moet ons wel heel voorzichtig maken in het trekken van al te gemakkelijke conclusies. Hier komt nog bij dat, mede door een ondogmatische instelling, er binnen het jodendom een grote veelvormigheid is. Maar als we nu toch iets van een totaalindruk proberen weer te geven kunnen we die misschien het best omschrijven als een heen-en-weer tussen herkenning en vervreemding. Enerzijds is er die treffende herkenning. Dat de joden en christenen samen mogen lezen in de schriften vanhet Oude Testament, waarin de God van Abraham, Izak en Jacob zich openbaart, dat geeft het diepe besef van verbondenheid, van een bijéénhoren als de oudste en de jongste broeder.
Zo waren er ook tijdens de lezingen telkens die momenten van herkenning, wanneer diep bijbelse noties ineens verrassend voor ons oplichtten: noties als de dagelijkse lofprijzing van de Schepper, het wandelen met God, het leven Coram Deo (voor het aangezicht Gods) e.a. Wat is het verrijkend om naar deze joodse stemmen te luisteren realiseer je je dan. Wijzen zij ons soms' op dingen die in onze omgang met de Schrift op de achtergrond dreigen te raken? Herkenning. Maar tegelijk waren er ook vaak momenten van vervreemding. Opvallend is de totaal andere wijze van omgaan met dé schriften van het Oude Testament. Ons trof de dominerende plaats van de rabbinistische tradities, zoals die verzameld werden in de zgn. Talmoed; hoe getuigenissen vanuit Talmoed en Tenach elkaar wederzijds aanvullen, verduidelijken en beïnvloeden.
Eén voorbeeld ter illustratie: de verkiezing van Abraham. Waarom werd Abraham verkoren? Een lektor stelde: omdat Abraham erin zijn leven blijk van gegeven had als verbondspartner in aanmerking te komen. Hij was er om zo, te zeggen de bij uitstek geschikte persoon voor. Iemand uit de groep wees toen op Genesis 12 : 1-3, en andere plaatsen waar toch duidelijk wordt dat Abraham als heiden onder de heidenen verkoren wordt louter op grond van het welbehagen van God. En dan het merkwaardige antwoord: geen discussie over Genesis 12, maar een aanhaling uit de Talmoed waarin van Abraham verteld wordt, dat hij als kleine jongen zich al verzette tegen het heidense veelgodendom. En zo was er meer; steeds die momenten van vervreemding, van afstand (die een diepe kloof vermoedde). Van beide kanten werden vragen en antwoorden soms zelfs niet meer begrepen. En dat niet als 't ging over bijkomstigheden, maar op punten die de kern van de zaak raken.
Na deze algemene indruk willen wij nu enkele aspekten, die ons in de ontmoeting met de joodse denk- en leefwereld opvielen naar voren halen en proberen er wat kanttekeningen bij te maken.
a. Geen abstracte ideeën, maar het concrete leven
'Not idea's but life, act'. Deze kernzin uit de mond van verschillende lektoren is bij ons duidelijk blijven haken.
In allerlei variaties keerde dat thema terug: geen ideeën, bespiegelingen over God en de godsdienst, maar het geleefde leven, de werkelijkheid, de daad. Iemand zei: jullie christenen, jullie geloven nu wel dat het heil fundamenteel aangebracht is in Jezus, maar wat merk ik daarvan, van die verlossing? Wat ik om mij heen zie en aan den lijve ervaar is een onverloste wereld. En iemand anders zei 't zó: elk geloven dat niet tegelijk handelen is, is een idee en daarom ijdel, leeg. Hier raken we een centrale zenuw in het joodse denken. Hier proeven we iets van de worsteling in het jodendom om heil en werkelijkheid op elkaar betrokken te houden.
