Ontmoeting met Israël (4)
Van 17 tot 28 april maakte een groep van 19 predikanten en studenten, waaronder ds. C. den Boer, dr. S. Gerssen en prof. dr. C. Graafland, een onvergetelijke studiereis naar Israël. In een aantal artikelen vindt u enkele indrukken weergegeven, samengevat door enkele deelnemers van de groep.Mede omdat vanuit de gemeenten financieel is bijgedragen om deze levende ontmoeting met Israël mogelijk te maken, zijn deze artikelen bedoeld als een stukje verantwoording.H. de Leede, TwijzelerheideM. van Campen, PoederoyenW. van Laar, ZeistD. van Meulen, Goudriaan
c. Is Jezus de Messias?
Omdat deze vraagstelling niet het direkte thema van deze studiereis was, willen we over dit punt kort zijn.
Israël heeft tot nu toe Jezus niet als de van God gezonden Messias willen erkennen. De vraag blijft waarom? Maar terwijl de kerk Israël dit 'waarom' voorhoudt heeft zij zich tegelijkertijd wel te verootmoedigen. Hebben wij, die Jezus belijden als Messias Israël tot jaloersheid verwekt? Beschamend weinig. Het tegendeel is het geval. Veeleer hebben wij bij Israël afkeer gewekt. We hoeven alleen maar te herinneren aan die bekende uitspraak van een jood, die opgeroepen werd om in Jezus Christus te geloven: waarom zou ik het kruis aanbidden, waarmee men eerst onze schedels inslaat?
Toch mag de kerk die vraag niet achterwege laten, 'Israël waarom nog steeds dat 'neen' tegen Jezus als de messias?’
’Hij heeft zichzelf Gods Zoon genoemd', zo betuigt Kajafas. Daarom is Hij des doods schuldig, want dat is godslastering. Inderdaad, daar ligt het kardinale punt. De God van Israël is een enig Heere (Deut. 6 : 4). En die eenheid Gods wordt door het jodendom zo verstaan dat de gedachte aan een Messias die zichzelf God noemt onverdragelijk is.
Er is maar één God en Gods eenheid verdraagt zich op geen enkele wijze met de christelijke belijdenis van de drie-eenheid.
Jullie christenen hebben een andere God dan wij, zei een jood bij de klaagmuur, want eigenlijk hebben jullie drie goden. Dat veroorzaakt inderdaad de ergenis: het feit dat Jezus beleden wordt als de Zoon van God.
Ontmoeting met Christenen in Israël
‘Wat vonden jullie ervan toen de Duitsers in 1940 Nederland binnenvielen?' We keken toch wel even beduusd, toen het er zo verbeten bij haar uitkwam. Met enkelen van de groep waren we één van de talloze arabische souvenir-winkeltjes in het oude gedeelte van Jeruzalem binnengestapt. Na enkele minuten kwamen we erachter dat de eigenaars, man en vrouw, geen moslims maar Arabische christenen waren. 't Ging er allemaal erg gemoedelijk aan toe. Ze raadden ons aan een kijkje te gaan nemen bij de processies ter gelegenheid van het Grieks-orthodoxe paasfeest, dat juist in die dagen gevierd werd. Maar toen één van ons vroeg hoe zij dacht over de terugkeer van de joden naar Palestina betrok haar gezicht. 'Wat vonden jullie ervan toen de Duitsers in 1940 Nederland binnenvielen? We leven in bezet gebied. De joden hebben ons land, onze eigendommen van ons afgenomen.’
Wat Europese christenen in hun voorliefde voor Israël nog weleens dreigen te vergeten is, dat er in datzelfde land niet alleen joden maar ook vele christenen wonen. De ontmoeting met hen behoorde ook tot de doelstellingen van onze reis. Zo hebben we kennis gemaakt met enkele zgn. Hebrew Christians (Christus-belijdende-joden) en hun soms lang niet gemakkelijke positie als zeer kleine minderheid in Israël. Zij zijn in vele gevallen tussen, de wal en het schip geraakt: verworpen door hun landgenoten en vergeten door de heidenchristenen. De kennismaking met de officiële kerken van buiten die in Israël present zijn hebben we als zeer teleurstellend ervaren. Over de wijze waarop door deze kerken met b.v. de heilige plaatsen wordt omgesprongen wezen we reeds. Voor één groep christenen zouden we in dit artikel bijzondere aandacht willen vragen: de Arabische christenen. Zij vertegenwoordigen in Israël een grote groep van enkele honderdduizenden christenen, waaronder vooral Palestijnen.
Zoals uit het antwoord van de vrouw uit het souvenir-winkeltje duidelijk kan zijn is hun visie op de terugkeer van de joden naar Palestina anders dan die van vele christenen in het Westen.
Daarbij mogen we één ding niet over het hoofd zien; de christenen in het Westen hebben de holocaust meegemaakt en weten van een medeschuldig zijn aan het lijden van de joden. Dat ligt voor de Palestijnse christenen anders. De holocaust is, buiten hen omgegaan. Voor hen zijn de joden indringers in het land waar^ze eeuwen gewoond hebben, hún land. Zij verwijten de Westerse christenen de tol te moeten betalen voor wat het Westen de joden heeft aangedaan.
Daarnaast speelt nog een andere faktor een rol. Het Oude Testament neemt in het geloofsleven van deze christenen nauwelijks enige plaats in. Het Nieuwe Testament is voor hen het belangrijkst.
Daardoor blijft Israël als bijbelse grootheid eigenlijk nagenoeg geheel buiten hun gezichtsveld. Kortom: er is een verschrikkelijk en bitter waptrouwen, soms zelfs haat tussen deze christenen en de joden.
Het is ons gevoelen dat juist hier een taak ligt voor de kerk in het Westen, namelijk te pogen dit wantrouwen tussen Palestijnse medechristenen en hun joodse medeburgers te helpen wegnemen. Dit kan alleen op kleine schaal en via langdurig contact geschieden. Met name dr. Schoneveld en zijn vrouw hebben zich hier ernstig voor ingezet. Via persoonlijke contacten en via het gezin proberen zij joodse en Arabische kinderen met elkaar in ontmoeting te brengen, zodat langzamerhand een generatie opgroeit waarbinnen men elkaar kent en begrijpt.
Een poging tot inventarisatie
Denkend en schrijvend over Israël mag 't woord van Paulus in Rom. 11 : 25 niet uit het oog verloren worden: 'dit geheimenis is groot'. Wie kan ooit zeggen 'klaar' te zijn met de vragen aangaande Israël, land en volk. Zoals het Kruis van Jezus Christus een geheimenis, een verborgenheid is, dat wel geopenbaard is, maar nochtans nooit begrepen kan worden, zo is 't ook met Israël. Pas aan de 'glazen zee' (Openb. 4 : 6) zal alles 'glashelder' zijn en in dat volle licht zullen al onze wijsheden verbleken.
Toch zijn er een aantal dingen die vanuit 't voorafgaande duidelijk mogen zijn. 'Daarom willen we dit artikel besluiten met een poging tot inventarisatie.
a. D onomkeerbare weg: van de Schrift naar Israël
Voorzover wij al met bepaalde verwachtingen naar Israël zijn gegaan, zijn deze in zekere zin niet vervuld. Verwachtingen van het concrete, tastbare en zichtbare Israël worden bepaald teleurgesteld.
Wie Israël bezoekt moet vaststellen geen 'heilig' land, maar een gewone seculaire, sterk Westers ingestelde staat aan te treffen. Daarnaast zijn er de vele genoemde monumenten van vervreemding, die de grote afstand tussen kerk en Israël, of beter gezegd, tussen Israël en de Messias onderstrepen. Met allerlei hooggestemde verwachtingen van een massale en spoedige bekering van Israël en daarmee verbonden eindtijdspeculaties is daarom ook grote voorzichtigheid geboden. De gemeente van Christus is geroepen tot uiterste waakzaamheid en mag in Israël een machtig teken des tijds zien. Maar speculaties rond Israël zijn al vaker omgeslagen in het volstrekte tegendeel: vanuit teleurgestelde verwachtingen groeide een felle verontwaardiging over de verharding van de joden waardoor zelfs haat en anti-semitische gevoelens ontwaakten. Wanneer wij daarom menen geen verwachtingen van 't concrete Israël te mogen koesteren bedoelen wij dat in dezelfde zin als wij ook geen verwachtingen mogen bouwen op de concrete kerk.
Als er verwachtingen zijn voor Israël, en ze zijn er, dan is dat uitsluitend vanwege de God van Israël, Die de God is der onberouwelijke beloften. Vandaar onze eerste conclusie: er is geen andere weg dan vanuit wat de Schrift over Israël zegt, naar 't concrete Israël toe. Deze weg is onomkeerbaar. Daarbij is kennisname van en ontmoeting met de joodse denkwereld niet uitgesloten maar noodzakelijk om tot een juist verstaan te komen. Het uitgangspunt ligt echter vast. Wij menen dat alleen deze weg legitiem is. Tegelijk behoedt zij voor teleurstellingen en een voortijdig afbreken van de ontmoeting met Israël. De christelijke gemeente en de christelijke theologie kunnen daarom niet om Israël heen, omdat God kennelijk niet om Israël heen wil.
Het feit dat de Schrift over Israël en Israels weg spreekt als over een geheimenis moet ons echter behoedzaam maken, dat wij bepaalde grenzen niet overschrijden. Zo'n grens zien wij overschreden – we kunnen de Schrift niet anders verstaan – in de visie dat God met Israël een eigen weg gaat tot het heil, een weg buiten het geloof in Jezus Christus om. Daarmee wordt ons inziens tegen het Schriftgetuigenis in een verborgenheid Gods eigenmachtig ontrafeld. De prediking van de eerste gemeente onder de joden beklemtoont ook voor Israël de noodzaak van het geloof in de Naam Jezus. Maar zo'n grensoverschrijding zien wij ook in de visie dat na kruis en opstanding van Jezus Christus de kerk in plaats van Israël is gekomen en dat Israël geen bijzondere plaats meer zou hebben in Gods handelen. Daarmee wordt volledig tekort gedaan aan het getuigenis van Oude- en Nieuwe Testament.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's