Het heil is geleefde realiteit of het is géén heil. Het uiteenhalen van heil en werkelijkheid is voor de jood vergeestelijken op zo'n wijze, dat je de onverloste schepping niet ernstig neemt. Ten diepste betekent het, dat je God, de schepper niet ernstig neemt, maar tot een idee maakt. Het is duidelijk: hier ligt een kritische vraag van joodse kant aan het adres van het christendom. Een vraag die wij naar onze overtuiging niet naast ons neer kunnen leggen, maar volstrekt serieus hebben te nemen. Is het inderdaad zo, dat de christelijke theologie en prediking vaak bezweken zijn voor het gevaar, geloof en leven uit elkaar te halen? Hebben wij inderdaad het heil vergeestelijkt? Is het waar dat de onverlostheid van de wereld, het kreunen van Gods schepping door ons niet meer als een brandend probleem gevoeld wordt? De vraag naar de werkelijkheid van het heil zal de christelijke theologie op z'n minst tot zelfonderzoek moeten brengen., Zeker een theologie die in het voetspoor van Calvijn wil gaan en de naam gereformeerd in het vaandel wil dragen. Ging het de reformator van Genève niet om de Gloria Dei, de eer van God op alle, en daarom ook zeer concrete terreinen van het leven?
b. Niet Noach, maar Abraham
‘Wie is ten diepste de geroepen mens? Hoe leeft en handelt de mens in het verbond? Wie is als het er op aankomt de ware verbondspartner?' Om deze vragen ging het o.a. in het referaat van dr. Pelli, lektor aan de Ben-Goerion-universiteit in Beer-Sheba. Opnieuw een centraal thema binnen het joodse denken. Dr. Pelli noemde twee voorbeelden uit het Oude Testament: Noach en Abraham. Met beiden sluit God een verbond. Maar toch: niet Noach is de verbondsmens bij uitstek maar Abraham. Waarom? Omdat Noach zwijgt als God hem meedeelt de wereld te zullen straffen met de zondvloed, terwijl Abraham de moed heeft het op te nemen voor Sodom en Gomorra. Noach is de zwijgende, de gehoorzame, de onderworpen mens. Maar Abraham is de mondige mens die God durft aan te spreken en zelfs tegen te spreken. Abraham aanvaardt de ondergang van de andere niet zonder meer maar neemt het op voor zijn medemens, zelfs tegenover God. Daarom is hij de ware verbondspartner, zoals God het bedoeld heeft.
En de ware kinderen van Abraham zijn zij, die zó mens-in-het-verbond zijn, namelijk als mondige, verantwoordelijke en autonome mensen tegenover God. Zo wil God ons hebben. Zijn God en mens dan gelijkwaardige verbondspartners? Op die vraag antwoordt dr. Pelli met een duidelijk 'neen'. Dat zou Godslastering zijn en hoogmoed van de mens. God blijft Schepper en de mens schepsel. Toch konden we ons niet aan de indruk onttrekken dat de rol die de mens binnen het verbond krijgt toegewezen wel een bijzonder zelfstandige is.
Hij is de verantwoordelijke, de antwoordende, de scheppende en geschiedenismakende mens. Hoe ver dit gaat merken we als we zien hoe deze lijnen in het jodendom worden doorgetrokken. De mens is niet alleen de antwoordende; het is zelfs zo, dat de voortgang van het heil afhankelijk is van dit antwoord.
Met andere woorden: of Gods plannen met deze wereld gerealiseerd worden hangt af van de medewerking van de mens-in-het-verbond of van de gemeenschap-in-het-verbond (Israël).
Het is duidelijk dat we hier een onbijbels correlatiedenken aantroffen, dat we beslist moeten afwijzen. Het gaat om een wederkerige betrokkenheid op God, waarbij de ene partner de andere nodig heeft om zichzelf te kunnen verwerkelijken.
De spanning tussen het joodse denken en de christelijke theologie (in gereformeerde zin) wordt hier wel erg groot.
Hier rijzen een groot aantal vragen. Daar is allereerst het probleem van de mensbeschouwing en direkt daarmee verbonden de visie op de radicaliteit van de zonde(val). En is, als keerzijde hiervan ook niet meteen de radicaliteit van Gods oordeel in het geding? We denken ook aan de vraag of het Oude Testament zelf wel aanleiding geeft voor een dermate zelfstandige plaats voor Israël binnen het verbond. Eindigt het Oude Testament juist niet met de roep om de ware, door God zelf gegeven verbondspartner omdat Israël het voortdurend zo hopeloos heeft laten afweten? Zien we in de verbondsgeschiedenis niet een toespitsing optreden?
Vanwege de ongehoorzaamheid van Israël vindt er in het Oude Testament een concentratie plaats op de rest van Israël en tenslotte op de Knecht des Heeren, de verbondspartner bij uitstek, in wie, Israël als volk besloten ligt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's